Citaten van Masoeme Abbrin

Godsdienstvrijheid
Als kind hoorde en zag ik mijn vader zachtjes in een rustig ritme bidden. Ik vond het mooi en probeerde mee te doen. Toen ik vroeg wat hij zei, want Arabische gebeden verstond ik niet, kreeg ik dingen te horen als: 'Bidden is met God praten. Je moet niet met God praten, als je niet wilt.' En: 'Je moet niet doen alsof je van God houdt, als je dat niet voelt.' Hij was het niet eens met godsdienst te zien als een erfenis. Hij drong niets op. Hij vond niet dat je als kind moest kiezen wat je ouders gekozen hadden en moest doen wat zij deden. Ramadan bijvoorbeeld. Klasgenoten moesten van thuis verplicht meevasten en waren verbaasd dat ik dat niet hoefde. 'Jij bent gezond en doet geen ramadan? Dan ga jij naar de hel', zei een klasgenootje. Toen ik daarmee naar mijn vader ging, zei hij: 'Je moet niet uit angst voor de hel ramadan houden, dan kun je er beter niet aan beginnen.' Mij belonen met de hemel of dreigen met de hel, deed hij nooit. Hij vond dat je juist voor God geen angst moest voelen. 'Onder angst kun je niet groeien', vond hij.

Pagina laatst bijgewerkt 9 oktober 2000.