Citaten van Nicolaas Beets

Uit 'Wierookgranen':

De moerbeitoppen

'De moerbeitoppen ruischten;'
God ging voorbij;
Nee, niet voorbij, hij toefde;
Hij wist wat ik behoefde,
En sprak tot mij;

Sprak tot mij in den stillen,
Den stillen nacht;
Gedachten, die mij kwelden,
Vervolgden en ontstelden,
Verdreef hij zacht.

Hij liet zijn vrede dalen
Op ziel en zin;
'k Voelde in zijn vaderarmen
Mij koest'ren en beschermen,
en sluimerde in.

Den morgen, die mij wekte
Begroette ik blij.
Ik had zoo zacht geslapen,
En Gij, mijn Schild en Wapen,
Waart nog nabij.

Pagina gemaakt 25 november 2001.