Citaten van Eugen Drewermann

Uit 'Wat ons toekomt'

- De mensen die proberen om het onkruid op de akker vóór de oogst uit te rukken, bereiken niets en vernietigen alles. Het kwaad is niet duidelijk af te bakenen en te isoleren, want al zijn wortels zijn vergroeid met de wil om het goede te doen.

- Velen verlangen naar een bewijs voor het bestaan van God. Dat verlangen is echter even dwaas als wanneer iemand het bewijs voor het bestaan van het licht zou willen leveren. Als we onze ogen openen, zien we niet het licht, maar de dingen zoals ze beschenen worden door het licht. Zo zien we ook God niet, terwijl alles er in het licht van God anders uit gaat zien. Het moet daarom niet zozeer gaan om bewijzen, als wel om aanwijzingen en aspecten.

- Ten slotte bestaat onze werkelijke leegte alleen daarin dat we ons rijker en vervulder willen voordoen dan we in werkelijkheid zijn.

- Alle vrede is erin gelegen één te zijn en akkoord te gaan met datgene wat God in ons eigen innerlijk tot ons spreekt. Alles waaraan de mens uiterlijk mag hechten, kan hem ontnomen worden: zijn tempel en zijn heiligdom, zijn normen en waarden en alles wat hij heeft geleerd en geofferd. Het is echter onmogelijk de mens te beroven van zijn hart, dat in staat is de woorden van zijn schepper te verstaan.


Angst
Alle fouten en vergissingen worden ons door God vergeven, alleen die allesoverheersende angst, die uiteindelijk tot helemaal niets leidt, die straft God af. Dan houdt ons leven op een geschenk te zijn. Dan wordt het een plaag.

Vergelijking
Maar als we er eens toe zouden kunnen komen uit te gaan van de gedachte dat het er in ons leven echt niet toe doet hoe wij zijn in vergelijking met anderen, maar wat God ons gegeven heeft, dan daalt er ineens en voor het eerst vrede in ons hart neer. Want God zal ons niet vragen waarom wij geen Mozes geweest zijn, geen Abraham of Jeremia, God zal ons heel nuchter en eenvoudig vragen waarom wij, gegeven de omstandigheden, verzuimd hebben onszelf te worden. Niet meer - niet minder. Dit is de hele kunst van ons leven: onze eigen maat te vinden en leren kennen en waarderen. De hele kunst in de omgang met onszelf en met elkaar bestaat immers hierin, dat wij elkaar het gevoel laten krijgen dat wij goed zijn zoals we zijn, dat dit in Gods ogen volkomen terecht en juist is. Meer is niet nodig om gelukkig te zijn, om écht te leven, om met zichzelf vrede te vinden en op een dag voor God te kunnen staan in vol vertrouwen en zonder angst.

Half werk
Voor God is er geen half werk. En als er één risico echt vermeden moet worden, dan is het wel dit, dat uitstellen, dat manoeuvreren in de marge van halve beslissingen, dat gedraai voor God. Het leidt tot niets - behalve dat wij uiteindelijk buitengesloten worden, dat we nimmer bij onszelf aankomen, dat we elke echte beslissing voor ons uitgeschoven zullen hebben en dan tot de ontdekking moeten komen dat we in werkelijkheid nooit echt hebben geleefd, dat we onszelf niet gekend hebben en dat God ons vervolgens niet wil kennen. Het zijn woorden van een grote angstaanjagendheid. Maar we moeten ons dan ook afvragen hoeveel angst Jezus over de mensen gehad heeft, als hij zag dat zij zich over alles zorgen maakten, behalve over dit éne, het meest urgente en essentiële, dat zij door al hun zorgen en angst nu net missen waar het op aankomt: God, zichzelf en hun geluk. Uiteindelijk bezitten zij alles en bereiken zij niets. Zij hebben alles gedaan en ze hebben hun eigen hart verloren. Zij hebben de hele wereld veroverd en hun eigen ziel hebben ze nooit leren kennen. Er is maar één ding in het leven dat werkelijk vreselijk is en te vrezen valt: zoveel angst hebben dat men God uit het oog verliest.

Vruchten
De vruchten maken uit waar het om gaat. Menselijkheid is de maatstaf voor wat christelijk is. Wat verstandig is, wat goed blijkt, wat het leven dient, wat vrucht draagt, wat weinig breuklijnen en schade aanricht, naar mogelijkheid, dat maakt kans in de ogen van de heer van de wijngaard acceptabel te zijn. Daarin herkent Hij zich. Zodra er mensen zeggen: 'Wij zijn het, wij hebben het, wij weten het, wij zijn de rechtmatige erfgenamen,' doden zij daarmee hem op wie zij zich beroepen.

Onszelf worden
God zal ons niet vragen waarom we geen Mozes geweest zijn, geen Abraham of Jeremia. God zal ons heel nuchter en eenvoudig vragen waarom wij, gegeven de omstandigheden, verzuimd hebben onszelf te worden. Niet meer, niet minder. De hele kunst van ons leven is onze eigen maat te vinden; die te leren kennen en waarderen.

Twee kanten
Niets in het leven van een mens is zo zuiver dat het zonder tegenstrijdigheden is, zonder kwade kanten.

Onze waardigheid
Wij zijn uitgenodigd als mensen, door God, onze Vader, de Koning van de eeuwigheid. Dát vormt onze waarde en onze waardigheid. Daar behoeven we niet voor te vechten, die bezitten we gewoon, als mens en als persoon.
Dan kunnen we ons ruimhartig opstellen, in plaats van kleingeestig. Dan kunnen we anderen de voorrang geven, als zij die nodig hebben. Dan kunnen we rekening houden met hun gevoel van eigenwaarde, dan hoeven we niet voor te dringen en ons op de voorgrond te plaatsen. Dan kunnen we onze waarde en kostbaarheid in de onderlinge omgang met elkaar laten blijken.

Geleend
Wat wij bezitten is geleend. Het dient om te dienen. En om te functioneren in de kringloop van het leven. Gehoorzamen we daar niet aan, dan brengen we onherstelbare schade aan aan de wereld en daarmee aan onszelf. Dan ontneemt God ons onze heelheid.

Hebzucht
Wij brengen onszelf om door onze hebzucht, wij doden God door die hebzucht, want deze is niets anders dan een ontkenning van de kringloop van de wereld. Alles wat leeft bestaat door de wisselwerking met andere levensvormen. Als wij uit die cirkel stappen, worden we afgesneden van de kringloop van het leven. Wie de aarde vernietigt wordt door de aarde vernietigd.

Onszelf
Het enige wat Hij wil is dat wij leven zoals wij zijn, als onszelf, met de mogelijkheden die ons zijn geschonken en toevertrouwd. Wij moeten ons niet inbeelden dat wij weten wat van ons verlangd wordt. Wat wij bezitten is een kostbaar goed, een geschenk, en we mogen er iets mee doen en er iets van maken, want het is van ons. Maar al dat getwijfel en die rekenarij met het oog op de maatstaven en normen van anderen, dat is zo ongeveer het ergste onrecht dat we onszelf kunnen aandoen! Onze Heer beoordeelt ons slechts op grond van wat wij zelf zijn. Iets anders hoeft ons niet te interesseren. Hoe wij ons leven inrichten en vorm geven is een zaak tussen ons en onze Schepper. In principe gaat ons iets anders niet aan. Competitie of concurrentie is daarbij niet aan de orde. Het gaat om de vruchten die ons leven afwerpt, niet in vergelijking met anderen, maar uitsluitend op grond van ons eigen leven. Dát is waar het op aankomt.

Goed en kwaad
Wat goed en juist is moet groeien en rijpen. Wij hebben geen garantie van goed en kwaad, dat moeten we zelf op het spoor zien te komen.

Zwart wit
Bij geen enkel echt menselijk probleem is het een kwestie van slechts zwart of wit, goed of kwaad, juist of verkeerd. Alles kan terechtkomen, tenslotte kan alles goed worden, tenslotte kan alles vrucht dragen, indien wij het vertrouwen maar hebben dat bij God alles groeien mag.

Wisselwerking
Kennelijk heeft God gekozen voor de levende en levendige wisselwerking van alles. In zijn ogen worden heiligen niet gemaakt door met de schaaf te werk te gaan, zodat tenslotte elke levende boom verandert in de planken van een doodskist. Voor Hem zijn grote heiligen veeleer vergelijkbaar met een composthoop, waarin uit het veranderings- en rottingsproces een rijk en bloeiend leven ontspruit.

Driften
Want alleen driften die opgespaard zijn dragen het gevaar in zich buiten hun oevers te treden en door hun samengebalde kracht ons te overspoelen. Dat geldt steeds, wanneer wij zo met onszelf omgaan. Hoe meer wij onderdrukken en verdringen, hoe meer de weerstanden zich in ons roeren en hoe machtelozer wij tegenover onszelf worden. Alles wat in ons hart leeft verdient het te leven en geleefd te worden. Er is geen verlangen, geen fantasie, geen geneigdheid, die geen recht heeft van bestaan, en de hele levenskunst berust hierop, dat wij niet uitroeien, niet bestrijden, niet weerstaan, maar laten groeien.

Pagina laatst bijgewerkt 26 december 2003.