Citaten van Jan H. Eekhout uit 'Pastoor Poncke'

Ont-dekken?
Pastoor Poncke is vergeten. En toch was hij de man, die eens, den kansel hebbende beklommen, zijne parochianen vroeg:

- Ik ben uw leraar, gij kènt de zaak, waarover ik u spreken ga?
- Neen, mijn-Heer Pastoor.
- Hoe zou ik u dan, gaf Poncke ten antwoord, eene zaak ontwikkelen, waarvan gij geen begrip hebt? en hij daalde den kansel af en begaf zich ter sakristij.
Even nadien verscheen hij weêrom, besteeg het gestoelte en vroeg:
- Weet gij, beminde parochianen, 'tgeen ik u te zeggen heb?
- Wij weten het!, riep een listigaard.
Doch Pastoor Poncke bescheidde:
- Wat zal ik dan moeite doen u iets te ont-dekken wat u reeds bekend is! en hij verliet andermaal den kansel, om na luttel tijds er terug te keeren en thans te vragen:
- Weet ge, parochianen van Damme, waarover ik u te spreken heb?
Weder klonk de stem van den sluwaard van zooseffens:
- Mijn Heer Pastoor, sommigen weten het, anderen niet.
- Welaan, sprak pastoor Poncke, dat zij, die het weten, het dan berichten aan hen, die het niet weten en hij beëindigde de zondagsmis zonder preek.

Pagina gemaakt 22 januari 2009.