Citaten uit 'Tweelingzielen', Patricia Joudry en Maurie Pressman

- En al wat nodig is om het licht in ons te belemmeren is het negeren van het bestaan van de duisternis. Onze persoonlijkheid heeft een schaduwzijde, evenals de maatschappij en de spirituele energieën om ons heen. Voordat we kunnen afrekenen met de uiterlijke manifestaties van het kwaad moeten we eerst herkennen hoe we het kwaad van binnenuit versterken. De krachten van het licht zowel als die van de duisternis kunnen op dit plan alleen maar functioneren door middel van de mens als tussenpersoon.

- Om het eenvoudig te stellen: het kind dat bemind wordt en dus leert lief te hebben, stelt zich open voor de leiding door de spirituele krachten van het licht. Maar kinderen die liefdeloos worden opgevoed, verwaarloosd en misbruikt, zullen niet makkelijk uitgroeien tot liefhebbende persoonlijkheden, dienstbaar aan anderen. In het mishandelde kind wordt de boze en sadistische component, die in ieder van ons aanwezig is, gevoed. Bij zo'n kind wordt al jong de weg gebaand voor de krachten van de duisternis en de wreedheid.

- Na de scheppingsdaad, waarbij het Ene zich verdeelde in het vele, ontstond er een sterke kracht die over de uitgestrektheid van het geheel zou regeren om alles weer tot eenheid te brengen. Deze kracht is de onweerstaanbare drang tot vereniging, die actief is in iedere geschapen vorm van enkele atomen tot hele zonnestelsels. In menselijke wezens manifesteert die kracht zich in seksuele gedrevenheid.

Pagina bijgewerkt 18 juni 2000.