Citaten van Kuitert

Uit open brief aan dominee H.J. Hegger, Trouw 27-10-2006

Luchtopname
Ik vertel mensen hoe het doolhof dat wij de christelijke leer noemen, in elkaar zit, geef ze als het ware een luchtopname ervan, niet meer, niet minder. Kunnen ze zelf kiezen of ze eruit willen of erin willen blijven.


Bezwering
Religie is door onszelf bedacht om te bezweren wat we niet de baas kunnen.


Uit interview 'Trouw', 6-11-04, door Elma Drayer:

Deining in stilstaand water
De kerk zou haar dissidenten moeten koesteren. Die zorgen voor deining in stilstaand water.


Uit 'Voor een tijd een plaats van God':

- eerst een deel van de aankondiging op Kuiterts site www.hmkuitert.nl
Een overrijp christendom, dat zoveel heeft bereikt, zelfs een complete cultuur in het leven heeft geroepen, is het zo gek om dan eens te vragen waar het ook weer om begonnen was? Die vraag stel ik in dit boek, en het antwoord brengt mij niet bij god, maar bij mensen. Mensen waren er al voor god er was, god en goden zijn producten van menselijke verbeelding, ver-beelde (tot beeld gemaakte) ervaringen van het bestaan, die ons als erfenis van vorige generaties zijn overgeleverd. Onze wereld zit anders in elkaar dan zij dachten, god is er niet de oorsprong van, evenmin de verklaring voor alles wat ons overkomt, en dus hebben we niet zoveel meer aan die erfenis. Ze zit weliswaar verweven in ons spraakgebruik, in de Westerse religiositeit, maar wat ze doen moet: onze wereld richting geven, dat kan ze niet meer. Het beste bewijs is, dat we tegenwoordig elk zijn religieuze waarheid gunnen. Daarmee verraden religieuze mensen zichzelf: de beeldvorming die ze erop nahouden - beseffen ze - komt er niet op aan, is niet het belangrijkste in de wereld. Wat is dat dan wel? Waar zullen we onze hand voor in het vuur steken? Als ik dat invul met: waar ervaren we wat transcendent is in tijden waarin transcendentie zo kennelijk uit de gangbare religiositeit is weggelekt, dan kom ik uit bij mensen. Zij brengen onder woorden, en scheppen zich daarmee een wereld 'van betekenis'. In den beginne was het woord! En wie spraken voor het eerst woorden? Inderdaad, mensen. Ze zijn, naar het woord van de dichter, een plaats van god, zij het voor een tijd. Dat hun woord (waarmee ze onder woorden brengen) zo'n macht heeft, is een onherleidbare realiteit, ik duid die aan met 'geest'. Geest is de macht van het woord.

- Om het kort samen te vatten: religies beijveren zich het mysterie in woorden onder te brengen, maar ik ga daar achter terug, en wil laten zien dat het onder woorden brengen zelf het mysterie is.

- (...) religieuze voorstellingen zijn mythisch van aard, expressies van verbeelding, er is niet echt een persoonlijk opperwezen.

- (...) mensen ervaren dat ze geen greep hebben op die ontzagwekkende werkelijkheid waarvan ze deel uitmaken, ze ervaren hun eigen kleinheid, en ik zie niet in hoe je daar een andere naam aan kunt geven dan ervaring van transcendentie, het besef op iets gestuit te zijn dat de menselijke maat te boven gaat.

- Je bent niet voor een tijd een plaats van god, omdat je vroom bent, een diep gelovig mens, of een in mystieke unie met god verenigd christen, maar je bent het als mens. Waar moet je dus wezen, als het gaat om wat niet is vast te pakken, wat wel in de wereld is maar niet van de wereld, geest? Waar mensen zijn die onder woorden brengen, daar stoten we op een onherleidbare acte de présence van geest, van transcendentie.

- En geest zit verscholen in woord, als 'onder woorden brengen'. Dus niet voor niets zweefde de geest gods over de wateren (toen er nog niets was), en niet voor niets heet het: 'in den beginne was het woord!' Inderdaad, met het woord begint onze wereld, en niet met de daad, zoals Goethes Faust ons wil laten geloven. Het woord was bij god, het woord was god, alle dingen zijn door hetzelve gemaakt, wijst het woord als schepper aan. En wie die woorden spreken, waardoor chaos tot een wereld 'van betekenis' wordt gemaakt? Wij mensen zijn dat, 'voor een tijd een plaats van god'.

- Volgens de Jezus van Johannes is er wel degelijk progressie, vooruitgang: de tijd is gekomen dat wie god aanbidden, hem noch in Jeruzalem noch in Samaria zullen aanbidden, maar in geest en waarheid. Wat dat verder ook mag betekenen, in elk geval is daarmee elke heilige plaats, ritus, ambtsdrager, gediskwalificeerd. Ze zijn niet meer nodig.

- Religie van geest en waarheid (laat ik het zo maar noemen) is veel eenvoudiger, vergt niet kennis van eeuwen en eeuwen theologiegeschiedenis, maar vergt een hart, dat openstaat voor een woord dat spreekt en dat aanspreekt, vergt aanspreekbare mensen.

- Ik beweer niet dat vrije geesten per definitie de goede weg bewandelen, maar durf wel iets anders te zeggen. De geest waait waarheen hij wil, ook de christelijke kerk kan dat niet tegenhouden, moest dat zelfs niet willen. 'De Here nu is de Geest, en waar de Geest des Heren is, is vrijheid'.

- Geest is niet opgesloten in het instituut kerk, geest is niet eens op te sluiten. Als dat misverstand achter ons is gelaten komen we aan bij de realiteit waarheen de titel van dit boek verwijst: de mens is voor een tijd een plaats van god. Niet een kerkgebouw, niet een altaar, maar de mens is zijn tempel. Niet de mens als een abstractie, niet speciaal de gelovige, maar de concrete mens, elk mens als exemplaar van de soort.

- Een mens is niet god maar plaats van god, voor een tijd dan, en dat is hij in zoverre hij begaafd is met woord. Want in de macht van het woord (onder woorden brengen) manifesteert zich de scheppende geest.

- 'Nabij u is het woord'. Het grote wonder, de andere kant, het is te vinden in jezelf en je soortgenoten, in mensen, voorzover die onder woorden brengen, en daarmee een wereld 'van betekenis' scheppen.

- De uiteindelijke upgrading waarover we het hebben is dat god (als geest) niet los van mensen verkrijgbaar is, en mensen niet los van god.

- (...) wie zichzelf durft te zien als mens, en mens als een wezen dat werelden onder woorden brengt, en mitsdien (voor een tijd) een plaats van god is, drager van geest, die durft weer voor de dag te komen, maakt er een coming out van als mens. Minder hoeft echt niet.

- Het is niet de hemel, zodat gij zoudt moeten zeggen: wie zal opstijgen ten hemel, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen? En het is niet aan de overkant van de zee, zodat gij zoudt moeten zeggen: wie zal oversteken naar de overkant der zee, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen? Maar dit woord is zeer dicht bij u, in uw mond en in iw hart, om het te volbrengen.
Deuteronomium 30 vs 12-14

- Maak van de kerk het instituut dat mensen bijbrengt hoe de chaos te bezweren in het eigen leven en in de samenleving. Dat is de functie die ik graag vervuld zag.

- De dode weet niets meer, hij is tot rust gekomen, heeft zijn tijd gehad. Even meegedaan met alles, met de opwinding, met de vreugde en het verdriet, met de onrust. Net als die miljarden voor hem. Maar als je er geweest bent hoeft het niet meer, niets hoeft meer, de last van het leven schuift van je af, voor eeuwig. Een mens keert terug tot waar hij uit genomen is: de aarde.


Uit 'Over religie':

- Wat alle mensen ervaren, omdat ze mens zijn, is een besef van afhankelijkheid, restloze afhankelijkheid van wat niet maar een maatje te groot voor mensen is, maar wat de mensenmaat gans en al te boven gaat, van andere orde is.

- Mensen voelen zich serieus genomen als de dominee niet langer met de dorswagens van de ijzeren zekerheden over hen heen rijdt.

- De kerkgebouwen moeten niet gesloopt worden, begrijp me goed, maar je moet er niet het centrum van de geloofsbeleving van maken.

- Als ge wat met uw broeder hebt uit te vechten, laat dan het altaar het altaar en verzoen u eerst met uw broeder. Dat zei Jezus. De straat komt eerst en dan de kerk, althans in de christelijke religie.

- 'Laat niemand zichzelf meester of rabbi noemen', zei Jezus. Als je hem dan toch zo hoog op de troon hebt, waarom daar dan niet naar geluisterd?

- Mij schiet een uitspraak van de schilder Cézanne te binnen (als hij het tenminste was). Hij schilderde anders dan zijn voorgangers en dat wekte bevreemding. Nog meer bevreemding riep hij op omdat hij ondanks alle kritiek maar door bleef gaan met schilderen. Waarom? Hij deed het, zei hij 'comme l'oiseau chante'. Schilderen om het schilderen, nergens anders om, zoals een vogel zingt om te zingen. Zo zou religie beoefend moeten worden, nergens anders om, alleen omdat je er niet aan ontkomt.

- Over de kinderen die niet meer naar de kerk gaan: ze de wacht aanzeggen? Niet doen. Je kinderen vertellen je hoe de werkelijke wereld eruit ziet. Geloof ze. Neem hen ernstig. Hen verwijten maken of nog erger: oorlog met hen maken over God en gebod, het werkt niet, naar geen kant. Zij moeten een totaal andere wereld in en ze weten dat, ze zien het aan de wereld van hun ouders: het is niet de wereld die zij kennen. Hoe vader en moeder ook roepen dat God niet verandert, hun kinderen zien veel te goed, dat wat vader en moeder God noemen, een opvatting over God is, hun idee. Waarom moet hen dat worden opgedrongen?
Begin liever met je kinderen gelijk te geven: ze zien iets wat jij niet ziet. Hun leven is niet leeg, dat denk je maar, omdat je alles afmeet naar wat je zelf 'vol' of 'geslaagd' vindt. Voor hen is dat juist niet vol maar leeg, voor hen spreek je onbegrijpelijke taal, in elk geval (en klaarblijkelijk!) geen taal die hun belangstelling wekt. Erken dat, daar kom je ten minste ergens mee. Je bewaart de band met je kinderen, je kunt beter met ze praten over wat hen hoog zit - ja, waarom daar niet eens beginnen: aan de andere kant, zo van: waar ben jij dan mee bezig als mijn gedoe over God je maar als prietpraat voorkomt?

- Waarom doen mensen aan religie, wat verwachten ze ervan? Steun, troost, zekerheid. Krijgen ze dat ook? Soms, soms niet, de uitkomst is ongewis, maar blijft gezocht. Dat is religie: zoektocht naar wat we niet in de macht hebben.
Tot zover uit 'Over religie'


Uit 'Kennismaken met Kuitert':

- Geloven leer je niet uit boekjes, net als zwemmen. In de boeken staat hoe het moet en wat er moet, je kunt dat allemaal memoriseren, daar zelfs een kei in zijn. Maar je moet te water gaan, wil het er echt van komen.

- De 'wederherstelling aller dingen' als doel, het Koninkrijk Gods als doel, de Nieuwe hemel en de Nieuwe aarde als doel - het zijn stuk voor stuk door mensen ontworpen geloofsvoorstellingen die geënt zijn op een mythologische wereldbeschouwing waarvan we weten dat ze niet in overeenstemming is met onze kennis van mens en wereld. Wat moeten we ermee? Formuleren ze het plan van God met zijn wereld? Maar dat plan komt toch 'van beneden', we hebben het toch zelf bedacht? Gods plannen zijn onze plannen, die we God in de mond leggen, we kunnen alsnog blijken ons gelijk daarin te krijgen, maar zolang we daarvan niets weten, moeten we niet doen alsof.

- Gods Koninkrijk, de grote Toekomst, de wederherstelling aller dingen - dat alles zie ik als eschatologische noties, en in 'eschatologisch' brengen we alles onder wat we hier niet voor elkaar krijgen.

- En onze plaats in de wereld? Als we al een plaats hebben, dan moeten we die zelf aan onszelf aanwijzen. Dat doen we natuurlijk ook, zelfs in Genesis 1 gebeurt het, als je het maar - net als heel de bijbel - leest als de poging van de mens om zowel God als zichzelf in beeld te brengen. De schrijver van het scheppingsverhaal heeft dat lef: de mens is geroepen de aarde aan zich te onderwerpen, te heersen over de dieren, de vissen en de vogels, hij mag zich zelfs - man en vrouw - beeld Gods noemen, kom daar eens om!

- Als ik mensen hoor zeggen dat ze God nooit meer tegenkomen, denk ik dat ze er een zoekplaatje uit zo'n kinderbijbel op na houden, een plaatje van een tam gemaakte God. Allicht, die kom je niet tegen, want die bestaat niet. God de Schepper is net zo dubbelzinnig als onze werkelijkheid, met haar hemel van vreugdes en haar hel van verdriet. Kan je dat allemaal aan God vastknopen? Of je dat nu kan of niet: als God - om met György Konrad te spreken - daar de hand niet in heeft, waarin dan wel?
Tot zover uit 'Kennismaken met Kuitert'


Gepakt worden
Ik wil weten of het waar is. Maar dat weet je nooit zeker beneden. Je weet zelfs niet eens zeker of je het hierboven zeker zult weten. Af en toe grijpt de angst je bij de keel dat je je leven besteed hebt aan een vraag die onzin is. Maar gek genoeg kun je het niet laten. En dat heeft toch wat te maken met een geloof dat jou pakt, in plaats van dat jij het geloof pakt. Gepakt worden is het enige echte geloof.

Spel van verbeelding
We willen graag leven en niet doodgaan, gelukkiger zijn en niet lijden, een antwoord hebben op 'waar blijven wij?' als we doodgaan, een beetje zekerheid meekrijgen in de chaos die wij het leven noemen, succes hebben in zaken en in de liefde en op gezette tijden ook nog in de sport, enzovoorts. Religie vervult deze en vele andere behoeften en verlangens, althans, dat belooft ze, door ons een godsbeeld voor te houden dat door de eeuwen heen meer en meer is toegesneden op al die behoeften van ons. Daar is God voor, voor de vervulling van onze behoeften. Ook de christelijke God. Kijk naar de dagelijkse vroomheid van de gelovigen. Waarvoor dient God? Om uit te redden, om rust te geven, om nood te lenigen. Zonder zo'n godsbeeld kunnen de meeste mensen niet leven. Sterker nog, de kerken zouden ophouden te bestaan als religie niet in deze behoeften voorzag. Daarom heten de kerken in mijn boek ('Over religie', GH) een facilitair bedrijf: ze helpen de mensen aan wat ze nodig hebben, religieuze steun. Het enige dat niet door onze behoeften in het leven is geroepen is wat ik de religieuze oerervaring heb genoemd, die aan alle religie voorafgaat: de ervaring van afhankelijkheid van een Macht waar we aan zijn overgeleverd. Noem het de macht van de werkelijkheid, die ons de ene keer opstuwt en de andere keer verplettert, waarin alles met alles samenhangt, die wij niet overzien, waar we niet eens uit eigen wil een deel van zijn geworden, niemand van ons, en waaruit niemand van ons uit eigen vrije wil dat ene enge poortje van de dood als uitgang zou kiezen. Maar een andere uitstap is er niet. Erin geluisd, in het leven, en er weer uitgesluisd, zo zit dat. De Macht zwijgt. Vandaar religies als het vrije spel der verbeelding, als interpretaties van die oerervaring, die alle mensen als mens opdoen.

Praktijk van menselijkheid
Geloven komt niet neer op het aanhangen van allerlei merkwaardige geloofsvoorstellingen, het komt nergens op neer, het komt ergens op aan: op houding, op instaan voor wie of wat aan je is toevertrouwd, op menszijn als het uitoefenen van een praktijk van menselijkheid, van humaniteit.

Maagdelijke geboorte
Een maagdelijke geboorte behoort kennelijk tot rondzwervend religieus vertelmateriaal, ze duikt in andere religies net zo goed op als in het christendom. Dat moet toch iets zeggen over onze christelijke christologie, je wordt er toch minstens door gewaarschuwd de geloofstradities niet zomaar te continueren?

Zoeken
Gelovigen doen niet alsof, maar leggen hun ziel en zaligheid in het zoeken, in de hoop dat ze tegenkomen wat ze van horen zeggen hebben, althans een glimp daarvan.


Uit H.M. Kuitert 'Jezus: nalatenschap van het christendom':

- Geloof heeft geen fundament, daar is het geloof voor.

- Het ritueel is een poging om het van beneden goed te maken bij Boven.

- Maar God heeft niet echt een Zoon, en is niet echt een Vader, zoals ik een vader van een zoon ben. Het is alles 'bij wijze van spreken', in termen van onze verhoudingen wordt in de christelijke leer iets over God gezegd.

- Alleen al het misverstand dat je leerstellingen moet aanvaarden om zalig te worden! En dan ook nog een voorstelling van de persoon van Jezus die op een legpuzzel uitloopt om zowel de goddelijke als de menselijke natuur er ongeschonden in onder te brengen.

- Of Jezus werkelijk Gods knecht was, of hij God goed heeft uitgelegd, zoals de christenheid gelooft - dat alles zal nog moeten blijken.

- In Jezus' naam wordt er veel religieuze onzin bedreven, sterker nog: zijn kerkelijke, gepolijste gestalte leent zich daar uitermate voor.


Kuitert in interview in 'Trouw' 1 oktober 1998:

- Ik wil niemand iets afpakken of opdringen, maar er alleen op wijzen dat degenen die niet in de Jezusvroomheid kunnen delen niet minder gelovig of vroom hoeven te zijn.

- Het spreken over God heb ik altijd 'een zoekontwerp van beneden over Boven' genoemd. Anders gezegd: we hebben niet meer in handen dan massa's menselijke praat over God. En het enige wat erop zit is dat ieder van ons daarmee de wereld intrekt en kijkt of het leven die praat geheel uitvlakt, danwel of je er sporen van, vingerwijzingen voor het geloof in het bestaan van God in terugvindt. In 'Zeker weten' staat: 'De auteur van dit boek kan u dat - of God is - niet meedelen, dat moet u zelf vinden.'

- Geloofsleer die niet functioneert en toch als verplicht wordt voorgesteld, jaagt jongere generaties de kerk uit. Dat geldt ook voor de beeldvorming over Jezus als God op aarde en als lid van een goddelijke drie-eenheid. Die moet weg, daar kunnen veel moderne mensen zich niets meer bij voorstellen.

- Dan blijft de kern over: leven voor Gods aangezicht, waartoe juist Jezus opriep. Meer is er niet, maar zeker ook niet minder!

'Jezus: nalatenschap van het christendom'