Citaten van Erik van Ruysbeek (82)

Uit: 'De gongslag van ongrond' (een gesprek met Catharine Visser in 'Dabar-bericht' 4.1999)
- De mysticus bidt niet meer, want hij leeft al in het antwoord. Er is niets in ons en om ons heen dat geen antwoord geeft. Bidden hoeft niets te vragen. De mens hééft alles al. Daarom kan bidden niets anders zijn dan juichen en je thuisvoelen in alles wat je doet.
- Niet wíj hebben de liefde, maar de liefde heeft óns.
- Het kwaad ontstaat altijd als gekwetste liefde.
- Na de dood zal ik daar zijn waar ik, als ieder mens, altijd al was en zal zijn.

Mysterie
Wie de top van de berg bereikt, zal in detail zien hoe alle bestijgingswegen een gelijkwaardigheid hebben en in hetzelfde onzeglijke mysterie uitmonden.

Pagina bijgewerkt 10 november 2000.