Citaten van Edward van Voolen, rabbijn

Het kwaad
Het kwaad, en daarmee de keuze tussen goed en kwaad, is vanaf het begin onderdeel van de schepping. De betekenis van: 'En God zag dat het goed was' - tot twee keer zelfs zeer goed - is dan ook niet dat het 'goed' was omdat hij een wereld van louter engelen tot stand had gebracht, maar een wereld waarin een keuze bestaat tussen goed en kwaad. De mens is geschapen met een neiging ten goede en ten kwade en beide heb je nodig. Er staat geschreven: 'Zonder de neiging ten kwade zouden de mensen geen huizen bouwen en geen partner uitzoeken en geen kinderen grootbrengen.' Daar is een element van competitie voor nodig en competitie wortelt in de geneigdheid tot het kwade, maar het is zaak die neiging te controleren, dan wel om te zetten in positieve energie.

Bar
Zonder het geloof dat de wereld verbeterd kan worden zou het leven uitermate bar zijn. Die chassidische gedachte van herstel impliceert ook dat je het kwaad niet uit de weg moet gaan maar juist op moet zoeken. In de psychologie heet dat 'counterfear'. Een mogelijkheid om van je angst te genezen is de confrontatie aangaan met de bron. Datgene wat je beangstigt tegemoet treden. Het betekent dat je plaatsen waar het kwaad geschiedt opzoekt en geïnteresseerd bent in de mensen die kwaad gedaan hebben. Het is goed om de wortels van het kwaad te onderzoeken en te benoemen en de punten waarop het mis is gegaan te traceren en bloot te leggen. Op welk moment hebben mensen hun verantwoordelijkheid losgelaten? Wanneer zijn ze een radertje in een machine geworden?

Pagina bijgewerkt 18 juni 2000.