De bui

Rond het middaguur ben ik in de stralende zon een wandeling begonnen langs de waterkant van het Heerderstrand. In mijn mijmering heb ik niet opgemerkt hoe donker de lucht achter me is geworden. De zon schijnt immers en de welhaast volledig tot rust gekomen natuur werkt weldadig op me in. Alleen het geluid van het voortdurende autoverkeer op de A50 ervaar ik als een onwelkome dissonant. Een man met een hond komt me tegemoet en ik maak een opmerking over het prachtige weer. Nog zie ik niet wat hij moet zien.

Ineens barst de bui los: regen en hagel. Ik keer me om en zie hoe de hemel voor me zich totaal heeft dichtgetrokken. Op hetzelfde moment zie ik de zich nieuw ontwikkelende regenboog, die zich scherp aftekent tegen deze zwarte duisternis. Zelf lijk ik plotseling het middelpunt te zijn van de halve cirkel die door die boog wordt omspannen. En meteen daarop ontstaat - minder scherp tekenend - buiten die fel lichtende boog een tweede regenboog, als in een poging een nog groter geheel bijeen te brengen. Dit enkele ogenblik lijk ikzelf het brandpunt te zijn van alles wat zich hier voltrekt. Nog even ligt het water glad en weerspiegelt het de scherpe contouren van de kale bomenrij die zich aftekenen tegen de duistere hemel. Nog even stralen deze regenbogen in volle glorie. Dan vallen ze weg en op hetzelfde moment steekt een snijdende wind op, die binnen enkele ogenblikken de regen en hagel alle warmte uit m'n gezicht doen trekken. Snel zoek ik beschutting onder het afdakje in mijn buurt. Alle rust is nu verdwenen. Tussen het groen door zie ik de auto's op de autobaan, maar ik hoor ze nu niet meer. Nu overstemt de natuur zelf elk geluid dat door mensen wordt voortgebracht. Vanuit deze schuilplek overzie ik water, bomen, strand, de door de wind voortgejaagde bui en boven dat alles uit die gitzwarte hemel. Maar kijk: vanwaar de bui gekomen is, wordt nieuw licht zichtbaar, een eerste streepje blauw. Ik word me bewust van een innerlijk weten dat alle leven ontspruit en groeien zal zoals ik dat zich hier in de natuur zie voltrekken. Pas tegen zo'n zwarte hemel wordt nieuw licht zichtbaar en in het schijnbaar volle licht trekt de hemel zomaar dicht.

Gert Hardeman