Stervende stilte, geluidhinder alom

Mensen houden niet van stilte, de meeste niet althans. Stilte maakt angstig, brengt je terug bij jezelf, bij wie je echt bent en wie je zou willen zijn. Het legt ook je falen bloot, alles wat je zou willen, maar niet waarmaakt, omdat je vooralsnog niet kiest voor jezelf, misschien. Stilte confronteert je met dat je je hebt laten vangen in het net van hebzucht of carrière. Dat je je vrijheid ergens voor inwisselde, jezelf opofferde aan iets wat je groter of belangrijker achtte dan jezelf, terwijl je aan die keuze ten diepste misschien toch twijfelt.

Ik heb me laten vertellen dat Nederlanders een grotere afkeer van stilte hebben dan de ons omringende volken. Ik weet niet of dat echt waar is, omdat ik ook in het buitenland steeds meer lawaai tegenkom. Nederland is natuurlijk relatief dicht bevolkt, bijna overal is er wel een hoofdverkeersweg op gehoorsafstand. Weet u eigenlijk hoeveel lawaai een voorbijkomende auto maakt? U zou eens een video moeten opnemen nabij een verkeersweg. Dan zou u, bij het bewerken of afspelen daarvan, bemerken hoezeer motorvoertuigen alle geluid overstemmen, alle stilte acuut doen sterven. Natuurlijk, er zijn auto's die weinig lawaai maken, er zijn er zelfs die schijnbaar geluidloos voorbijgaan, maar mensen houden daar niet van. Een beetje harder rijden compenseert het tekort aan lawaai zo gemakkelijk! Een beetje claxonneren helpt velen zich comfortabel te voelen. Mensen kiezen voor een zogenaamde sportieve uitlaat of voor extra brede banden om toch wat meer geluid te produceren. In hoge mate geldt deze lawaailiefde in mijn ervaring voor veel motorrijders en bromfietsers, die, als ze hun voertuig starten, niet kunnen nalaten de motor voor vertrek goed door te laten brullen. Motorvoertuigen zijn al met al heel effectieve stilteverstoorders. En het lijkt wel dat we in Nederland niet zullen rusten voor er op elke honderd vierkante meter een verbrandingsmotor ronkt als een soort van basis om effectief alle rust weg te nemen.

Er is meer. Wie doet er niet mee aan de machinegekte? Lawaaimachines willen we immers, zo veel als mogelijk? De industrie hoeft maar wat dan ook te bedenken: als het maar goed lawaai maakt, vindt het gegarandeerd gretig aftrek. Ik denk aan bladblazers, die heus niet alleen in de herfst gebruikt worden, aan kantenknippers voor het gazon, van die apparaten die letterlijk strijd voeren om het hoogste geluidsvolume te halen, aan grasmaaiers met een verbrandings- of elektromotor, snoeihoutsnipperaars, schuurmachines die allang het schuurpapier vervingen, hogedrukreinigers voor het schoonspuiten van het terras of de auto, kettingzagen voor het produceren van openhaardhout of het snoeien van de tuin, mechanische heggenscharen. Ik noem maar wat van die apparaten, waarvan de meeste mensen er wel wat in bezit hebben. Mensen vinden het mooi om met zulke apparaten te werken, het geeft ze een gevoel van macht, van mee te tellen. Dat zulke apparaten dikwijls een veelvoud aan tijd vereisen in vergelijking met het bijbehorende ouderwetse geluidsarme hulpmiddel voor de te verrichten werkzaamheden, ziet men maar liever niet of heeft men er misschien wel met graagte voor over. Een stukje gazon van honderd vierkante meter is immers veel te groot voor een handmaaiertje en een ouderwetse kantenknipper? De vraag of er misschien nog anderen zijn die al dit lawaai niet op prijs stellen, wordt niet eens meer gesteld. Als vanzelfsprekend wordt ervan uitgegaan dat een ieder in de omgeving zoveel mogelijk lawaai alleen maar zal appreciëren.

De gemeenten geven het goede voorbeeld. Op sommige dagen komen ze met hun machines om in woonwijken de rust te verstoren. Inderdaad, als daarna de vogels weer gehoord worden, liggen de gazons en de perken er weer even netjes bij, is het blad tussen de struiken geblazen of is het riool weer mooi open of de straat mooi schoon, al wen ik persoonlijk nooit aan de huidige snoeimethode met de motorzaag, waarin kruid en onkruid op gelijke hoogte worden geamputeerd. Daar waar gewerkt wordt, hoort natuurlijk luide muziek te schallen. Losse radio's of auto's met openstaande portieren voldoen prima om de rust in een woonwijk te verdrijven. Walkmans en modernere apparaten zijn uit, want iedereen moet kunnen meegenieten!

En dan de feestjes. Er is stilaan een generatie opgegroeid die vindt dat de omgeving zich aan hen moet aanpassen als er iets te vieren is. Sommigen doen een melding vooraf in de buurt, schriftelijk of mondeling. Ze vinden dan dat de omgeving vervolgens de plicht heeft om alles maar te pikken of anders zelf de deur uit te gaan. Kent u dat, dat de geluidsboxen gewoon in de tuin worden gezet? Bent u ook zo gek op het gedreun van die bassen, die je zelfs niet kunt uitbannen als je je huis potdicht afsluit? Voor één keer per jaar moet dat toch kunnen, ook al levert dat principe op dat het in de woonwijk elk weekend prijs zou kunnen zijn! En dan sportieve festiviteiten of winkeliersevenementen: prachtig toch dat er geluidsinstallaties zijn die bij gunstige wind enkele kilometers ver dragen? Prima toch dat gemeentes tegenwoordig vergunning verlenen tot één uur 's nachts? Wellicht kan dat binnenkort wel naar een uurtje of vier ... Goed geregeld toch dat mensen die vroeg op moeten zich de volgende dag ziek melden omdat ze geen oog hebben dichtgedaan? En dan de drank, het ideale smeermiddel voor de schor geschreeuwde kelen, de grote katalysator van de agressie. Je moet je toch af en toe eens uitleven? Nee, allemaal niks mee mis. Moet gewoon kunnen!

Mooi ook, die familiefeestjes, bruiloften en partijen waarop door de ingehuurde band of de elektronica niet gecommuniceerd kan worden. Mooi makkelijk vooral. Je zegt maar wat, het wordt toch niet gehoord. Je reageert maar wat, het doet er allemaal niet toe. In het land van de doven heerst de muziek! Graag daarbij nog een hok dat blauw staat van de tabaksrook: goed voor hart en bloedvaten! Ja toch?

Ik zal niet verder doordraven, want ik weet heel goed dat ik niet de enige ben die zich stoort aan al dit soort verworvenheden. Ik pleit voor een andere, een ouderwetse mentaliteit, waarin je gewoon probeert anderen niet te irriteren. Ik wens dat er een beetje beschaving terug gevonden wordt door al diegenen waar mijn verhaal over gaat. Ik weet dat mensen die zichzelf kwijt zijn geraakt, zich bij voorkeur verstrooien in lawaai en ik roep ieder die zich daaraan stoort op af en toe zo iemand aan te spreken, waarbij ik moet opmerken dat dat zinloos zal blijken zolang de betrokkene onder invloed van drank of drugs is. Ga er dan achteraf op af, gooi het open, vraag om serieus genomen te worden, laat weten wat je van het onvrijwillig ervaren lawaaigedrag vindt. Bij negen van de tien mensen zal dit vroeger of later invloed hebben. Die tiende heeft een antisociale persoonlijkheid en zal onverbeterlijk blijken, vaak te herkennen aan een na ontvangen kritiek opvoeren van het 'pestgedrag'.

Misschien is er toch iets voor te zeggen, voor een rustiger leefklimaat, voor tevredenheid met ietsje minder, voor de rust die nodig is om op jezelf en op elkaar betrokken te kunnen raken en blijven. Want als er gepraat wordt met elkaar, hoeft lawaai helemaal niet. Dat is de sfeer waarin het normaal is elkaar aan te spreken op wat beter kan en van de ander te accepteren wat misschien op een keer toch onvermijdelijk is.

Pagina geschreven 3-10-2005