Angst en woede

Ik was zeventien toen mijn jongste broer geboren werd, in de zomer. Het was vakantietijd en ik had naast de eigen krantenwijk een wijk overgenomen van een bezorger op vakantie. Daardoor at ik die avond na. Mijn moeder was aan het bevallen, op de slaapkamer, boven waar ik op ons terrasje zat. De dokter was erbij. Op een bepaald moment hoorde ik haar roepen: 'Ik kan het niet!' Ik had in mijn jongste jaren mijn moeder veel vaker in onmachtige situaties gezien, waarin ze gillend van 'Ik kan het niet' op de grond lag en mijn vader probeerde haar bij te staan. Ik herinner me van die momenten mijn eigen onbeschrijflijke angst. Die avond kwam dat alles ineens terug. Ik ben op mijn knieën in de voorkamer aan het bidden geslagen en was bang dat er een dode baby zou komen of dat mijn moeder zelf zou sterven. Toen ik mijn broertje voor het allereerst hoorde schreeuwen, zakte die angst geleidelijk weg.

Ik zal zo rond de 35 geweest zijn toen mijn ouders een dagje over waren en er weer gepraat moest worden over mijn geloofsbeleving, die niet zou deugen, volgens mijn moeder. Mijn vader had niet de sterke persoonlijkheid om haar bij te kunnen sturen en had allang geleerd dat meegaan met de wensen en ideeën van zijn vrouw veel problemen kon voorkomen. Om niet achteraf uitgefoeterd te worden, zal hij aan dit soort gesprekken meegedaan hebben aan mijn moeders kant. Ik heb hem dit nooit kwalijk kunnen nemen, omdat ik heel goed wist waartoe tegen haar ingaan leiden kon. Mijn moeder eiste op een bepaald moment van me dat ik uit de bijbel 1 Korintiërs 13 voor zou lezen, het hoofdstuk van de liefde. Ik kon er niet onderuit, wilde niet opnieuw tegen haar ingaan, wat ik in de jaren ervoor vaker dan eens wel had gedaan en las het hoofdstuk voor.*) Mijn moeder meende, voor mijn gevoel geheel ten onrechte, dat het goed was dat ze nu wisten dat ze bij hulpbehoevendheid in de toekomst niets van ons te verwachten zouden hebben. Vanaf dan was voor mij mijn moeder onlosmakelijk aan dit bijbelhoofdstuk verbonden, maar bepaald niet met een passende gevoelslading. Ik voelde me die avond zo miskend en onder druk gezet dat ik toen ze wegreden uit de grond van mijn hard wenste dat ze zich te pletter zouden rijden en dat ook uitsprak.

*) In Trix' (mijn partner) herinnering heb ik dat voorlezen toen geweigerd, wat ze sterk van me vond gezien de druk die werd uitgeoefend. Juist die weigering (of aanvankelijke weigering) zal mijn moeder hebben aangezet tot de uitspraak dus in de toekomst niets van ons te verwachten te hebben.

Pagina gemaakt 30-6-2017.