B-opleiding

Zo begon ik in de ziekenverpleging-B-opleiding in Den Haag-Loosduinen. Ik was één van de ouderen in de opleidingsgroep en ik had enige ervaring wat betreft zorg. Al heeft die ervaring ook wel eens in de weg gezeten. Ik kon de opleiding op m'n slofjes doen en in het werk op de afdeling vond ik over het geheel redelijk mijn draai. Ik werd al tijdens mijn opleidingstijd waarnemend hoofd op het wisselpaviljoen, zoals een semi-permanent gebouwencomplex daar in die tijd heette.

In die jaren, 1968 tot en met 1970, maakte ik kennis met veel deelgebieden van de psychiatrie. Toch was het ook nog de tijd dat allerlei huishoudelijke taken thuishoorden bij de leerling-verpleegkundigen. Dat zinde me niet altijd. Ik probeerde wat extra te doen voor mijn patiënten. Met een ernstig gestoorde man die de bioscoop miste, ging ik zo op een avond naar de bioscoop, met de taxi. In een damespaviljoen zette ik de dames in de zomer een zonnehoed op en sleepte ik ze naar buiten als het mooi weer was. Het werd me niet alleen maar in dank afgenomen.

De psychiatrie was in die tijd nog de plek waar velen die in de maatschappij geen plaats wisten te veroveren of te handhaven chronisch werden opgevangen. Voor sommigen zal dat goed geweest zijn, anderen zullen aan deze handelswijze ernstig tekort gekomen zijn. Ik had in elk geval mijn plek en ik mocht er zijn. Het was een christelijke instelling daar en al gauw werd in de eetzaal na de warme maaltijd de bijbel aan mij aangereikt om daaruit voor te lezen. Ik koos de stukjes zelf en begon ook stichtelijke stukken uit andere bron dan de bijbel te gebruiken.

In de weekends ging ik soms naar huis, maar lang niet altijd. Ik leefde in een ambivalente binding met mijn ouderlijk gezin. Dienst hebben was dus een goed excuus. Want mijn moeder vond dat ik te weinig thuiskwam en begon aan me te trekken. Scherp herinner ik me haar telefoontje toen ik in het kantoor van de hoofdzuster werd geroepen. Het was alleen maar omdat ik me een poosje niet had laten zien en ook al een paar dagen niet gebeld had. Want ja, ik belde regelmatig naar huis, vooral naar mijn moeder. Ik wist dat ik dat moest doen en dat ik niet gauw te vaak zou bellen. Maar die gesprekjes waren zwaar voor me. Want ik moest altijd vragen hoe het met mijn moeder ging en echt goed ging het nooit. Mijn moeders gezondheid was het hoofdthema in de telefonische contacten. En ik voelde me altijd slecht na het contact.

Meisjes, ja! Mijn ambivalenties in relatie tot mijn moeder zullen doorgeslagen zijn naar mijn gevoelens naar meisjes. De angst overheerste, angst om niet acceptabel te zijn. Op de kweekschool had ik op een werkweek een meisje dat ik al veel langer leuk vond willen vragen, maar ik durfde niet. Toen er een jaar of tien of twaalf na mijn verwijdering van daar een reünie kwam op verzoek van een oud-klasgenoot die zou gaan sterven, ben ik gebeld voor die reünie door een andere oud-klasgenoot die inmiddels directeur van een school was. In dat gesprek heb ik van m'n verliefdheid voor dat meisje verteld, waarop hij even stil viel en toen zei: 'Wacht even, dat zal ik haar geven, want ik ben met haar getrouwd.' Nadat ik haar op die reünie ontmoet had, kon ik haar achter me laten. Het was goed. En later in de kweekschooltijd was er het een jaar of zes oudere meisje, dat ik ontmoette in een weekend bij de Belgische Evangelische Zending, waarvoor ik ook in een vakantie in Vlaanderen geëvangeliseerd had. Zij maakte het al snel uit en ook dat was goed toen ik haar heel veel later nog eens ontmoette. Op de jeugdvereniging was er een zwijgzaam meisje waar ik gevoelens voor ontwikkelde. Ik schreef een brief, durfde niet anders dan dat en kreeg een brief terug dat zij 't niet zag zitten. Heel veel later heb ik van haar begrepen dat zij nog lang niet aan een vriend was toe geweest. En dan Den Haag, weer die gevoelens, weer een poosje aftastend contact en weer niet dus. Ook haar heb ik, als vrouw van een collega op de Riagg, veel later weer ontmoet en het was goed. Die bruisende hormonen, dat ís wat als je jong bent. Het is risico en uitdaging tegelijk. Voor mij was het tot dan toe vooral zo dat ik het gevoel kreeg niet te deugen, een gevoel dat ik wellicht kopieerde van mijn moeder naar mijn verliefdheden. Omdat het seksuele gevoel sterk was, was het missen van een vriendin moeilijk voor me, moeilijker dan ik me toen durfde toegeven.

Wat is seksualiteit anders dan een poging, vaak overigens tevergeefs, om de in de schepping verloren eenheid terug te winnen? De hele schepping is immers bipolair en in alle energieën van het leven vormen tegengestelde krachten toch samen één continuüm. Zo is dat ook bij vrouwelijk en mannelijk. Tweeheid is verloren eenheid en ontwikkelt bijna altijd energie om naar de oorsprong terug te kunnen keren.

Pagina gemaakt 25-6-2017.