Bekeerd worden

Het moet zeker twintig, misschien wel dertig jaar of nog meer geleden zijn dat ik 's morgens om 9 uur aanbelde aan de pastorie in van één van de meest rechtzinnige gemeentes in ons land. Ik had een cliënte die aan het laatste stukje van haar leven bezig was en kreeg het gevoel dat dominee en ik tegenstrijdige dingen zeiden die haar dan ook beangstigden en in de war maakten. Dus had ik een afspraak met dominee gemaakt. In het statige huis werd mij plaats gewezen in de studeerkamer. Even later nam dominee tegenover me plaats, keek me aan en zei: 'Gij moet bekeerd worden.' Ik voelde de adrenaline in m'n lichaam bruisen, maar realiseerde me gelukkig meteen voor wie ik hier zat. Ik kon me inhouden. Anders zou ik geantwoord hebben met: 'Gij ook en elke dag opnieuw.'

Zo'n adrenalinestoot, dat blijft je je leven lang bij. We spraken over mijn cliënte en mijn gevoel dat we elkaar in de wielen reden, ook al hield ik bij haar mijn gedachten en gevoelens over religie en geloven voor me. Dat elkaar in de wielen rijden bleken we inderdaad te doen. Dus één ding was dominee zeer duidelijk: ik kon maar beter bij haar wegblijven. Dat heb ik niet gedaan. Meer heb ik de korte tijd die haar nog restte geprobeerd te dealen met dominee, ook al moest ik mezelf als psychiatrisch hulpverlener daarbij opzij zetten. Toen ik haar in de kist zag liggen, voelde die keuze nog altijd goed.

Pagina gemaakt 25-1-2017.