Als het maar werkt

De druk is na de eerste maanden van mijn mijn militaire dienssttijd wel van het verhaal af, dat realiseer ik me. De druk van mijn moeder zou blijven, dat wel. Pas met haar sterven kon die wegvallen. Het klinkt negatief en velen hebben me ooit gezegd dat boosheid naar mijn moeder terecht zou zijn, zelfs dat ik mijn boosheid beter moest uiten, maar ik heb dat altijd anders gevoeld. Ik heb de strijd, zeg maar de levensstrijd van mijn moeder gezien, haar strijd ook met God en ik kan haar niet oordelen, noch kan ik mijn boosheid voelen. Wel voel ik verdriet. Depressie is ingehouden agressie leerde ik. Het zou kunnen. Heel vaak is dat zo. Maar ik denk toch echt dat mijn moeder, met de valse start van haar leven, gedaan heeft wat ze kon. Het is niet alleen maar negatief. Mijn moeder had ook haar goede momenten. Ze verwachtte alleen te veel van buiten en te weinig van zichzelf.

In Bennekom heb ik nog een poosje de A-opleiding verpleegkunde gedaan. Maar ik ben ermee gestopt Het paste niet bij me. De doorslag gaf het moment dat ik dienst had op twee zaaltjes en me op het ene zaaltje bezighield met een doodzieke longkankerpatiënt die nog maar heel kort te leven zou blijken te hebben. Hij was angstig en ik hield zijn hand vast. Toen belde de hoofdzuster vanaf de andere kamer, waar ze stuifmeel onder een boeket op een nachtkastje gevonden had. Toen ik binnenkwam, meldde ze me hoeveel secondes ik erover gedaan had om ter plekke te zijn. Ik barstte bijna open, maar hield me in. Heel snel daarna heb ik om terugplaatsing naar de PAAZ gevraagd, wat gelukkig geen probleem gaf. Een jaartje was ik in een totaal andere wereld geweest.

Een mevrouw die herhaaldelijk opgenomen werd en weer ontslagen, zette me aan het denken. Als ze ontslagen werd, liep ze voorwaarts naast haar man het ziekenhuis uit. Als ze terugkwam, liep ze achterwaartst over haar schouder kijkend en alleen het ziekenhuis weer in, doelbewust richting de PAAZ. Ik hoorde dat ze op straat al achteruitlopend was aangetroffen. Toen ik dat een paar keer had meegemaakt, begon ik me af te vragen wat daar thuis nu eigenlijk speelde. Vanuit de opnamesituatie kregen we daar niet echt grip op. Ik meldde me aan voor de opleiding extramurale GGZ en wilde GGZ-hulpverlener (later werd dar Riagg-hulpverlener) worden. Trix was zwanger en samen stopten we in december 1972 met werken. Trix werd huisvrouw, dat was toen helemaal niet vreemd nog, ik ging studeren, twee jaar fulltime aan de Hogere School voor Gezondheidszorg. We bleken met weinig geld toe te kunnen.

Nog iets anders speelde. Ik was erg bezig met wat hulpverleners en vooral ook mezelf nu eigenlijk inspireert en motiveert, dus waar we de energie vandaan halen. Ik was aan het lezen in het boek van Foudraine 'Wie is van hout' toen ik op een dag het onderwerp aan de pesoneelskoffietafel aansneed en me hardop afvroeg of we met het helpen van anderen misschien ook onszelf probeerden te helpen. De zenuwarts (toenmalige combinatieopleiding voor specialist in neurologie en psychiatrie) die naast me zat keek me aan, legde z'n vinger over z'n lippen en zei zachtjes 'Sst'. 'Als het maar werkt', mompelde hij toen nog. Maar zo zat ik niet in elkaar.

Behoefte had ik ook aan meer mogelijkheid om zelfstandig te werken vanuit eigen beslissingen. De slaapkuren van deze afdeling stonden me tegen. In wezen werden mensen een dag of tien bijna bewusteloos gehouden om ze daarna wakker te laten worden en ze, voordat ze beseften dat er niets veranderd was, naar huis terug te sturen.

Kortom: ik wilde me breder oriënteren.

Pagina gemaakt 25-6-2017.