Ik kan mama heel niet wakker krijgen

Het was augustus 2001. Ik was net opgestaan die maandagmorgen, toen mijn vader belde. 'Ik kan mama heel niet wakker krijgen', meldde hij. Uit het verhaal begreep ik dat ze de middag tevoren was komen te vallen en dat ze zich raar in haar hoofd had gevoeld en dat ze paracetamol had genomen en naar bed was gegaan. Ze had wel een heel lange nacht geslapen nu. En hij kon haar niet wakker krijgen. 'Ze heeft een hersenbloeding', zei hij ten slotte.

Ze hadden die zondag de huisartspost gebeld en ze moesten maar langskomen. Maar toen kon mijn moeder al niet meer op de benen staan. Ze zouden haar hebben moeten dragen. Dus hadden ze afgewacht.

Nu wilde de dokter van de dokterspost wel komen. Hij belde meteen de ambulance en toen wij 's middags bij de neuroloog in het ziekenhuis waren, legde hij ons de hopeloosheid van de situatie uit aan de hand van foto's van haar hersenen. 'We kunnen een gaatje boren om de druk weg te nemen, maar meer dan vegeteren zal ze niet meer doen.' Mijn vader besloot rap dat dat niet ging gebeuren, dat gaatje. En dus wachtten we op het einde.

Het was een wonderlijk licht gevoel, vlakbij mijn moeder te zijn, zonder angst. Ik kon haar hoofd vasthouden. Ik voelde me opgelucht en dat gevoel zou in die paar dagen en daarna alleen maar groter worden. Voor mijn beleving werd mijn moeder steeds meer moeder voor me toen ze niets meer in te brengen had. Een strijd was voorbij, haar eigen strijd en ook mijn strijd met haar. Als er al verhoring was van mijn gebeden, was het nu.

En nu, zestien jaar verder, kan ik niet aan haar terugdenken zonder tranen. Wat heeft zij met haar tekorten mijn leven bepaald. Wat had ik graag een gelukkige moeder gehad. En toch ben ik door deze moeder geworden die ik geworden ben. En dat is goed.

Pagina gemaakt 30-6-2017.