Oecumene

In de tachtiger en negentiger jaren was ik actief in de oecumenische gemeente in de wijk waarin ik woon. Ik was toen allang geen kerklid meer, maar dat bleek geen bezwaar. Ik was contactpersoon (dat heet nu weer ouderling), deed huisbezoeken en jarenlang zat ik in de redactie en deed ik de administratie van het kerkmaandblad. Ik typte alles uit en maakte het klaar voor de stencilmachine. Daar nam o.a. mijn vrouw het over. We bezorgden in die tijd honderden exemplaren, gratis bij ieder die het wilde ontvangen. Ik kon niet nalaten ook zelf in het blad te schrijven. Sommige lezers gaven ooit onomwonden aan zich te ergeren aan mijn stukken. Maar ik liet ook anderen aan het woord en maakte voor elke nummer een uitgebreid interview, meer dan 50 in totaal, met altijd ook vragen over de beleving van geloof en kerk. De geïnterviewden vormden een gemêleerd gezelschap, waaronder veel jongeren en ook predikanten.

Het geloven in de gemeente was vooral traditioneel en de christelijk kernwaarden bleven dus intact. Ik heb me ingezet, dat was mijn eigenlijke insteek in deze gemeente, om te proberen de samenwerking van deze oecumenische groep (waarin hervormden, gereformeerden, doopsgezinden, remonstranten en katholieken) uit te tillen over de muren van het christendom heen. Mijn visie was toen dat de christelijke kerk zich niet op een eilandje moet terugtrekken, maar in gesprek moet zijn met andere geloven, waar we wellicht ook nog van zouden kunnen leren, net als andersom. In mijn wereldbeeld van toen was het gevaarlijk zoals religies eilandjes vormden die elkaar buiten beschouwing lieten. Ik wilde op zoek naar een soort grootste gemene deler en in elk geval wilde ik de kerk open voor andersgelovigen. Ik stond meer het luisteren naar anderen voor dan het altijd weer herhalen van vaste rituelen en de bijbehorende boodschap. De tijd bleek er niet rijp voor en of dat ooit anders zal zijn, lijkt me nu, in 2017, de vraag. Eerder dan dat zal het georganiseerde christendom van de traditionele kerken, vrees ik, ophouden te bestaan. Die conclusie stelt me teleur.

Pagina gemaakt 1-2-2017.