Oud papier voor nieuwe kerk

We brachten niet alleen folders rond. We verzamelden ook oud papier. De christelijke gereformeerde Bethelkerk werd te duur in onderhoud of had te weinig ruimte, zoiets moet het geweest zijn. Er moest een nieuwe kerk komen, volgens mij was er aanvankelijk zelfs sprake van een extra kerk. We haalden oud papier op en verkochten dat aan de handel voor een paar centen, dat wisselde nogal, per kilo. We haalden zoveel oud papier op dat we het niet onder dak kregen. Maar geen nood: een kerklid een aantal straten verderop had een ongebruikte schuur en die konden we als verzamelplaats gebruiken.

In alles werd voorzien. Op de ambachtsschool werd les in lassen gegeven en in houtbewerking. Er kwam een stevige handkar op twee fietswielen waarmee we langs de deuren konden. We sleepten heel wat papier bij elkaar.

Het moet na jaren van oud papier geweest zijn, dat ik de initiatiefnemer was van een actie die in mijn ogen meer hout zou snijden: de honderdguldenactie, een gift dus van honderd gulden voor de nieuwe kerk. Ik was zelf de eerste om op de actie in te tekenen. Ik herinner me dat ik teleurgesteld was over het aantal mensen dat aan de actie meedeed.

Op een bepaald moment was er een stuk grond gekocht waar de nieuwe kerk zou moeten komen, ik meen aan of nabij de Doctor Colijnstraat, maar de kerk is daar nooit gebouwd. Pas in 1983, 25 jaar na de periode van sjouwen met de handkar en toen ik al tien jaar geen kerklid meer was, is de nieuwe kerk er op een andere plek gekomen. Ik beschouw hem een heel klein beetje als 'mijn kerk'.

Pagina gemaakt 15-6-2017.