Wie het was

Ik kende hem niet. In de crisisdienst werd mij gevraagd te zien of hij thuis was. Hij was weggelopen uit zijn opname. Ze waren bang dat-ie zich iets zou aandoen.

Ter plekke deed niemand open. Dus belde ik de burgemeester om toestemming te vragen om met de politie naar binnen te gaan. Die toestemming kreeg ik, telefonisch.

Twee agenten. 'Er ligt al een steen klaar', zei één van hen die een steen uit de tuin opraapte. Hij sloeg er een aantal keren mee op een dubbelglasruit, maar die wilde niet wijken.

Ik stelde voor de voordeur te proberen. Ik had gezien dat onderin enkel glas zat. En zo kwamen we binnen. We gingen het huis door, het hele huis, alle vertrekken. Bij het openen van deuren hielden we de adem in. Hij was er niet.

De agenten hadden een telefoonnummer om de voordeur te laten repareren. Ze zouden het regelen.

Ik heb nooit geweten wie het was naar wie we zochten.

Pagina gemaakt 24-6-2017.