(Bloed)verwantschap, aanverwantschap

Bloedverwantschap in de rechte lijn is die tussen ((over-)groot)ouders en ((achter-)klein)kinderen. Ouder-kind is eerstegraads verwantschap v.v. Verwantschap in de zijlijn loopt via de gemeenschappelijke (voor)ouder. Broer en zus zijn zo tweedegraads verwant. De telling moet dus altijd lopen via de gemeenschappelijke (voor)ouder. Neef en nicht zijn dan derde- (kind van broer of zus) of vierdegraads (kind van oom of tante, tellen via opa of oma) verwant. Mijn ooms en tantes zijn zo (via grootouder) derdegraads verwant.
Aanverwant zijn de officiële partners (huwelijk of sedert 1-1-1998 het geregistreerd partnerschap en ook het notarieel vastgelegde samenlevingscontract) van verwanten, hun ouders en hun kinderen et cetera. Zij zijn verwant in dezelfde graad als hun bloedverwante partner.

Halfbroer of -zus geldt als volledig verwant, et cetera, ook al loopt de bloedband via één ouder. Een latere partner van één van de ouders (stiefouder) is aanverwant, evenals het kind (stiefkind) uit een eerder huwelijk van één van de partners. Stiefbroer en stiefzus (er is geen gemeenschappelijke ouder) zijn niet aanverwant.

Geregistreerd partnerschap loopt via de ambtenaar Burgerlijke Stand en is in hoofdlijnen gelijk aan een huwelijk. Een samenlevingscontract loopt via de notaris. Bij zo'n contract ben je niet automatisch elkaars erfgenaam en evenmin bestaat er recht op alimentatie, tenzij daarover bij de notaris afspraken zijn vastgelegd. Bij bijvoorbeeld annuleringsverzekeringen worden huwelijk, geregistreerd partnerschap en samenlevingscontract via de notaris als gelijkwaardig gezien voor wat betreft de aanverwantschap.

Zie ook hier.

Pagina gemaakt 16-2-2018.