30-5-2006

Afscheid Riagg

Geef me de beste hulpverlener die je hebt, zei de cliënt tegen de teamleider. 'Iedere hulpverlener hier is de beste hulpverlener', antwoordde die. Als je inziet dat wat jij als bijzonder beschouwt niet bijzonderder is dan al het andere, ben je verlicht.

Meer dan de helft van mijn leven tot nu toe bij deze Riagg, is dat bijzonder? Alles is bijzonder! Iedere collega, iedere cliënt is en was uniek. Allen maken en maakten deel uit van het grote geheel. Voor mij hoorde ieder erbij.

Ik wil het niet hebben over de schaduwkanten die ik door de jaren heen in mijn werk ervoer. Ze zijn geweest en ze maken nu deel uit van wie ik geworden ben. Dat is goed, heel goed. Velen kwamen op mijn pad in mijn Riagg-bestaan. Sommigen zal ik recht gedaan hebben, anderen misschien niet. Zij waren bij een collega wellicht beter af geweest, maar ze waren mijn cliënt en meestal betekende dat toch dat ze het met mij moesten rooien. Ik hoop dat de uiteindelijke waarde van onze contacten ook in hen deel mocht worden van hun bestaan.

Ik heb veel cliënten gezien, en, alhoewel ik de laatste jaren moeite had met het vlot bereiken van herinneringen op mijn interne harde schijf, het was ook zo dat sommigen, ook van vele jaren her, zomaar bij me konden opkomen in mijn gedachten of mijn dromen. Zij vergezelden me op mijn reis door de jaren. Een enkeling is nooit meer van mijn zijde geweken. Ik denk aan die cliënte die niet los kon komen van haar moeder en de moeder die mijn contact met haar dochter niet apprecieerde. Zij, die moeder, diende tot tweemaal toe een klacht tegen mij in en uiteindelijk voelde ik me aan deze Riagg verplicht om het contact op te geven. Juist deze jonge vrouw is het die sinds het verbroken contact elke dag in mij is geweest! Ook daarom geloof ik dat alles wat je jezelf oplegt, terwijl je anders wilt, zich tegen je zal keren. Ja, deze ervaringen leerden me een levensles!

Vandaag, als ik dit schrijf, sprak ik met een cliënte over wat liefde is. Zij kon liefde niet losmaken van seks. Ik zie dat geheel anders. Ik heb van mijn mensen, mijn cliënten en mijn collega's, gehouden, alhoewel in gradaties. Sommigen heb ik lief. Zij zijn het die mij vergezellen, niet omdat ik nog contact met hen heb, maar omdat zij deel van mij werden. Ik vind het moeilijk in woorden aan te geven, maar zo is het dicht bij mijn gevoel.

Het leven van hulpverlener is een rijk leven. Al problemen analyserend, me in gevoelens verdiepend, nabijkomend in de wanhoop, werden ook mijn eigen problemen helderder, kon ik mijn eigen gevoelens beter gaan begrijpen en leerde ik mijn eigen wanhoop meer als deel van mezelf te accepteren. Laten we er maar eerlijk over zijn, nietwaar?

Ik ben een solist, minder een samenwerker. Een eigenzinnige solist, misschien langzaamaan. Zo kom ik het best tot m'n recht, denk ik. Wonderlijk genoeg heb ik op mijn werkplekken binnen deze Riagg immer volop ruimte gevoeld om te zijn die ik ben. En dat is het natuurlijk, waarom ik hier nog altijd ben, waarom ik in mijn leven tot nu toe maar één sollicitatiebrief geschreven heb. Ik ben daar dankbaar voor.

Geleidelijkaan heb ik afscheid genomen. Maar mijn Riagg-leven blijft bij me, in me, deel van me. Ik ben dankbaar voor dat het mij mogelijk was zo geleidelijk te stoppen, weg te gaan. Toen in 1998 mijn neuroloog me zei liever helemaal met dit werk te stoppen, was ik daar bij lange na niet aan toe. Dat ik zijn advies heb laten waaien, daarvan heb ik geen dag spijt gehad. Inderdaad, ik had een en ander verloren. Maar ik heb in dat verlies ook heel veel goeds teruggevonden. Ik ervoer het als een groot voorrecht zelf te mogen kiezen hoeveel uren en op welke tijden ik wilde werken. Ik ervoer het als een voorrecht dat ik met mijn drie dagdelen per week nog meer dan zeven jaar mee heb mogen doen. Ik heb daarin, maar niet alleen daarin, gevoeld dat er hier van me gehouden is. Ik ervoer het als een voorrecht dat onze sociale voorzieningen het grootste deel van mijn inkomensverlies opvingen en op bleven vangen. Dat is iets waar ik in ons land trots op geworden ben. Die laatste reeks van jaren heb ik een mooi leven gehad, mooier had ik me nauwelijks kunnen wensen. Zo viel er een nieuw licht op de schaduw die over mijn leven gekomen was.

Ten slotte, ik voel het als een voorrecht afscheid te mogen nemen dat niet als een einde voelt en evenmin als een nieuw begin. Omdat hij een longontsteking had opgelopen en te laat om hulp had gevraagd, was ik gisteren een extra dagje bij mijn bij mijn nog zelfstandig wonende 86-jarige, sinds een jaar vrijwel blinde vader. Een broer van me belde hem en vroeg daarna mij aan de lijn. Hij had opgevangen dat ik vandaag mijn afscheidsreceptie zou hebben. De hoorn van mijn vaders telefoon geeft een nogal krachtig geluid. Hij bleek het gesprek mee te luisteren. 'Zul je je wel vermaken?', vroeg mijn broer me. En nog voor ik antwoordde mompelde mijn vader: 'Daar ben ik helemaal niet bang voor!' Hij en ik, we zien lang niet alles gelijk. Maar dit wel.

24-5-2006

De lucht die je inademt

In de Volkskrant van vandaag: 'Effect roken op foetus is langdurig'. De groei wordt vertraagd, maar de foetus weet de meest vitale organen (hersenholte) naar het schijnt het langst te beschermen. Een laag geboortegewicht leidt vanaf 20 jarige leeftijd tot een verhoogd risico op te hoge bloeddruk en verhoogd cholesterol. Maar veel moeders willen juist graag een kleine baby omdat dat makkelijker lijkt bij de bevalling. 'Ze beseffen niet wat ze aanrichten', vindt gynaecoloog Eric Steegers over roken tijdens de zwangerschap.

Vorige week zijn de handtekeningen voor een rookvrije horeca, ingezameld door CAN, aangeboden aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Ik zal één van de weinigen zijn, maar ik maak nogal eens rechtsomkeert in de deur van zo'n gelegenheid waar gerookt mag worden. Het vervelendst vind ik die beslissing als ik niet alleen ben, omdat ook mijn gezelschap zich daardoor gedwongen voelt een andere gelegenheid te zoeken. Ik ben benieuwd hoeveel tijd de politiek nodig zal hebben om wat de handtekeningenactie betreft een standpunt te bepalen en wat voor overgangsmaatregelen er nog meer bedacht kunnen worden. Een kleine dertig procent van de Nederlanders rookt. Waarom is democratie zo moeilijk?

Mensen, dieren en planten zetten in hun ademhaling een hoeveelheid zuurstof om in kooldioxide of koolzuur. Dat is anderhalf maal zo zwaar als de lucht in de dampkring. Alle verbranding van koolstoffen, onder andere in industrieën, auto's en elektriciteitscentrales, voegt de nodige kooldioxide toe. Dit broeikasgas is het enige waarvan door inspanningen van het bedrijfsleven de uitstoot niet (genoeg) afneemt. In 'Milieubalans 2006' van het Milieu- en Natuur Planbureau wordt duidelijk dat met name de consumenten de milieuwinst die bedrijven qua kooldioxide boeken, ongedaan maken door zwaardere auto's, toenemend elektriciteitsgebruik en aanschaf van milieubelastende producten. De Kyoto-doelstelling is om in 2012 zes procent minder kooldioxide uit te stoten dan in 1990. In de krant van vandaag is staatssecretaris Van Geel van Milieu optimistisch over de haalbaarheid van deze doelstelling.

In dezelfde krant lees ik dat in Den Haag is besloten dat het plafond voor uitstoot van schadelijke broeikasgassen in de periode 2008-2012 niet omlaag hoeft. Zo mag er in die jaren in Nederland 99,2 miljoen ton kooldioxide per jaar uitgestoten worden. Binnen de Europese Unie wordt gehandeld in emissierechten, het recht op vervuiling dus in feite. Grote Nederlandse bedrijven kregen emissierechten en verhandelden die, voor zover ze ze niet zelf opgebruikten. Dat betrof maar liefst zeven procent van de kooldioxiderechten. Greenpeace is teleurgesteld over de nieuwe lijn, met name over het niet verlagen van het plafond. 'Dit is slecht voor het milieu', zegt Joris de Blanken. En inderdaad: als aan overgebleven emissierechten wordt verdiend zonder dat het plafond omlaag gebracht wordt, is niets anders dan het milieu, lees de lucht die wij en onze kinderen inademen, het kind van de rekening.

De lucht die je inademt, is je leven. Lucht is de meest primaire levensvoorwaarde. Een ongeboren kind doet het met de door moeder ingeademde lucht, al dan niet vergiftigd. Verslaving is een kwaal die ik niet wil onderschatten. Ik weet van nabij hoe moeilijk, hoe onmogelijk het kan zijn een nicotineverslaving de baas te worden en te blijven. Vaak is die verslaving ook een vorm van zelfmedicatie. In mijn werk kwam ik wel tegen dat onder (tijdelijke) verhoging van een antipsychotische medicatie een gewenste overwinning van de verslaving gerealiseerd kon worden. En dan de lucht die wij allen inademen. Vrijwel niemand van ons schaamt zich nog als hij of zij een automotor start. Vrijwel ieder in de nabijheid van een auto-uitlaat accepteert, altijd opnieuw, de gratis vergiftiging zonder mokken. Daarbij past beleid van de overheid waarin grote bedrijven verdienen aan overtollige emissierechten.

21-5-2006

Aangeraakt

Vanmorgen bezocht ik de viering in de kerk hier in de wijk. De groep diakenen had de voorbereiding gedaan en de uitvoering was ook in hun handen. Het thema was 'mantelzorg'. In plaats van een preek waren er interviewtjes over het onderwerp met ervaringsdeskundigen uit de gemeente.

Door de afwisseling, een groepje jonge meiden musiceerde ook nog, sprak de viering me aan. Bij de weergave van een verhaal uit een boek van Kees Opmeer werd ik zodanig aangeraakt dat ik een traantje moest wegpinken. In het verhaal past een meisje, een kind nog, op een ander kind. Ze maakt zich tegelijk zorgen om haar moeder, die zich vandaag niet goed voelde. Als moeder dan herhaald de telefoon niet opneemt, gaat ze op een drafje naar haar eigen huis terug, angstig dat haar iets overkomen is. Maar moeder ligt in bed en had geen zin om de telefoon op te nemen. Ze had niet verwacht dat haar dochter zou proberen te bellen.

Mantelzorg, hier door een kind, misschien zelfs een geparentificeerd kind. Die zorgen en ongerustheid om moeder waren het waardoor ik werd aangeraakt. Ik ken dat. In dit verhaal is moeder een keer niet lekker. Mijn moeder kon het leven niet aan, was niet toe aan een huwelijk, niet toe aan een gezin, niet toe aan mij. Ze was niet met zichzelf in het reine, niet met haar man, niet met mij. Dikwijls was ze ongelukkig en onmachtig en dat uitte ze ook. Als kind leerde ik al bezorgd en ongerust te zijn, me op de achtergrond te houden en soms ook haar te 'beschermen'. Inderdaad: geparentificeerd. En misschien nog wel depressief ook.

Als kind ben je van je ouders afhankelijk. Het belangrijkste is dan dat zij gelukkig zijn. De gelukkige ouder is een eerste levensbehoefte voor het kind. Ziekte en instabiliteit van een ouder kunnen ervaren worden als een directe bedreiging van het eigen ik en kunnen zo de eigen ontwikkeling belemmeren.

Mantelzorg is in mijn ogen zorg vanuit keuze, maar in werkelijkheid is het vaak zorg vanuit plicht. Ouders bijvoorbeeld kunnen hun kinderen claimen, hun hun vrijheid ontnemen. Niet alle kinderen hebben de ruimte om dat te doorzien of om dat niet te accepteren. Dat geldt zeker voor jonge kinderen.

Ik moet denken aan die eerste kerstdag toen ik in de vrieskou onze hond van toen uitliet. Een meisje van een jaar of zes, misschien zeven, kwam me schreeuwend in haar paniek tegemoet. Ze liep op sokken, had geen jas aan en huilde wanhopig. Ik sprak haar aan. 'Mijn vader gaat mijn moeder vermoorden', snikte ze. Ze kón niets anders dan weglopen.

Ik was nog met haar in gesprek toen ze geroepen werd. Haar vader ... Hij bleef op afstand, gebood haar naar huis te komen. Dat deed ze ook en ik stond daar nog en keek hen na. Ze was meer dan van één straat ver gekomen. Waarheen was ze op weg? Of wilde ze alleen maar weg?

Wij allen lopen al in onze kindertijd onze eigen trauma's op. Dat is niet alleen maar negatief, zeker, negatief is 't ook! Maar trauma's kunnen ons sterker maken. Onze trauma's leren ons het leven aan te kunnen en dikwijls wijzen ze ons het goede spoor op onze levensweg.

Juist deze week waren we met ons groepje niet-kerkleden in deze gemeente bijeen en stelden we ons de vraag hoe onze ideale viering er uit zou moeten zien. Ik zei toen dat voor mij essentieel is dat ik me in zo'n viering aangeraakt voel. Vandaag voelde ik dat: aangeraakt op het niveau van mijn kindherinneringen, van mijn trauma uit die tijd. Het is goed elkaar te raken, ook als dat is op gevoelens die voorbij zijn maar toch ook niet. Sommige gevoelens gaan een leven lang niet meer voorbij en misschien nog wel langer dan dat. Als er maar aan die gevoelens geraakt mag worden, als ze er maar mogen zijn, als je maar weet dat ze je hielpen te worden die je geworden bent en als je jezelf als zodanig maar durft accepteren. Dan zal elke aanraking kunnen helpen een stapje verder te komen in je verdriet, je woede, je angst. En het mooie is dat, als je een eind met dit alles op weg bent, dat zich dan ruimte ontwikkelt voor anderen, voor hun gevoelens, hun trauma's. Hulpverleners moeten ooit zelf een tik van de molen hebben gehad, zo denk ik vaak. Voor mezelf is dat zeker het geval.

17-5-2006

Moeizame communicatie

Gisteren was zo'n dag waarop ik werd bepaald bij hoe moeizaam communiceren kan zijn. Communicatie lijkt iets vanzelfsprekends, maar is dat lang niet altijd. Zowel wanneer mensen erop uit zijn iets te zeggen als wanneer ze erop uit zijn iets juist niet te zeggen, kan communicatie gestoord raken.

Gisteren was ik een dagje bij mijn vrijwel blinde vader, nog immer op zichzelf en gelukkig met elke dag. Om op de hoogte te blijven, zet hij de tv aan om het nieuws te kunnen horen. Gisteren was de dag van Hirsi Ali en hij was opmerkelijk geïnteresseerd om de ontwikkelingen te volgen. Wat hij precies vond van haar, van haar partijgenoot en tegenstandster Verdonk en van de zich ontwikkelende opinies in het Haagse werd me niet duidelijk, maar die duidelijkheid was ook volstrekt niet nodig. Mijn vader en ik denken over veel onderwerpen te verschillend en hebben een beetje geleerd de ander niet meer met de eigen denkbeelden te belasten. Met name is dat zo wat betreft de voor beider beleving wezenlijke en gevoelsmatige dingen van het leven. Het is een relationele tekortkoming die het contact versmalt tot veilige onderwerpen en tegelijk toch ruimte biedt om met elkaar te zijn. Ook het tekort heeft in communicatie z'n charmes.

Het middagprogramma was al geregeld: eerst op de thee bij de oudste zus van mijn vader, daarna op de thee bij zijn schoonzus die vrijwel volledig doof is. 'Het is een krakkemikkig zootje geworden', verzuchtte mijn vader al eens over zijn mensen rondom. Niet zo vreemd, lijkt me. Het gaat allemaal om tachtigers. De schoonzus kan mijn vader niet bereiken. Lange tijd probeerde ze het nog door hem te bellen, maar op 't laatst, wetend dat alle moeite toch tevergeefs was, luisterde hij naar haar roepen zonder een woord terug te zeggen en legde hij op als zij had opgelegd. Nu kennen we natuurlijk wel een weg om ons eventuele bezoek aan haar aan te kondigen. Dat kan via haar kinderen, die haar dan een mededeling per fax sturen. Maar ditmaal was alles dus al tevoren bedisseld. De schoonzus vond op een keer een ander kanaal om met mijn vader te communiceren. Ze schrijft nu geregeld een brief aan zijn oudste zus, waarin ze naar hem informeert. Zijn zus belt hem op naar aanleiding van die brief en schrijft haar vervolgens terug. Op die wijze was ook de afspraak van gisteren tot stand gebracht.

Het is moeizaam communiceren tussen een blinde en een dove. Hij doet moeite haar te bereiken, buigt zich naar haar over en verheft z'n stem, maar aan het jammerlijk gepiep van één van haar gehoorapparaten, voor de gelegenheid toch nog maar eens ingebracht, is al te horen dat er voor haar niets te horen valt. Wij zijn de enigen die het gepiep opvangen, haarzelf deert het allang niet meer. Het vreemde is dat het lijkt dat ze mij wel af en toe verstaat. Ik denk dat ik me voldoende bewust ben van duidelijk te moeten articuleren en dat haar liplezen, samen met haar verwachting van hoe het antwoord zal luiden, haar net voldoende helpt te interpreteren. Zo weet ik onder mijn rol van scribent, steeds voor haar opschrijvend wat hij te berde brengt, uit te komen.

In het begin van de avond ga ik op mijn thuisreis nog even aan bij Piet, mijn lagereschoolvriend. Vorig jaar ben ik opnieuw met hem in contact gekomen, nadat hij mij vond op internet. Eerst dacht hij dat ik het niet was of niet kon zijn. Hij mailde mij heel voorzichtig: 'Ben jij 't Gert, van Christelijk Nationale School II? Ken je me nog?' Ik kende hem nog en vond het heel mooi hem opnieuw te vinden. Weliswaar steeds maar even, maar we hebben heel wat uitgewisseld en wederzijds is er ruimte voor de ander en ook voor het andere. We verschillen in onze geloofsbeelden, maar het mag er zijn en het is allemaal goed. Geheel anders dus dan in relatie tot mijn vader. Gisteren memoreerde Piet naar zijn 13-jarige dochter Naomi nog even dat hij maar moeizaam leerde en dat hij wel eens mijn uitkomsten had overgeschreven, maar net niet alles, want er moesten toch ook een paar fouten zijn omdat het anders te veel zou opvallen. Dezelfde dochter had vorig jaar Piet tot zijn zoekopdracht op internet aangezet toen ze hem vroeg of hij dan vroeger niet een schoolvriendje had gehad. Zo gaan die dingen.

Zoals gewoonlijk val ik onverwachts bij Piet binnen. Ik heb weet van zijn leven, van zijn geluk, van zijn zorgen. Ik ken hem sinds vorig jaar steeds een beetje meer. Als gewoonlijk ben ik welkom: 'Kom erin!' Piet was net aan de tv gekluisterd, de debatten in de Tweede Kamer naar aanleiding van Hirsi Ali's leugens bij haar naturalisatie. Maar hij drukt de tv direct uit als we binnen zijn. 'Dat heten dan de wijze mensen', zegt hij hoofdschuddend, 'maar als dat wijs is, laat mij dan maar dom zijn.' Maar Piet is niet dom. Ik vind Piet een wijs man. Is niet veel meer het Haagse gekonkel dom?

Later op de avond zie ik een soort samenvatting. Is er nu echt in dit land niets belangrijkers om je mee bezig te houden? Dat gevoel bekruipt me het nog meest. Hirsi Ali heeft gelogen. Misschien had ze voor haar gevoel geen keus. Ze was toch niet voor niets op weg naar de vrijheid? Haar tegenstandster liegt hier, ter plekke. Daar heb ik geen woorden voor nodig, haar lichaamstaal zegt me genoeg. En ik vind het zelfs niet belangrijk waarover ze liegt. Ik vind haar zwak in haar kracht. Jammer van haar oogkleppen die ze kennelijk nodig heeft om op het goede spoor te blijven! Jammer van al deze zinloos verspilde energie. Jammer van al deze zogenaamde wijsheid.

In de Tweede Kamer gaat het debat niet meer via de voorzitter, merkte ik. Ieder spreekt iedereen die hij of zij iets te zeggen of te vragen heeft gewoon aan met 'Voorzitter'. Kijk, dat vind ik vooruitgang, dat je kennelijk tegenwoordig niet meer aan de kamervoorzitter duidelijk maakt wat je vindt over wat je gesprekspartner voor voren heeft gebracht, maar dat je die gesprekspartner gewoon zelf met 'voorzitter' aanspreekt. Nu het non-item nog inruilen voor iets wat werkelijk van belang is en we zijn een stuk verder.

10-5-2006

Alternatief? (2)

Een jaar of vijftien geleden ben ik bij een elektroacupuncturist geweest, een tandarts die dat erbij deed. In verband met mijn toen ernstige allergische problemen was ik me gaan afvragen of de amalgaam in mijn gebit misschien een boosdoener bij mij kon zijn. In een Amerikaanse studie had ik gelezen hoe je van kwikdampen (uit de amalgaam) allerlei ernstige klachten kunt krijgen. Ergens anders had ik gelezen dat elektroacupuncturisten de eventuele oorzaak in het gebit van dit soort klachten zouden kunnen aantonen.

Ik was aan het denken gezet door een repeterende droom. Steeds opnieuw droomde ik in die tijd dat ik dreigde te stikken, doordat al mijn kiezen me los achter in de mond lagen. Die droom kwam zo systematisch terug dat ik meende er wat mee te moeten.

Over die elektroacupunctuur heb ik geen mening. Ik heb er te weinig ervaring mee. Wel meldde de tandarts-elektroacupuncturist me dat het er inderdaad op leek dat de amalgaam lichamelijk reacties bij mij uitlokte en hij gaf expliciet aan dat verwijdering van alle amalgaam wellicht heilzaam voor me zou kunnen zijn.

Mijn eigen tandarts was er niet blij mee: ik had nogal wat amalgaam in mijn gebit en een heel aantal kiezen zou na verwijdering niet meer te repareren zijn, zodat ik een fors aantal kronen zou dienen aan te schaffen. Desondanks nam hij de klus aan en hij besteedde er alles bij elkaar een fulltime werkweek aan.

Al enkele weken na de verwijdering van de laatste amalgaam kon ik de medicatie waar ik ook moe van werd (antihistaminica: zyrtec en triludan) en waar ik bovendien steeds maar meer van moest slikken, stoppen. Dat was een hele opluchting. Daarna heb ik er tot nu toe over gedaan om de klachten langzaam maar zeker steeds verder naar de achtergrond te zien verdwijnen. Inmiddels is er ruwweg minder dan één procent van de klachten van toentertijd over en ik moet zeggen dat ik van deze alternatieve beslissing nooit spijt heb gehad.

9-5-2006

Alternatief?

Nu het medisch bedrijf in ons landje verdrinkt in de eigen bureaucratie, kan het geen kwaad ook eens te kijken naar alternatieven.

U kent het vast wel: er is een gezondheidsprobleem en de huisarts heeft van alles geprobeerd, maar de klacht blijft en verergert. Alhoewel huisartsen veel goed en zinvol werk doen, komt ook dit voor. Dan wordt het tijd voor een specialist. De hoogste tijd, volgens de partner van zo'n patiënte, die ik gistermorgen sprak. En dan blijkt de reguliere internist nergens een 'gaatje' te hebben en kan er dus geen afspraak gemaakt worden. De man die ik sprak, had er gistermorgen vrij voor genomen van zijn werk en was om acht uur gaan bellen. Ik sprak hem om half tien en toen was hij zover dat de ziektekostenverzekering toestemming had gegeven om te zoeken in het particuliere circuit, een commerciële kliniek dus. Ik moest denken aan Zuid-Afrika: blanken daar hebben ook een verplichte ziektekostenverzekering, maar kiezen in groten getale om daar in voorkomende gevallen geen gebruik van te maken en betalen liever zelf een privé-kliniek. Bureaucratie is ook daar een afschrikwekkend toverwoord. Ik vroeg de man door naar de reacties van de hulpverleners die hij inmiddels gesproken had: 'Iedereen is, als je het probleem hebt uitgelegd, van goede wil en denkt mee. Je wordt met adviezen en telefoonnummers van alternatieven om de oren geslagen, maar uiteindelijk schiet je er allemaal niets mee op. De wil is het probleem niet, het harnas is het probleem.' 's Avonds hoorde ik van de man dat na ons contact van 's morgens een telefoontje van een paar minuten met een privé-kliniek in Bilthoven voldoende was geweest om voor de volgende morgen vroeg een afspraak bij een internist te hebben. 'Het kan dus heel anders dan in de reguliere zorg.'

Ik heb zelf na mijn herseninfarct ervaren hoe er weliswaar van alles onderzocht en uitgezocht wordt, maar hoe er tegelijkertijd niet zo erg gewerkt wordt aan het vinden en zo mogelijk oplossen van oorzaken van het probleem. In mijn geval stagneerde het medische bedrijf uiteindelijk op het punt van behandeling van symptomen en preventieve medicatie. Daarbij is de informatie die je als patiënt krijgt redelijk summier, vind ik. Het moet allemaal snel snel en soms heb je het idee dat een specialist zich niet eens bewust is geworden wie hij voor zich heeft gehad. Ik heb dat in Amerika wel anders gezien, alhoewel sommigen de Amerikaanse gezondheidszorg, door alle zorg die daar gebruikelijk is, als ziekmakend ervaren.

Ik vond ook na een aantal jaren nog de behandeling te symptoomgericht en ik ging op zoek naar alternatieven. Eerst in het paramedische bedrijf, bij een arts die ook 18 jaar huisarts is geweest en zich had toegelegd op homeopathie en orthomoleculaire geneeskunde. Ik bezocht hem in die laatste hoedanigheid en ging dus eigenlijk op zoek naar eventuele oorzaken in mijn voedingspatroon. Dat werd bloed prikken, ik meen iedere keer wel twaalf buisjes. Op het lab verzuchtte de medewerkster eens dat de gezondheidszorg snel failliet zou zijn als iedereen naar dit soort artsen zou gaan. Ook op mijn urine bleek het nodige aan te merken. Problemen met de homocysteïne- en de taurinehuishouding zouden in mijn geval oorzakelijke factoren kunnen zijn. En het gevolg was een hoeveelheid pillen erbij, vooral voedingssupplementen die dus niet door de verzekeraar worden vergoed. Door de jaren heen werden het er ook steeds meer overigens. Hoe ik me voelde sinds ik met de behandeling begonnen was, was geregeld de vraag. Ik voelde me doorgaans goed, voor ik met de behandeling begon al en tijdens de behandeling evenzo. Het viel me op dat de consulten, overigens wel door de verzekeraar vergoed, altijd heel kort waren. Alles werd heel zakelijk gehouden. Ook een telefoontje van mijn kant of het afgeven van een herhaalrecept werd immer als een half consult berekend. Dit leek me in elk geval gezondheidszorg om snel rijk van te worden. Dus begon na een paar jaar de twijfel en ik besloot mijn middelen maar eens af te bouwen en te zien of dat wat uit zou maken. Dat bleek het niet te doen, althans niet wat betreft hoe ik me voel en mogelijk wel wat betreft allerlei heel specifieke bloedwaarden. Het moge duidelijk zijn: ik heb twijfels bij de zin van de orthomoleculaire geneeskunde.

Toen heb ik me gewaagd op de weg van de klassieke homeopathie. Ook deze behandeling wordt door mijn verzekeraar vergoed. Daar vond ik een hulpverleenster die ver doorvroeg en doorvraagt. Een consult duurt zomaar een vol uur of zelfs langer. Ik merkte hoe het helend werkt om bevraagd te worden op de wezenlijke gebeurtenissen in je leven en je gevoelens daarover. En ook hier middeltjes, opgelost in alcohol, in hele kleine flesjes. Vijfmaal krachtig schudden voor gebruik, gebruiken door aan het flesje te ruiken, meestal eenmaal daags. Toen ik gaande de behandeling een infectie kreeg, waarvoor ik antibiotica nodig had, begreep ik dat de homeopathie ook middelen heeft om acuut op dit soort problemen in te kunnen grijpen. Inderdaad: ook flesjes met een middeltje om aan te ruiken. Eigenlijk had ik het nemen van antibiotica moeten uitstellen, zo begreep ik achteraf. Wellicht zou ik die dan niet eens nodig hebben gehad. Zo bleek de homeopathie, die ik tot dan toe zag als iets ter aanvulling van de reguliere hulp en eventueel als preventief, ook breder inzetbaar dan ik me tevoren heb gerealiseerd. Ik moet zeggen dat ik twijfel als het gaat om een ontsteking aan een orgaan. Ik weet nog niet wat ik een volgende keer ga doen, of ik het aan zal durven het gebruik van antibiotica uit te stellen. Achteraf heb ik me gerealiseerd dat ik een man gekend heb die dat wel zo deed en die vervolgens, na te laat met antibiotica te zijn gestart, aan zijn longontsteking overleed.

Ik kan het nog niet zeggen wat de homeopathie betreft. Helpt het me op een of andere manier, of zouden de veranderingen of fluctuaties die zich voordoen zonder middeltjes ook opgetreden zijn? Net als met de orthomoleculaire geneeskunde weet ik het niet. Ik voel me over het algemeen goed, maar ik denk dat dat ook zonder middeltjes zo zou zijn. Nogmaals: de aandacht die ik hier ervaar, die is goed. En dat aandacht helend kan werken op wat dan ook, daarvan ben ik wel overtuigd.

8-5-2006

Een droom

Ik droom: een reünie van de opleiding MGZ, maatschappelijke gezondheidszorg, die ik in de jaren '73 en '74 deed. Het was een tweejarige voortgezette full-time opleiding voor verpleegkundigen. Ik deed de richting GGZ, geestelijke gezondheidszorg en kon me na afronding van de opleiding sociaal psychiatrisch verpleegkundige noemen.

Er is voor zover ik me herinner nooit een reünie van deze opleidingsgroep geweest. Inderdaad: het zou boeiend zijn de mensen van de groep na 31 jaar nog eens terug te zien. De ene wordt anders ouder dan de ander, de een ook meer dan de ander. Hoe is het verder gegaan? Ik zou die mensen graag nog eens spreken. In een droom is alles mogelijk. Ik zag de groep weer voor me, bekende gezichten. Het voelde goed, het was gezellig. Totdat al snel mensen om me heen hun sigaretten begonnen op te steken. Ik kan daar niet tegen, krijg het er benauwd van en achteraf reageert mijn lichaam met allergische problemen die uren, vroeger zelfs dagen, kunnen aanhouden. Daar waar ik de lichamelijke reactie voel, word ik wakker. Het was maar een droom ...

Het doet me terugdenken aan de tijd van de opleiding zelf. In die tijd was roken een sociale aangelegenheid. Het hoorde er gewoon bij. Tijdens de lessen werd er dan ook 'gewoon' gerookt. Achteraf realiseer ik me dat ik ook in die tijd degene was die altijd ramen openzette om te luchten. Pas een jaar of vier later zouden mijn ernstige allergische problemen beginnen. En pas 25 jaar later zouden mijn vaatproblemen zich gaan openbaren en zou mijn neuroloog me duidelijk maken dat ik in mijn leven veel te veel gerookt heb, alhoewel ik dat zelf nooit gedaan heb. Ik zie z'n gezicht nog voor me: nooit gerookt? Voor hem lijkt meeroken gelijk aan zelf wel roken. Wie weet kan ik ooit nog eens een claim indienen bij de tabaksindustrie?

Dezer dagen las ik in de krant dat de horeca in Nederland fors achterloopt op de afspraken met de minister op basis waarvan zij vooralsnog is vrijgesteld van haar werknemers een rookvrije werkplek te moeten bieden. Er zijn te weinig rookvrije zones, zoals dat heet, alsof dat kan: roken en rookvrij in hetzelfde vertrek. Eveneens deze week las ik hoe in Amerika het roken tot op een afstand van tien meter van openbare gebouwen verboden is. Kijk, daar kan ik inkomen. Het probleem van voor de open deur staande rokers en naar binnen terug waaiende rook is daarmee goeddeels opgelost, verwacht ik.

De rook is echter niet het primaire probleem. Dat zijn de rokers. Veel rokers hebben geen oog voor gezondheid en belangen van niet-rokers. Dat is ook logisch bij mensen die in hun verslaving gemakshalve de risico's voor de eigen gezondheid bagatelliseren of zelfs ontkennen. Rokers heten levensgenieters te zijn. Velen zijn dat, als het niet anders kan, zelfs ten koste van anderen. Ik denk aan een rokend familielid dat nog maar vijftien jaar geleden de nietrokensticker op mijn voordeur negerend en vervolgens mijn opmerking dat ik er geen prijs op stelde naast zich neer leggend op mijn verjaardag met de opmerking 'eentje dan' gewoon een sigaret in mijn woonkamer opstak en vervolgens niet van plan bleek het bij die ene te laten. Nu zou ik dat zeker niet meer accepteren. Soms heb ik de indruk dat verslaving antisocialiseert, alhoewel ik weet dat verslaafden het andersom zien. In hun ogen ben ik gewoon de asociaal. Mensen verschillen, inderdaad.

Het moge duidelijk zijn hoezeer ik een wettelijk verbod in verband met roken in de horeca op prijs zal stellen. Het zal de enige manier zijn om veel rokers ter plekke te stoppen. Ik hoor dat het verbod in treinen inmiddels werkt, alhoewel ik me mijn laatste rit met de laatste trein vanuit Den Haag nog goed herinner. Dat was een van de eerste rookvrije treinen, de asbakken waren dicht gelast, maar door de hele trein heen werd gerookt. Als ik me goed herinner heb ik op zeven verschillende plaatsen gezeten en werd er steeds opnieuw vlak naast of tegenover me weer opgestoken. Het merendeel van de reizigers in die trein was echter bezat en dus asociaal. In die trein werd dat getolereerd. Alles werd getolereerd, het in brand steken van de trein zelf zou zelfs getolereerd zijn. Ik hoop dat die mentaliteit van NS, of hoe het spoorbedrijf ook moge heten tegenwoordig, wat veranderd is inmiddels. Ik wil de trein binnenkort weer eens proberen.

5-5-2006

Bevrijdingsdag

Mij vergaat het net als Remco Campert. In zijn column in 'de Volkskrant' van vandaag zet hij uiteen hoe hij gisteravond zijn gedachten niet bepalen kon bij de dodenherdenking. Hij verwachtte vandaag wellicht wel even stil te zullen zijn. Ik vind het ook moeilijk, herdenken op commando. Het doet me te veel denken aan mijn militairediensttijd.

Toch was er bij mij wel sprake van herdenking. Gisteren was ik met mijn kleindochter van vijf een dagje bij mijn vrijwel blinde vader. We waren op de plaatselijke begraafplaats. Mijn vader vroeg zich af of hij geen vetplantjes op het graf van mijn moeder zou kunnen zetten. En inderdaad: er groeide niets meer op haar graf. Ik heb er een hovenier van de begraafplaats op aangesproken. Hij zei me dat we ze er rustig in konden zetten, maar dat hij niet wist of ze er morgen nog zouden staan. 'Er zitten hier nogal wat konijnen', zo legde hij ons uit. 'Die vreten alles op.'

Die graven, dat ging nog wel voor mijn kleindochter. Haar 'oude oma', mijn oma en van de andere kant mijn grootouders, het zei haar niet veel. Maar toen we even later bij een nicht op de thee waren, kwam de dood plotseling wel heel dichtbij. Het twaalfjarige hondje Dobbe was onder een vallende baal hooi terechtgekomen en niemand had het gezien. Tevergeefs had de familie overal naar hem gezocht. Het bos was er zelfs voor uitgekamd. Pas toen die baal van 750 kilo na dagen met de heftruck werd opgelicht, kwam het geplette beestje tevoorschijn. Met grote ogen stelde mijn kleindochter haar vragen. Hoe kon dat dan gebeuren? Waarom wist niemand dat hij onder dat hooi gekomen was? Waarom liep hij daar dan? Ze leek zich voor te stellen dat zijzelf daar had kunnen lopen of staan. En ook dat soort dingen gebeuren.

We redden het net niet om om acht uur 's avonds thuis te zijn. Dat werd dus dodenherdenking in de auto. Ik had op de radio al de oproep gehoord om niet op de vluchtstrook te stoppen, maar tevoren een parkeerplaats te zoeken. Dat had ik niet gedaan en we reden dus door toen de trompetten klonken en de stille minuten begonnen. Iedereen reed overigens door. Ik merkte dat ik wel degelijk bij de slachtoffers van toen was en bij de slachtoffers van nu, bij de achterkleinkinderen die hun 'oude opa' of 'oude oma' nooit zouden kennen. Ik voelde de emotie in m'n keel. En ik vertelde m'n kleindochter over de oorlog. Onvermijdelijk moest ik uitleggen wat oorlog is en dat mensen dan andere mensen doodmaken. Opnieuw die grote ogen: 'Echt?' Ja, echt! 'Waarom doen die mensen dat dan?' Kijk, dat vind ik nou moeilijk, om zoiets uit te leggen. Misschien omdat ik er zelf ook helemaal niets van begrijp. 'Waarom doen die mensen dat dan?' Ik merkte dat ik het antwoord schuldig bleef. Wat kon ik bij deze vijfjarige met een theorie over leiders en meelopers? Wat met het kwaad dat evenals het goede rondom ons is, altijd en overal? 'Ik weet het ook niet', was het beste wat ik wist uit te brengen.

Dodenherdenking 2006. Goed dat er nog meer herdenkingen zullen volgen.

1-5-2006

Zielsverwante zus

Gisteren, 30 april, waren we op verjaarsvisite bij mijn zielsverwante zus. 51 Jaar geleden was het op die datum een warme dag, ik herinner me dat nog goed. Mijn vader is die nacht 'op zijn overhemd' naar het ziekenhuis gefietst. Op die koninginnedag vierden we tevens de toen tienjarige bevrijding.

Sinds jaar en dag vieren we haar verjaardag in hun prachtige tuin middenin het piepkleine Betuwse dorp waar ze wonen. Dat komt omdat het meestal op koninginnedag mooi weer is. Dit jaar was de koninginnedag in verband met de zondag een dag vervroegd en het was geen mooi weer, maar op 30 april vierden we mijn zus' verjaardag toch weer in de tuin, in een stralend 'koninginnedagzonnetje'.

De aankomst in het dorp was buitengewoon. Eerst dacht ik dat een kilometertje buiten het dorp een ongeluk gebeurd was. Er waren daar echter verkeersregelaarsters actief en men verzocht ieder ter plekke in de berm te parkeren. Er bleek het hele weekend een happening in het dorp te zijn van liefhebbers van oude legervoertuigen, uniformen, wapens en wat dies meer zij. Dat trok nogal wat publiek kennelijk. Ik legde uit dat ik als gebruikelijk op deze datum mijn zus wilde bezoeken en ik mocht door naar het dorp, alwaar op de driesprong waar de drie wegen van en naar buiten bij elkaar komen alles geblokkeerd bleek geraakt. Een verkeersregelaarster vertelde me dat er verderop een tank vast zat in de berm en dat ze voor zoiets ook geen oplossing hadden. Enfin, het was mooi weer, ik stond nagenoeg bij mijn zus voor de deur, kon in alle drukte ter plekke voor het eerst van mijn leven niet parkeren en stelde de regelaarster voor de auto, nu alles toch vaststond, maar achter te laten en na een uurtje terug te komen om te kijken of ik alweer een kant op zou kunnen. Verbijsterd keek ze me aan. 'Meneer, als iedereen dat zo zou doen, zou hier nooit verkeer meer zijn', zei ze. Ik kon die redenering wel volgen. Enfin, de tank bleek na een kwartiertje te zijn losgekomen en het verkeer kreeg weer lucht. Ik zag dat voor de kerk, waar ik mijn auto normaal parkeer, een plekje was vrijgekomen, maar dan moest ik terug. Wat doe je dan? Ik werd ook maar even verkeersregelaar. Ik stopte de auto's van rechts, liet alles wat achter mijn auto stond linksaf slaan en kon toen achteruit om mijn plekje in te nemen. Het liep dus nog met een sisser af. Onderwijl was ik al een keer ineengekrompen van kanongebulder op korte afstand, maar na de eerste knal per reeks schrik je daar ook niet meer van.

Ook in de tuin werden we een paar keer opgeschrikt door een reeks kanonschoten en ik bleek niet de enige die bij de eerste knal steeds ineen dook. Van mijn zus hoorde ik dat er daags tevoren voor de koningin op haar feestje ook met een kanon geschoten was en dat ook zij ineengekrompen was. Zo paste alles toch nog, deze middag. Wel, verder was er gejoel van ouderwetse sirenes, alsof het luchtalarm afgaat, liepen er mensen in kilt met doedelzakken te spelen, gierden de motoren af en toe en was het kortom de meest rumoerige verjaardag van mijn zus die ik me kan heugen. Vreemd, dacht ik nog, dat koninginnedag niet op zondag kan en dit hele spektakel weer wel. Het bleek nog met tienduizend euro gesubsidieerd ook, door de gemeente. De enige voorwaarde voor die subsidie zou geweest zijn dat het evenement op vrijdagmiddag voor de schooljeugd toegankelijk zou zijn geweest, en dat was het ook, maar daaromtrent bleek niets met de scholen of de jeugd gecommuniceerd, zodat het beoogde educatieve element ook niet tot z'n recht had kunnen komen. Zo gaan die dingen.

Wat me opviel in dat vastzittende verkeer, was dat het een gezellige boel was. Mensen stapten uit, genoten van de zon, spraken elkaar, hadden plezier. Er was geen wanklank, ik zag niemand chagrijnig zijn, niemand claxonneerde, ieder legde zich neer bij de gegeven situatie. Ergens had dat van mij in dat normaal zo stille dorp altijd zo mogen blijven. Verder moet ik zeggen dat ook de 'oorlogsliefhebbers' zelf zich netjes gedroegen. Ik zag geen bezatte lieden en het geheel voelde verantwoord aan. Dat vond ik bijzonder voor zo'n happening en dus goed.

'Zielsverwante zus' schreef ik. Het is goed als er een zus of broer is, die je naast verwant ook als zielsverwant kunt voelen. Allebei hadden en hebben we er moeite mee door de familie in onze geloofsbeleving niet gekend te worden, al moet ik zeggen dat dat wel in gradaties is. Dat niet gekend zijn komt door het principe van het christendom dat leert dat maar één weg juist kan zijn, waarmee onnodig andere wegen worden afgesloten en medemensen en ook wij tweeën worden uitgesloten. Ik haal dit aan omdat daar, achter in de tuin, het gesprek ook nog op kwam. Daags tevoren had mijn zus zo'n contact, waarin ze zich de maat genomen voelde en, ook al werd er geen oordeel gegeven, niet gekend. En dat is jammer. De ene en enige weg door Jezus' bloed trekt zo ook een scheidslijn door onze familie. Ik heb dat langzaamaan geaccepteerd en probeer met zussen en broers te hebben wat we wél samen hebben kunnen, zij ervaart het gemis tot op heden nog wat dieper in haar ziel. Ik vond dat ze haar gesprekspartner van de vorige dag over haar gevoel zou moeten laten horen, omdat ik vond dat ze naast zichzelf ook diegene tekort zou doen door het voor zich te houden. 'Misschien is het genoeg gewoon duidelijk te laten horen hoe je het voelt, ook al vindt het geen bodem en bereik je er niets mee', zei ik. 'Dan ben je het zelf tenminste een beetje kwijt.'