28-8-2006

Gebedsgenezing

Bij de EO zag ik de voorbije periode af en toe een fragment van een reeks programma's over genezingzoekers. Als groepje reisden ze de hele wereld over, ik denk naar de meest bekende gebedsgenezers, en wisselden ze hun ervaringen en gevoelens uit. Voor zover ik begreep, vond geen van hen de gezochte significante genezing.

Bij gebedsgenezers wordt er vaak van uitgegaan dat God, wie of wat dan ook, geen ziekte wil. De gewenste genezing wordt afhankelijk gemaakt van het persoonlijke geloof. Dat laatste sprong er in de fragmenten die ik zag niet zo uit overigens. Daarin leek de genezing meer afhankelijk van het geloof van de genezer.

Wij allen gaan op onze levensweg over toppen en door (diepe) dalen. Wij allen kennen onze episodes waarin we ons goed voelen, in balans zijn. Evenzeer kennen we allemaal de aanvechtingen, het wankelen wanneer er aan de fundamenten van ons levenshuis geschud wordt. De diepste dalen in onze levensweg zijn uiteindelijk dikwijls de meest productieve trajecten als het gaat om de levenslessen die zie ons leren.

Ik heb wonderbaarlijke genezingen nooit willen uitsluiten, want ik geloof dat wonderen bestaan. Wie zijn wij echter om te denken dat we God, wie of wat dan ook, zo zouden kennen dat we kunnen zeggen dat God geen ziekte wil? Want wie is God eigenlijk? Het christendom neigt ertoe het goddelijke te lokaliseren buiten de mens, het te zien als een 'persoon' of als drie 'personen'. Ik kan daar niets meer mee. Als we God willen kennen, zullen we in mijn beleving elk ander in de ogen moeten zien. En dan komen we er niet meer omheen dat het leven nog lang niet volmaakt is, dat we met elkaar nog een lange weg te gaan hebben.

26-8-2006

Overgewicht

Het is maar een klein artikeltje in de Volkskrant van vandaag, van Broer Scholtens. Dat overgewicht bij rokers het overlijdensrisico sterk verhoogt, is bekend. Maar dat is, blijkt uit epidemiologische studies in De Verenigde Staten en Korea, evengoed het geval voor niet-rokers. In Amerika werden een half miljoen burgers tien jaar lang gevolgd en er werd onder meer gekeken naar de BMI, de Body Mass Index, ook in Nederland een ingeburgerd begrip. De BMI is de uitkomst van het lichaamsgewicht in kilo's gedeeld door de lichaamslengte in meters (bijvoorbeeld 1,80) in het kwadraat. Er zijn op internet diverse hulppagina's voor de bepaling van de BMI, onder andere van de Hartstichting. Een gezonde BMI ligt tot 12 jaar tussen 15 en 21 en boven 12 jaar tussen 19 en 25. In de onderzoeken waarover nu wordt gepubliceerd in The New England Journal of Medicine blijkt dat bij mannen boven de 50 een BMI van meer dan 40 leidt tot een driemaal hoger risico te sterven aan chronische aandoeningen als hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, diabetes en infecties. Bij een BMI van meer dan 30 is dat nog altijd een factor anderhalf ten opzichte van het gemiddelde. In Zuid-Korea blijkt een tot vele tientallen procenten verhoogd overlijdensrisico bij een BMI van meer dan 32.

Voeding is een mondiaal probleem en doodsoorzaak nummer 1. Dan gaat het zowel om onder- als om overvoeding. Het is zorgelijk dat in onze westerse wereld steeds meer voedingssterfte voorkomt. Die sterfte staat mijns inziens los van ons onvermogen tot delen, maar hangt des te meer samen met onverzadigbare verlangens naar levensvervulling bij velen en met de moeizame zoektocht naar doel en zin.

25-8-2006

Veiligheid in de lucht en goed en kwaad

Een DC-10 van NorthWest Airlines breekt de vlucht naar Bombay af vanwege een groepje vrolijkerds die, wellicht onder invloed van drank, weigeren zich aan de regels in een vliegtuig aan te passen. Een paar dingen worden door dit voorval duidelijk.

De zogenaamde air marshals, waarschijnlijk gewapende agenten in burger, zitten in vliegtuigen naar de Verenigde Staten en in vliegtuigen van een Amerikaanse maatschappij. In Nederlandse toestellen worden air marshals ook ingezet op vluchten naar Israël. In de DC-10 naar Bombay zaten twee gewapende air marshals. Air marshals komen niet voor een ordinaire ruzie in actie, wel voor een dreigende kaping of aanslag.

Op vliegbasis Leeuwarden staan continu twee F-16's klaar, de Quick Reaction Alert, die binnen een paar minuten kunnen opstijgen, 1100 kilometer per uur vliegen en in de buurt van een onaangemeld vliegtuig of een vliegtuig in problemen eerst naast het vliegtuig gaan vliegen en zo nodig daarna ervoor. Desnoods wordt met handgebaren duidelijk gemaakt wat van de piloten wordt verwacht, bijvoorbeeld dat ze de straaljagers moeten volgen. Zo nodig wordt de Minister van Justitie om toestemming gevraagd om het passagiersvliegtuig te mogen neerschieten (de F-16's hebben een boordkanon en raketten bij zich), waarbij de inzittenden ten dode zijn opgeschreven, maar gepoogd wordt te voorkomen dat het vallende vliegtuig op de grond ook nog slachtoffers maakt.

Het is waarschijnlijk maar een slip van de sluier van beveiligingsmaatregelen zoals die momenteel van kracht zijn. Zo'n incident geeft onverwachtse duidelijkheid.

Er is een strijd tussen goed en kwaad. Tussen die twee bestaat een soort van gevoelig evenwicht. Goed lokt kwaad uit en omgekeerd zet kwaad aan tot het goede. Het gaat om de polariteiten die groei, ontwikkeling en evolutie mogelijk maken. Zonder de tegenpool kan geen van beide krachten bestaan. In mijn visie is diep weg in de mens een innerlijke kennis betreffende goed en kwaad ingeschapen. Iedereen staat in dit krachtenveld met een verantwoordelijkheid voor de eigen keuzes.

21-8-2006

Zelfdoding

Het aantal zelfdodingen in Nederland was vorig jaar 1572, zo is vandaag in het nieuws. Daarbij weet ik dat in zo'n telling alleen die gevallen worden meegenomen waarin vaststaat dat het sterven plaatsvond door zelfdoding. Het werkelijke aantal suïcides zou gemakkelijk tweemaal zo hoog kunnen uitvallen, omdat bijvoorbeeld slachtoffers van verkeersongevallen niet worden meegeteld. Ook mensen die bij een val sterven, of door verdrinking, worden doorgaans niet meegeteld.

Als hulpverlener ben je altijd bezig met het suïciderisico in te schatten. Er zijn cliënten die met zelfdoding chanteren om iets gedaan te krijgen en er zijn er soms ook die inderdaad de hand aan zichzelf slaan als dat niet lukt. Ik heb anderzijds heel wat cliënten ontmoet die al te gemakkelijk dreigden zichzelf te doden, maar tegelijk veel te bang waren om dat ook waar te maken. Zelfdoding is te vaak een tegen zichzelf richten van agressie naar derden of naar de maatschappij. Zeker bij cliënten met een tekortschietende impulscontrole is er altijd risico. De vraag is meestal dan ook niet of, maar hoeveel risico er is.

Het aantal pogingen tot suïcide is doorgaans zo'n tienmaal het aantal geslaagde zelfdodingen. Vermoedelijk gaan de oude cijfers nog immer op als het gaat om de verdeling tussen mannen en vrouwen. Bij vrouwen zijn er relatief veel meer mislukte pogingen, bij mannen meer geslaagde suïcides. En natuurlijk zijn er zelfdodingen per ongeluk: het was de bedoeling om na de poging nog gered te worden, maar in de 'planning' liep er iets mis. Heel veel mensen pogen zich met medicamenten het leven te benemen, maar ze gebruiken daar in bijna alle gevallen de verkeerde middelen voor. De meeste in de psychiatrie gebruikte geneesmiddelen hebben geen erg hoog risico, terwijl er in andere takken van de gezondheidszorg middelen zijn die een vrijwel 100-procent garantie geven. Ik heb wel te maken gehad met een cliënt die herhaaldelijk antidepressiva en tranquillizers misbruikte, zonder succes, maar naar ik aannam niet op de hoogte was van daarnaast een heel ander middel te gebruiken dat in te hoge dosering direct levensbedreigend zou zijn.

Even komt het allemaal terug, de legio gesprekken over niet verder te willen leven, ook 's nachts in de crisisdienst, ook aan de telefoon. Ik vroeg vaak door op wat het effect zou zijn als degene die uit wilde stappen er daadwerkelijk niet meer zou zijn, wat hij of zij verwachtte voor zichzelf (geloof?) en welk effect hij of zij verwachtte bij derden en bij welke derden dan. Vaak werd dan duidelijk dat de betrokkene helemaal niet dood wilde, maar juist wilde leven. Vaak kwam er veel onmacht in relaties naar boven en dus veel agressie naar de personen uit die relatie(s). De suïcidale mens bleek dikwijls onvoldoende sociaal vaardig, kon niet goed van zich laten horen. Dan konden dat aangrijpingspunten worden voor de verdere hulpverlening.

Elke mens die zichzelf doodt, is er één te veel. Het geregistreerde aantal suïcides is in Nederland even hoog of hoger dan het aantal dodelijke verkeersslachtoffers. En de problemen zitten in elke straat in Nederland! Het ware goed als mede-landers een beetje (meer?) op elkaar betrokken te zijn en een beetje (meer?) van elkaar te weten.

15-8-2006

Mist van oorlog

Nadat twee leden van de Amerikaanse 'B Company' in Al-Madmudiya, ten zuiden van Bagdad, sneuvelden, verkrachtten de dag daarop, op 12 maart jl., vijf boze, dronken collega's met voorbedachten rade om beurten in haar eigen huis een 14-jarig meisje, waarna ze de ouders, het zusje en uiteindelijk ook het meisje zelf doodden. Het lichaam van het meisje staken ze in brand.

De jonge soldaten beroepen zich op de 'mist van oorlog'. Hun gedrag zou een gevolg geweest zijn van angst en dood. Hun ellende zouden ze slechts hebben kunnen hanteren door gebruik van de het oordeelsvermogen vertroebelende drank en drugs.

Natuurlijk roept een gespannen situatie emoties en daarmee agressie op. En natuurlijk maken verdovende middelen de remmen losser en breken ze de zelfcontrole af. Maar horen deze middelen niet bij het leger? In 1966 en 1967 vervulde ik mijn militaire dienstplicht, op een enkele oefening in Duitsland na gewoon in Nederland. In die anderhalf jaar werd me volslagen duidelijk dat zelfs een leger in vredestijd drijft op de verdoving van de drank. Als het gaat om totale leegte: in die periode heb ik die aanschouwd. Ik werkte bij de militair geneeskundige dienst op verschillende kazernes. Ik heb gezien hoe degenen die zich in het patroon van drank en fantasieën en grote verhalen over seks niet konden vinden, vroeger of later op de 'diagnose' S5 werden afgekeurd, soms pas dan als ze inderdaad alle stabiliteit kwijt waren. Een kapitein zei me, kort na mijn aantreden, ter geruststelling: 'We zullen hier wel een kerel van je maken!' Bijzonder dat ik dat nooit geworden ben. Kortom: ik twijfel eraan dat het de ellende van de oorlog was die maakte dat deze vijf soldaten onder invloed waren toen ze aan het verkrachten en het moorden sloegen. Kunnen misschien ook hun innerlijke leegte en hun hang naar meelopersgedrag een rol hebben gespeeld? Zou het kunnen dat militairen op niet zo erg handige wijze geselecteerd worden? Dat de S5 de eigenlijke S1 is (of was) en andersom?

Natuurlijk kun je in de machtig onmachtige situatie van een oorlog niet om je gevoelens heen. Ik kan me best voorstellen dat je, als je leven steeds weer aan een zijden draadje hangt, behoefte hebt aan een verzetje, aan het even vergeten van de eigen ellende. En dan heb je dus een leuk meisje op het oog en je beraamt een plan. Ik moet denken aan dat jonge 'ding' dat sommige van mijn collega's op oefening hun vrachtwagen annex slaapplek binnensmokkelden. Zij leek me slachtoffer van een tekort aan aandacht en ging dan ook helemaal op in alles wat ze plotseling van stoere kerels krijgen kon. Als je vervolgens de sporen wilt uitwissen, ga je gewoon nog een stapje verder. Maar laten we wel zijn: kan dit alles niet vooral gebeuren bij de gratie van de beneveling door drank en eventueel drugs? Het is toch niet alleen in een oorlog dat drank derden schade berokkent? Dat is in onze westerse wereld toch iets dat hoort bij het leven van alle dag?

Tegenover elke situatie van onmacht staan verlangens naar macht. Dat is gewoon menselijk. Wellicht is het zo dat naarmate de bedreiging, de angst en de onmacht sterker worden, ook het verlangen naar het hebben van controle en macht groeit. Bij diegenen die in hun fantasie los kunnen geraken van de werkelijkheid, kan dit, als er wat beneveling aan wordt toegevoegd, soms zomaar leiden tot het beramen en plegen van agressieve acties buiten de eigen situatie om. De vraag is of je dan slachtoffer bent, of dader. Misschien ben je allebei.

12-8-2006

De perfecte werknemer

Vandaag staat in de Volkskrant onder bovenstaande kop een artikel van Caspar Janssen. Het sluit aan bij het stuk van een week eerder, over de rokende sollicitant. Welke levensstijl kan een werkgever maar beter weren uit zijn bedrijf?

Peter Smulders van TNO Kwaliteit van Leven/Arbeid legt uit hoe in de ons omringende landen werkgevers alleen dan een uitkering bij ziekte aan hun werknemers betalen als die ziekte direct verband houdt met het werk. In Nederland is dat anders. Hier betaalt de werkgever ook voor sportblessures en verkeersongevallen, om maar iets te noemen. Smulders beschrijft in zijn boek 'Beroepszeer' een aantal verlagende invloeden op het verzuimpercentage. De ideale werknemer is dan jong, man (of vrouw met weinig kinderen), niet gescheiden, Nederlander, heeft een kort dienstverband en lijdt aan een geringe mate van neuroticisme. Verder heeft hij een geringe stedelijke mentaliteit, weinig riskante gewoonten als roken, drinken en ongezond eten, geen overgewicht, geen belastende thuissituatie, weinig sportblessures en woont hij dicht bij zijn werk.

De auteur van het artikel voegt er aan toe dat je motorrijders beter kunt weren en dat er bij alleenstaande mannen boven de 40 en bij alleenstaande vrouwen met kinderen alarmbellen moeten rinkelen. Ook homo's en lichamelijk onaantrekkelijke mensen krijgen van hem een minnetje mee.

Rienk Dekker, revalidatiearts UMC Groningen ontdekte dat paardrijden de meest riskante sport is, op afstand gevolgd door skiën en voetballen.

Over het geheel wordt toch aangenomen dat sportende werknemers de werkgever meer opleveren dan kosten. Volgens Smulders is 60 tot 70 procent van het ziekteverzuim te wijten aan leefstijl en persoonlijkheidskenmerken.

Werkgevers zijn bepaald niet vrij in hun aannamebeleid. Tegelijk is duidelijk dat er wel wordt gediscrimineerd op uiterlijkheden en persoonlijke kenmerken. Slachtoffers van die discriminatie krijgen dan bijvoorbeeld de motivatie gewoon niet in het team te passen.

En het slot van het artikel: juist de ideale werknemer, plichtsgetrouw, perfectionistisch, die moeilijk nee kan zeggen en een hoge professionele standaard heeft, raakt voortijdig opgebrand, aldus hoogleraar organisatiepsychologie W. Schaufeli.

Ik ken het uit de periode dat ik op mijn werkplek zelf teamleider was. Op het moment van het sollicitatiegesprek ga je af op je intuïtie, ontkom je niet aan je eigen persoonlijkheidsvoorkeuren en wijs je af omdat een ander je meer aanstaat. Zo'n afgewezene belde me ooit naderhand op en zei dat hij graag iets uit z'n sollicitatie zou willen leren. Hij vroeg om tips om bij een volgende sollicitatie op te kunnen letten. Het was niet moeilijk hem die aan de hand te doen, ook al was hij een geschikte kandidaat geweest. Als je twee personen ziet en er één kunt aannemen, zul je bij tweemaal geschiktheid moeten discrimineren, of je wilt of niet. En na de keuze is het dikwijls toch nog een kwestie van geluk. Een werknemer met veel ziekteverzuim kan met briljante ideeën komen en daarmee een heel bedrijf naar een hoger plan tillen, een altijd aanwezige werker kan ondanks z'n gezondheid en trouw uiteindelijk z'n bedrijf toch te kort doen, al was het bijvoorbeeld alleen maar qua bejegening van klanten, personeel of collega's.

Niet zonder neuroticisme ... Ik merk dat ik glimlach. Ik heb het altijd vermoed en geweten: zodra een mens totaal met zichzelf in het reine is, helemaal in evenwicht, zal er niet veel nieuws meer uit zijn of haar handen komen, is het echte leven ver te zoeken. Een beetje neurose is zeer heilzaam voor zowel creativiteit als productiviteit!

10-8-2006

Relaties op de wip

Nu (bijvoorbeeld) hij er weer even wat bovenop krabbelt, zich van zijn sterke kant laat zien, zakt zij in zichzelf terug. Dat is een bekend fenomeen in relaties met onvoldoende stabiliteit. Het is een soort wipwapeffect: komt de één naar boven, valt de ander omlaag. Soms wisselen de partners daarin ook werkelijk, als op een wipwap, steeds opnieuw van positie. Hij laat van zich horen, weet preciezer dan ooit wat hem aanstaat en wat niet, doorziet z'n eigen grenzen, vraagt haar hulp, maar zij is opgebrand, vlucht in het niet te weten en even niet meer te kunnen, voelt zich miskend, gekwetst en tekortgedaan. Natuurlijk zal er het nodige zijn gepasseerd en zal haar veelvuldig geen recht zijn gedaan, maar nu de aandacht even wordt opgeëist door wat er in zíjn ogen is misgegaan, nu ook haar wijze van communicatie en miscommunicatie aan de orde komt, nu wordt het haar te veel. Nu hij wil vechten, vlucht zij weg. De rollen lijken te zijn omgedraaid.

In relaties is een soort ondergrondse strijd om de macht niet ongebruikelijk. Mensen vinden elkaar en worden door de ander aangetrokken, omdat er in het eigen ik, de eigen persoonlijkheid, tekorten ervaren worden. De persoon die zulke tekorten voor even kan neutraliseren of opheffen, lijkt op het eerste gezicht een goede aanvulling op het eigen ik en wordt dan ook met graagte in de armen gesloten. Natuurlijk verschillen ze ook van elkaar, die twee, en vullen ze elkaar zo aan. Maar daarnaast veroorzaken verschillen bijna altijd wrijvingen. De omarming door de ander kan na verloop van tijd als knellend ervaren worden, als verstikkend zelfs. Er is vaak tijd voor nodig om zulke gevoelens duidelijk te krijgen. En dan begint de strijd om de macht. Ik wil dat jij bent zoals ik me je had voorgesteld en ik doe er van alles aan om je naar mijn droombeeld om te vormen. Maar zo werkt het dus niet. Zo komen er spanningen, diep weg of aan de oppervlakte. De persoon die het onbehagen dat de wensen van de partner oproept, voorlopig wegstopt, doet zichzelf geweld aan. Dat zal zich vroeger of (veel) later tegen hem of haar keren. Terugtrekgedrag, ontwijking of het zich actief storten in andere zaken dan de relatie kunnen dan het gevolg zijn. Natuurlijk, je wilt de ander graag tegemoetkomen, je houdt per slot van hem of haar. Maar keuzes die tegen het eigen ik ingaan, breken je op, geleidelijkaan steeds meer. Het altijd maar met de ander meebuigen wordt uiteindelijk onverdraaglijk, zoals het bij anderen misschien al van stond af aan vastliep.

Om relaties te kunnen laten evolueren is het nodig ze te evalueren. Hoe zijn we bij elkaar gekomen? Wat was het in de ander dat mij naar hem of haar toe deed trekken? Welke tekorten werden we over en weer geacht voor elkaar aan te vullen, met andere woorden: wat waren over en weer de eigenschappen van de ander die de belangrijkste aantrekkingskracht uitoefenden? Hoe is in al dat positiefs het negatieve ontwaakt, dus op welk punt op de gezamenlijke weg ontdekte je dat je voor jezelf uit de rails ging lopen en hoe lang heb je dat volgehouden? Hoe kijk je na dat alles nu naar jezelf en hoe naar de ander? Welke dingen in je relatie wil je veranderen en hoe wil je ze veranderen? Wat wil je zelf anders doen en wat wil je dat je partner anders doet? Is er een modus te vinden om de onderlinge wensen over en weer te bespreken zonder dat daarbij schuldgevoelens worden aangepraat? Pas als dat kan, kan ik naast jouw wensenlijstje aan mij invullen wat ik denk wel en niet waar te zullen kunnen maken. Kun je de ander met je lijstje van wensen en zijn of haar lijstje van mogelijkheden en onmogelijkheden accepteren?

Het is in relaties altijd belastend als de één het leven van de ander invult, zonder dat daarover overlegd wordt, zonder dat er wezenlijk wordt afgestemd. Als het goed is, bestaat een relatie uit twee nog altijd vrije mensen, die ja of nee kunnen zeggen, die ook ja of nee mogen zeggen. De kunst van de relatie is om daarin te groeien naar een onderling evenwicht, waarin niemand zichzelf te zeer hoeft in te leveren en ieder voldoende ruimte krijgt voor het eigene en de keuzes die daarmee samenhangen. Als zo'n relatie dan nog steeds een meerwaarde biedt voor het eigen ik, over en weer, heeft ze recht van bestaan.

8-8-2006

In m'n portemonnee ...

In m'n portemonnee vond ik het servetje terug waarop ik voorbije zaterdagavond op een terrasje in Oirschot aantekeningen maakte. Die dag hadden we elders in Brabant Margriet bezocht, een kennis vanuit een fietsvakantie vorig zomer. In Duitsland leerden we haar en haar man Answerd kennen en hadden we diverse gesprekken. Dit voorjaar overleed hij aan de kanker die ook toen in feite al uitbehandeld was. Ik vertel dit omdat ik op het bijzettafeltje bij de stoel waarin ik daar zat, een kaartje trof met daarop een bijbeltekst: 1 Cor. 10:13. Ik pak mijn eigen trouwbijbel erbij en vind de tekst terug:
'Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt.'
Ik zie dat mijn vertaling wat ouder is dan die ik op het kaartje aantrof. Ik las de tekst en Margriet vertelde dat Answerd op een dag, kort voor zijn sterven, nog even naar de markt geweest was en met dit kaartje terugkwam. Het was hem door een onbekende man in de hand gedrukt. Hij had, na lezing van de tekst, nog naar de man uitgekeken, maar hij was weg, als in het niets opgelost. Vanaf dat moment had Answerd zich door het kaartje met de tekst gesteund gevoeld. 'Hij heeft een engel ontmoet', concludeerde Margriet. En ik dacht eraan hoe wij allen geroepen zijn af en toe engel te zijn.

Na een fietstocht die middag en een beetje schuilen voor een dreigende bui in een kapelletje, zaten we 's avonds op een terrasje om wat te eten. Er zaten ook vier jongelui, twee meisjes en twee jongens, allemaal zo'n veertien of vijftien jaar oud. Eén van de jongens had een harde stem en was niet in staat ook maar even z'n mond te houden. De meisjes vonden hem schijnbaar wel leuk, mij irriteerde hij. Ik vond de communicatie die we aan moesten horen, getuigen van totale leegte en op een bepaald moment pakte ik een servetje om er wat van op te schrijven. En zo'n servetje kom je ooit weer tegen ...
'Wat een kutstoel! En die fiets is ook totale kut!' Dan gaat er een gsm af, bij die vier gaan er voortdurend gsm's af. Een meisje: 'Wie ben jij? Ik denk dat je een verkeerd nummer hebt. Tering! Ik weet niet waarom je me belt man! Ik ben echt niet bang voor jou.'
'Ik kan niet lopen naar huis' zegt de andere jongen, 'die kutketting moet erop!' Hij doet vlak naast hun tafeltje pogingen dat te realiseren. De fiets valt om. Als hij bukt om hem op te rapen, zegt een meisje: 'Wat heb jij een dikke reet ... lekker kontje, ja!' Dan worden er sigaretten opgestoken. Als er niet maar een beetje eigen identiteit in je zit, kan ik me voorstellen dat je geen andere keus hebt dan mee te doen. Het gaat over ontbrekend beltegoed. 'Hoe duur is die shit?', moet daar betrekking op hebben. En ook, naar het andere meisje dat nu even aan het bellen is: 'Ik weet niet wie je belt, maar ik kan niet bellen.'
'Hou doe!' en het gesprek is ook weer geweest. Een nieuw gesprek komt binnen. Het meisje: 'Ik denk dat je een verkeerd nummer hebt. Ik zou maar niet meer bellen.' En na even luisteren: 'Godverdomme, hou je bek! Ben je in Oirschot? Nee we zitten te eten in Oirschot.' Inmiddels heeft de luidruchtige jongen het op zijn telefoon over kots. 'Je moet vijftig euro betalen als je kotst, maar ik vind, daar moet wat tegenover staan: Je moet vijf euro krijgen als je niet kotst.'

Ik heb genoeg gehoord en we besluiten met spoed om weer in de benen te gaan. Nu ik m'n krabbels van de communicatie van nog geen drie minuten terugzie: wat een leegte, wat een onderlinge afhankelijkheid, wat een spel, wat een eenzaamheid. Ik gun deze jongeren een toekomst, maar het lijkt erop dat er dan nog wel wat moet veranderen.

7a-8-2006

Rokende sollicitant

Volgens Europees commissaris Spidla (Werkgelegenheid), in antwoord op vragen over een Iers bedrijf dat in een personeelsadvertentie vermeldde dat rokers niet hoefden te reageren, mogen Europese werkgevers sollicitanten afwijzen omdat ze roken. De 'Financial Times' publiceerde al eerder dat ook Ierse nationale wetgeving deze vorm van selectie toestaat.

Het gaat om het Ierse bedrijf 'Dotcom Directories'. Directeur Philip Tobin: 'Rokers zijn antisociaal en ze zijn vaker ziek. Als mensen in hun koffiepauze of in hun vrije tijd roken en ze komen daarna op het werk, dan stinken ze. We hebben hier een klein kantoor en rokers zouden het ondraaglijk maken voor de rest van de werknemers.'

De Nederlandse Stichting Rokersbelangen verwacht rechtszaken vanwege discriminatie, maar volgens Spidla verbiedt de EU alleen discriminatie op grond van ras, etnische afkomst, invaliditeit, leeftijd, seksuele oriëntatie en religie.

Tja, ik ken een werkgever in Nederland die een werknemer een flink bedrag ter hand stelde met de afspraak dat hij het terug zou betalen zodra hij weer een sigaret zou hebben opgestoken. Het geld kwam terug! Het is duidelijk dat veel niet-rokers last hebben van rokers. Er is gewoon niet om de lucht van de verslaving heen te komen. Ik zat vorige week buiten op een terrasje. Achter mijn rug stak iemand bij voor mij ongunstige wind een sigaret op, waarop ik letterlijk zei: 'Ik kom in iemands territorium' en daaraan de conclusie verbond een andere plaats te zoeken. Omdat ik dit soort dingen vaker doe, kan ik zeggen dat ik zelden mensen schaapachtiger zie kijken dan rokers waar ik op zo'n soort wijze mee in contact kom. Ik moet daarbij zeggen dat, als ik erover aan de praat kom met zo iemand, diegene veelal zegt zich van deze effecten nooit bewust geworden te zijn, wat mijns inziens reden genoeg is voor alle niet-rokers om rokers op hun gedrag aan te spreken. Ik ben waarschijnlijk niet de enige aan wie de specialist benadrukt dat het erg belangrijk is alle rook te mijden. Hij gebruikte bij mij het woord 'levensgevaarlijk'! Pas nu begin ik wat deze neuroloog mij alweer jaren geleden vertelde over de schadelijkheid van meeroken in publicaties terug te zien. Tot dan had ik in het achterhoofd dat het allemaal nog wel mee zou kunnen vallen en dat het wel om een 'tic' van deze arts zou kunnen gaan. Maar dat blijkt het dus niet. Iemand met een rooklucht in de kleren heb ik niet graag dichtbij. Als ik, toen ik nog werkte als Riagg-hulpverlener, een roker op gesprek had, zette ik het raam los en als de betrokkene weer weg was liet ik het, als het even kon, doorwaaien om zoveel mogelijk van de klerenlucht weg te krijgen voor ik een ander binnenliet.

Het zal duidelijk zijn dat ik het eens ben met het antisociale gedrag dat rokers met zich meebrengen. Ook denk ik dat het waar is dat rokers vaker ziek zijn (en dus ook anderen ziek maken) en dat ze door noodzakelijke werkonderbrekingen vanwege hun 'shots' dikwijls aan productiviteit verliezen. Maar ik zie het allemaal ook als ziekte. Alle verslaving breekt langzaamaan de wilskracht af en rokers ontwikkelen steeds meer een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis. Ik weet dat op den duur de nicotine de functie van medicatie krijgt, zelfmedicatie dus, en onmisbaar wordt. Dat maakt me toleranter. Ik heb van nabij de strijd en de stress gezien in gezinnen waar één van de ouders rookte en probeerde af te kicken. Ik heb gezien hoe de partner en de kinderen gelukkig waren als de betrokkene besloot dat het niet lukte en het roken hervatte: opluchting voor iedereen. Ik ken de voorbeelden van mensen met een psychiatrische stoornis die, toen ze echt zover waren dat ze van het roken af wilden, een hogere dosering van hun antipsychoticum nodig hadden om zich te kunnen handhaven. Dat doet nicotine allemaal. Je zult er het slachtoffer van zijn ...

4-8-2006

Nee zeggen op het werk

Mirjam van Immerzeel schrijft in de Volkskrant onder de kop 'Nee zeggen is veel moeilijker dan je denkt.' Ze laat Antos Zimmermann aan het woord, een assertiviteitstrainer bij trainings- en coachingsbedrijf Houthoff. 'Wie vaak ja zegt, wordt het afvalputje van de afdeling', zo lees ik in de openingsalinea.

Het leuke is dat in dit artikel plaats is voor de assertiviteitsproblemen van zowel ondergeschikte als baas. Want het probleem zit natuurlijk niet in een functie ingebakken, maar in de eigen persoonlijkheid.

Tot voor kort gaf ik ook assertiviteitstrainingen, vele jaren lang. De laatste jaren (in een verslappende economie) verbaasde ik me in toenemende mate over hoezeer sommige werknemers zich chronisch wensten te laten chanteren door hun leidinggevenden. Dat kon zover gaan dat ze bij een kritische noot van mijn kant daaromtrent bijna automatisch in de rol van advocaat van bijvoorbeeld hun chef schoten. Ook mensen die al lang op een vaste plek werkten, bleken zich maar al te gemakkelijk te laten leiden door de angst hun baan te verliezen.

Duidelijk is dat je werk, als je gevoelig bent voor aardig gevonden te willen worden en je onmisbaar te kunnen voelen, een plek bij uitstek is om misbruik van je te kunnen laten maken. In wezen is dat keuze, al kan ik niet ontkennen ook gezien te hebben hoe mensen met tijdelijke contracten en hoop op verlenging of bestendiging daarvan door sommige werkgevers in de tang genomen kunnen worden. In mijn visie is het assertiviteitsprobleem een persoonlijk probleem. Het niet voor jezelf opkomen, de eigen belangen te gemakkelijk opzij schuiven, het jezelf opofferen, ze hebben vaak al met de eigen opvoeding te maken. Je hebt ouders die stimulerend opvoeden en er zijn er die blokkerend opvoeden. De mensen met assertiviteitsproblemen komen in mijn ervaring uit de laatste groep, kregen veelal zo'n blokkerende opvoeding, waarin ze leerden dat wat zij zelf willen of niet willen niet belangrijk is en dat het beter is je aan de mening en wensen van de ander aan te passen. Het zijn ook de mensen die leerden dat er uit henzelf geen goeds kan voortkomen, dat het het veiligst is om maar gewoon te doen wat er van je gevraagd wordt. Subassertieve mensen zijn zo meestal mensen met een afhankelijke karakterstructuur.

In het artikel wordt Susan Newman, hoogleraar psychologie en auteur van 'The Book of No' aangehaald. Nu en dan nee zeggen geeft juist status, zo valt op te maken uit haar betoog.

In mijn ervaring worden subassertieve mensen op den duur overspannen en depressief. Ja zeggen terwijl je nee had willen roepen, vreet energie en maakt dat je jezelf een nul voelt. In het artikel vind ik een paar assertieve uitspraken voor op het werk:
- Nee, ik heb genoeg eigen werk.
- Nee, ik ga niet overwerken.
- Nee, ik heb niet 'even'.
- Nee, deze doelen zijn onrealistisch.
- Nee, dit soort klussen is niets voor mij.
- Nee, dat kun je heel goed zelf doen.

Een eenvoudige assertiviteitstraining zal lang niet altijd toereikend zijn om te kunnen veranderen. Vaak zal de achtergrond van het probleem, de opvoeding bijvoorbeeld, nader tegen het licht gehouden moeten worden. Als één ding duidelijk is, is dat wel dat ingeslepen gewoontes zich veelal niet zomaar laten veranderen.

3-8-2006

Oorlog

Twee foto's in de Volkskrant van vandaag. 'Terug uit Afghanistan' staat onder de ene, waarop te zien is hoe op vliegbasis Eindhoven gisteravond, na aankomst van het militaire vliegtuig, de kisten met de lichamen van de twee militairen die vorige week bij een helikopterongeluk in Afghanistan verongelukten, worden weggedragen. Verdriet bij collega's. Verdriet in twee families ...

Eén pagina omslaan en ik zie een prachtige foto onder de kop 'Leven in Noord-Israël is ondraaglijk geworden'. Gedoeld wordt op het ondergrondse leven daar, nu bovengronds leven er doodsgevaarlijk is. De foto laat vijf Israëlische militairen zien, zichtbaar emotioneel geroerd, bij de begrafenis van een kameraad die omkwam bij gevechten met Hezbollah in Zuid-Libanon. Vijf jongelui, de tranen in de ogen, de hand voor de mond om het niet uit te schreeuwen, diep geraakt. Soms denk ik dat krantenfoto's in scène worden gezet. Bij deze zie ik dat dat niet het geval is. De echtheid, de emotie van het moment, ze stralen ervan af.

Vijf jonge mensen die vechten voor hun land in een oorlog die ze wellicht als een 'goede zaak' zullen kwalificeren. Ze verliezen een collega, een kameraad. Op de begraafplaats, bij het definitieve afscheid, komen de gevoelens. Dood, voorbij, z'n leven gegeven ... Vandaag hij, morgen misschien ik? Is dat het leven? Wat is het leven eigenlijk?

Ik weet niet wat voor mensen deze vijf jongelui in het gewone leven zijn. Ik weet niets over hun bestaan als militair, niets over hoe ze in deze oorlog staan. Ik weet van de foto dat ze mensen zijn, kleine, kwetsbare mensen en dat ze wat hier gebeurt niet willen, dat de pijn en het verdriet bijna niet te dragen zijn.

Twee personen, een man en een vrouw, hebben een bloem in de hand, een roze roos? Die zullen ze wellicht achterlaten in of op het graf. Zullen ze daarmee iets van zichzelf verliezen?

Willen deze mensen deze oorlog? En mochten ze hem niet willen, waarom vechten ze hem dan wel? Wie wil deze oorlog eigenlijk? En nog los daarvan: Is oorlog wel een middel om geschillen te beslechten? Ik vraag me af of aan de andere kant, bij Hezbollah, net zo'n foto te maken zou zijn. Ik ga ervan uit dat dat kan. Verlies en verdriet zijn er alom in deze oorlog, in elke oorlog. En misschien is er bij de mensen op de foto niemand die dit gewild heeft of wil, is het alleen de politiek die de bommen gooit en de kanonnen doet bulderen.

We willen leiders, maar de prijs is hier wel erg hoog!

2-8-2006

Dalen

De weg van een mens gaat soms door dalen. Als dat zo is, zijn de toppen van geluk en voorspoed dikwijls snel uit zicht verdwenen. Toch horen ze bij elkaar. Zo is de weg van het leven nu eenmaal.

Sommigen lijken voor het ongeluk, anderen voor het geluk geboren. Ik geloof niet dat dat zo is. Veel meer denk ik dat ieder z'n deel krijgt, van voorspoed en vreugde en anderzijds van verdriet en tegenslag. De één is meer geneigd te stralen in zijn of haar goede tijden, de ander meer om juist de kwade tijden te etaleren. Ik geloof dat ieders leven samenhangende toppen en dalen kent. Samenhangend, omdat naarmate de toppen hoger waarschijnlijk de dalen dieper zijn. Een probleem is dat we ons als mens zo dikwijls niet laten kennen, onze hoogten en vooral diepten verborgen houden en onszelf daarmee steun en medeleven onthouden.

En dan is er het goddelijke plan, waarin het doel van dit leven niet anders is dan levenslessen te leren en daarin te evolueren naar een steeds vollediger menszijn. Hoe moeilijk soms ook te accepteren, ieder die met tegenslagen te kampen had, zal vroeger of later erkennen dat juist die ervaringen bijdroegen aan de eigen ontwikkeling, dat juist in het leed en verdriet de diepste lessen schuilgingen, dat schijnbaar onneembare muren uiteindelijk springplanken bleken te zijn naar een nieuwe toekomst.

Er kan een mens heel wat leed berokkend worden. Ik zag de film The Shawshank redemption, waarin een bankier die tekortschoot in zijn rol als echtgenoot ten onrechte wordt veroordeeld voor moord op zijn vrouw en haar minnaar. Als je de beelden ziet, zou je verwachten dat zijn mentale menszijn in de gevangenis, oord van verschrikking, wordt uitgeblust, maar dat is niet het geval. Het tegendeel is het geval. In alle onrecht dat hem wordt aangedaan, verschaft deze man zichzelf uiteindelijk recht. En intussen is hij mens, voluit mens, mens tussen de mensen, medemens en betekent hij iets voor vele anderen. Het verhaal doet denken aan dat van Jozef, verkocht door zijn broers, ten onrechte in Egypte in de gevangenis gezet, schijnbaar om, z'n levenslessen geleerd hebbend, al in hetzelfde leven rijp te zijn om zijn stam te kunnen redden.

Het is makkelijk praten tegen iemand die depressief is en geen weg meer voor zich ziet. Dat praten is ook weinig zinvol. Misschien is het mogelijk alleen maar bij diegene te zijn, in verdriet en depressie, hem of haar niet los of alleen te laten en samen te wachten op het keerpunt dat onontkoombaar komen moet. Mijn ervaring is dat zo'n moment of periode van omkering niet geforceerd kan worden, dat dat te pogen slechts het tegendeel bewerkt, dat wachten en niet loslaten veel doeltreffender zijn. Als hulpverlener, misschien ook gewoon als medemens, kun je de ander helpen de eigen schaduwkanten nader te verkennen, de donkerste hoeken in ogenschouw te nemen en overal en altijd opnieuw te speuren naar het eerste streepje licht.

Als je depressief bent, kun je jezelf leegmaken, reinigen als het ware. Op het moment dat je dat voldoende lukt, op het moment dat het niet leger en eenzamer kan, op dat moment komt er ruimte voor de ommekeer. Dat impliceert dat het niet goed is tegen depressieve gevoelens te vechten, maar dat ze als horend bij het eigen ik geaccepteerd moeten worden. Pas als dat lukt, kunnen ze versmelten.

In woorden is het gemakkelijk, ik geef het toe. En waarschijnlijk is het geschetste proces ook niet in alle gevallen voldoende. Als de depressie pathologisch wordt, kunnen medicatie of andere therapeutica nodig zijn, kan psychotherapie onontkoombaar worden. Maar voor het zover is, is dit het principe, namelijk dat alle emotie waartegen je je verzet, in intensiteit zal toenemen en zich uiteindelijk tegen je zal keren en dat de gevoelens die er mogen zijn, die je omarmen kunt omdat ze bij je horen, je vroeger of later zullen verder geholpen blijken te hebben.