Goed en kwaad, inlevingsvermogen en eigen tekorten

Nog maar eens over de eeuwige vraag, die van goed en kwaad. Het christendom gaat er veelal vanuit dat de mens in beginsel verkeerd is, fout dus, van nature geneigd tot kwaad. Ik geloof dat dat hoogstens de helft van de waarheid is. De mens is namelijk ook in beginsel goed, oké dus! Beide goddelijke krachten, het goed én het kwaad, zijn in de mens voorhanden. Zonder het goed kan het kwaad niet bestaan evenals andersom: was er geen kwaad, dan was er evenmin goed. Als Eva indertijd niet had gekozen de verboden vrucht te eten, dan was de mens niet echt mens geworden, dan was zij de robot gebleven die ze tot dan toe was, dan was ze nu ook 'onbekwaam tot het goede'.

Ik ben een optimist, want in wezen denk ik dat de mens die het eigen hart volgt, een goed mens is, een mens met ruimte voor het goddelijke, met ruimte ook voor z'n medeschepselen. Ik geloof dat de mens in z'n kern het goede heeft, maar ik kan tegelijk niet heen om de constatering dat het, naar het schijnt, een groeiend aantal medemensen ontbreekt aan inlevingsvermogen en de wens de ander tot z'n recht te laten komen. Vaak heeft me de vraag beziggehouden waarom dat zo is en mijn voorlopige antwoord is dat een belangrijke factor daarbij is gelegen in tekorten die deze mensen zelf in hun opvoeding hebben opgelopen. De emancipatie heeft niet alleen goeds gebracht helaas. Ouders raakten meer carrièregericht, het geldelijk gewin ging prevaleren boven het belang van een gezonde en evenwichtige opvoeding en veel kinderen kwamen zo uiteindelijk liefde en aandacht tekort. Ik vrees dat we in deze groep veel van degenen vinden die anderen frustreren met antisociaal of zelfs crimineel gedrag en dat al in één generatie tijds het kwaad van een tekortschietende kindgerichtheid zo zichzelf straft. Te veel ouders kregen kinderen waar ze geen emotionele ruimte voor hadden, waar ze niet aan toe waren, of die ze misschien niet eens wensten. Te veel kinderen ervoeren te weinig acceptatie, tekortschietende ruimte om zichzelf te kunnen worden, te veel blokkering en te weinig stimulans. De jeugd van tegenwoordig is zo het product van de ouders van tegenwoordig, van de volwassenen van tegenwoordig en daarmee is het probleem van ons allemaal.

Wie zichzelf niet kan accepteren, kan de ander niet accepteren en wie de veroordelende strijd met zichzelf aangaat, zal dat ook doen met de ander. De agressieve automobilist die de medeweggebruiker geen ruimte gunt, heeft geen ruimte voor zichzelf en dáárom niet voor de ander. Hij is geenszins een benijdenswaardig mens. Mensen die al dan niet onder invloed van alcoholmisbruik overlast veroorzaken of vernielingen plegen, plegen primair geweld tegen zichzelf. Natuurlijk: ze zijn lastig, heel lastig zelfs voor anderen, maar zwaarder dan dat weegt het kennelijk geen evenwicht kunnen vinden in zichzelf. Met zo'n tekort te leven, brengt daarnaast nog de verleiding tot afhankelijkheid met zich mee en leidt vervolgens gemakkelijk tot verslavingsproblemen, waarmee de vicieuze cirkel van zelfdestructie gesloten wordt.

Mensen maken keuzes, voortdurend, íéder mens! Die keuzes zijn niet bij iedereen even bewust. Mensen met structureel tekort aan invoelingsvermogen zijn zich per definitie minder of niet bewust van hun keuzes. O ja, ook zij leven uit hun gevoel, maar daar zit 'm nu net ook het probleem: in hun zelfgevoel! Als het eigen ik je al vijandig gezind is, hoe zul je kunnen voelen dat anderen je welgezind zijn? Nee, ik wil niemand vrijpleiten: het probleem van de antisocialen is het probleem van ons allemaal.

Een oplossing? Een structureel tekort aan aandacht en liefde kan niet gemakkelijk en soms zelfs nooit geneutraliseerd worden. Oplossingen zullen altijd slechts 'ten dele' zijn. Als we ons er maar van bewust willen zijn dat juist de antisocialen ons nodig hebben: onze aandacht en zodra even mogelijk ons respect. Zo iemand af te stoten, bevestigt slechts diens oude gevoel van onacceptabel te zijn en draagt dus niets bij aan een leefbare wereld.

Gert Hardeman