Groeien naar het licht

- de onderstaande tekst is door de auteur uitgesproken in een oecumenische viering in oktober 1995

Ik heb het gevoel dat er minstens een kern van waarheid in de reïncarnatieleer moet zitten. Als ik de natuur observeer, zie ik hoe getijden, seizoenen, leven en dood elkaar afwisselen en hoe uit het ene steeds weer het andere voortkomt. Waarom, zo vraag ik me af, zou het met de mens anders zijn dan met de schepping rondom? Daarbij komt dat ik eerder dit jaar in een zelf ondergane reïncarnatietherapie in een tweetal eigen vroegere levens heb kunnen kijken en zo plotseling heel heldere verbanden en samenhangen zag tussen die vroegere levens en dingen waar ik in mijn huidige leven last van heb. Ik moet u zeggen dat wat ik in die therapie van mezelf gezien heb, niet verheffend is. Gevoelens van schaamte hadden in mijn doorleving van die twee episodes de overhand. Daarom wil ik in een breed gezelschap, zoals we hier bij elkaar zijn, daar niet verder op ingaan. Maar wat ik wel kwijt wil, is dat de samenhangen die ik plotseling kon zien, heel verhelderend voor me waren en zijn. Dat de verkregen inzichten in mijn geval niet geleid hebben tot het verdwijnen of verminderen van de klachten waarvoor ik deze hulp zocht, doet niets af van mijn verwondering over hoe logisch dingen in dit leven samenhangen met zaken uit vroegere levens. Inmiddels heb ik voor mezelf voorzichtig geconcludeerd dat er bij mij geen sprake mocht zijn van een, zeg maar, wonderbaarlijke genezing, omdat ik in dit leven een paar dingen heb goed te maken en omdat ik daarmee nog niet klaar ben. Daarom heb ik mijn weg mét mijn klachten kennelijk voorlopig nog verder te gaan.

Weet ik het nu zeker? Staat voor mij die hele reïncarnatieleer nu als een paal boven water? Nee dus. Daarvoor weet ik veel te goed wat de menselijke fantasie kan produceren. Ik weet steeds minder dingen zeker en ik merk dat ik daarmee leven kan en dat dat me vrijer maakt. Ik heb niet de behoefte wie dan ook te overtuigen van datgene, wat zich voor mij als mijn voorlopige persoonlijke waarheid aftekent. Ik heb nadrukkelijk wel de behoefte m'n ideeën en gevoelens te delen en het verlangen daarin serieus genomen te worden. Maar ik vind het prima als de ander kiest voor een andere persoonlijke waarheid en een van mijn visies afwijkend geloven. Wat ik wel belangrijk vind, is dat mensen hun eigen keuzes maken en dus hun eigen geloofsweg kiezen. Dat ze dus voor zichzelf en hun eigen geloven verantwoordelijk worden en zich niet simpelweg overgeven aan een groepsgeloof dat niet van binnen ervaren wordt. Dat groepsgeloven is voor mij, denk ik, het grootste risico van kerkzijn.

Als ik het probeer bij elkaar te nemen, denk ik - en dat is puur mijn persoonlijke mening - dat we geen soort van wederkomst van de mensenzoon te verwachten hebben. Ik denk dat onze opdracht is zelf mensenzoon en mensendochter te worden, ook in dit leven, en zo God in onze wereld zichtbaar te maken. Elk geleefd leven heeft in mijn gevoelen het doel dichter naar God toe te groeien en daarmee meer deel van God zelf te worden. En als ik dan nog even naar mezelf kijk, geloof ik dat ik nog een hele lange weg voor me heb.

Gert Hardeman