Vraagtekens bij het lijdensverhaal

'Dat iemand gemarteld, gekruisigd of vermoord wordt, kan nooit bron van heil zijn.' Met die zin begint de aankondiging van een drietal lezingen van pater Loed Loosen S.J. De eerste avond is geweest. Wat opvalt is de stelligheid van Loosen wat betreft zijn overtuiging dat lijden nergens goed voor is en dat geloof noch gebed er zin aan geven kan. Geweld mág gewoon niet volgens hem. Ik geef een paar letterlijke citaten:
- Van bloed vergieten kan nooit iets goeds komen.
- Ons geluk kan er niet mee gediend zijn dat een ander voor ons aan het kruis wordt getimmerd.
- De liefde heeft het kruis niet nodig om liefde te zijn.
- Het enige wat ons geneest en verder helpt, is liefde.

Ik moet denken aan de boeddhistische visie op het lijden, een visie die dichter bij mij staat dan die van Loosen, alhoewel ik me ook aan die visie niet hecht. Het principe is dat alle bestaan lijden is, veroorzaakt door de hechting aan niet-permanente zaken en dat dat lijden slechts door onthechting af kan nemen. Voor de boeddhist is zelfs geluk lijden, omdat het nooit permanent zal zijn. Alleen het nirwana, de rust als alle hartstocht is gedoofd, bevrijdt de boeddhistische gelovige van het lijden.

De stelligheid en de herhalingen in de uitspraken van Loosen doen me denken aan de zekerheid waarmee in christelijke kring geloofd wordt dat Jezus van Nazareth met zijn bloed voor ons betaalde. Het is een voortdurend herhalen van dezelfde kernbegrippen, die kennelijk níét zo voor de hand liggend zijn dat ze die herhaling niet nodig zouden hebben. Juist en alleen al zo'n frequente herhaling van dit soort zekerheden is voor mij reden genoeg om ze te betwijfelen.

In onze schepping bestaat niets zonder functie, zonder praktisch nut. Bovendien bestaat alles in polariteiten. Ik neig ertoe aan te nemen dat er geen geluk zou bestaan als er geen lijden was, net zo min als er goed kan bestaan zonder de eigen tegenhanger van het kwaad. Vanaf het begin is het zo geweest. Daarbij teken ik wel aan dat dat niet wegneemt dat je als mens je medemens geen lijden mag aandoen! Maar dat lijden desondanks onontkoombaar is, is mij wel duidelijk.

Mijn persoonlijke vermoeden is dat een mens vele levens leeft en zich vóór elk nieuw leven zelf een levensscript schrijft, uitgaande van de lessen die hij of zij in dat leven wenst te leren. Ik zie zelfs wel wat in de visie dat de mens kan kiezen voor bijvoorbeeld een gehandicapt bestaan om daarmee anderen een optimale kans te bieden hun lessen in liefde, geduld en medelijden te leren. In die visie kan de gehandicapte heel veel verder zijn in zijn of haar persoonlijke ontwikkeling dan de schijnbaar gelukkig en voorspoedig levende mens. Ik wil voorzichtig zijn. Ik durf deze visie aan niemand aan te bevelen en al zeker niet aan iemand die lijdt aan een ernstige handicap. Ieder zal voor zichzelf moeten bepalen of hij of zij deze gedachte (voorlopig) tot eenheid kan brengen in zichzelf. Maar duidelijk is mij wel dat er geen mens is die aan handicaps ontkomt; in die zin zijn wij allen gehandicapten. Wie kent in zijn of haar leven niet het verschijnsel van steeds dezelfde terugkerende pijnmomenten, die steeds opnieuw bepalen bij een les die kennelijk geleerd moet worden? Als ik het in mijn vermoeden bij het rechte eind zou hebben, is deze herhalingswet het meest krachtige mechanisme om geplande taken uiteindelijk ook inderdaad te kunnen vervullen.

Gert Hardeman

Zie ook hier!