Naar School in Haïti

Interview met Marijke Zaalberg, of 'Loslaten?'

datum: 29 maart 2021
interviewer: Gert Hardeman
vroegere interviews hier

Weer zijn elf jaar voorbijgegaan. Door corona later dan gepland kwam Marijke afgelopen oktober in Nederland terug. Inmiddels maakt de politieke situatie Haïti in feite te onveilig om daar te kunnen zijn. Om financiële redenen, om het geheel behapbaar te houden en ook om corona moest de school inkrimpen. Marijke is nu bezig met het overdragen van verantwoordelijkheden aan de Haïtianen zelf en ervaart het als erg spannend of dat allemaal gaat goedkomen. Ook vanuit Nederland is ze zo nog elke dag in Haïti.

Naar School in Haïti, foto komt van de site van de stichting


Marijke begint: 'Altijd spannend, een beetje ...'

In het vorige interview vertelde je veel over je persoonlijke geschiedenis. Heb je dat voor het gesprek nu nog nagelezen?
Nee, ik heb toen je belde even gekeken, maar ik dacht: Ik ga niet alles nalezen, want ik ben die ik nu ben. Anders wil ik het zo goed doen. Dat wil ik niet. Ik wil mezelf zijn. Misschien na dit interview. Ik heb het bij de vorige keer tussendoor nog eens gelezen en ik dacht: O ja, zo stond ik er toen in!

Ik heb het wel nagelezen en ook de site van de stichting bekeken en ik las over 'Woord en daad' en Unicef en ik las dat je schrijft: 'Als ik er niet ben, gaat het niet goed.'
Dat is zo geweest ja. Het is nu veel beter. Corona heeft ons geholpen, omdat de klassen kleiner moesten. Ik ben daarover al zeker vijf jaar bezig geweest tegen de directeur van de school, Kempès Jean, een Haïtiaan, nu 41, die al vijftien jaar de directeur is. Hij was steeds ziek, omdat hij het niet aankon. De school was te groot. En ik overliep mezelf ook vaak. Ze stonden al om half acht 's morgens aan m'n deur. Maar mijn leeftijd begon te tellen en ik wilde dat niet meer voor negen uur. Ik begon ook voor mezelf te zorgen. We zijn bezig geweest de school kleiner te maken, maar Kempès wilde dat niet. Ik heb hem aan het rekenen gezet, want het geld kan niet altijd allemaal uit Nederland blijven komen. We hebben ooit een 25-jarenplan gemaakt, zo van: hoe moet het over 25 jaar zijn. Dan wilden we dat ze zichzelf zouden kunnen bedruipen. We zitten nu op 22 jaar en ik zag dat perspectief nog niet. We hadden een berekening gemaakt voor 650 leerlingen en voor 450 leerlingen en voor 310 leerlingen. Maar ze wilden daar vasthouden aan 650 leerlingen. Daarvoor hadden ze meer dan twee ton per schooljaar nodig. Dat kon dus niet. Als we onze reserves zouden moeten aanspreken, zouden we een jaar later geen geld meer hebben. Ze waren geschokt dat ik weigerde. En toen kwam corona. Ze dachten daar dat ze nu allemaal dood zouden gaan. Wat waren ze gelaten. Ik vond het enorm moeilijk. Ik was daar gebleven om voor de vier kinderen die ik in huis heb te zorgen, kinderen van vijf, tien, elf en vijftien. Ik kon ze niet in de steek laten. Van maart tot juli vorig jaar kon Kempès het niet goed aan. Hij liep met de meningen van de onderwijzers mee. Ze wilden korter op school zijn om de coronaregels. Toen ik op 5 oktober vorig jaar na negen maanden weer in Nederland aankwam, zag ik het zwaar in. Maar Kempès moest ineens meer in eigen handen nemen en meer zelf besluiten en hij begon het goed op te pakken. Hij begon van zijn fouten te leren en ik was op de achtergrond. Hij redt het nu goed met een kleinere school. We hebben 235 leerlingen nu, door corona maar 25 leerlingen per klas. We mochten geen grotere klassen meer. Dat heeft geholpen om te kunnen inkrimpen. Want dat moest gebeuren. Het leven is in Haïti ontzettend veel duurder geworden.

Marijke, 29-3-2021


Waar zijn de andere leerlingen gebleven?
Ik had al gedacht dat als wij zouden minderen, dat er nieuwe schooltjes zouden komen. En dat gebeurt nu. Niet zo'n grote school als wij hebben, maar er zijn meerdere kleine schooltjes gekomen. Er zijn onderwijzers die zelf een schooltje zijn begonnen, of met iemand samen. We hadden een kleinere school in Godinot, die we, omdat het te veel geld kostte, ook moesten afstoten. We hadden direct iemand die daar wilde beginnen. En: ze draaien! De kinderen gaan naar school. Wel een ander niveau dan wij hebben. Ik ben dan ook trots op hoe goed wij het in Haïti doen. Er zijn ook kinderen die in Kenscoff naar school gaan. Die moeten 10 kilometer lopen. Maar ook zijn er kleine schooltjes in onze buurt bij gekomen.

'Woord en daad' en Unicef, is daar samenwerking mee tot stand gekomen?
Nee, we schrijven Unicef wel af en toe aan om hulp, maar dat lukt niet echt. Er zijn veel armere scholen en ons geld komt toch al uit Nederland ... 'Hart voor kinderen' helpt ons altijd. Geweldig! We krijgen nu zelfs 5.000 euro. We delen er voedselpakketten van uit, waar we zelf de inkopen voor moeten doen en de pakketten moeten samenstellen. De kinderen vonden het mooi om te helpen de pakketten te maken.

Gemengde gevoelens? Teruglopend aantal leerlingen, kinderen die geen school meer hebben, anderen die op een lager niveau uitkomen.
(Zucht.) Dat klopt. Ik ben hier nu weer bijna zes maanden en ... het waren zware maanden. (Wordt emotioneel.) Nu ben ik er rustig onder. Ik geniet van mijn heerlijke plek om te wonen, maar dat ik die kinderen achterlaat, ook die kinderen die niet meer naar school kunnen. En het personeel dat we hebben moeten ontslaan. Van 70 personeelsleden zitten we nu op 35, of nog minder. Terwijl het leven in Haïti duurder werd, bleef het geld uit Nederland stabiel en dat in deze tijd: daar zijn we echt heel dankbaar voor! Op onze school krijgen ze nu 125.000 euro voor een leerjaar en de rest moet uit Haïti zelf komen. Als we bijvoorbeeld pakketten gaan kopen, dan krijgen ze het geld daarvoor extra. Ik geef nog heel veel hulp aan gezinnen waarvan een kind is geadopteerd in Nederland. De ouders hier willen graag de ouders daar helpen. Ze maken geld over en ik schuif het door naar de boekhouder daar. Ik ben daar elke dag mee bezig hier. Maar de kinderen loslaten ... ik ben er al een stukje in op weg, maar dat heeft tijd nodig.

Toen ik je een paar jaar geleden sprak, zei ik dat je een opvolger nodig had, jong bloed. Dat lukt niet hè?
Nee. Je weet natuurlijk nooit wat er nog, ik noem maar, uit de kosmos kan komen. Ik ben nu meer ingesteld van dat de Haïtianen het moeten doen. Kempès is oprecht en ik heb vertrouwen in hem. Toen ik zelf in 1999 begon voor de stichting, nadat ik drie jaar daar in een weeshuis had gewerkt, dacht ik: als ik één kind een kans kan geven die het kan pakken, dan is het al goed. Ik hoef niet in het groot. Daar ben ik na 5 oktober, door alles waar ik doorheen moest, naar terug gegaan. Dan hoeven die 1.000 of 650 leerlingen niet. Dat helpt om dingen los te laten. En dan zie ik ook dat al heel veel kinderen geholpen zijn.

Naar School in Haïti, foto komt van de site van de stichting


Als je terugkijkt naar de 22 jaar die je met dit project bezig bent, wat springt dan uit?
De liefde voor de Haïtianen die goed willen, de ervaringen die ik persoonlijk heb opgedaan en de ervaringen die de vier kinderen bij mij in huis en de schoolkinderen ook op hebben gedaan. Er staat daar nu een gebouw. Ze hebben nu alles om het goed door te kunnen zetten. Er zijn genoeg lokalen. Er is elektra en schoon drinkwater. Als ze het kunnen blijven betalen, is er wifi. De kinderen hebben de mogelijkheid elke week met de computer te werken. De basis om door te kunnen gaan heb ik met hen samen in die 22 jaar neer kunnen zetten. Ik ben de leidinggevende geweest. Nu moeten zij het gaan doen. Ik heb het vorig jaar moeilijk gehad met Kempès te laten inzien dat er minder kinderen moesten zijn. Ik heb gezegd: 'Als ik er niet meer ben over vijf jaar, wil je dan een gebouw met onkruid, of met leerlingen?' Hij moest gaan inzien dat hij straks de persoon is die het moet gaan doen. En hij kan dat niet met heel veel leerlingen en personeel. Daar hebben we het geld straks ook niet voor. En als we dikke lonen moeten gaan betalen, dan moet het nog kleiner.

Hoop en wanhoop ...
Ja. Die warmte en de liefde die je dan voelt. Ja, ik heb veel moeilijkheden gehad in die tijd. Ik had hiervoor gekozen, maar wist niet dat dit er allemaal ook aan vastzat. Je gaat aan de gang met van alles en dan kom je toch problemen tegen ... Maar ik vond wel de kracht om door te gaan.

Hoogtepunt, dieptepunt?
Ja, alle uitersten. En toch: ik heb weer gekozen. Ik wil terug; ik wil helpen. Ik hoef niet. Ik ben vrij om te stoppen. Vijfentwintig jaar Haïti ... Maar ik ben ook blij dat ik hier nog even tot rust kan komen. Om het te doorvoelen en los te kunnen laten en over te kunnen laten aan Kempès.

Dieptepunt, hoogtepunt?
Hoogtepunt ... Dat ik nu merk dat Kempès gaat inzien dat hij het zelf ook kan. Hij heeft altijd op mij geleund. En nu doet-ie de ervaring op dat hij het zelf kan.

Als je niet meer terug zou gaan, zou het misschien wel heel goed doorgaan.
Dat vertrouwen heb ik pas sinds twee maanden. Ik zie het nu. Degene die de inkopen deed, is overleden en Kempès doet 't nu zelf, omdat dat geld scheelt. Initiatief! En dat voor een man met een erg arm en moeilijk verleden. Hij heeft het in zich!

Waar haalde je de energie vandaan?
Bij mezelf, uit de aarde, de kosmos, ja uit mezelf. En uit de kinderen natuurlijk, uit hun blijdschap. Er waren ups en downs. Je aarden, verbinden met de kosmos. Ja.

Naar School in Haïti, foto komt van Facebookpagina 'Stichting Naar School in Haiti'


Is er nog iets waarvan je vindt dat niet mag ontbreken als het gaat om jouw verhaal?
Dat ik ontzaglijk dankbaar ben. Elke ochtend, elke avond spreek ik mijn dank uit. Dankbaar dat ik dit heb mogen doen en kunnen doen, dat ik ooit de behoefte heb gevoeld om dit te gaan doen. Ik denk ook dat dingen in mensenlevens echt zijn voorbestemd. Ja, ik wil terug. Ik ben nu 74. Ik wil nog doen. Er zijn hier nu twintig families die een kind of kinderen uit Haïti hebben geadopteerd en nu in de wacht staan om naar Haïti te gaan. Maar Haïti is te gevaarlijk nu. Ik kan er niet heen om die onveiligheid en ook om corona, dus die mensen kunnen er ook niet heen. Ze willen begeleid worden en ik hoop erg dat ik dat nog kan doen. Ik onderhoud de contacten met de afstandouders in Haïti. Ik verzorg de voedselpakketten, het geld. Het levert ook wat extra geld op voor de school en dat hebben we nodig. Dat loopt goed. Maar de kinderen hier willen hun ouders in Haïti ontmoeten. En meerdere van de broertjes en zusjes in Haïti gaan daar ook naar school. Dat betalen wij dan weer.

Voor giften is het banknummer (Rabobank Westerbork):
NL57 RABO 0369 4665 00 t.n.v. Stichting Naar School in Haïti.

Voor brieven is het Nederlandse adres:
Marijke Zaalberg, De Oostermaat 35, 9431TV Westerbork.
Het telefoonnummer is 0593-332091, of 06-29004433.
Mailadres marijkezaalberg@gmail.com
Site: http://www.stichtingnaarschoolinhaiti.nl