Meer abortussen sedert 20-wekenecho

De standaard 20-wekenecho bij zwangeren bestaat sedert 1 januari 2007. Sinds die tijd is het aantal abortussen van kinderen met een open ruggetje en een waterhoofdje fors gestegen, voor het open ruggetje zelfs verdubbeld. Deze conclusie trekt Martina Cornel, hoogleraar genetica aan de VU, uit een onderzoeksrapport dat TNO in opdracht van het ministerie van volksgezondheid maakte over aangeboren afwijkingen tussen 1997 en 2007.

Jaarlijks zijn er 200.000 zwangeren en ongeveer 100 baby's met een open ruggetje. In 2007 werden er daarvan 47 'dood geboren', in 2006 maar 22. Volgens Cornel is de stijging toe te schrijven aan abortussen na de 20-wekenecho. Evenzo is er een piek aan sterfte van baby's met een waterhoofd kort na de 20ste zwangerschapsweek. Abortussen zijn toegestaan tot de 24ste week. Er is geen toename van abortussen bij het Downsyndroom gevonden. Down wordt echter al vroeger in de zwangerschap geconstateerd door o.a. een bloedtest (al laat slechts een kwart van de zwangeren die screening doen) en veel abortussen vinden plaats voor de 16de week en daarmee buiten het bereik van dit onderzoek. Uit het rapport blijkt verder dat het aantal levend geboren kinderen met een aangeboren afwijking flink is gedaald. Een deel van deze daling wordt toegeschreven aan het gebruik van foliumzuur bij zwangerschapswens en gedurende de eerste maanden van de zwangerschap.

Pagina geschreven 15 januari 2010.