Mri-scan en elektroshocktherapie bij (psychotische) depressie

Elektroconvulsietherapie (ECT) of elektroshocktherapie wordt nog slechts op kleine schaal toegepast. In de 60-er en begin 70-er jaren werd er veel vaker mee behandeld. Ik heb depressieve mensen gezien die op hun knieën smeekten om deze therapie, omdat die hen eerder goede effecten had gegeven. De hersenschade, die een bijverschijnsel van de therapie is, namen ze daarbij met graagte voor lief. Nu is de therapie een laatste redmiddel bij met name psychotische depressies. De helft van de patiënten heeft er (veel) baat bij, de andere helft minder of niet. Een mri-scan van de hersenen lijkt nu te kunnen voorspellen of de betrokkene baat gaat hebben bij deze behandeling of niet, zo leert onderzoek in het Rijnstateziekenhuis in Arnhem. Het eerste beperkte onderzoek (45 patiënten) wees uit dat met een scan met 80 procent zekerheid kan worden voorspeld of de behandeling succes zal hebben.

Ect wordt tweemaal per week gegeven, maar sommigen hebben aan één of twee behandelingen al genoeg. Met elektroshocks op de slapen wordt een kunstmatig epileptisch insult opgewekt. Ik heb in het psychiatrisch ziekenhuis in de 60-er jaren nog meegemaakt dat dit bij bewustzijn gebeurde, waarbij het bewustzijn bij het begin van de shock dan acuut wegvalt. Sinds de 70-er jaren wordt de patiënt eerst in slaap gebracht, o.a. met valium als spierverslapper. De shocks ogen daardoor veel minder spectaculair.

Zie ook hier.

Pagina geschreven 5-8-2014.