22-10-2009: Zaadbalkanker

Zaadbalkanker (testiscarcinoom, teelbalkanker) ontstaat in een zaadbal (testis, testikel) en wordt in Nederland vaker dan 500 maal per jaar vastgesteld, meestal bij mannen tussen 15 en 40 jaar. Het ontstaat meestal in kiemcellen, dus cellen die het zaad produceren, en groeit snel. Uitzaaiingen zien we met name in verschillende lymfklieren, maar via het bloed kunnen ze zich ook verspreiden naar longen, lever en andere organen.

De klachten bestaan uit vergroting van de zaadbal, waarin soms een knobbel te voelen is, en een onbestemd gevoel in de onderbuik. De behandeling bestaat uit operatie, bestraling en chemotherapie. De kans van zaadbalkanker te genezen is groot.

23-10: Lithium

Lithium, lithiumcarbonaat, Priadel of Camcolit zijn de medicijnnamen die gebruikt worden voor behandeling met lithiumcarbonaat. Het is een zout, waarvan veel ernstig onrustige patiënten kalmeren. Het wordt met name in de psychiatrie toegepast, primair bij bipolaire stoornissen (manisch depressieve stoornissen), maar ook wel bij schizoaffectieve stoornissen en depressieve stoornissen. Soms wordt het gebruikt bij narcistische persoonlijkheidsstoornissen, agressieve patiënten, automutilatie en mentale retardatie.

Bij acuut manische patiënten moet voor een effectieve werking liefst 1,0 tot 1,2 mmol/l van het middel in het bloed aanwezig zijn (dit zal een dag of vijf inwerktijd nemen), de onderhoudsdosering ligt tussen 0,6 en 1,0. Kinderen en ouderen krijgen maximaal 0,4 tot 0,8. De maximum toelaatbare bloedspiegel is 1,5. Daarboven treedt een risico van intoxicatie op, waarbij trillende handen, duizeligheid, spraakproblemen, dubbel zien, myoclonische of andere spiertrekkingen en spierkrampen, sufheid, verwardheid, insulten en bewusteloosheid kunnen optreden. Een gevorderde lithiumvergiftiging is zeer ernstig en dient klinisch behandeld te worden. In verband met de juiste dosering zal bij patiënten die lithium gebruiken eerst vaker, later wat minder vaak bloed geprikt worden om de bloedspiegel te controleren. Het middel kan eenmaal daags, liefst 's avonds gebruikt worden (halfwaardetijd 24 uur) en de bloedcontrole kan het best 12 uur na laatste inname gebeuren. Lithium kan beter niet gebruikt worden bij verminderde nierfunctie of hartritmestoornissen. Zwangeren mogen het niet gebruiken. Misselijkheid, diarree, gewichtstoename, concentratieproblemen, trillende handen en verergering van aanwezige huidafwijkingen als psoriasis en acne zijn bekende bijwerkingen. Soms helpt het zogenaamde slow-release-preparaten te gebruiken, waardoor het middel geleidelijker aan het lichaam wordt vrijgegeven. Tegen de gewichtstoename kunnen plastabletten geïndiceerd zijn, tegen de trillende vingers helpt een lage dosering propranolol (bètablokker) soms. Na langdurig gebruik kunnen effecten op de nieren (vaak moeten plassen: gebruik van plastabletten kan helpen!) en/of de schildklier optreden. Vooral vrouwen tussen 40 en 60 hebben een verhoogd risico op hypothyreoïdie.

N.B. Wie veel zweet, verliest veel zout en dient dit aan te vullen, aangezien bij zoutverlies het lithiumgehalte in het bloed stijgt.

Psoriasis

Psoriasis (vulgaris, de meest voorkomende vorm) is een chronische niet besmettelijke huidziekte met in tijden waarin die opspeelt (recidiverend) verdikte rode plekken van enkele millimeters tot enkele centimeters doorsnede op de huid, vaak op armen, benen, hoofd of onderrug. De huid is droog en de plekken schilferen (plaques) en jeuken. Soms ontstaan pijnlijke kloven. Sommige patiënten hebben ook plekken op hun nagels, een soort putjes en een bruine verkleuring. Sommigen (één op de tien) hebben gewrichtsontstekingen met stijfheid en pijn, artritis psoriatica of psoriatische artritis. Eén op de vijftig Nederlanders heeft last van de ziekte die zich vaak ontwikkelt op de leeftijd tussen 10 en 30 jaar en deels erfelijk bepaald blijkt. Stress, koude en vocht, sommige bacteriële infecties, bepaalde medicijnen (lithium, bètablokkers, clonidine, olanzapine e.a.), roken en alcoholgebruik zijn zaken die de ziekte kunnen helpen uit te breken.

Bij psoriasis zijn bepaalde afweercellen, de T-cellen, te actief. Ze lijken een infectie te lijf te willen gaan terwijl die er niet is. De huid maakt zo veel te snel nieuwe cellen aan. Daarom wordt psoriasis wel gezien als een auto-immuunziekte of een immuungemedieerde aandoening.

Psoriasis reageert soms goed op zonlicht (UV-licht) en lichttherapie (idem) en op zout water (Dode Zee). Er zijn diverse zalven, veelal met corticosteroïden. Nieuwer zijn de zogenaamde biologicals, TNF-alfaremmers en T-celmodulatoren als atanercept (Enbrel), infliximab (Remicade) en adalimumab (Humira). Alleen patiënten met ernstige psoriasis komen ervoor in aanmerking. Hetzelfde geldt voor de ingrijpende zogenoemde systemische behandelingen met bijvoorbeeld ciclosporine (Neoral, Sandimmune) of methotrexaat (Emthexate, Metoject).

24-10: Mexicaanse griep

Vandaag in DvhN een hoofdredactioneel commentaar betreffende vaccinatie tegen de (Mexicaanse) griep. De hoofdredactie vindt dat verpleegkundigen desnoods verplicht moeten worden de griepprikken te accepteren. Ik ben het daarmee niet eens en reageerde als volgt:

Geachte hoofdredactie,

Uw commentaar in de krant van 24 oktober vind ik erg kort door de bocht. U concludeert dat verplegend personeel verplicht gevaccineerd moet worden tegen griep. Dat lijkt me prima als er met die prikken niets aan de hand zou zijn. Laat ik het bij mezelf, ook verpleegkundige, houden. In 1998 behoorde ik na een herseninfarct plots ook tot een risicogroep. Een aantal jaren nam ik de prik en het viel me op dat ik, wat ik eerder niet kende, de winters daarop een aantal malen langdurig tegen iets als griep aanhing, zonder die echt te krijgen. Een aantal malen was ik dus één à twee weken hangerig en niet fit met een beetje verhoging of lichte koorts, net niet genoeg om in bed te kruipen en niet naar het werk te gaan. Toen, nu een paar jaar geleden, gebeurde het me dat ik op de avond na de griepprik plotseling hoge koorts kreeg en een allergische reactie ging vertonen met o.a. forse oedemen en uitgebreide huiduitslag. Zowel huisarts als internist, waar ik toen terecht kwam, meenden dat dit niet het gevolg van de griepprik kon zijn, maar een reactie op een antibioticum dat ik op dat moment al tien dagen had gebruikt. Ik durfde de griepprik de jaren daarna niet meer aan, omdat ik mijn ziekte emotioneel toch in verband bleef brengen met die prik. Het viel op dat ik de winters die volgden zonder gezondheidsproblemen doorkwam, zoals ik voor de griepprik overigens ook gewend was. Mijn vrouw, ook al verpleegkundige, zegt ervan dat ik nooit zo 'gekwakkeld' heb als die winters met een griepprik. Om tot zo'n prik dan nu verplicht te worden, ik vind dat dat niet kan.

Dat verpleegkundigen een zorgplicht hebben tegenover hun patiënten, is duidelijk. Maar veel van die patiënten behoren ook zelf tot risicogroepen en staan dus ook zelf voor de keuze de prik te halen of te laten brengen of niet. Niet alles is verantwoordelijkheid van gezondheidswerkers.

Overigens zijn met die hele griepprik forse financiële belangen in het spel. Het zou mij niet verbazen als de farmaceutische industrie virologen, artsen en overheid op een of andere wijze manipuleert. Het hele gebeuren van dit jaar rond de Mexicaanse griep heeft me alleen maar gesterkt in dat gevoel. Uiteindelijk gaat het ook hier vooralsnog om een griep met verschijnselen als de seizoensgriep die door mensen met een gezond afweersysteem met voldoende rust, goede voeding, voldoende beweging, frisse lucht en voldoende vitamine D (zonlicht) zo niet voorkomen, dan toch overwonnen moet kunnen worden. En natuurlijk is er een klein risico dat het toch fout gaat, dat zagen we deze week verdrietig genoeg bij een meisje van 14, maar de vraag is of dat risico groter is dan dat van vaccinatiecampagnes op grote schaal.

Zie ook hier.

25-10: Auto-immuunziektes

Auto-immuunziektes (niet besmettelijk!) ontstaan als het immuunsysteem ten onrechte lichaamseigen stoffen of weefsel als lichaamsvreemd aanziet en antistoffen aanmaakt om die aan te vallen en daarmee ontstekingsachtige reacties teweegbrengt. Er blijken erfelijke en hormonale factoren hierin een rol te spelen, maar ook een virusinfectie of een reactie op medicijnen kan een auto-immuunreactie opwekken. Hoe en wanneer de ziekte tot uiting komt, wordt naast door het afweersysteem verder wellicht ook beïnvloed door milieu-invloeden, stress, veroudering en zonlicht. Deze ziektes komen vooral bij volwassenen voor en meer bij vrouwen, minder bij kinderen en ouderen. We onderscheiden orgaanspecifieke auto-immuunziekten (bijvoorbeeld Hashimoto, diabetes type 1, ziekte van Addison en coeliakie) en gegeneraliseerde auto-immuunziektes (bijvoorbeeld reumatoïde artritis, systemische lupus erythematodes en volgens sommigen ook vitiligo en de ziekte van Crohn). Auto-immuunziektes zijn doorgaans chronisch, maar vaak met medicatie onder een zekere controle te houden.

26-10: COPD en alfa1-antitrypsinedeficiëntie

COPD staat voor Chronic Obstructive Pulmonary Diseases (chronische obstructieve longziektes) en is een verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem. Bij chronische bronchitis zijn er ontstekingen in de kleine luchtwegen en wordt daar slijm geproduceerd. Bij emfyseem zijn de wanden van de longblaasjes beschadigd. De luchtwegen zijn bij COPD dus meestal door ontstekingen vernauwd. In het begin hoesten patiënten veel (rokershoest) en hoesten ze ook slijm op. Daarbij kan kortademigheid met piepende ademhaling komen. Later kan dit onder invloed van medicatie wat beter worden. De luchtwegen worden verhoogd prikkelbaar of hyperreactief. Patiënten kunnen benauwd worden van verschillende soorten rook, vooral tabaksrook, mist, stoffen als chloor en ammoniak en bij verkoudheid of griep Vroeger spraken we wel van CARA, waartoe toen ook astma behoorde.

In Nederland heeft 2 procent van de mensen min of meer COPD, vooral ouderen (> 40 jaar). De ziekte is niet meer te genezen, maar kan vaak met medicijnen (veelal een combinatie van inhalatiecorticosteroïden, slijmoplosser, luchtwegverwijder en eventueel antibioticum) goed gecontroleerd worden. Het belangrijkste medicijn is meestal geheel stoppen met (mee)roken, wat door verslaving vaak niet kan. Jaarlijks sterven er 6.000 mensen aan COPD. Risicofactor 1 is roken (oorzaak in 80 procent van de gevallen) en risicofactor 2 is meeroken (oorzaak meer dan 10 procent van de gevallen). Van alle rokers krijgt uiteindelijk 15 procent COPD.

Alfa1-antitrypsinedeficiëntie (Alfa-1) is aangeboren. Er is een tekort aan het eiwit alfa1-antitrypsine dat de longen beschermt. Hierdoor ontstaat erfelijk longemfyseem, waarvan de klachten soms al op 30-jarige leeftijd beginnen. Meer dan 5.000 Nederlanders lijden hieraan.

Vitiligo

Vitiligo is een huidziekte, uitgegaan wordt van een auto-immuunziekte, waarbij depigmentatie van delen van de huid optreedt door destructie van melanocyten (pigmentcellen). Het pigment verdwijnt scherp begrensd en vaak symmetrisch over het lichaam verdeeld, bijvoorbeeld rond de geslachtsdelen en anus, op de handen, rug, voeten, gezicht en oksels. Soms lijkt er sprake van erfelijkheid en dan lijken stress en zonverbranding of chemische stoffen de vitiligo te kunnen verergeren. De niet meer gepigmenteerde huid is gevoelig voor verbranding door de zon. Vitiligo gaat een enkele keer gepaard met andere auto-immuunziekten als hypothyreoïdie of lichen sclerosus (LS). Vitiligo komt voor bij 1 procent van de bevolking en manifesteert zich meest tussen het tiende en dertigste levensjaar, maar ook wel na het vijftigste levensjaar.

Gebleken is dat veel vitiligopatiënten erg lage concentraties foliumzuur, vitamine B12 en vitamine C in het bloed hebben. Gebruik van 1 mg. vit. B12 en 10 mg. foliumzuur per dag gedurende minstens drie maanden bleek in een onderzoek, samen met blootstelling aan zonlicht, bij meer dan de helft van de patiënten uitbreiding van de plekken te voorkomen en zelfs repigmentatie te op te leveren, soms volledig.

27-10: Duitse griepprik met en zonder adjuvans

Adjuvantia zijn stoffen die de immunogeniteit van antigenen kunnen versterken. In een Associated Press-bericht komen ze opnieuw naar voren, nu in verband met de Duitse vaccinatiecampagne tegen Mexicaanse griep. Men blijkt bij onze oosterburen twee verschillende prikken te hebben, één voor de gewone man en één voor politici, ambtenaren en militairen. Zij krijgen Celvapan, een vaccin zonder adjuvans. De gewone man krijgt Pandemrix (Prepandrix), met adjuvans als hulpstof, bedoeld dus om het immuunsysteem extra te versterken, maar relatief nieuw en wellicht onvoldoende getest, waardoor de veiligheid misschien onvoldoende gewaarborgd is.

In Nederland zullen ook twee vaccins gebruikt worden, Pandemrix en Focetria.

Er circuleren berichten dat in Pandemrix kwik, formaldehyde en een antibioticum verwerkt zijn. Wat ik kan vinden, is dat AS03-adjuvans is toegevoegd, per dosis bestaande uit squaleen (10,69 milligram), DL-α-tocoferol (11,86 milligram) en polysorbaat 80 (4,86 milligram). Als hulpstof voorts 5 microgram thiomersal. Verder doorzoekend vind ik nog een lijst met veel meer toegevoegde stoffen: (link op www.emea.europa.eu blijkt op 10-2-11 niet meer juist.) Maar dit alles gaat mijn pet (helaas) te boven.

Zie verder hier!

28-10: Buurtzorg

Buurtzorg is het relatief nieuwe alternatief voor thuiszorg. Waar thuiszorgorganisaties verzand raakten in bureaucratie en financieel uitgemolken werden door te veel en te duur management, kiest buurtzorg voor kleine zelfstandige teams van hulpverleners die plaatselijke thuiszorg bieden zonder de hoge overheadkosten van de thuiszorgorganisaties nodig te hebben.

Omdat ik goede berichten over buurtzorg hoorde, hier een link: http://www.buurtzorgnederland.com/. Jammer wel dat men centraal gekozen heeft voor een klantonvriendelijk en inmiddels door velen verfoeid 0900-nummer.

CBR-mondkapjes

De Telegraaf meldt vandaag dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen mondkapjes, alcoholische schoonmaakdoekjes en wegwerphandschoenen gaat uitdelen aan examenkandidaten, zodra de Mexicaanse griep in ons land epidemische vormen gaat aannemen. Sinds de 23ste oktober is dat dus het geval, maar dat lijkt de Telegraaf en het CBR te zijn ontgaan. (Of zat de pers er de 23ste naast?) Ook mogen examinatoren hun kandidaten geen hand meer geven. De kandidaten kunnen dus verplicht worden een kapje op te zetten en/of handschoenen te dragen.

Prachtige maatregelen als het de bedoeling is besmetting te ontlopen en geen antistoffen tegen het (nu nog) milde virus op te bouwen. Niemand echter weet of dat niet misschien uiteindelijk precies de verkeerde keus zal blijken te zijn.

Lichen sclerosus

Lichen sclerosus (LS, lichen sclerosus et atrophicus, LSEA, LSA) is een huidziekte, waarschijnlijk t.g.v. een auto-immuunproces, voorkomend bij 2 à 3‰ van de bevolking. De ziekte wordt relatief meer gezien bij mensen met o.a. schildklieraandoeningen en vitiligo en komt meer bij vrouwen dan bij mannen voor.

De huid verliest ter plaatse elasticiteit, wordt dunner, verkleurt meestal wittig (sclerosering of verkalking) en jeukt of voelt branderig. Alhoewel de klachten zich meestal aan en rond de genitaliën voordoen, is de ziekte niet seksueel overdraagbaar. De huid kan ook elders aangetast zijn, bijvoorbeeld op de rug, de romp, de bovenbenen en de polsen. We zien de klachten het meest bij vrouwen na de menopauze, minder bij mannen en soms bij prepubermeisjes, meestal slechts tot aan de puberteit. Vermoed wordt dus dat de geslachtshormoonspiegel een rol speelt naast immunologische, genetische en infectieuze factoren.

Bij de vrouw raakt de vulva (het gebied rond de vagina) aangedaan, waardoor de kleine schaamlippen langzaam kunnen verdwijnen en de vaginatoegang kan versmallen. Er kunnen blaren en wondjes ontstaan. Naast witte kan ook donkere verkleuring optreden. Het gebied rond de anus kan mee gaan doen.

Bij mannen ontsteekt de voorhuid, soms ook de eikel. Ook hier atrofieert de huid, wordt papierdun en meest wit van kleur.

Hormooncrèmes kunnen de ontwikkeling van de ziekte fors afremmen en de jeuk verminderen. Soms blust het ziekteproces na jaren uit. Besneden mannen hebben een kleinere kans de ziekte te ontwikkelen en besnijdenis is soms de meest doeltreffende effectieve behandeling.

De sclerosus rond de vulva leidt soms tot huidkanker, het vulvacarcinoom of vulvair plaveiselcelcarcinoom.

Diverse ziekenhuizen hebben een vulvapoli.

29-10: Osteoporose

Bij osteoporose verliest het bot langzaam botmineralen, vooral kalk. De botdichtheid wordt weergegeven door de T-score (-1 tot +1 is normaal, -1 tot -2,5 is laag (osteopenie), lager dan -2,5 is osteoporose). Afgenomen botmassa leidt tot verzwakking van de botten en verhoogd botbreukrisico. Met name de heup, pols, bovenarm, wervelkolom en het bekken worden breukgevoeliger. Eén op de twee vrouwen en één op de vijf mannen boven 50 jaar zal ten minste eenmaal een botbreuk ten gevolge van osteoporose oplopen. Na het dertigste levensjaar neemt de botmassa langzaam af, na de menopauze versnelt bij vrouwen die afname. Op 75-jarige leeftijd is bij vrouwen de hoeveelheid botmineraal met gemiddeld 50 procent afgenomen. Bij osteoporose kunnen de wervels langzaam inzakken, waardoor lengteverlies optreedt. De rug zal krommer worden en de buik boller. Doordat de buikorganen op de blaas gaan drukken, kan ongewenst urineverlies optreden. Het evenwichtsgevoel kan verminderen.

Om osteoporose te voorkomen of te beperken is lichaamsbeweging nodig, liefst zo dat het lichaam met het eigen gewicht wordt belast. Wandelen is dus beter dan fietsen om osteoporose tegen te gaan. Een relatief laag lichaamsgewicht is een risicofactor. Gebruik voldoende kalk, normaal 1 gram per dag, bij osteoporose 1,2 gram. Kalk zit in zuivel, zo'n 1,2 gram per liter. Kaas bevat zo'n 0,8 gram per 100 gram. Ook groene bladgroenten, broccoli en noten bevatten calcium. Alcohol, zout, koffie en roken doen afbreuk aan een goede kalkopname. Ook vitamine D is belangrijk. In Nederland heeft de helft van de 60-plussers een vitamine D-tekort (halvarine, margarine, makreel, paling, haring). Het wordt in het lichaam gevormd onder invloed van zonlicht op de huid, waarbij wordt uitgegaan van gemiddeld dagelijks 15 minuten hoofd en handen in de zon. (Sowieso is buitenlucht belangrijk!) De Gezondheidsraad adviseert om bij osteoporose 20 microgram (800 IE) per dag extra te gebruiken, vooral van november tot maart. Andere risicofactoren voor osteoporose zijn o.a. erfelijkheid, langdurige behandeling met glucocorticoïden als prednison, roken, geregeld alcoholgebruik, reumatoïde artritis, ondergewicht (BMI <19), hypogonadisme (tekort aan geslachtshormonen), ziekten aan het endocriene systeem, de lever of de nieren en COPD.

Er zijn diverse geneesmiddelen bij osteoporose. Belangrijk zijn alendroninezuur (Fosamax, Fosavance), risedroninezuur (Actonel, Actokit) en ibandroninezuur (Bondronat, Bonviva). Deze zogenoemde bisfosfonaten (difosfonaten) moeten drie tot vijf jaar worden gebruikt. Na enkele jaren kunnen deze middelen de botafbraak omkeren, zodat de botten sterker worden. Als bijwerking zijn 'wazig zien' en oogontstekingen beschreven. Als bisfosfonaten niet goed verdragen worden (maag-darmklachten), is er denosumab, een middel dat de botafbraak doet afnemen. In ernstige gevallen worden aan postmenopauzale vrouwen bijschildklierhormooninjecties (parathyroïd hormoon (PTH, Preotact) of teriparatide (Forsteo)) gegeven gedurende anderhalf tot twee jaar, waarna overgestapt wordt op een ander soort middel. Deze behandeling kan vervelende bijwerkingen geven. Bij ingezakte ruggenwervels wordt soms percutaan (door de huid heen) een soort 'cement' in die wervels ingebracht. We noemen dit percutane vertebroplastiek (PVP). Deze behandeling kan een snelle en forse verbetering van de klachten opleveren.

Zie ook hier.

30-10: Hyperparathyreoïdie

Bij hyperparathyreoïdie werken de bijschildklieren te snel. Soms heeft men hier geen last van, soms wel (bijvoorbeeld maagklachten, nierproblemen, spierzwakte, moeheid, veel drinken en plassen, misselijkheid, obstipatie en uitdroging). Eén procent van de mensen krijgt ermee te maken, met name op oudere leeftijd.

De bijschildkliertjes bewaken door middel van het parathormoon (parathyroïdhormoon, PTH) het calciumgehalte in het bloed en verhogen dit zo nodig. PTH heeft ook invloed op de vorming van actief vitamine D dat betrokken is bij de opname van calcium in de darm. Door met name tumorgroei (meestal goedaardig: adenoom) in de bijschildklieren kan er te veel PTH vrij gaan komen, waardoor calcium door de nieren wordt vastgehouden, door de darm wordt opgenomen en er osteoporose ontstaat. Dit is primaire hyperparathyreoïdie, waarbij de behandeling bestaat uit verwijdering van één of meer bijschildklieren. Bij de secundaire vorm zien we een tekort aan vitamine D, waardoor de calciumspiegel in het bloed daalt en er te veel PTH vrijkomt. Bij tertiaire hyperparathyreoïdie is dit in een vergevorderd stadium en zijn de bijschildklieren ongevoelig geworden voor het remmend effect van calcium op de afgifte van hun hormonen.

Grieppandemieën

De vorige eeuw hadden we drie grieppandemieën, in 1918/1919, 1957/1958 en 1968. De huidige pandemie is de eerste in de 21ste eeuw.

De Spaanse griep eiste in 1918/1919 wereldwijd tientallen miljoenen (ik vind cijfers tussen twintig en honderd miljoen) doden, waarvan velen betrekkelijk jong. Het ging toen, net als nu, om het H1N1-type. (De letters H en N staan voor de desbetreffende eiwittypes.)

De Aziatische griep (H2N2) sloeg toe in 1957/1958. Er waren wereldwijd 1 tot 4 miljoen doden te betreuren.

De Hongkonggriep (Mao-griep) was in 1968 (H3N2, een mutatie van het H2N2-type). Er stierven bijna een miljoen mensen wereldwijd.

De 'gewone' seizoensgriep is een steeds muterende variant van H3N2. H1N1 zou daarin ook weer een plaats kunnen veroveren.

In 1997 dook een nieuwe mutatie vogelgriep op, H5N1. Dit subtype bleek uiterst gevaarlijk voor de mens. Van de besmette personen stierf 60 procent. Besmetting verliep alleen van vogels naar mens; de gevreesde besmetting van mens naar mens bleef tot nu toe uit.

Aan de Mexicaanse griep stierven wereldwijd tot nu toe 5700 mensen. Van belang lijkt te proberen het afweersysteem in zo goed mogelijke conditie te houden of te brengen door voldoende rust, voldoende beweging, zonlicht en frisse lucht en gezonde voeding (vit. D). Net als bij de Spaanse griep lijken ook nu jongeren gemakkelijker slachtoffer te worden. Het lijkt zo te zijn dat mensen van bouwjaren voor 1957 een zekere afweer hebben meegekregen, omdat de H1N1-virussen die voor 1957 circuleerden een beetje leken op het huidige virus. In 1957 werd H1N1 verdrongen door het H2N2-type, hetgeen in eerste instantie de Aziatische grieppandemie veroorzaakte. In elk geval, wie ziek wordt, kan het best de ziekte respecteren en alle energie aanwenden voor genezing, m.a.w. rust nemen. Drink veel water, probeer gezond te eten, demp koorts boven 39,5° met paracetamol, waak, vooral bij kinderen(!), voor uitdroging. Als er naast hoge koorts sufheid en of ademhalingsklachten en of een stijve nek (kin kan niet naar de borst gebracht worden) optreden: roep direct medische hulp in. Besef dat (indien nodig) met de virusremmer Tamiflu tot 48 uur na uitbreken van de ziekte gestart kan worden. Sommigen proberen besmetting te voorkomen. Als dat al zou kunnen, dan alleen door zoveel mogelijk alle contacten te mijden. Maar waarschijnlijk kan dat voorkomen helemaal niet. Het is ook de vraag of het wijs is dat te proberen. Geen besmetting betekent geen antistoffen tegen een eventuele latere (kwaadaardiger?) variant.

Dan nog iets over een milde varkensgriepgolf in 1976. Wellicht in samenhang met de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten bestelde president Ford vaccinaties voor de hele bevolking. Toen bij een aantal gevaccineerden ernstige neurologische bijwerkingen (Guillain-Barré?) werden geconstateerd, werd het vaccinatieprogramma acuut stopgezet. Er werd voor 3,2 miljard dollar aan schadeclaims ingediend, waarvan de laatste zaken pas in de jaren 90 werden afgehandeld.

Cytomegalie en zwangerschap

Zwangeren doen er goed aan besmetting met het cytomegalovirus (CMV) te proberen te voorkomen. Een kwart van alle dove en slechthorende kinderen heeft die handicap, omdat de moeder tijdens de zwangerschap besmet raakte. Dit blijkt uit onderzoek van het Leids Universitair Medisch Centrum, hoogleraar Anne Marie Oudesluys. Zij betoogt dat voor deze risico's nog te weinig aandacht is.

De helft van de Nederlanders is overigens ooit met het virus besmet. De virusdeeltjes zitten met name in urine en speeksel, zodat moeders die zwanger zijn, hun handen zouden moeten wassen direct na het verschonen van een luier, geen bestek zouden moeten delen met hun kind(eren) en voorzichtig zouden moeten zijn met zoenen. Alhoewel gezonde volwassenen de infectie vaak niet eens bemerken, kunnen de gevolgen voor een ongeboren kind zeer ernstig zijn. Vroeg in de zwangerschap kan abortus optreden. Later zien we naast doofheid oogafwijkingen, ontwikkelingsachterstand, microcefalie (een te klein hoofd en onontwikkelde hersenen) en andere centraal neurologische stoornissen en hydrops foetalis (ernstige vochtophopingen in het kindje). Het grootste deel van de besmette kinderen wordt echter schijnbaar gezond geboren, maar sommigen kunnen in de eerste levensjaren alsnog problemen ontwikkelen. Er zijn studies waarin die pasgeborenen antivirale middelen krijgen die veelbelovend lijken. Wellicht dat het zinvol is baby's via de hielprik te testen op het virus, hetgeen mogelijk is.

1-11: Schildklieraandoeningen en de hielprik

Schildklieraandoeningen komen minstens vijfmaal vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Schildklierkanker komt twee keer vaker voor bij vrouwen. Oorzakelijk is te denken aan zowel erfelijkheid als jodiumtekort. De laatste tijd neemt het aantal klachten door jodiumtekort weer toe, met name omdat mensen minder brood (met het verplichte bakkerszout) eten.

In de eerste week na geboorte wordt bij baby's een hielprik afgenomen. Het bloed wordt onderzocht op zeventien (zeldzame) ernstige aangeboren afwijkingen die tot ontwikkelingsstoornissen kunnen leiden, maar die goed behandelbaar zijn. Daaronder is congenitale hypothyreoïdie (CH). Zo worden per jaar 70 kinderen met een tekort aan schildklierhormoon opgespoord. Wanneer de ziekte pas laat gesignaleerd wordt, zal er dikwijls een ontwikkelingsachterstand aan de hersenen zijn opgetreden.

2-11: Reuma en andere gewrichtsaandoeningen

Eén op de tien Nederlanders ontwikkelt een vorm van wat men in de volksmond reuma noemt. Reuma is een verzamelnaam voor verschillende gewrichtsaandoeningen:

Reuma is in de eerste plaats reumatoïde artritis (RA), een pijnlijke ontsteking in de gewrichten in bijvoorbeeld handen, voeten, knieën, polsen en enkels met na verloop van tijd blijvende schade aan de aangedane gewrichten. Het is een auto-immuunziekte. Soms krijgen kinderen de ziekte al jong, maar vaker ontwikkelt die zich na het 40ste levensjaar, driemaal zo vaak bij vrouwen dan bij mannen. Veel vrouwen krijgen de ziekte rond de overgang. Alhoewel de ziekte in families voorkomt, wordt gedacht dat hij niet erfelijk is, maar meer bepaald door leef- en voedingsomstandigheden. Wel worden afwijkingen in een paar genen (polymorfismes) aan het eventuele ontstaan van RA gekoppeld. Ook blijkt er een omgekeerd verband te bestaan tussen het voorkomen van RA en tuberculose. Een verband met herpesvirussen wordt vermoed. Eén à twee procent van de bevolking ontwikkelt RA.
De ziekte begint vaak met het plotseling dik en pijnlijk worden van één of meer gewrichten. We zien stijve ledematen en gewrichten die pijnlijk en vaak gezwollen zijn en minder soepel worden, griepachtige klachten, vermoeidheid, bloedarmoede, malaise en symmetrie van de verschijnselen (bijv. linker vinger én al snel ook dezelfde rechter vinger!).
Vaak worden pijnstillende en/of ontstekingsremmende middelen gebruikt als paracetamol als pijnstiller en diclofenac, ibuprofen of nieuwere NSAID's als ontstekingsremmer. Soms worden coticosteroïden als prednison voorgeschreven of injecties in de aangedane gewrichten gegeven. Om osteoporose tegen te gaan, wordt calcium en vitamine D voorgeschreven. Voorts zijn er de biologische en de synthetische DMARD's (disease-modifying antirheumatic drugs) voor het snel en aanhoudend onderdrukken van de ontstekingen. (Methotrexaat wordt afgewisseld met foliumzuur tegen de bijwerkingen.)

De ziekte van Bechterew (spondylitis ankylopoetica) is erfelijk en openbaart zich meest bij mannen tussen 18 en 30 jaar. Deze ontstekingsziekte begint meestal in het onderste deel van de wervelkolom, waardoor op termijn door verbening van de tussenwervelschijven een gekromde rug ontstaat. Bij Bechterew zien we ook dikwijls ontstekingen aan de ogen en soms ook aan de aorta.

Juveniele RA is als reumatoïde artritis, maar openbaart zich voor het 15de levensjaar, terwijl kinderen er meestal overheen groeien en het dan ook niet meer krijgen. Soms treedt deze spontane remissie niet op.

Artritis is ontsteking aan gewrichten. Deze kan door reuma veroorzaakt worden (reumatische/reumatoïde artritis) of door verwonding, bacteriële ontsteking (septische artritis) of allergie. We zien pijn bij druk op en beweging van het aangedane gewricht, koorts, rode huid. De voeding van het gewrichtskraakbeen is verstoord en het kraakbeen kan beschadigd raken, omdat ontstekingsvocht de plaats van gewrichtsvocht inneemt. Bij kristalartritis zetten zich kristallen in het gewricht af, met ontsteking als gevolg. Een reactieve artritis is een complicatie van een infectie elders in het lichaam.

Artrose (Engels: osteoarthritis) is slijtage aan gewrichten, waardoor pijn ontstaat.

Jicht is een ontstekingsreactie, meestal in de grote teen (metatarso-falangeale gewricht), ten gevolge van gekristalliseerd uraat (zout van urinezuur) in het gewricht. De ontsteking en pijn kunnen plotseling , bijvoorbeeld 's nachts, opkomen. Jicht kan ook voorkomen in enkel, knie, vingers of oorschelp en komt meer bij mannen voor. In Nederland hebben een paar duizend mensen last van jicht. Het eten van orgaanvlees of mosselen of vis kan risicofactor zijn voor het opkomen van een aanval. Ook chemotherapie lokt wel jichtaanvallen uit. Familiaire jicht kan met nierfunctiestoornissen en hartfalen samenhangen. Verder kan alcoholgebruik een aanval uitlokken, net als vergiftiging met lood of cadmium.
Koffiegebruik helpt aanvallen te voorkomen, des te meer koffie, des te kleiner kans op aanvallen. Bij overgewicht is het ook belangrijk geleidelijk af te vallen tot een gezond gewicht (lichaamsbeweging). Ook het drinken van veel water wordt aangeraden. Soms kan behandeling met colchicine een aanval helpen voorkomen of helpen beteugelen. Meestal wordt een NSAID voorgeschreven, zoals diclofenac. Als aanvallen regelmatig terugkomen, wordt een middel ter preventie gegeven.

Pseudo-jicht is een zeldzame kristalartropathie door afzetting van calciumpyrofosfaatdihydraat, die gepaard gaat met pijnlijke artritis, meestal in één gewricht tegelijk (mono-artritis, vooral in knie, pols of enkel, zelden in de grote teen). Pseudo-jicht komt wat vaker bij mannen voor, maar vooral bij ouderen en dan ook bij vrouwen. NSAID's als diclofenac werken minder goed dan bij jicht. Daarom worden ook wel injecties met corticosteroïden in het gewricht gegeven.

Sommigen zien fibromyalgie (fibrositis) als een chronische ontsteking van spieren en huid. Het wordt dan wel weke-delenreuma genoemd.

Ziekte van Crohn

De ziekte van Crohn is een auto-immuunziekte. Het is een ontstekingsziekte van de slijmvliezen van de darm, veelal in het overgangsgebied van dunne naar dikke darm, soms ook aan de mond of anus. Samen met colitis ulcerosa (ontsteking met zweervorming van het slijmvlies van (meestal het linker- of dalende deel van) de dikke darm, doorgaans beginnend in de endeldarm, gepaard gaande met buikgriepachtige aanvallen met diarree en bloed bij de ontlasting) is de ziekte van Crohn de belangrijkste chronische ontstekingsziekte van de darm. We noemen ze samen chronische inflammatoire darmziekten (IBD, Inflammatory Bowel Syndrome). N.B. Bij IBS (Irritable Bowel Syndrome, de spastische darm) is er geen ontsteking.

Crohn heeft een grillig verloop. Soms zijn er jarenlang weinig klachten. We zien dunne ontlasting of diarree met bloedverlies, bloedarmoede, groeiachterstand, vermagering en vernauwingen in de darm. Ook kunnen zich darmfistels vormen, kunnen gewrichten of de onderrug (Bechterew) ontstoken raken en kunnen zich oog- en huidaandoeningen voordoen. Voor de (symptomatische) behandeling van Crohn worden diverse geneesmiddelengroepen vaak langdurig gebruikt. Soms is een darmoperatie noodzakelijk.

Per jaar zien we zo'n 1.000 nieuwe patiënten met de ziekte van Crohn, die zich vaak openbaart tussen het 15de en 30ste levensjaar. Sinds de millenniumwisseling zien we overigens jongere nieuwe patiënten, sinds 2006 zelfs baby's. De ziekte komt het meest voor in Noord-Amerika en Noord-Europa (meest in stedelijke gebieden), het minst waar slechte leefomstandigheden zijn. Goede hygiëne lijkt het ontstaan van de ziekte te bevorderen. Het krijgen van borstvoeding verlaagt de kans op Crohn. Samen met genmutaties in IBD1-9 en CARD15 is roken een risicofactor die de kans op het krijgen van een kind met Crohn verdubbelt. Roken is ook voor de roker een risicofactor wat betreft het ontstaan van de ziekte en mensen met Crohn die roken hebben ernstiger klachten. Stress en depressie kunnen de kwaal verergeren of een acute ontstekingsfase induceren. Ten slotte kan appendectomie (blindedarmoperatie) het beloop van de ziekte verslechteren.

Blindedarmontsteking

Blindedarmontsteking (appendicitis (acuta)) is doorgaans een bacteriële ontsteking van het wormvormig aanhangsel (appendix) van de blinde darm, ongeveer waar de dunne darm in de dikke darm overgaat. Het verwijderen van de blinde darm (appendectomie) wordt gemakkelijk gedaan, omdat een gemiste ontsteking tot ernstige gevolgen als perforatie, buikvliesontsteking (kenmerkend is de optredende schouderpijn) en abcesvorming kan leiden. De helft van de verwijderde aanhangsels blijkt uiteindelijk niet ontstoken. Appendicitis komt meest bij jonge mensen voor.

We zien pijn die soms begint rond of iets boven de navel en geleidelijk afzakt naar de rechter onderbuik (heupbeenhoogte), misselijkheid, geen eetlust, soms koorts en/of diarree. Later ontstaan peritoneale verschijnselen: zachtjes op de rechter onderbuik drukken doet pijn, plotseling loslaten ook (loslaatpijn). Hoesten en lachen zijn soms ook pijnlijk, evenals drempels in de weg. In het bloed is de bezinking (BSE) meestal verhoogd en zien we meer witte bloedlichaampjes dan normaal. Echoscopie kan aanvullend uitsluitsel geven.

De operatie kan vaak op twee manieren: een snee rechts in de buik en via kijkoperatie (laparoscopie). Laparoscopische appendectomie geeft sneller herstel. Als de diagnose laat wordt gesteld (na dagen), is de ontsteking soms al afgedekt door verklevingen. Bij onderzoek is dit soms als weerstand in de rechter onderbuik te voelen. Er is dan een appendiculair infiltraat en het is de vraag of dan nog geopereerd moet worden.

3-11: Griep? Of verkouden?

Ik begrijp dat velen griep en verkoudheid niet uit elkaar weten te houden. Kort: Verkoudheid kun je gemakkelijk vaker krijgen, want er zijn veel verschillende virussoorten. In tegenstelling tot verkoudheid gaat griep gepaard met plotseling opkomende koorts (tot ±39°), vermoeidheidsklachten, spierpijn en verminderde eetlust.

Ziekte van Addison

De ziekte van Addison of chronische primaire bijnierschorsinsufficiëntie komt in Nederland zeker 1.000 maal voor. De bijnierschors maakt onvoldoende cortisol en aldosteron aan (hypocorticisme). Daardoor kunnen patiënten in stressvolle situaties acuut in ernstige problemen geraken (shock). Het tekort aan aldosteron leidt tot te groot natriumverlies en een vasthouden van te veel kalium, waardoor hypovolemische shock of compensatoire acidose (verzuring van het bloed) kunnen ontstaan. Het tekort aan cortisol kan gemakkelijk leiden tot ernstige hypoglykemie met coma als gevolg. Berucht is de Addisonse crise (crisis, een medische noodsituatie). Addison werd vroeger meestal veroorzaakt door tuberculose, thans is het meestal een auto-immuunziekte. De ziekte is niet te genezen. Behandeling door substitutietherapie: het slikken van corticosteroïden. Bij hoge koorts dient de dosering hiervan fors naar boven aangepast te worden.

We zien moeheid en zwakte, gewichtsverlies, zouthonger, meestal hyperpigmentatie (oranje-bruine verkleuring van de huid, ook de handpalm en de handlijnen, soms met optredende vitiligo), dorst en neiging tot uitdroging, hypotensie (lage bloeddruk), buikpijn, soms hyperventilatie en misselijkheid.

Ziekte van Kawasaki

De ziekte van Kawasaki (mucocutaan lymfkliersyndroom, MCLS) is een zeldzame vasculitis (vaatwandontsteking), waarbij middelgrote bloedvaten in het hele lichaam ontstoken raken, waarschijnlijk veroorzaakt door een bacterie of virus. De ziekte komt alleen bij kinderen voor, meestal bij jongetjes jonger dan vijf jaar, vaker bij Japannertjes dan bij niet-Japanners, vaker in het winterseizoen en voorjaar.

We zien hevige koorts, opzwellende lymfklieren in de hals, huiduitslag en rode slijmvliezen en ogen en een aardbeientong, gezwollen handen en voeten en rode handpalmen en voetzolen. Soms wordt gedacht aan roodvonk, waardoor de diagnose gemist wordt. Behandeling met intraveneuze (in de bloedvaten) immunoglobuline en hoge doses aspirine tegen de bijverschijnselen. Wordt niet binnen tien dagen behandeld met immunoglobuline, dan bestaat risico op aneurysma's (slappe uitstulpingen in de bloedvaten die gemakkelijk scheuren) en hartproblemen. Corticosteroïden kunnen dit risico verkleinen. Na behandeling met immunoglobuline kan vaccinatie volgens schema tegen bof, mazelen en rode hond (BMR) beter drie maanden worden uitgesteld.

P.S. 22-6-2014: Kawasaki lijkt te worden veroorzaakt door candidaschimmels of een gifstof daarin. In Japan leeft de ziekte op nadat de wind lucht aanvoert uit graanbouwgebieden in China. Sommige kinderen zouden een aanleg hebben om door de op de wind meegevoerde candida Kawasaki te krijgen.

4-11: Polychondritis recidivans

Polychondritis recidivans (recidiverende polychondritis, panchronditis, Myenberg-Altherr-Ühlingersyndroom, polychondropathie) is een zeldzame auto-immuunziekte, waarbij het afweersysteem het eigen kraakbeen aanvalt, dat hierdoor steeds weer ontstoken raakt. De kwaal wordt gezien als een vorm van reuma.

Soms wordt alle kraakbeen aangetast, soms een deel. Het kan gaan (volgorde van incidentie) om de oren, de gewrichten, de neus, de keel en de hartkleppen. Polychondritis kan tracheomalacie (verweking van de luchtpijp) veroorzaken. Ook kan de ziekte oogontsteking en gehoorschade met zich meebrengen. Patiënten kunnen overlijden aan luchtwegproblemen, cardiovasculaire complicaties en infecties. De tienjaarsoverleving is tegenwoordig zeker 70 procent. Polychondritis gaat vaak samen met SLE, vasculitis (ontsteking aan de bloedvaten), of reumatoïde artritis. Het openbaart zich dikwijls rond het 47ste levensjaar.

Behandeling door onderdrukking van het immuunsysteem met behulp van corticosteroïden als Prednison, of ontstekingsremmers als methotrexaat, colchicine of azathioprine.

Zie latere pagina (2016).

5-11: Insectensteken

Een steek wordt toegebracht met een angel. Vaak wordt ook gesproken van een 'beet'. Bijen, wespen en mieren steken en dan alleen de vrouwtjes. Vlooien, luizen, wantsen (voorste vleugels half hoornachtig), muggen, dazen en sommige spinnen kunnen bijten.

Van wespen is bekend dat, als je ernaar gaat slaan, ze een alarmstof activeren die meer wespen zal aantrekken. Wespen hebben een gladde angel en kunnen steeds opnieuw steken, bijen hebben weerhaakjes aan de angel, waardoor die in de huid blijft zitten en de bij na een steek sterft. Krab (of trek) die angel zo snel mogelijk na een steek (zonder te drukken) weg! Na een eerste steek (waarbij geen allergische reactie kan optreden) kan in een enkel geval bij een volgende steek, ook al komt deze pas na jaren, een allergische reactie optreden die van lastig tot acuut levensbedreigend kan zijn. Jaarlijks overlijden enkele mensen na een anafylactische (allergische) reactie op zo'n beet, of doordat zij in de mond gestoken worden en de luchtwegen opzwellen. Er zijn ook gevallen bekend waarin het gestoken worden door meer wespen (20) tegelijk dodelijk bleek. Als een steek niet onmiddellijk scherp brandend pijnlijk is, is het overigens geen wesp of bij geweest die stak. Beten van dazen (een daas is een steekvlieg) geven vooral jeuk. Dazen kunnen bacteriële infecties overbrengen, dus onderhuidse ontstekingen veroorzaken.

Een allergische reactie is in feite een systemische reactie: de verschijnselen gaan verder dan het gestoken lichaamsdeel. In volgorde van ernst: bultjes en vlekkerige huiduitslag op het lichaam, jeuk, angst, malaise, zwelling van lippen en gezicht, misselijkheid, buikpijn, diarree, duizeligheid, druk op de borst, (piepende) ademnood, slikproblemen, spraakproblemen, slapte, verwardheid, snelle pols, hypotensie (wegzakkende bloeddruk), flauwvallen, bewusteloosheid, incontinentie, cyanose (blauw zien door zuurstoftekort). Raakt iemand door een steek in shock (bleke, blauwachtige huid, snelle, zwakke pols, suffig of verward, verlaagde bloeddruk), bel 112 en laat de ambulance door iemand 'opvangen'! Let op: sommige mensen gaan vanuit angst hyperventileren. Dit is geen allergische reactie! Allergische reacties op bijengif verlopen ernstiger dan die op wespengif. Mensen die weten allergisch te zijn, dragen veelal een auto-injector met adrenaline (epinefrine, EpiPen, Anapen) bij zich, dat ze zichzelf als tegengif kunnen spuiten en dat de bloeddrukdaling tegengaat. Een immunotherapie (desensibilisatiekuur, drie tot vijf jaar lang injecties met gezuiverd gif krijgen om aan het gif te wennen) leidt tot definitief overwinnen van de allergie.

Foliumzuur, spina bifida en astma

Foliumzuur of vitamine B11 zit vooral in groene groenten. Met name spruitjes, asperges en spinazie bevatten veel foliumzuur. Ongezonde leefgewoonten kunnen gemakkelijk een tekort aan foliumzuur veroorzaken. Alcoholgebruik, roken, medicijnen tegen epilepsie en langdurig gebruik van de pil zijn extra risicofactoren. Bloedarmoede door foliumzuurtekort veroorzaakt vermoeidheidsklachten, duizeligheid, een pijnlijke rode tong, misselijkheid en hoofdpijn. Vrouwen krijgen het advies vanaf dat ze wensen zwanger te worden, maar in elk geval van een aantal weken voor de conceptie tot twee maanden daarna 0,4 mg. foliumzuur extra te slikken per tablet, omdat dat het risico van het krijgen van een kindje met spina bifida (SB, open ruggetje, met hydrocefalie (waterhoofd)) en/of open schedeltje (anencefalie) voor minstens de helft wegneemt. Ook een erfelijke factor wordt bij deze geboorteafwijkingen overigens als oorzakelijk vermoed. Heeft de moeder al eens een kindje met dit soort problemen gehad, dan wordt 5 mg. foliumzuur per dag geadviseerd, net zo als wanneer de moeder aan diabetes of epilepsie lijdt. De problemen ontstaan een kleine maand na de bevruchting.

Te lang slikken van extra foliumzuur is ook weer niet goed. Moeders die aan het eind van de zwangerschap nog extra foliumzuur innemen, hebben een 30 procent grotere kans dat hun kind als kleuter astma krijgt.

Zie ook hier.

6-11: Endeldarmkanker en anuskanker

Endeldarmkanker (rectumcarcinoom, colorectaal carcinoom) wordt jaarlijks in Nederland 2.000 maal vastgesteld, meestal bij 60-plussers, evenveel bij mannen als bij vrouwen. De tumor zit in de laatste 15 centimeter van de darm. Slechte eetgewoontes, overgewicht, darmpoliepen en chronische ontsteking van de darm zijn risicofactoren. Bij hereditair non-polyposis colorectaal carcinoom (HNPCC, Lynch-syndroom) en bij het familiaire adenomateuze polyposiscarcinoom (FAP) is er, overigens als bij de overeenkomende dikkedarmkanker, sprake van erfelijkheid.

Anuskanker treft 90 mensen per jaar, met name 75-plussers. Er wordt een verband vermoed met het humane papillomavirus dat genitale wratten veroorzaakt en ook baarmoederhalskanker. We zien bloed uit de anus, een naar gevoel (of jeuk) in de anusstreek en frequente aandrang zich te ontlasten. Anuskanker komt meer bij mannen voor.

9-11: Leukemie

Leukemie komt het meest voor bij ouderen. In Nederland zien we 1.600 volwassen nieuwe patiënten per jaar en 50 kinderen (kinderen hebben doorgaans acute leukemie). Acute leukemie is op dit moment in 60 procent van de gevallen nog dodelijk. Chemokuren en stamceltransplantatie zijn de gangbare behandelingen. Chemotherapie tast het eigen afweersysteem aan, waardoor infectiegevaar op de loer ligt. Bij beenmergtransplantatie worden stamcellen vervangen, veelal door donorstamcellen, liefst van een broer of zus. Die stamcellen kunnen tegenwoordig gewoon uit bloed worden gehaald en door bloedtransfusie met één zakje bloed worden 'vervangen'. Daarbij is medicatie tegen afstotingsverschijnselen noodzakelijk. De ziekte kan terugkomen, maar ook in één keer genezen blijken.

Zie ook hier!

Lipoom, lipomatose, ziekte van Dercum en liposarcoom

Een lipoom is een goedaardig gezwel van vetweefselcellen onder de huid. We zien één of meer ronde of ovaalvormige bultjes, variërend in grootte (een paar mm. tot wel 10 cm.) en week, vaak op onderarm, bovenbeen, hals, romp en zitvlak. Het hebben van veel lipomen noemen we lipomatose. Zijn ze pijnlijk, dan spreken we van de ziekte van Dercum (adiposis dolorosa, lipomatosis dolorosa, neurolipomatosis). Dercum komt veel meer bij vrouwen voor en gaat vaak samen met overgewicht, vermoeidheidsklachten, droge mond en ogen en soms ontstekingen bij de pezen.

Voor een lipoom is meestal geen behandeling nodig. Na een operatie komt het lipoom soms zomaar terug. Heel soms is of wordt het lipoom kwaadaardig en heet dan liposarcoom. We zien het vooral in de dijen of de buikstreek bij 40-plussers. De diagnose wordt in Nederland slechts 40 keer per jaar gesteld en wordt dus gemakkelijk gemist. Soms zien we gewichtsverlies en buikpijnklachten. De vijfjaarsoverleving bij een liposarcoom kan in ernstige gevallen beneden de 50 procent liggen.

10-11: Syndroom van Guillain-Barré

Het syndroom van Guillain-Barré (GBS, syndroom van Landry-Guillain-Barré-Strohl, polyradiculoneuropathie, acute idiopathische demyeliniserende polyneuropathie, acute inflammatoire polyneuropathie, ascenderende paralyse van Landry) is een neuromusculaire ontstekingsachtige aandoening van zenuwen buiten het centrale zenuwstelsel, met name van motorische zenuwen van het ruggenmerg naar de spieren en van gevoelszenuwen van huid, spieren en gewrichten naar het ruggenmerg terug. Hierdoor ontstaan verlammingsverschijnselen, spierzwakte en meestal gevoelsstoornissen. Bij het syndroom van Miller-Fisher zien we spierzwakte beginnend in de oogleden en vaak moeite met het bewegen van de ogen. (Er is verder een weinig voorkomende vorm van spierzwakte in de keel, de tong en het gezicht.) De oorzaak van Guillain-Barré is doorgaans een auto-immuunreactie na een infectie als keelontsteking, verkoudheid of diarree. Omdat de ziekte soms ook gezien wordt na vaccinaties, menen tegenstanders daarvan dat vaccinaties de ziekte kunnen veroorzaken. Momenteel gebruiken tegenstanders van vaccinatie tegen Mexicaanse griep Guillain-Barré als argument. De meeste patiënten genezen volledig, sommigen houden een chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie (CIDP) over. We zien in Nederland meer dan 200 patiënten per jaar.

We zien plotseling opkomende verschijnselen als tintelingen, een slapend gevoel in ledematen en gevoelsverlies, beginnend in de benen, later in de armen, moeite met lopen, slikproblemen, toenemende spierzwakte, ademhalingsproblemen, verlies van reflexen en ten slotte soms spierverlamming. Na drie weken is de ziekte op z'n top, waar hij een paar weken tot een paar maanden kan blijven hangen, de plateaufase. Bij velen verloopt de ziekte minder ernstig, maar bij ongeveer 25 procent van de patiënten is tijdelijk beademing en kunstmatige voeding noodzakelijk. Daarna treedt de herstelfase in, die jaren in beslag kan nemen. De behandeling gebeurt met immunoglobulinen, een soort van (niet specifieke) menselijke afweerstoffen.

West-Nijlvirus

Het West-Nijlvirus is een arbovirus (een virus dat door geleedpotigen wordt overgebracht) en wordt door muggen, de tijgermug, maar ook onze huismug (culexmuggen) overgebracht en kan de West-Nijlziekte veroorzaken. Vooral onder vogels, paarden en mensen vallen slachtoffers. Vogels, met name kraaien en spreeuwen, spelen kennelijk een rol in de verspreiding van de ziekte. Het virus komt voor in Centraal en Zuid-Afrika, India, West-Azië, Oost-Europa, het Midden-Oosten en de Verenigde Staten, maar is in eerdere jaren ook in Frankrijk en andere landen rond de Middellandse Zee gesignaleerd. In de Verenigde Staten zijn inmiddels bijna 100 mensen aan de ziekte overleden. Momenteel wordt het virus ook in Engeland, Polen en Italië aangetroffen.

Aangenomen wordt dat de kans ziek te worden na één enkele steek klein is (ongeveer één procent van de muggen is besmet) en dat dus meer steken daarvoor nodig zijn. Na besmetting duurt het drie dagen tot twee weken voor de eventuele infectie duidelijk wordt. De symptomen lijken op griep. Bij een enkeling (meestal 60-plussers) volgt er echter een meningitis (hersenvliesontsteking) en/of een encefalitis (hersenontsteking), die levensbedreigend zijn. Eén op de vijf zieken zal ook niet-jeukende uitslag ontwikkelen op borst, rug en armen.

Het virus is in Nederland momenteel in het nieuws omdat veeartsen paardenhouders voorbereiden op deze (nog onbehandelbare) ziekte bij hun paarden. Er wordt hier tegen virusinfecties gevaccineerd met Duvaxyn, waarmee ik ook negatieve ervaringen vind. In de Verenigde Staten is PreveNile van Intervet (Akzo Nobel) voor paarden toegelaten.

Zink, vitamine E en weerstand tegen infecties

In de Gezondgids van de Consumentenbond van november een artikel over het afweersysteem en hoe dat scherp te houden. Immunoloog Eric Claassen (Erasmus MC) geeft aan dat zink een belangrijke rol in het afweersysteem speelt. Bij een tekortschietend immuunsysteem adviseert hij in het najaar zinktabletten. Zink zit in onze voeding in vlees, vis, melkproducten, volkorenbrood, peulvruchten en bladgroenten. En uiteraard worden er al jaren allerlei tabletten gefabriceerd en door alternatieve hulpverleners voorgeschreven.

Oogarts Redmer van Leeuwen vond dat vitamine E en zink van belang zijn bij het voorkomen van OMD (LMD, AMD), ouderdoms-maculadegeneratie. Vitamine E zit in o.a. plantaardige oliën, volkorenbrood, eieren en noten. Risicofactoren voor het ontstaan van MD bleken roken en verhoogde bloeddruk te zijn.

11-11: Radongas

Radongas komt voor in de buitenlucht (3 Bq (becquerel)/m3) en in de bodem, met name in gesteenten en kleigrond, minder in zand en veengrond. Radongas ontstaat uit radium en is radioactief. Naar schatting veroorzaakt het gas in Nederland 800 longkankergevallen per jaar, vooral onder rokers. (Aan roken zelf sterven in ons land zo'n 20.000 mensen per jaar.) In de buitenlucht is radongas geen probleem, maar binnenshuis kan de concentratie sterk oplopen. Zeventig procent van het gas binnenshuis komt uit bouwmaterialen als beton, natuursteen, gips (ouder dan 20 jaar) en baksteen. Gemiddeld komt 15 procent vanuit de bodem en 15 procent vanuit de buitenlucht het huis binnen. Vanuit de bodem (vooral omgeving Dordrecht en de noordelijke kuststrook) hoopt het gas zich gemakkelijk op in de kruipruimte en dringt vandaar door in de woning (met name als er bijvoorbeeld een open haard brandt en het huis zelf onvoldoende geventileerd wordt), reden waarom het noodzakelijk is ook de kruipruimte te ventileren. In kruipruimtes wordt tot wel 500 Bq/m3 gemeten. Oudere woningen ventileren meestal van nature, in nieuwbouwwoningen wordt gemiddeld een concentratie van 28 Bq/m3 gemeten. Daarom is continue ventilatie van de woning gewenst en moeten bij ontbreken van voldoende kieren ventilatieroosters geopend worden. De Europese norm voor radongasconcentratie in woon- en werkruimtes is gesteld op maximaal 200 Bq/m3, maar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert maximaal 100 Bq/m3.

Alvleesklierkanker

Alvleesklierkanker (pancreascarcinoom) is meestal een adenocarcinoom (klierkanker, soms een neuro-endocrien carcinoom), waarvan de diagnose in Nederland 1.500 maal per jaar gesteld wordt, vooral bij 60-plussers. De alvleesklier is langwerpig en ligt bovenin de buik. Hij maakt enzymen voor de vertering van voedsel en hormonen, waaronder insuline, ten behoeve van de stofwisseling, de spijsvertering en de werking van de darmen. De afvoerbuisjes komen samen in het afvoerkanaaltje dat via de kop van de klier, waar relatief vaak de kanker zit (pancreaskopcarcinoom), naar de twaalfvingerige darm loopt. De overgang naar de twaalfvingerige darm heet papil van Vater. De hormonen worden aangemaakt in de eilandjes van Langerhans.

Deze kanker geeft meestal pas in een laat stadium klachten (geelzucht, verminderde eetlust, gewichtsverlies, zeurende pijn in de buik of rug, verstoord ontlastingspatroon), waardoor vaak (in driekwart van de gevallen) al metastasen (uitzaaiingen) in omliggend weefsel zijn ontstaan en genezing dan meestal niet meer mogelijk is. Afsluiting van de galwegen leidt tot dunne, licht gekleurde of zelfs witte ontlasting. De operatie volgens Whipple, waarbij de alvleesklier en omgeving wordt verwijderd, heeft op zich al een sterfte van zeker tien procent, maar is vaak (in tweederde van de gevallen) al niet meer mogelijk. De vijfjaarsoverleving van pancreascarcinoom ligt op tien procent, na de Whipple-operatie op 20 procent. De meeste patiënten overlijden echter binnen enkele maanden. Neuro-endocriene kankers hebben een veel betere prognose. Palliatief wordt vaak een stent (endoprothese) geplaatst, zodat de gal weer naar de twaalfvingerige darm kan afvloeien.

Risicofactoren zijn roken, ontsteking van de alvleesklier door overmatig alcoholgebruik en mogelijk een erfelijke factor.

12-11: Taaislijmziekte

Taaislijmziekte (cystic fibrosis, CF, fibrosis cystica, FC, mucoviscidose) is een recessief erfelijke ziekte met genafwijkingen op chromosoom 7. Eenderde deel van de blanke bevolking is drager zonder zelf ziek te worden. Als beide ouders drager zijn, hebben ze een kans van één op vier dat hun kind cystic fibrosis zal hebben. Mede door erfelijkheidsadviezen en zwangerschapsonderbrekingen wordt in de praktijk 1 op de 4750 kinderen met CF geboren. In Nederland hebben we 1300 patiënten. De gemiddelde levensverwachting is de laatste decennia aanzienlijk verbeterd en ligt nu op 35 jaar. Naar opsporing van CF via de hielprik wordt als proef sedert 2008 in Limburg, Noord-Brabant en Gelderland onderzoek gedaan.

De vocht afscheidende klieren in het lichaam produceren bij CF taai slijm, waarin te weinig vocht zit. Hierdoor ontstaan steeds weer infecties in de longen en verstoppingen in de afvoer van alvleesklier en lever. In deze organen treedt een geleidelijk functieverlies op. We zien hoesten en slijm opgeven, stinkende vettige ontlasting, zout smakend zweet, luchtweginfecties, spijsverteringsproblemen door verminderde opname van vetten, te geringe eetlust bij infecties en groeiachterstand. Sommige kinderen worden geboren met meconium-ileus, een verstopping van de darm waarbij vaak meteen al geopereerd moet worden. Bij jongens kan CF tot onvruchtbaarheid leiden.

Het is belangrijk bij CF de conditie en het immuunsysteem zoveel als mogelijk op peil te houden. Beweging is van vitaal belang. Verder is een energieverrijkt dieet aangewezen. Uiteraard zal er regelmatig met forse doses antibiotica behandeld moeten worden en zullen slijmverdunnende middelen moeten worden geïnhaleerd. Een aantal patiënten raakt aangewezen op longtransplantatie.

Japanse encefalitis

Japanse encefalitis (hersenontsteking) is een virusinfectie (zoönose) die vooral in waterrijke rijstgebieden door muggen (die actief zijn van avond- tot ochtendschemering) wordt overgebracht van wilde vogels (o.a. reigers), vaak via varkens, naar de mens. Het immuunsysteem van de meeste mensen overwint de infectie ongemerkt en zonder enige moeite (dit leidt meteen tot levenslange immuniteit), maar circa een half procent van de besmettingen leidt na een incubatieperiode van vijf tot vijftien dagen via griepachtige verschijnselen na een paar dagen tot plotseling optredende encefalitis met hoge koorts, hevige hoofdpijn, nekstijfheid, bewustzijnsstoornissen, spastische verlammingen en in drie op de tien gevallen tot de dood en in nog eens drie op de tien tot blijvende schade. Kinderen tot tien jaar lopen hierbij meer risico. Zwangeren lopen risico op vruchtdood, het enige verschijnsel dat ook bij de besmette varkens voorkomt. Jaarlijks worden tot 50.000 ziektegevallen (en minstens 10.000 sterfgevallen) gemeld. In de besmettingsgebieden (platteland) ligt het jaarlijkse aantal geïnfecteerden op tot 1‰. Ter plaatse ontstaat immuniteit; bijna alle volwassenen zijn immuun. Kinderen raken daar doorgaans voor hun vijftiende en vaak al voor hun vierde geïnfecteerd. De ziekte is niet besmettelijk van mens op mens en wordt dus alleen door muggen overgebracht.

De ziekte komt vooral in Azië voor, met name in Zuid en Zuid-Oost Azië en is meest seizoensgebonden (niet in de winter en wel vooral eind zomer en begin herfst). Het virus is een flavivirus. Dit soort virussen veroorzaakt ook gele koorts, Dengue, St. Louis encefalitis en tekenencefalitis. Vaccinatie is mogelijk (drie injecties: 2de na een week, 3de na vier weken) en beschermt minimaal twee jaar.

13-11: Sint-Louis-encefalitis

Sint-Louis-encefalitis wordt veroorzaakt door een virus dat van vogels naar mens en dier wordt overgebracht door de stekende mug. De ziekte komt met name in Panama voor en in mindere mate ook in Noord- en Zuid-Amerika en het Caraïbisch gebied. Kinderen, ouderen en mensen in dichtbevolkte gebieden zonder goede sanitaire voorzieningen lopen het meeste risico ziek te worden. Toeristen kunnen de ziekte eveneens oplopen.

Bij de meeste mensen weet het immuunsysteem het virus ongemerkt doeltreffend uit te schakelen. Sommigen krijgen na vijf tot vijftien dagen na de muggenprik koorts en hoofdpijn. In ernstige gevallen kunnen zich symptomen van meningitis en encefalitis (stijve nek, hoge koorts, verwardheid en verlammingen) ontwikkelen. Er is geen specifieke behandeling en antivirale middelen werken niet.

Chikungunya

Chikungunyakoorts is een virale infectie overgebracht door een muggenbeet en enigszins lijkend op Dengue. De ziekte komt vooral in Afrika voor, ook in Zuid-Afrika, maar ook wel in Zuidoost-Azië. In augustus 2007 was er een epidemie in Noord-Italië. In 2014 liftte de ziekte mee naar de WK in Brazilië. Epidemieën lijken cyclisch te ontstaan, om de 7 tot 10 jaar. Het Erasmus Medisch Centrum werkt samen met de Universiteit van Wageningen aan een vaccin.

De incubatietijd is 2 tot 5 dagen. We zien artritischtige klachten met gewrichtspijnen in polsen, enkels, vingers en voeten, huiduitslag, koorts tot 39° en griepachtige verschijnselen. Na een week treedt genezing op, alhoewel de gewrichtsproblemen soms nog een paar jaar kunnen voortduren, maar onder bejaarden vallen dodelijke slachtoffers. Er is geen specifieke behandeling. Pijnstillers en ontstekingsremmers worden voorgeschreven.

Fenomeen van Raynaud

Het fenomeen van Raynaud geeft bij koude en bij enkelen bij heftige emotie door vrijkomend stresshormoon witte tot blauwe vingers en soms tenen, tepels, wangen, oren of neuspunt, scherp afgelijnd. De bloedtoevoer stopt als het ware te snel door samentrekking van de bloedvaten ter plaatse. Bij opwarming worden ze vervolgens rood, gezwollen en pijnlijk of tintelend. Een aanval van 'vaatkramp' duurt meestal minder dan een halfuur. In 80 procent van de gevallen gaat het om primaire Raynaud: er ligt geen andere ziekte aan ten grondslag. Ook migraine wordt hiertoe wel gerekend. Primaire Raynaud ontstaat veelal al jong, gemiddeld op 14-jarige leeftijd en bijna nooit boven de 40 jaar, meer bij vrouwen. Ontstaat het wel op latere leeftijd, dan is er kans dat het een secundaire Raynaud is, een vaataantasting door bijv. een auto-immuunziekte of bindweefselziekte. Of het kan samenhangen met werkomstandigheden (werken met een drilboor) of bepaalde medicatie (bijv. bètablokkers). Soms is het familiair, soms verergert roken het aanzienlijk of lokt het zelfs uit. Behandeling door vaatverwijdende medicatie, heel soms door het operatief doorknippen van de zenuw die het samentreksignaal doorgeeft.

15-11: Migraine

Migraine is een (op de hartslag) bonzende hoofdpijn, verergerend bij bukken, in feite een neurovasculaire aandoening meestal aan één kant van het hoofd. De pijn houdt tussen vier en 72 uur aan en begint vaak tijdens of vlak na een vernauwing van de bloedvaten die door een verwijding gevolgd wordt. In het begin van een aanval worden velen misselijk, moeten braken en kunnen niet tegen licht en geluid. Hieraan kunnen door zuurstoftekort in hersencellen auraverschijnselen vooraf gaan, dat is het ongeveer een halfuur lang gezichtsstoornissen hebben, lichtflitsen zien, blinde vlekken krijgen, spraakstoornissen hebben of slapheid of een doof gevoel aan één kant (prodromale fase). Twintig procent van de migrainepatiënten heeft auraverschijnselen. Blijft na deze aankondiging de migraineaanval toch nog uit, dan spreken we van migraine sans migraine.

Bij migraine trekken de bloedvaten in de hersenen samen; ze verkrampen als het ware. Er wordt vermoed dat de neurotransmitter serotonine hierin een rol speelt, want vlak voor een aanval stijgt de serotoninespiegel in het bloed om na het begin van de aanval weer sterk af te nemen. Stress en/of slaapgebrek zouden een aanval kunnen uitlokken en berucht zijn de uren waarin overgeschakeld word van spanning op ontspanning, bijvoorbeeld bij de aanvang van een vakantie of aan het begin van een weekend. Vrouwen kunnen premenstrueel meer risico op een aanval lopen. Vochttekort kan een rol spelen (drink veel water!). Bij sommigen lokken witte wijn (sulfiet), champagne, kaas, chocolade, citrusvruchten, vleesproducten of glutaminezuur (smaakversterker in Chinese gerechten) of het onttrekken van cafeïne door tijdelijk geen koffie of cola te drinken aanvallen uit. Bij de meeste patiënten is mijden van stress en een te belaste levenswijze het belangrijkste advies.

Migraine komt veel meer bij vrouwen voor dan bij mannen. De aanvallen beginnen meest tussen het tiende en het veertigste levensjaar. Boven de 50 tot 60 jaar wordt de ernst van migraine beduidend minder of verdwijnt het zelfs geheel. Er lijkt een familiaire factor mee te spelen. Mensen met migraine hebben veel vaker dan mensen zonder migraine een nog open foramen ovale (opening in het boezemtussenschot van het hart). Geschat wordt dat een miljoen Nederlanders migraine uit ervaring kent. Lijders gebruiken veelal paracetamol of een NSAID als ibuprofen. Andere middelen zijn carbasalaatcalcium en Migrafin. Ergotamine en de triptanen (serotonineantagonisten) als Sumatriptan en Eletriptan zijn meer specifiek. Bijverschijnselen zijn een tintelend gevoel, warmtesensaties, zwaar, drukkend gevoel onder meer in borst en keel, duizeligheid, zwakte en slaperigheid. Bij matige tot ernstige hypertensie dienen deze middelen niet te worden gebruikt omdat ze de bloeddruk tijdelijk extra verhogen. Nieuw is tolfenaminezuur (Clotam), dat als eerste NSAID is geregistreerd voor acute migraineaanvallen.

Mexicaanse griep, een voorbeeld(?) uit de praktijk van vandaag

De baby van net vijf maanden oud is voorbije nacht ziek geworden. Haar broertje heeft een kleine week geleden een paar dagen behoorlijk koorts en een heel diepe hoest gehad, maar heeft het ergste inmiddels achter de rug. Doktershulp was voor hem gelukkig niet nodig. Nee, zo snel lopen ze in dit gezin niet naar de dokter. Nu is het meisje dus aan de beurt. De hele nacht heeft ze gehuild en gehoest en kennelijk voelt ze zich beroerd. Behoorlijk koorts ook, 39,9°. Vanmiddag besluiten de ouders de huisartsenpost om raad te vragen. Daar is het druk en het duurt meer dan een uur voor ze teruggebeld worden. Dan is het meisje net in slaap gevallen, evenals haar broertje. Maar dokter vindt dat ze maar gewekt moet worden om langs te komen en noemt de straatnaam van het ziekenhuis ter plaatse. Moeder schrijft de straatnaam op. Of het niet even mag wachten, vraagt ze nog, tot het meisje wakker wordt. Dat mag niet, want het kind moet wel snel gezien worden. Ze wordt gewaarschuwd dat ze door de 'griepsluis' naar binnen moet en de baby eerst in de auto moet laten. Want die moet eerst een mondkapje op. Zo blijft vader bij het broertje en gaat moeder alleen met baby op pad. Op het desbetreffende plein (de genoemde straatnaam) ziet ze geen dokterspost, alleen een ziekenhuis. Ze belt haar man, of hij wil vragen waar ze precies moet zijn. Hij zoekt op internet, de dokterspost is nieuw voor hen, en vind uiteindelijk alleen het nummer van het ziekenhuis. 'Ze moet bij de hoofdingang zijn', wordt hem daar gezegd en daar gaat zij dus heen. Maar daar moet ze toch níét zijn met een kleine baby, zo wordt haar ter plekke te verstaan gegeven. Ze moet achterom. En daar vindt ze bij verschillende ingangen de deur op slot. Ze belt daar, achter het ziekenhuis, haar man opnieuw, krijgt van hem het nummer van het ziekenhuis en belt nu zelf met de balie. Ze wordt met een heel aantal functionarissen doorverbonden, krijgt nauwelijks gelegenheid te zeggen wat er precies is, waardoor ze zelfs bij de 'dienst beveiliging' uitkomt, die concludeert dat ze fout is doorverbonden en haar weer naar de telefoniste terugzet, die kennelijk geen tijd heeft om te luisteren, zodat ze met een 'O, bent u daar alweer, ik probeer het opnieuw' letterlijk van het kastje naar de muur gestuurd blijft worden. Zo spreekt ze daar achter het ziekenhuis met diverse afdelingen, moet steeds opnieuw de naam van haar kind herhalen, maar het blijkt nergens verwacht te worden. Ten slotte concludeert iemand dat ze wel op de dokterspost zal moeten zijn. Die is echter in een andere straat dan aan het plein van het ziekenhuis; ze heeft van de arts 'gewoon' een verkeerde straatnaam doorgekregen! Met bijna een uur vertraging komt ze op de dokterspost aan. Ze laat, zoals haar gezegd is, de baby achter in de auto en meldt zichzelf, omdat de baby immers eerst een mondkapje voor moet. 'Het is toch geen Mexicáánse griep?', vraagt de baliemedewerkster haar. 'Dat weet ik niet', kan ze in alle eerlijkheid antwoorden, 'maar de dokter zei dat ik mijn dochtertje in de auto moest laten omdat ze een mondkapje op moet.' Dan concludeert men dat dat niet werkt, een baby met een mondkapje, en moet ze uiteindelijk het kind zonder mondkapje ophalen. Zonder mondkapje wordt het ook gezien. 'Het is vast en zeker de Mexicaanse griep', wordt geoordeeld, 'en dan moet ze Tamiflu hebben onder medische begeleiding. Maar om dat te kunnen geven, moet er eerst getest worden. En dat moet weer op een ander adres, maar is in het weekend een ondoenlijke operatie.' Zo wordt moeder een moeizame weg in het vooruitzicht gesteld en ten slotte is dan de vraag of zij het aandurft om niet te testen en de baby mee naar huis te nemen. 'Dan kan de huisarts immers maandag testen? Dan gaat het veel gemakkelijker.' (Moest met Tamiflu niet zo snel mogelijk en in elk geval binnen 48 uur na de eerste symptomen gestart worden?) En moeder durft het aan. Ze heeft bijna de hele nacht niet geslapen en ziet op tegen de moeizame weg waar ze schijnbaar ook nog voor kan kiezen. 'Geen paracetamol geven', zo krijgt ze nog mee. Ontdaan over de gezondheidszorg keert ze thuis terug, vooral hopend dat het morgen iets beter zal gaan, zodat ze het zonder de gezondheidsvoorzieningen zal redden. Ze neemt zich voor heel wat aan te durven!

16-11: Clusterhoofdpijn

Clusterhoofdpijn (CH, neuralgie van Horton) is een neurovasculaire aandoening met plotseling beginnende zware borende hoofdpijnaanvallen (van tussen de vijftien minuten en drie uren, gemiddeld één uur) aan één kant, in feite een zeldzame variant van migraine. De aanvallen treden (vaak 's nachts, beginnend tijdens de REM-slaap), op in groepjes of clusters die van weken tot maanden (gemiddeld zeven weken) kunnen duren en waarin tot meerdere aanvallen per etmaal kunnen plaatsvinden. Na zo'n clusterperiode kunnen aanvallen tot jarenlang uitblijven om plotseling opnieuw te beginnen. De ziekte komt meer bij mannen voor, met name onder rokers. Patiënten hebben daarnaast bovengemiddeld veel stress en een bovengemiddelde prestatiedrang. Ook hebben opvallend veel patiënten een nek- of hoofdtrauma in de anamnese. Vrouwen met clusterhoofdpijn hebben meestal een chronische vorm, dus niet samengebracht in clusters, waarin aanvallen altijd kunnen optreden. Boven de 60 jaar zien we weinig patiënten. Vanaf de evenaar richting polen neemt het aantal patiënten geleidelijk steeds meer toe, reden waarom wel verondersteld is dat veranderingen in de lengte van de dagen verantwoordelijk zijn voor deze ziekte. Evenzo wordt verondersteld dat de westerse stressvolle levenswijze verantwoordelijk zou zijn, alhoewel duidelijk is dat clusterhoofdpijn niet psychogeen (van psychische oorsprong) is.

Merkwaardig is dat aanvallen soms met een bijna metronomische regelmaat terugkomen. Aan die aanvallen kunnen prodromale voorverschijnselen voorafgaan: onrust, prikkelbaarheid, tintelingen in en rond de neus of waterige afscheiding uit één neusgat, jeuk of een tranend oog. Aanvallen kunnen worden uitgelokt door alcoholgebruik of onvoldoende zuurstoftoevoer in de hersenen, soms ook door het doen van een middagdutje. Verder worden als uitlokkend genoemd: smaakversterkers E620 t/m E627, sorbitol, oude kaas, chocolade, fel licht, temperatuurverschillen, airco, luchtdrukverschillen. Ook een stressvolle periode kan een cluster doen beginnen. Dan komt de pijn, eenzijdig en zich verspreidend rond het oog. We zien het oog daarbij rood of tranend, het ooglid gezwollen, de neus verstopt of juist lopend, een zwetend voorhoofd. Tijdens en na een aanval kan het ooglid omlaag hangen en de pupil vernauwd zijn. Tijdens de aanval zien we bewegingsdrang, bijvoorbeeld ijsberen. De gevolgen van clusterhoofdpijn kunnen uiteindelijk zelfs uitlopen in geheugen- en concentratiestoornissen en in sociaal isolement.

Toediening van zuurstof via een mondmasker (6 tot 9 liter per minuut) brengt, indien direct na het begin van een aanval gestart, verlichting. Het vernauwt de vaten. Dat doet sumatriptan (Imigran) per injectie ook. Verlichting wordt ook gemeld door een hoge dosis cafeïne direct na het begin van een aanval. Sommigen geven aan baat te hebben bij een lichte dosis LSD of psilocybine (paddo's). Soms wordt nog ergotamine met coffeïne gebruikt. Voorts zijn er diverse middelen waarbij sommigen baat hebben: verapamil, methysergide (Deseril), lithium en pizotifeen (Sandomigran).

Chronische paroxismale hemicranie (CPH) is identiek aan clusterhoofdpijn met uitzondering van de duur van de aanvallen, die dan tussen vijf minuten en een halfuur ligt, terwijl tot vijftien aanvallen per dag kunnen voorkomen. CPH komt vaker bij vrouwen voor. Het reageert goed op indometacine, een NSAID(ontstekingsremmer).

18-11: Spanningshoofdpijn

Spanningshoofdpijn zit meestal tweezijdig, diffuus drukkend of klemmend, of voelt als een band om het hoofd. Soms is er druk achter de ogen. De pijn wordt in de loop van de dag erger. De spieren van schouders, nek en gezicht zijn extra gespannen en gevoelig en dit is meestal tegelijk de oorzaak van de hoofdpijn. De pijn wordt van lichamelijke inspanningen niet erger. Beweging, frisse lucht, afleiding en slapen kunnen de pijn verminderen of doen overgaan.

Deze hoofdpijn hangt samen met gevoeligheid daarvoor en voorts met spanningen, stress, slecht slapen of een verkeerde lichaamshouding. Soms met depressiviteit, geluidsoverlast, hoge bloeddruk of vermoeide ogen. Hij wordt het meest gezien in de leeftijdsgroep van 25 tot 45 jaar. Sommigen zijn bang een hersentumor te hebben, maar hoofdpijn zonder andere lichamelijke problemen is daarbij zeer zeldzaam. Bij een hersentumor is er een progressief verloop: de klachten verergeren steeds meer. De pijn is vaak juist 's morgens erger en verandert of verergert bij beweging of verandering van houding. Ook is er dan veelal sprake van misselijkheid en verlies van eetlust en op een bepaald moment van neurologische verschijnselen als spiertrekkingen, verlammingen, gevoelloosheid e.d.

Paracetamol en ibuprofen zijn aangewezen middelen, maar mogen niet geregeld gebruikt worden, omdat ze dan juist hoofdpijn kunnen veroorzaken, de zogenoemde medicatie-afhankelijke hoofdpijn. Soms wordt een lage dosering amitriptyline (Tryptizol, Sarotex) of imipramine gegeven. Dit zijn in feite antidepressiva. Beweging en buitenlucht, vermindering van stressfactoren en plezierige activiteiten verlichten de klachten dikwijls. Sommigen geven aan baat te hebben bij het infrarode licht (en de warmte) van de rode lamp.

Het wilsbesluit

Ik las het verhaal 'De man die op één been stond'. Mijn werkzame leven lang ben ik hulpverlener geweest. Al in mijn opleidingstijd werd me te verstaan gegeven dat ik te zeer oplossingsgericht probeerde te zijn en wellicht heb ook ik af en toe veel te ingewikkeld gedacht. De boerin in het verhaal had haar leven lang vooral geluisterd naar de liefdevolle lessen van moeder Aarde. Zij voelde feilloos aan wat er niet mét, maar ín de man gebeuren moest.

Stufkens betoogt dat dat ene been, het standbeen, het ego is, star en bang voor verandering. Het ego dat ons op onze plaats houdt en dat anderen mobiliseert in dienst van onze obsessies te treden, waarmee we zelf het middelpunt van de wereld worden. Velen zitten in zo'n egokramp gevangen. Het gaan gebruiken van het tweede been is in Stufkens betoog de stap van egocentriciteit naar liefde.

Als ik het verhaal op me in laat werken, komen me mensen voor de geest met wat heet een persoonlijkheidsstoornis, afhankelijk en narcistisch. Stufkens gaat vooral door op het narcistische, ik zie vooral de elementen van afhankelijkheid. Een afhankelijke structuur leidt gemakkelijk tot verslavingsproblemen. De keuze om slechts op één been te kunnen, te willen staan, kan een gewoonte zijn die tot verslaving werd en gemakkelijk voortkomen uit afhankelijkheid. Als mens zijn we allen in afhankelijkheid geboren en opgegroeid en niet elke ouder beschikt over de pedagogische kwaliteiten die nodig zijn om een kind te helpen z'n afhankelijkheid op te geven en het tweede been onder het eigen leven te zetten. In hun opvoeding hebben velen geleerd dat wat uit henzelf voortkomt, elk eigen initiatief, het (grote) risico loopt afgekeurd en afgewezen te worden. Dat kan zomaar geleid hebben tot een basisgevoel van 'niet te deugen'. Je kunt te ambivalent aan je ouders of aan één van hen gebonden zijn en in die tegenstrijdige gevoelens verzanden. Je kunt je richten op het altijd maar weer aan verwachtingen willen voldoen en jezelf daarin verstikken en uiteindelijk elimineren.

In het verhaal heeft iedereen wat te bieden, maar alleen de boerin spreekt de man aan vanuit haar hart. Als je leeft vanuit je hart, liggen antwoorden en kansen voor het oprapen, maar als je je hart blokkeert, ben je levend dood en verlies je zowel jezelf als de ander uit zicht. In die situatie is er maar één weg die tot een oplossing leiden kan, die van het wilsbesluit. Uiteindelijk kan ieder mens, hoe ver het ook gekomen is, tot een besluit komen, een wilsbesluit. Dan gaat het tweede been eronder, dan houdt de pas op de plaats op en komt er beweging in de richting van het hart. Zo'n boerin, gewend om het hart te volgen, kan niet meer dan een wegwijzer zijn in de richting van zo'n wilsbesluit.

Borstvoeding en de vitamines D en K

Bij borstvoeding wordt tot de leeftijd van 4 jaar 10 microgram (400 I.E.) vitamine D per dag extra gegeven. Bij flesvoeding is dit niet nodig. Eveneens wordt bij borstvoeding volgens de nieuwste inzichten 150 microgram vitamine K per dag extra gegeven vanaf dag 8 tot op de leeftijd van drie maanden.

20-11: Tia en beroerte

Tia en beroerte (herseninfarct, hersenbloeding, CVA, cerebrovasculair accident) zijn beide gebeurtenissen in het centraal zenuwstelsel met gevolgen voor het neurologisch functioneren. Bij een tia wordt de bloeddoorstroming van een deeltje van de hersenen even onderbroken, meestal door een stolseltje, en zijn de verschijnselen binnen 24 uur verdwenen. Duurt het verdwijnen van de verschijnselen langer dan 24 uur, maar verdwijnen ze wel geheel, dan spreken we van een rind (reversible ischaemic neurologic deficit). Verdwijnen de verschijnselen niet geheel, dan is er schade in de hersenen en spreken we van een beroerte of CVA. Tia's zijn vaak waarschuwers voor een ernstiger beroerte. Risicofactoren daarbij zijn roken (nog meer in combinatie met de anticonceptiepil), hoge bloeddruk, overgewicht, suikerziekte, te hoog cholesterolgehalte, hartritmestoornissen en te sterke neiging van de bloedplaatjes om samen te klonteren. Daarnaast is er bij tia's en beroertes meestal sprake van atheromatose (degeneratie van de binnenste vaatwand, met name van de halsslagaders).

CVA's (beroertes) komen meer bij mannen en meer bij ouderen voor. Ze worden onderverdeeld in hersenbloedingen (in 20 procent van de gevallen) en herseninfarcten (in 80 procent van de gevallen). Beide geven restverschijnselen als eenzijdige verlamming of spasme (verkramping) en/of gevoelloosheid, eenzijdige gezichtsproblemen, epileptische toevallen, geheugen- en concentratieproblemen of wegvallen van initiatiefname, moeilijkheden met kauwen, slikken en vooral praten, gedragsveranderingen, depressie, duizeligheid, evenwichtsproblemen, incontinentie, plotseling opkomen hevige hoofdpijnen. Bij een CVA links (de taaldominante hersenhelft) treden de symptomen in het lichaam rechts op en kan bovendien afasie optreden, het niet meer herkennen van de woorden. Zit de CVA rechts, dan springen naast de symptomen links in het lichaam de emotionele en gedragsveranderingen meer uit.

Het herkennen van een tia of CVA is redelijk eenvoudig. Is er plots krachtsverlies of een gevoelsstoornis in gezicht, arm of been, lukt het praten niet, is er plotselinge blindheid aan één (of beide) kant(en) of duizeligheid en evenwichtsproblemen of is er plotselinge hevige hoofdpijn, denk dan aan tia of beroerte. De FAST-test (face, arm, speech test) behelst het gezicht: laat de patiënt breed lachen en zie of een mondhoek naar beneden hangt, de armen: laat de patiënt de ogen sluiten en beide armen voor zich uit strekken met de binnenkant van de handen naar boven. Lukt het niet één arm op z'n plek te krijgen, dan is er iets goed mis. Ten slotte spraak: zijn er veranderingen in het spreken? Kan de patiënt van een tot tien tellen? Bij problemen in één van deze tests is er reden acuut medische hulp in te roepen. Indien er een herseninfarct is, kan binnen een paar uur eventuele trombolyse overwogen worden. Met alteplase (Actilyse) kan gepoogd worden het propje op te lossen. Risico is een bloeding. Uiteindelijk heeft 10 procent van de patiënten baat bij trombolyse.

Risicofactoren voor een herseninfarct zijn hogere leeftijd, roken, hoge bloeddruk, hoog cholesterol, suikerziekte en onregelmatige hartslag. Preventie van meer beroertes gebeurt met een gezonde leefwijze, bloedverdunners, vaak Ascal en Persantin, bloeddrukverlagers en cholesterolremmers. Beroertes zijn doodsoorzaak nummer 3 in de westerse wereld, na hartaandoeningen en kanker. Eenderde van alle patiënten met een beroerte overlijdt in het eerste jaar daarna.

21-11: HCG, Pregnyl, ivf en afslanken

HCG (humaan choriongonadotrofine) is een hormoon dat tijdens de zwangerschap door het embryo wordt geproduceerd vanaf twee weken na de bevruchting en door de vrouw via de urine wordt uitgescheiden. Op aanwezigheid van dit hormoon zijn zwangerschapstesten gebaseerd. Het hormoon heeft de werking van luteïniserend hormoon (LH).

De organisatie 'Moeders voor moeders' zamelt urine van zwangeren in voor vruchtbaarheidsbehandelingen als IVF en IUI (intra-uteriene inseminatie). Als Pregnyl wordt het per injectie ook gegeven voor afslankkuren, waarvan de werkzaamheid niet bewezen is. Hierbij gaat de prijs van het middel in het illegale circuit soms wel tienmaal over de kop. Er is geen tekort aan HCG.

22-11: Pure chocolade gezond

Pure en bittere chocolades bevatten het meeste cacao (50-99 procent) en daarmee polyfenolen, een soort antioxidanten die de bloeddruk en het risico van het ontstaan van hart- en vaatziekten verlagen. Bestanddelen van cacao lijken bovendien goed te zijn voor de binnenzijde van bloedvaten en ontstekingen en bloedstolling te remmen. Antioxidanten worden in z'n algemeenheid in verband gebracht met preventie van sommige kankers.

24-11: Niet te schoon

Als je te schoon op jezelf bent, vermindert het vermogen van de huid zichzelf te herstellen, omdat bacteriën die op de huid leven uiteindelijk helpen om bij huidbeschadigingen ontstekingen te voorkomen. De dagelijkse bacteriën temperen overactieve reacties van het immuunsysteem. Aldus concluderen deskundigen van de universiteit van Californië in San Diego. Het onderzoek zou een verklaring kunnen geven voor de hygiënehypothese die ervan uitgaat dat blootstelling aan bacteriën in de vroege jeugd het lichaam wapent tegen allergieën. Te schoon zijn op jezelf zou het aantal allergieën en astma- en reumaklachten (volgens sommigen ook het aantal ms- en diabetes type 1-patiënten) doen stijgen. Het immuunsysteem zou zich, bij gebrek aan essentiële prikkels, tegen zichzelf gaan richten. Na de val van de Berlijnse muur bleken in Oost-Duitsland nog meer kinderziektes voor te komen en minder astma en allergieën dan in het 'schone' Westen.

Aneurysma's

Een aneurysma is een verwijding van een slagader, een ader of een hartkamer. Meestal zitten aneurysma's in de aorta, de lichaamsslagader in de buik (aneurysma aortae abdominalis, abdominale aorta-aneurysma, AAA, meer bij mannen boven de 60). Ook aan de hersenen komen aneurysma's geregeld voor. Er hoeven geen klachten op te treden, maar bij een buikaneurysma zien we soms wel een dof kloppend pijnlijk gevoel in (linker) bovenbuik of rug, vooral als er een ruptuur dreigt. Als een aneurysma aan de hersenen scheurt (meest op leeftijd tussen 40 en 60 jaar en meer bij vrouwen), zien we neurologische uitvalsverschijnselen en plotselinge heftige hoofdpijn en/of nekpijn. De bloeding is meestal subarachnoïdaal (tussen de hersenvliezen, met druk op de hersenen). Bij een geruptureerd (gescheurd) aorta-aneurysma valt de patiënt flauw, is bleek, raakt in shock en/of geeft acute pijn in buik of onderrug aan. Bel bij verdenking op een aneurysmaruptuur altijd 112, want de patiënt moet vaak binnen minuten op de operatietafel liggen. Een aorta-aneurysmaruptuur is meestal acuut dodelijk door verbloeding, een ruptuur in de borstholte (thoracaal aorta-aneurysma, TAA) is dat vrijwel altijd. Per jaar sterven 650 mannen en 200 vrouwen aan een aneurysmaruptuur.

Risicofactoren voor aneurysma's zijn op volgorde roken, hoge bloeddruk, overgewicht, atherosclerose (slagaderverkalking), degeneratie van de vaatwand door verstoord evenwicht tussen de eiwitten die de vaatwandcellen opbouwen en afbreken, erfelijke stoornissen wat betreft stevigheid van de vaatwand en ontstekingsreacties.

Syndroom van Marfan

Het syndroom van Marfan is aangeboren en meestal erfelijk. In één van de vier gevallen is de mutatie in het erfelijk materiaal nieuw en opnieuw (autosomaal dominant) erfelijk (kans van 50 procent op overerving bij elke nieuwe geboorte). Bij Marfan is het bindweefsel aangedaan. Er kunnen aandoeningen aan het skelet, de ogen en de bloedvaten ontstaan. De aorta (lichaamsslagader) kan zich verwijden (aneurysma) en zelfs scheuren, kleppen in de aorta kunnen aangedaan zijn, er kan bijziendheid zijn, de ooglens kan niet juist geplaatst zijn, de oogdruk kan verhoogd zijn en de vingers, tenen en ledematen verlengd met verhoogde beweeglijkheid van de gewrichten. Het netvlies kan loslaten, er kunnen platvoeten zijn, er kan scoliose (verkromming van de wervelkolom) zijn. Klaplong en liesbreuk komen relatief veel voor.

Over de hele wereld heeft ongeveer één op de 10.000 mensen de aandoening, evenveel mannen als vrouwen. Marfan komt bij 1.500 Nederlanders voor.

25-11: Gynaecoloog 's nachts afwezig

In DvhN een artikel van Arend van Wijngaarden over babysterfte rond de geboorte. Nederland scoort qua zuigelingensterfte hoog in vergelijking met de omringende landen. Alleen Slowakije, Hongarije en Polen scoren nog hoger. In de Nederlandse ziekenhuizen zou er buiten kantoortijden veel misgaan door de afwezigheid van een gynaecoloog en een operatieteam (voor keizersnedes). Daarom willen sommige gynaecologen bevallingen concentreren in een beperkt aantal daarvoor goed uitgeruste ziekenhuizen, waar dan wel een gynaecoloog en een operatieteam continu beschikbaar zouden moeten zijn. Volgens het artikel is dat nu in geen enkel ziekenhuis in het noorden van het land het geval. De Isalaklinieken in Zwolle (3.000 bevallingen per jaar) zijn voornemens vanaf 1 januari 2010 continu een operatieteam en een gynaecoloog beschikbaar te hebben.

Locked-in-syndroom

Het locked-in-syndroom (cerebromedullospinaal disconnectiesyndroom) is een pseudocomateuze toestand waarin door een beroerte in de hersenstam, een hoge dwarslaesie of hersenletsel bij een ongeval elke communicatiemogelijkheid van de betrokkene wegvalt, waardoor de indruk kan ontstaan de er een coma is ingetreden. De gezichtsmimiek en praten en slikken kunnen onmogelijk zijn. Het gevoel voor pijn, warmte, koude, kriebel e.d. kan volledig intact zijn. In veel gevallen treedt verbetering op, met name in het eerste jaar. Soms kunnen alleen de ogen van boven naar beneden worden bewogen. Soms kan gecommuniceerd worden via ja/nee antwoorden door de patiënt met de ogen te laten knipperen. Er zijn diverse aan een computer te koppelen hulpmiddelen in de handel waarmee de vaak zeer beperkte bewegingsmogelijkheden van de patiënt kunnen worden uitgebuit ten behoeve van communicatie.

Deze week was Rom Houben (46) uit het Belgische Riemst in het nieuws. Artsen beweerden 23 jaar lang dat hij in coma was. Zijn moeder geloofde dit niet. Ze voelde hoe haar zoon ontspande als ze hem aankleedde. De familie zocht overal hulp, zelfs in Amerika. Drie jaar geleden ontdekte een Luikse neuroloog (Steven Laureys) dat Rom aan het locked-in-syndroom leed. Nu is Rom bezig met (met technische hulpmiddelen) het schrijven van een boek over zijn zogenaamde comateuze jaren. Witte jassen maken hem razend, 'vertelde' hij het Duitse blad 'Der Spiegel', want iedereen behalve zijn familie had het opgegeven om naar hem te zoeken.

Medische missers

Zo af en toe is het ineens weer nieuws: de 1700 doden per jaar als gevolg van medische missers in Nederland. Daarnaast lopen in ons land 70.000 patiënten onnodige complicaties op als gevolg van fouten. Er is een uitsplitsing gemaakt: voor 60 procent betreft het menselijke fouten, voor 25 procent organisatiefouten en voor 11 procent technische fouten. Ik zie de steeds terugkomende cijfers nog niet veranderen, helaas.

27-11: Tinnitus

Tinnitus aurium (oorsuizen, fantoomgeluid, piepstress) is het horen van sis-, fluit-, brom- of pieptonen in één of beide oren. Het gaat om geluiden die van binnen komen en niet door anderen worden gehoord. Het fantoomgeluid kan zo sterk zijn dat het normale horen erdoor wordt belemmerd. Soms komt tinnitus voor samen met hyperacusis, waarbij patiënten veel geluiden van buiten als hinderlijk of zelfs pijnlijk ervaren.

De oorzaak van tinnitus ligt waarschijnlijk in overactiviteit in delen van de hersenen doordat remmende zenuwbanen geblokkeerd worden. Tinnitus komt steeds meer onder jongeren voor bij beginnende gehoorschade door harde geluiden en kan zomaar direct na bezoek aan de discotheek optreden. Muziek op volume rond 100 dB, zoals tegenwoordig veel in discotheken wordt gedraaid, kan na tien minuten al gehoorschade veroorzaken. Zo'n 15 procent van de jongeren lijdt hierdoor inmiddels aan blijvende gehoorschade. Verder zien we het o.a. bij burn-out, PTSS en andere angststoornissen, schedeltrauma's, hoge bloeddruk en vaatverkalking, Alzheimer, chronische middenoorontsteking, Ménière, Lyme en een ontsteking aan een verstandskies.

Sommige patiënten kunnen leren inslapen met muziek, sommigen hebben baat bij een angstremmer of een antidepressivum. Is de tinnitus veroorzaakt door traumatisch geluid of uitputting, dan kan de patiënt baat hebben bij psychotherapie (hypnotherapie). Tegenwoordig wordt ook wel een elektrode onder de schedel geïmplanteerd die elektrische schokjes afgeeft aan het overactieve deel van de hersenen. Voor veel patiënten kan tot nu toe echter niets wezenlijks worden gedaan.

Tinnitus drijft patiënten soms tot suïcide, al wordt ook wel geopperd dat in die gevallen andere aandoeningen daartoe aangezet zouden hebben.

28-11: Sinusitis

Sinusitis (bijholteontsteking, kaakholteontsteking, voorhoofdsholteontsteking) is ontsteking aan de slijmvliezen van normaal met lucht gevulde ruimtes (holtes) nabij de neus, alle met verbinding naar de neus. Meestal betreft het de kaakholtes, dus boven de kaak en vlak onder de ogen. Er kan veel snot komen, vaak dik en geel/groen van kleur, eventueel met bloed, maar ook zonder verstopping en snot kan er een holteontsteking zijn. Er is pijn in de bovenkaak en/of in de kiezen. Kauwen en vooral voorover buigen zijn pijnlijk. De neus is meestal verstopt en er kan hoofdpijn, verhoging en een algeheel gevoel van malaise zijn. Een acute bijholteontsteking komt meestal door een infectie en de klachten houden één tot wel acht weken aan. Bij een enkeling ontstaat een chronische bijholteontsteking. Vaak brengen neusdruppels of druppelen met een zoutoplossing (bij verstopping) en paracetamol verlichting, bij ontsteking als gevolg van allergie spray op basis van corticosteroïden. Antibiotica kunnen helpen bij bacteriële infecties, al is ook daar meestal een virale infectie aan voorafgegaan. Onderzoek wees uit dat het gebruik van antibiotica bij sinusitis meestal niet zinvol is. Roken gaat het genezingsproces tegen. Heel soms gaat de ontsteking door in het aangrenzende bot (osteomyelitis) of het hersenvlies (meningitis). Dan wordt ook wel zwelling rond de ogen en/of mond en roodheid gezien en is behandeling nodig.

29-11: Oorontsteking

Het oor bestaat uit de uitwendige gehoorgang, het trommelvlies, daarachter het middenoor en het binnenoor. Het middenoor is voor vochtafvoer verbonden met de neus/keelholte door de buis van Eustachius. Door bijvoorbeeld verkoudheid of een grote neusamandel kan deze verstopt raken. Dan kan ontsteking ontstaan. Gebeurt dit geregeld dan wordt soms gekozen voor een trommelvliesbuisje dat de functie van de buis van Eustachius overneemt. Zieke kinderen kunnen normaal douchen of zwemmen, liever niet duiken.

Middenoorontsteking (otitis media) begint relatief vaak 's avonds en komt met name voor bij kinderen onder de vier tot vijf jaar en meer bij kinderen met allergische problemen. Ze geven hevige pijn bij het oor aan, hebben koorts, horen minder (tot 30 dB) en voelen zich ziek. Diarree en braken komen ook voor. Waak voor uitdroging, zeker als het kind suffig wordt. Met name baby's drinken snel te weinig. Baby's zijn ook prikkelbaar, 's nachts onrustig en ze trekken vaak aan het pijnlijke oor. Voor verlichting kan kinderen paracetamol worden gegeven en zwelling verminderende neusdruppels. Door verhoogde druk in de buis van Eustachius kan er een loopoor ontstaan, een scheurtje in het trommelvlies, waardoor een beetje etter en bloed kan uitstromen. Dit geneest spontaan. Middenoorontsteking geneest meestal (90 procent) spontaan na ongeveer drie tot vier dagen. Gebeurt dat niet, dan kan een antibioticum, meestal amoxicilline, een breed-spectrum penicilline, worden gegeven gedurende zeven dagen. Baby's krijgen dit vaak al standaard. (zie ook hier.) Heel soms kan de infectie zich uitbreiden tot meningitis of tot het bot achter het oor.

Otitis externa is ontsteking van de huid van de uitwendige gehoorgang, die wordt beschermd door oorsmeer. Bij irritatie van de huid kan ontsteking ontstaan, bijvoorbeeld bij peuteren, het met wattenstokjes naar binnen brengen van oorsmeer, bij eczeem, psoriasis en het dragen van gehoortoestellen.

3-12: Jodiumtabletten tegen straling kernongeval

Zoals in veel andere landen (o.a. België, Frankrijk, Ierland) al het geval krijgen nu ook in Nederland inwoners in en rond Borssele jodiumtabletten (joodtabletten, kaliumjodide) in huis, waarmee zo snel als mogelijk na blootstelling aan straling moet worden begonnen. In het buitenland houdt men een straal van 20 kilometer aan, hier zal dat 10 kilometer zijn. Ook Nederlanders die in een straal van 20 kilometer van een Belgische centrale wonen, krijgen de pillen.

Bij ongelukken in centrales kan radioactief jodium vrijkomen. Dat wordt via het bloed in de schildklier opgeslagen en veroorzaakt schildklierkanker, het op hol slaan van de schildklier, hartritmestoornissen en gewichtsverlies. Het met stralingsvrije jodiumpillen verzadigen van de schildklier biedt enige bescherming tegen de schadelijke effecten, die het gevaarlijkst zijn voor foetussen, baby's en jonge kinderen, omdat de meeste stralende deeltjes dan via de urine worden afgevoerd. De tabletten moeten worden opgelost in een groot glas lauw water, of vanwege de onaangename smaak in melk of fruitsap. Het oplossen kan moeilijk gaan. Breek de tabletten eerst zo klein mogelijk en roer uitgebreid in het glas. Geef zuigelingen de tabletten in de zuigfles.

Zie ook hier.

Angelmansyndroom

Het Angelmansyndroom (vroeger: happy puppetsyndroom, een defect aan of het ontbreken van een gen van het van de moeder afkomstige chromosoom 15) is een aangeboren afwijking aan het centrale zenuwstelsel na een schijnbaar normale zwangerschap, met een ernstige verstandelijke handicap, epilepsie, een houterige manier van bewegen en lachbuien als gevolg. Bij het kind zijn er karakteristieke EEG-afwijkingen. Per jaar worden in Nederland acht of negen kinderen met Angelman geboren. Veel gedragingen van de patiënten doen denken aan autisme. Angelmanpatiënten zijn echter sociaal en aanhankelijk, enthousiast en overbeweeglijk, al kunnen ze ook zichzelf bijten of de haren uittrekken. De tong kan ze uit de mond hangen en ze kunnen kwijlen. De spanningsboog is kort. Ze leren nauwelijks te praten, hebben een klein hoofd, in het begin een opvallend plat achterhoofd en een opgewekte gelaatsuitdrukking. De tanden staan wijd uiteen en de onderkaak is groot, het haar licht (blond of rood) en de ogen ook (blauw of groen). Bekend zijn ook de slaapstoornissen en de scoliose (verkromming van de wervelkolom). In de eerste maanden na geboorte zijn er vaak voedingsproblemen, de spierspanning van de romp is wat verlaagd en van de ledematen wat verhoogd. De ontwikkeling is vertraagd. Rond de eerste verjaardag zien we de eerste epileptische toevallen.

4-12: Koemelkallergie

Voedselovergevoeligheid zien we bij ongeveer vier procent van de zuigelingen. Erfelijke factoren spelen daarbij een rol. Borstvoeding gedurende de eerste vier maanden verkleint het risico van een allergische aandoening. De meeste klachten veroorzaken koemelk, kippeneieren, soja en pinda. Bij koemelkallergie is de afweerreactie door het nog niet volgroeide maag-darmstelsel gericht tegen het eiwit van koemelk. We zien misselijkheid en braken, slechte eetlust, diarree of obstipatie, dauwworm, luiereczeem, atopisch eczeem en galbulten.

Als geen borstvoeding gegeven kan worden, is sojamelk een goede keus, omdat soja de darmrijping stimuleert. Er is een kans van tien procent dat ook hiervoor allergie ontstaat. Dan zijn er zogenoemde hypoallergene zuigelingenproducten, waarin de aanwezige eiwitten als het ware fijngeknipt zijn. Ook kan gekozen worden voor schapenmelk of paardenmelk.

Steeds na een halfjaar kan geprobeerd worden of inmiddels tolerantie voor koemelk is ontstaan. Op leeftijd van vier jaar is tweederde van deze kinderen tolerant geworden voor koemelk.

5-12: Wassen bij lage temperatuur kan gezondheid schaden

Bij wassen onder 40 graden worden bacteriën, virussen, schimmels en mijten onvoldoende uit wasgoed verwijderd en zelfs door ander wasgoed heen verspreid (onderzoek Wageningse Universiteit, Carla Butijn en Technische Universiteit Eindhoven, hoogleraar gezondheidstechniek Annelies van Bronswijk). Deskundigen adviseren om bij ziekte, bij kleine kinderen en bij mensen met verlaagde weerstand op 60 graden te wassen. Ook zou het beter zijn langer en dus met meer water te spoelen. Uit Europees onderzoek blijkt ook dat effectiever. Milieu versus gezondheid?