14-1-2009: Griep in België

Viroloog Marc van Ranst meldt vandaag dat België een griepepidemie heeft. Het gaat om de gewone griep, variant H3N2. Het (in het najaar ontvangen) griepvaccin moet beschermen tegen deze griep. De drempel voor een griepepidemie ligt bij 148 zieken op 100.000 inwoners. Het influenzavirus infecteert de luchtwegen en leidt tot koorts, hoofdpijn, keelpijn, hoesten, spierpijn en algeheel gevoel van malaise. Ten onrechte worden heel veel verkoudheden griep genoemd. Om griep te proberen te voorkomen kun je (naast de griepprik) zorgen voor een goede weerstand door goed voor jezelf te zorgen, dat wil zeggen je niet te zeer te vermoeien en voldoende te slapen. Fruit en groentes leveren weerstand op en ook voldoende ventilatie is belangrijk. Krijg je, als er onvoldoende afweerstoffen in je bloed zitten, toch griep, zorg er dan voor rust te nemen en goed uit te zieken. Schiet de weerstand echt te kort, bijvoorbeeld bij mensen met een niet goed werkend immuunsysteem, dan kan de arts een antiviraal middel als Tamiflu (Oseltamivir), Amantadine, Rimantadine of Relenza overwegen.

Vogelgriep (vogelpest) is een heel ander soort griep (bij hoenderachtigen en waarschijnlijk ook bij trekvogels), veroorzaakt door een influenza-A-variant. Dit virus kent mutaties waarbij een relatief ongevaarlijke variant veranderen kan in een zeer gevaarlijke. Variant A/H5N1 bleek in 1997 in Hongkong in staat op mensen over te springen. In 2006 bereikte dit virus Europa. In oktober van dat jaar meldde de WHO dat in 10 landen 256 mensen waren geïnfecteerd, waarvan bijna 60 procent de ziekte niet overleefde. De angst is dat dit virus zo zal kunnen muteren dat het makkelijker overspringt van mens op mens.

Twee commissarissen Philadelphia Zorg stappen op

Philadelphia (instelling voor zorg aan 11.000 verstandelijk gehandicapten, 9000 medewerkers, waarvan velen parttime) loopt vast. Het vermogen is in een jaar geslonken van 25 miljoen naar minder dan een half miljoen euro. De banken vinden de instelling niet meer financierbaar.

Vandaag stapten twee commissarissen op. Het College Sanering Zorginstellingen stelde vast dat de bestuurders hun taken verwaarloosd hebben en zich met de verkeerde dingen (onroerend goed) bezighielden. Voorzitter Elco Brinkman (de ex-CDA-politicus en minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur in Lubbers I) blijft aan tot voor hem een opvolger is gevonden. In oktober zegde de ondernemingsraad het vertrouwen in bestuursvoorzitter Frits Brink op. Bram Troost volgde hem op.

Philadelphia wacht, alvorens te beslissen over de strategie om uit de problemen te komen, het rapport van een externe accountant af. Het onderzoek duurt waarschijnlijk een paar weken.

15-1: Onveilige voedseltransporten?

Vanavond zag ik Netwerk (EO) met een reportage over Europool en dochter Eurotranspool Goch, transporteurs van diermeel (vermalen dierkadavers), diervoeders, chemicaliën als ijzersulfaat en producten voor menselijke consumptie als rijst. In de reportage leek er nogal wat mis te zijn: vervalste schoonspoelbonnen, gesjoemel met de transportregistratie en het na elkaar vervoeren van bijvoorbeeld diermeel en diervoeder met bse (gekkekoeienziekte) als risico. Chauffeurs verhaalden in de reportage van de bejegening die hen ten deel viel als ze hun mond opendeden en van hun angsten voor ernstige ziektes. Ook klachten als onverklaarbare spontane neusbloedingen, het ophoesten van bloed, zwarte gebitten en een zwarte tong kwamen naar voren.

'Trouw' meldt inmiddels dat de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) een onderzoek start in verband met de verklaringen van de chauffeurs over het gesjoemel met de veiligheidsregels. Het Productschap Diervoeder trok al een halfjaar geleden de vergunning voor het vervoer van diervoeder in en meldt hier genoeg reden voor te hebben gehad en de Algemene Inspectiedienst (AID) van het ministerie van Landbouw te hebben gewaarschuwd, omdat het bedrijf ook voedsel voor menselijke consumptie vervoert. Noch AID, noch VWA konden zeggen wat er met de melding is gebeurd. Kamerlid Atsma is voornemens de ministers van Landbouw en Voedselkwaliteit en van Volksgezondheid hieromtrent te bevragen.

16-1: VVD wil rookverbod horeca met carnaval opschorten

VVD-Kamerlid Halbe Zijlstra betoogde bij Pauw en Witteman dat het rookverbod niet goed is en in elk geval met carnaval (21-24 februari), en mogelijk ook op koninginnedag, zou moeten worden opgeschort. Hij voert aan dat met carnaval toch al meer mag dan normaal en dat hijzelf, als niet-roker, dan ook wel eens rookt. Hij hoopt dat zijn plan een opmaat kan zijn naar versoepelingen van het rookverbod.

Wat mij betreft: een heel slecht plan van de VVD! Het getuigt van regelrechte minachting voor de niet-rokers die serieuze gezondheidsproblemen hebben doordat ze (hebben) moeten meeroken.

Het rookverbod zou overigens, volgens berichten vandaag, in 90 procent van de gelegenheden worden nageleefd. Wat de kroegen betreft zou het percentage aanzienlijk lager liggen.

Vuurwerkslachtoffers 2009

Bij de laatste jaarwisseling vielen er in ons land 790 vuurwerkslachtoffers, mensen die zich meldden op de eerstehulpafdelingen van ziekenhuizen. Van hen moesten er 110 in het ziekenhuis opgenomen worden. Een jaar eerder waren er 1100 slachtoffers. Dit jaar viel er één dode bij het zelf in elkaar knutselen van vuurwerk.

17-1: ADHD

ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder of aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit) is wat vroeger MBD (Minimal Brain Dysfunction of voorheen Minimal Brain Damage) heette. Het aandachtstekort slaat op de eigen aandacht (concentratie) van het kind, niet op de aandacht die het krijgt vanuit zijn of haar omgeving. Jongens met ADHD hebben vaak meer last van hyperactiviteit, impulsiviteit en gedragsproblemen, terwijl bij meisjes meer sprake is van aandachtszwakte (dromerigheid), het zogenaamde ADD-type. ADHD zou bij zo'n 4 procent van de kinderen voorkomen (driemaal vaker bij jongens dan bij meisjes) en bij minstens 1 procent van de volwassenen. Het probleem verdwijnt doorgaans niet echt, maar bij het ouder worden weten mensen er beter mee te leven. Er zijn enkele overeenkomsten tussen ADHD en ASS (Autistisch Spectrum Stoornissen). ADHD'ers die onvoldoende ruimte krijgen of slecht worden opgevangen, vervallen gemakkelijker tot criminaliteit, verslaving en werkloosheid. ADHD'ers zijn vaker dan gemiddeld vernieuwend, creatief en vindingrijk. Ze hebben gemiddeld meer ruimtelijk inzicht en reageren in stressvolle situaties vaak beter. Een ADHD'er functioneert minder bij een overmaat van prikkels, drukte, beweging en geluiden. Zo'n 30 procent van de ADHD'ers lijdt naast de ADHD ook nog aan een angst- of dwangstoornis en/of trekken van een antisociale persoonlijkheidsstoornis.

De ADHD'er heeft structuur, regel(maat), aandacht en waardering nodig. De vele eisen die de wereld rondom tegenwoordig stelt, het steeds drukkere leven en de groeiende informatieoverload bekomt hem niet goed.

In 2005 uitte het kinderrechtencomité van de Verenigde Naties z'n zorgen over het veelvuldige diagnosticeren van ADHD en vooral over het te vaak voorschrijven van psychoactieve middelen (stimulantia, wekaminen). In Nederland zijn met name methylfenidaat, Ritalin en Concerta zeer bekend. De middelen zijn verwant aan opium en vallen onder de Opiumwet. Atomoxetine en Strattera werken langer door en vallen niet onder de Opiumwet. Verder kennen we dextro-amfetamine, dat minder reboundeffect (het sterk verergeren van de symptomen als een dosis is uitgewerkt) heeft dan Ritalin en haar zusjes. Het gebruik van de middelen door kinderen van 5 tot 15 groeit enorm en ligt naar schatting volgens NRC-Handelsblad van 14 januari inmiddels boven 750.000, tweemaal zoveel als drie jaar geleden. Het lijkt me dat er een fout in het cijfer geslopen moet zijn, want elders vind ik 95.000 gebruikers. Vorig jaar zou er voor meer dan 32 miljoen euro aan ADHD-pillen verstrekt zijn. Volgens de Gezondheidsraad geeft medicatiegebruik bij 80 procent van de kinderen met ADHD een gedragsverbetering, waarmee het gedrag net binnen het 'normale' gedragspatroon komt. Medicatie kan mislukkingen voor het kind voorkomen, de schoolresultaten en de relatie tussen kind en omgeving verbeteren en de opvoeding vergemakkelijken. Betreffende de veiligheid van de middelen zijn er nog altijd vragen. De Europese autoriteit voor geneesmiddelen doet hier onderzoek naar. Bij hardnekkige inslaapproblemen wordt wel melatonine (een hormoon, in de hersenen geproduceerd uit serotonine) gegeven. Bij grote onrust wordt wel Pipamperon (Dipiperon, een antipsychoticum) voorgeschreven. Medicamenteuze behandeling gaat vaak samen met opvoedingsondersteuning, gedragstherapie en bijvoorbeeld socialevaardigheidstraining. Medicatie lijkt gunstig te werken in het voorkomen van drugsgebruik. Kennelijk maakt de werkzame stof de drugs overbodig. Niet-ADHD'ers laten bij gebruik van ADHD-medicatie een drukker gedrag zien.

De aanleg voor ADHD lijkt, zoals bij zoveel kwalen, in de genen te zitten. Prikkelrijke omgevingsfactoren en stress katalyseren de in aanleg aanwezige problemen slechts. Evenzo veroorzaken ook voedingsmiddelen (kleurstoffen) geen ADHD, maar kunnen ze de klachten wel sterk doen verergeren.

18-1: Veldpolitieman met Lyme als beroepsziekte

Een veldagent die zich vanaf 2003 ziek meldde met de Ziekte van Lyme en die gekort werd op zijn salaris, moet na een rechterlijke uitspraak schadeloos gesteld worden. De rechter bepaalde dat Lyme-borreliose in dit geval als beroepsziekte kan worden gezien.

De Nederlandse Vereniging van Lymepatiënten is begonnen de benodigde 40.000 digitale handtekeningen te verzamelen die nodig zijn om het de ziekte, waar volgens de vereniging 500.000 mensen aan lijden, via een burgerinitiatief op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen.

Lyme wordt meestal overgebracht via een tekenbeet door een met Borrelia burgdorferi besmette teek. In Nederland wordt Lyme bij zo'n 20.000 mensen per jaar vastgesteld en zeker niet alleen in de zomer. Naar schatting meer dan een miljoen mensen wordt elk jaar door een teek gebeten. Het aantal teken en dus ook besmette teken zou alleen maar toenemen. In een Zwitsers onderzoek werd 4 procent van de gebetenen besmet. Zeker 20 procent van de teken in Nederland zou besmet zijn. Bekend is de na 4 tot 10 dagen (maar soms na langere tijd) optredende cirkel- of ovaalvormige huiduitslag (erythema migrans of EM) die zich geleidelijk uitbreidt (5 tot 40 cm. doorsnee) en in het midden kan verbleken. Soms zie je enkele ringen om elkaar heen. Als deze huiduitslag optreedt, ook wanneer de tekenbeet niet is gemerkt (in de helft van de gevallen!), wordt uitgegaan van een Borrelia-infectie (Ziekte van Lyme). Echter, de EM treedt niet na elke besmetting op! En ook niet iedereen die besmet is, wordt ziek. Bij talloze bosarbeiders worden antistoffen in het bloed gevonden, teken van een doorgemaakte besmetting, zonder dat ze zich bewust zijn ooit ziek te zijn geweest. Eén en ander maakt het diagnosticeren van de Borrelia-infectie vaak moeilijk, zodat de diagnose regelmatig gemist wordt, met alle nadelige gevolgen van dien. Na besmetting treden vaak griepachtige klachten op en een stijve nek, maar de klachten verdwijnen ook zomaar weer. Daarna kan de Borrelia burgdorferi in de bloedbaan komen en vervolgens in het hele lichaam. (Volgens sommige onderzoekers kan dit zelfs al enkele dagen na de besmetting.) We noemen zo'n doorgaand proces een gedissemineerde besmetting. Meestal treden problemen in het zenuwstelsel, de gewrichten en/of het hart op de voorgrond. Als de besmetting meer dan een jaar oud is, wordt veelal gesproken van chronische Lyme-borreliose. Er kunnen klachtenvrije periodes zijn, gevolgd door nieuwe klachten. Er wordt wel vergeleken met de multisysteemziekte lues (syfilis), eveneens een infectie met een spiraalvormige bacterie (spirocheet). (Ook de ziekte van Weil wordt door zo'n bacterie overgebracht.) Je kunt het bijna zo gek niet bedenken of de klachten kunnen voortkomen uit dit derde stadium van Lyme. Naast de al eerder genoemde problemen zijn de oogproblemen en de psychiatrische klachten berucht.

Diagnostiek van Lyme is moeilijk, in de eerste fase soms onmogelijk. (Daarom wordt bij een EM uitgegaan van Lyme.) Ook de vele gezichten van de ziekte maken de diagnostiek er niet makkelijker op. Wat de behandeling betreft is er nog weinig overeenstemming. Meestal wordt bij een EM een kuur van 2 tot 4 weken met een hoog gedoseerd antibioticum gegeven, alhoewel dat volgens sommige deskundigen te kort zou zijn. Er kan echter sprake blijken van een zogenaamde persisterende infectie. Dan zijn niet alle bacteriën gedood. Als dat wel het geval is en de klachten duren toch voort, spreekt men van een post-Lyme-syndroom. Als de Lyme pas later wordt gevonden en aangepakt, is een antibiotische behandeling van een half jaar tot jarenlang nodig. Het is duidelijk dat moeilijk uit te vinden is of de ziekte echt genezen is en tegelijk dat onbehandelde Lyme kan leiden tot zeer ernstige gezondheidsproblemen.

Het is dus belangrijk een teek snel en grondig te verwijderen. De eerste 24 uur zou de kans op overdracht van de Borrelia burgdorferi klein zijn. Wees erop bedacht dat een (nog niet volgezogen) teek niet groter hoeft te zijn dan een enkele millimeter! Bij het over de huid wrijven kan het net een klein korstje lijken dat gemakkelijk wordt weggewreven. Het voelt echter net iets elastischer. Verwijder de teek voorzichtig met een pincet met dunne uiteinden. Zorg ervoor het diertje (het achterlijf) niet samen te persen! Houd het pincet langs de huid en pak de teek zo dicht mogelijk op de huid vast. Trek voorzichtig en met langzaam toenemende kracht, zo recht mogelijk uit de huid. (Let op dat de beet wellicht wat schuin de huid ingaat. Trek recht tegen de beet in naar buiten.) Breekt er een stukje af in de huid, verwijder dat als een splinter, dus met pincet of speld. Soms helpt het natmaken van de beetplek hierbij. Desinfecteer met alcohol of jodiumtinctuur. Reinig handen en pincet en vernietig de teek. Noteer waar (lichaamsplek) en wanneer u gebeten bent, voor het geval er toch een EM optreedt.

20-1: Internetbankieren en Elektronisch Patiënten Dossier (EPD)

Vandaag in het nieuws: Het internationale recherchebureau 'Utrascan' stuit op grote aantallen Russische criminelen die o.a. in Nederland werken aan het oplichten van banken en hun klanten. Ze onderzoeken daartoe betaalknooppunten als pinapparaten en glasvezelkabels en ze hebben programma's voor het draadloos opvangen en decoderen van betaalgegevens. Ze ontwikkelen methodes om glasvezelkabels te splitten en de daarover verstuurde vertrouwelijke gegevens af te tappen.

Dat is internet. Het is hetzelfde internet van het EPD. De ict-veiligheidsexperts Peter Westerveld (beveiligingsbedrijf Sincerus) en Bart Jacobs melden eveneens vandaag (DvhN door Floor Ligtvoet) dat de veiligheid van dit systeem niet gegarandeerd kan worden. De kwetsbaarheid zit 'm volgens hen in dat zoveel mensen er gebruik van zullen maken. (Dat betreft huisartsen, huisartsenposten, apothekers, ziekenhuisapothekers en later specialisten, ambulancepersoneel en eerstehulpartsen. Verder zouden volgens Westerveld en Jacobs - nieuw voor mij - de patiënten zelf via internet in kunnen zien welke artsen hun gegevens hebben geraadpleegd.)

Minister Ab Klink wil met het EPD vermijdbare opnames en medicatiefouten voorkomen, maar of hulpverleners de mensen zijn om veilig met elektronische gegevens om te gaan, is nog wel de vraag. Of ook niet, zie mijn eerdere stukje over het EPD.

21-1: Werkdruk verloskundigen

Verloskundigen vinden dat hun werkdruk door steeds meer eisen die aan hun werk gesteld worden te hoog is, zo meldt de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV, 3000 leden). Volgens de KNOV werken verloskundigen gemiddeld 50 uur per week, nog exclusief de vereiste bereikbaarheidsdiensten.

De KNOV vraagt nu ouders van pasgeborenen een geboortekaartje naar de NZa te sturen en daarop ook iets te schrijven over het werk van de verloskundigen. De patiënt wordt dus ingeschakeld om actie te voeren. Dat is niet de sterkste manier, maar wel begrijpelijk als je de subassertiviteit van veel hulpverleners in ogenschouw neemt. Beter ware het als de verloskundigen zichzelf zouden aanleren eigen grenzen te stellen en daaraan prioriteit te geven. Maar hulpverleners verleggen nu eenmaal te gemakkelijk juist die eigen grenzen, omdat ze de grenzen van patiënten willen respecteren en liever zelf de dupe worden dan het falen van het zorgsysteem aan de kaak te stellen. Ik weet hoe het werkt: liever zelf dan maar parttimer worden als het werk je te zwaar is (inclusief de financiële consequenties) dan je cliënten tekortdoen. Het is een mentaliteit die mijns inziens meer aandacht, ook van bonden e.d., verdient.

22-1: Verkeersborden en verkeerstekens op het wegdek: chaos alom

In enkele gemeentes haalt men de verkeersborden weg en richt men de weg zo in dat voor bestuurders duidelijk is wat kan en wat niet kan. Dat heet een succes te worden. Regionale studies wijzen uit dat verkeersdrempels het veld zullen moeten ruimen voor een andere inrichting van de weg.

Nu vindt de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid dat er verkeersborden weg kunnen en/of dat juist meer opvallende borden geplaatst moeten worden. Soms, zo vindt de Stichting, staan er zoveel borden dat de echt belangrijke niet meer opvallen. En bekend is dat automobilisten maar 10 tot 20 procent van de borden die er staan ook zien. Uit onderzoek in Utrecht door TNO blijkt verder dat een fors aantal borden verkeersonveilige situaties oplevert.

En dan alle tijdelijke borden die blijven staan als ze niet meer nodig zijn. Die lokken verkeersdeelnemers ronduit uit om de regels niet meer serieus te nemen. Probleem is dat die borden worden neergezet door mensen die van verkeer geen verstand hebben. Zo kan een kilometer voor werkzaamheden een snelheidsbeperking ingaan, die honderd meter voor die werkzaamheden weer vervalt omdat het bord na een zijweg niet herhaald wordt. Ik kom dat regelmatig tegen. Wat te denken van de stoplichtinstallaties waarvoor iedereen wacht, terwijl waar groen gegeven wordt geen verkeer is. We laten ons met z'n allen wel erg veel welgevallen.

Wat te denken ook van de voortdurend wisselende maximum snelheden op allerlei trajecten? Hier en daar verandert het zo veelvuldig dat van geen mens verwacht kan worden het allemaal nog te kunnen volgen. In mijn visie zijn we toe aan een systeem waarin aan de kleuren (en/of aan de vorm) van de belijning volgens vaste regels duidelijk is wat de ter plekke geldende maximum snelheid is. Maar ja, plannen maken kunnen we wel, maar een consequente aanpak is niet onze sterkste kant. Wellicht willen we wel geen echte duidelijkheid.

23-1: Steekpartij op crèche in het nieuws

Het gebeurde in Sint-Gillis-bij-Dendermonde, een plaats met 12.500 inwoners in Oost-Vlaanderen. Een man kwam binnen en begon met een mes om zich heen te steken. Twee kinderen en een volwassen begeleidster overleden en er vielen meerdere gewonden. De dader is aangehouden en het motief nog onbekend. Het zal wellicht om een ingeving gaan, een innerlijke stem die dwingend opriep dit te doen, een imperatieve hallucinatie, zoals het in vaktermen heet. Als dat het was, gaat het waarschijnlijk om een schizofrene man die niet toerekeningsvatbaar zal blijken te zijn. Maar dit zijn slechts mijn eerste speculaties en daar gaat het me hier niet om.

Waar het me om gaat, is de wijze waarop zulk nieuws breed uitgemeten de wereld wordt ingebracht. Ik heb mijn arbeidzame leven lang gewerkt met psychiatrische cliënten en ik weet hoezeer dit soort van nieuws kan prikkelen tot het imiteren ervan. Er zijn veel gestoorde medemensen onder ons. Dit soort berichtgeving kan zo nieuwe incidenten door andere daders uitlokken. Maar ik weet ook: het is een gegeven dat bij vrije nieuwsgaring met dit soort overwegingen niet gerekend wordt. Soms valt dat te betreuren.

Ongewenst abonnement automatisch verlengd?

Martijn van Dam (Tweede Kamer, PvdA) lijkt weer een succesje te boeken: Twee jaar na indiening van het initiatiefwetsvoorstel wil het kabinet nu waarschijnlijk het automatisch verlengen van commerciële abonnementen aan banden leggen. Het gaat bijvoorbeeld om telecom, sportscholen, kranten en tijdschriften. Zulke abonnementen worden vaak automatisch voor bijvoorbeeld een jaar verlengd als niet tijdig en aangetekend is opgezegd. Het wetsvoorstel van Van Dam en Crone regelt een opzegtermijn van een maand als een bedrijf ervoor kiest een abonnement na de contractstermijn voor onbepaalde tijd te verlengen. Een nieuw stilzwijgend voor bepaalde tijd verlengd contract of abonnement mag maximaal drie maanden worden voortgezet als niet tijdig is opgezegd. Het is de bedoeling dat je net zoals je je abonneert, ook kunt opzeggen. Abonneer je je via internet, dan moet je ook zo kunnen opzeggen. De behandeling in de Tweede Kamer wordt na instemming van het kabinet op korte termijn tegemoetgezien.

Griepepidemie

De heersende griepepidemie zou momenteel het hevigst zijn in het noorden van ons land. Per 100.000 mensen zouden er 160 griep hebben. Dat de griepgolf begint in de eerste helft van januari is normaal. De ziekte grijpt ditmaal echter veel meer om zich heen dan vorig jaar en er zouden ook relatief veel kinderen ziek worden.

Griep of influenza is een virusinfectie, net als verkoudheid. De ernst van beide kwalen verschilt aanzienlijk. Naast de verkoudheidsverschijnselen zijn er bij griep meestal koorts, hoofdpijn, spierpijn en gevoel van algehele malaise. Het virus wordt overgebracht door vloeistofdeeltjes uit het lichaam, zoals door hoesten en praten. Griep begint verder nogal abrupt, tussen één en drie dagen na de besmetting, en eist per jaar in Nederland meer dan 1.000 dodelijke slachtoffers, vooral in de risicogroepen (ouderen en chronisch zieken). Het probleem is dikwijls dat de virusinfectie het afweersysteem maximaal belast en dat er zo bijvoorbeeld ruimte komt voor daarnaast een bacteriële infectie als longontsteking. Een bacteriële infectie is meestal met antibiotica te bestrijden. Voor een virusinfectie zijn er weliswaar antivirale middelen als Tamiflu, maar de werking ervan is nog omstreden.

Het beste is de griep de ruimte te bieden door serieus te rusten en te zorgen voor voldoende gezonde voeding en veel drinken. Het lichaam kan zich dan concentreren op het overwinnen van de infectie, wat ook weerstand tegen het virus oplevert. Bij koorts boven 39 graden kan paracetamol gebruikt worden om de temperatuur wat te reguleren. Als na vermindering van de klachten opnieuw verergering optreedt, moet rekening gehouden worden met een bacteriële infectie die wellicht behandeling behoeft.

Vitamines

Van de vitamines zijn A, D, E en K in vet oplosbaar. De andere zijn in water oplosbaar. De in vet oplosbare vitamines worden door de lichaamscellen opgenomen en daarin opgeslagen. Dat kunnen de in water oplosbare niet. Een teveel van die laatste groep verlaat ons lichaam via de urine. Uitzondering is vitamine B12. Vers gekookte groentes bevatten niet erg veel meer vitamines dan groentes uit blik en uit de diepvries. Sommige vitamines worden als tablet beter in het lichaam opgenomen dan in natuurlijke vorm (D, B5, B6, B12 en foliumzuur), andere (met name vitamine E) wordt beter in natuurlijke vorm opgenomen. Naast vitamines zijn er provitamines. Het lichaam kan deze zelf omzetten in vitamines. Diverse vitamines spelen een rol mee in de weerstand van het lichaam tegen ziektes. Volgens het Voedingscentrum moeten extra vitamines gebruikt worden door kinderen tot 4 jaar, vrouwen vanaf 50 en mannen vanaf 70 jaar, vrouwen die zwanger zijn of willen worden of borstvoeding geven en mensen die weinig buiten komen of een donkere huid hebben.

In worteltjes en boerenkool zit veel bèta-caroteen (provitamine A). Bèta-caroteen is een anti-oxidant: het beschermt de cellen in het lichaam tegen vrije radicalen. Vrije radicalen zijn stoffen die schade aan cellen kunnen veroorzaken. Het wordt dus omgezet in vitamine A (retinol). Vitamine A is goed voor het gezichtsvermogen en voor de weerstand tegen infecties. Het speelt een rol bij de groei en de gezondheid van tandvlees en haar. Vitamine A zit verder in lever(traan), vis, eieren en melkproducten. (De Gezondheidsraad adviseert overigens zwangeren om geen lever te eten.)
De vitamines uit het vitamine-B-complex hebben diverse functies. Ik vermeld er slechts een paar van. Alcoholisten hebben nogal eens een tekort aan vitamine B als gevolg van onvolwaardig eten.
Vitamine B1 (thiamine) zorgt voor verbranding van de koolhydraten. Zit in brood, melk, vlees, aardappelen.
B2 (riboflavine) speelt een rol in zenuwstelsel en spijsvertering. Zit in melk, vlees, brood, graanproducten.
B3 (nicotinezuur) voorziet in de energievoorziening van de cellen. Zit in melk, aardappelen, brood en vlees.
B5 (pantotheenzuur) zorgt voor de afbraak van eiwitten, vetten en koolhydraten en draagt bij aan de vorming van hormonen. Zit in vlees, eieren, volkorenproducten en melk.
B6 (pyridoxine) is en weerstandsvitamine en bevordert de vorming van rode bloedcellen. Zit in lever, vlees, vis, melk en kaas.
B8 (biotine) speelt mee in de productie van vetzuren. Zit in lever, eidooier, noten, granen.
B11 of foliumzuur verlaagt de kans op spina bifida (kinderen die geboren worden met een open ruggetje). Het verlaagt het homocysteïnegehalte in het bloed, volgens steeds meer deskundigen belangrijk in de strijd tegen hart- en vaatziekten. Zit in brood, groentes, vlees, melk, eieren.
B12 (cobalamine) bevordert de vorming van rode bloedcellen en de werking van het zenuwstelsel. Verder speelt het mee in de stofwisseling van foliumzuur (B11). Veganisten dienen te letten op hun vitamine B12. Dit komt alleen in dierlijke voedingsmiddelen voor, ook in melk en eieren.
Vitamine C (ascorbinezuur) is belangrijk voor de weerstand, de botten, de tanden en de bloedvaten. Het bevordert de opname van ijzer (uit bijv. brood en vleeswaren). Als anti-oxidant beschermt het het lichaam samen met vitamine E tegen vrije radicalen, die een rol spelen bij verouderingsprocessen. Te veel vitamine C belast de nieren en kan in sommige gevallen nierstenen veroorzaken. Vitamine C kan de duur en ernst van verkoudheid gunstig beïnvloeden en remt de opname van koper (uit orgaanvlees, zeevis, schaal- en schelpdieren, noten, graanproducten, groentes, fruit en cacao). Vitamine C zit in paprika, spruitjes, citrusvruchten, fruit, aardappelen, groentes.
Vitamine D (ergocalciferol en cholecalciferol) is belangrijk voor sterke botten, tanden en spieren. Het helpt de kalk (vooral uit zuivel) uit het eten op te nemen. Provitamine D wordt in de huid onder invloed van zonlicht omgezet in vitamine D. Bij het ouder worden is opvangen van zonlicht steeds belangrijker. Volgens de Gezondheidsraad zouden vrouwen boven de 50 en mannen boven de 60 moeten zorgen voor extra vitamine D, ook om osteoporose (botontkalking) te voorkomen of te verminderen. Soms zou ook extra kalkopname nodig zijn. Vitamine D komt voor in paling, zalm en makreel en in geringe mate in voedingsmiddelen van dierlijke herkomst en het wordt aan halvarine en margarine toegevoegd.
Vitamine E (alfa-toceferol) versterkt de weerstand. Het is een anti-oxidant, d.w.z. het beschermt de lichaamscellen. Het speelt een rol bij de aanmaak van rode bloedcellen en spierweefsels. Het zit in plantaardige oliën, granen, noten, bladgroenten en fruit.
Vitamine K (fytomenadion en farnochinon) speelt een rol bij de bloedstolling. Baby's tot 3 maanden wordt vitamine K gegeven om (hersen)bloeding tegen te gaan. Vitamine K wordt door bacteriën in de dikke darm gemaakt. Ook voedingsmiddelen (kool, tomaten, tarwe, eieren, spinazie, broccoli, fruit, vlees, melkproducten) bevatten vitamine K. Vitamine K2, vooral te vinden in kaas, heet volgens sommige bronnen de bloedvaten schoon te houden en verkalking tegen te gaan of zelfs op te lossen.

25-1: Twintigweken-echo

De twintigweken-echo, waar 90 procent van de zwangeren voor kiest en die aandoeningen als spina bifida (open ruggetje), afwijkingen aan hart en nieren en schisis (cheilognathopalatoschisis, of respectievelijk gespleten lip, kaak en gehemelte) aan het licht brengt, leidt waarschijnlijk tot meer abortussen en minder levensbeëindigingen van ernstig zieke pasgeborenen. Tot haar verbazing kreeg de commissie-Hubben (deskundigencommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen, ingesteld eind 2006) geen meldingen van baby-euthanasie. Het zou kunnen dat artsen niet duidelijk hebben wat mag en wat niet of dat de procedure te ingewikkeld of te tijdrovend is of dat de oude angst voor strafvervolging nog altijd aanwezig is. Het gaat hier om het zogenaamde Groninger Protocol, waarin eisen aan de zorgvuldigheid worden gesteld. Zo moet een andere arts geraadpleegd worden en moeten ouders met levensbeëindiging hebben ingestemd. Volgens hoogleraar Pieter Sauer kan de belangrijkste oorzaak van het uitblijven van meldingen ook zijn dat er sinds de invoering van de twintigweken-echo minder baby's geboren worden die ondraaglijk lijden zonder uitzicht op verbetering. Het vermoeden is dat ouders nu vaker besluiten tot een abortus, die tot de 24ste zwangerschapsweek is toegestaan. Volgens gegevens van de Inspectie voor de Gezondheidszorg is het aantal abortussen sinds de invoering van de twintigweken-echo opmerkelijk gestegen. Daarmee is volgens Sauer wat voorheen op het bordje van de kinderartsen kwam, verplaatst naar dat van gynaecoloog en ouders. Met name de ouders kunnen hierdoor vroegtijdig in de zwangerschap voor een ingrijpende beslissing komen te staan.

Falende zorgbesturen aanpakken

In verschillende zorginstellingen komt wanbeleid aan het licht. De overheid wil bestuurders aansprakelijk kunnen stellen. Nu kan dat alleen als de Ondernemingskamer het wanbeleid kan aantonen. Daartoe zouden ondernemingsraad en/of cliëntenraad een onderzoek moeten aanvragen. Staatssecretaris Jet Bussemaker van Volksgezondheid heeft haar voornemen tot regelgeving om bestuurders aansprakelijk te kunnen stellen de voorbije week tijdens het debat over Philadelphia Zorg (11000 patiënten, 9000 werknemers, van wie velen parttime) in de Tweede Kamer aangekondigd. Philadelphia heeft in een jaar tijds 24 miljoen euro verloren door onder meer vastgoedtransacties (aanschaf van kloosters, horeca-ondernemingen en een kasteel). Directie en commissarissen zijn opgestapt, al blijft voorzitter Elco Brinkman nog aan voor de overdracht aan de opvolgers. In het debat bleek de Kamer de analyse van het College Sanering Zorginstellingen (CSZ), waarin de Raad van Bestuur en de toezichthoudende commissarissen van Philadelphia een megalomaan beleid voerden en het zicht op de kerntaak, de gehandicaptenzorg, verloren, te delen. De Raad van Commissarissen hield voorts te weinig afstand tot de bestuurders. Bussemaker wil dit soort misstanden in de toekomst voorkomen door een governance code voor de zorgsector in te stellen. Daarin zal dan m.i. een transparant controlesysteem opgenomen moeten zijn, gericht op welke financiële risico's dan ook, inclusief de salarissen en vergoedingen van directies en (top)bestuurders. Ook kan in zo'n code de persoonlijke aansprakelijkheid geregeld worden. Ik begrijp dat zowel Raad van Toezicht als het CSZ in de regeling de mogelijkheid moeten hebben een rechtszaak aan te spannen. De noodzaak van zo'n codex toont nog eens de zwakte aan van bestuurders en commissarissen en van dit hele bestuurlijke systeem.

26-1: Keurmerk voor zorgkwaliteit?

De Volkskrant (Jeroen Trommelen, Ellen de Visser) meldt vandaag dat de keurmerken voor verpleeg- en verzorgingshuizen weinig zeggen over de kwaliteit van de zorg. Jaarlijks wordt 10 tot 15 miljoen euro besteed aan het verkrijgen en behouden van die keurmerken en een controleur van zo'n commercieel keurmerkbedrijf kost 1100 euro per dag, maar uit de ranglijsten die de Volkskrant in december publiceerde blijkt dat goed en slecht presterende huizen over dezelfde keurmerken beschikken. Vorige maand promoveerde Stef Groenewoud van Plexus Medical Group op het onderwerp. Volgens hem zijn de kwaliteitskenmerken waarop de keurmerken toetsen niet van belang voor de bewoners en hun familie. De instellingen moeten nu ook zelf cijfers publiceren over aspecten van zorg als decubituswonden en medicatiefouten. Daarom wil staatssecretaris Bussemaker van Volksgezondheid van de verplichte keurmerken af. Zorgverzekeraars (CZ en Achmea) houden er echter nog aan vast.

Vandaag sprak ik opnieuw een verpleegkundige uit zo'n huis. Hij zei te zuchten onder ZZP's (zorgzwaartepakketten) in het kader van zorgzwaartebekostiging, zorgplannen en keurmerken. Opnieuw begreep ik dat de bureaucratie hoogtij viert. 'Ik had zo graag wat meer tijd voor de bewoners', zei hij me. 'Maar dat lijkt wel steeds minder te worden.' Kijk, dan vraag ik me af wat we kwaliteit noemen en wat we met kwaliteitskeurmerken bereiken.

27-1: Bij wie hoort kind met eigen paspoort?

Binnenkort moet elk kind een eigen paspoort hebben als het op buitenlandse reis gaat. Maar bij wie hoort zo'n kind? Op Schiphol is het gebruik om kind en ouder of andere volwassene apart te nemen als ze samen de douane passeren en niet beiden dezelfde familienaam in het paspoort hebben. Vaak wordt dan telefonisch contact gezocht met de (andere) ouder om te checken of het niet om kinderontvoering gaat. Soms zelfs wordt gewacht tot die ouder zelf op Schiphol arriveert om te bewijzen dat het kind de reis mag maken (met desnoods het missen van de vlucht als gevolg). Ook geschreven toestemmingsverklaringen worden in principe gecheckt.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken zou nu voor de duidelijkheid in nieuw af te geven kinderpaspoorten de naam van de ouder met de ouderlijke macht willen vermelden als deze naam een andere is dan die van het kind. Steeds meer kinderen hebben namelijk een andere achternaam dan één van hun ouders in het paspoort heeft.

Het is gedeeltelijk hetzelfde probleem dat ik geregeld tegenkwam toen ik nog werkte als hulpverlener. Daar kwam het bijvoorbeeld voor dat een cliënte zich liet inschrijven onder de naam van een nieuwe partner, terwijl later zou blijken dat er betreffende dezelfde cliënte al twee dossiers waren: één op haar meisjesachternaam en één op de naam van een vroegere partner. Om die reden vond ik dat cliënten altijd op hun geboorte-familienaam, of in elk geval op hun familienaam volgens de gemeentelijke basisadministratie, zouden moeten worden ingeschreven, maar het systeem bleek niet zomaar te veranderen en cliënten hielden het recht zelf te kiezen onder welke naam ze geregistreerd wilden worden met steeds nieuwe doublures als gevolg. Natuurlijk spelen bij kinderen andere zaken mee en de wens van het ministerie om in het paspoort van kinderen ook de naam van een eventuele ouder met de ouderlijke macht en een andere naam dan die van het kind te vermelden, lijkt me volstrekt gerechtvaardigd.

PSA - Prostaatspecifiek Antigeen

In Nederland is borstkanker de meest voorkomende kanker bij vrouwen. Bij mannen is dat prostaatkanker. Respectievelijk zo'n 13.000 en 9.000 keer per jaar wordt de diagnose gesteld.

Bij het ouder worden is het groter worden van de prostaatklier, die onder de blaas ligt en de urinebuis omsluit, een normaal verschijnsel. Veelal gaat het om normale en dus goedaardige vergroting (benigne prostaathyperplasie). Er kunnen plasproblemen optreden en er kan daarvoor behandeling nodig zijn. In een aantal gevallen is er echter iets kwaadaardigs aan de gang.

Sedert 1971 is het PSA bekend. Het is een eiwitachtige enzymstof die bij prostaatactiviteit in het weefsel van de prostaat wordt aangemaakt en waarvan een heel klein beetje in de bloedbaan komt. Naast rectaal toucher werd de PSA-bepaling één van de meest gebruikte onderzoekstechnieken om prostaatkanker te kunnen ontdekken. De PSA is echter zeker niet waterdicht. In een aantal gevallen van kanker is de waarde niet verhoogd en het kan zijn dat die wel verhoogd is zonder dat er sprake is van kanker. Aan meer zuivere onderzoeksmethoden wordt nog gewerkt. De PSA-waarde mag bij het ouder worden ook wat hoger worden. Meestal wordt een waarde beneden 4 ng/ml als goed beschouwd. Tussen 4 en 10 ng/ml is een grijs gebied. Er kan niets aan de hand zijn en soms zal er reden zijn voor nader onderzoek. Bij een waarde boven 10 ng/ml wordt verwezen naar de uroloog voor nadere onderzoeken. De PSA-waarde kan ook tijdelijk verhoogd zijn door bijvoorbeeld prostaatontsteking. Ook het rectaal toucher, het maken van een lange fietstocht en het hebben van een zaadlozing zouden de waarde voor korte tijd doen stijgen. Mogelijk de moeite waard om rekening mee te houden door de bloedafname 48 uur uit te stellen.

Uiteindelijk krijgen veel mannen prostaatkanker, maar weinig gaan eraan dood. Behandeling weet het ziekteproces vaak zo'n 10 tot wel 18 jaar te rekken. Bij autopsie blijkt een hoog percentage (ik vond cijfers van tussen de 25 en de 75 procent) van de mannen boven de 60 prostaatkanker te hebben, ook al hebben ze dat nooit geweten.

28-1: Alcoholisme

In mijn werkzame leven kwam ik herhaaldelijk alcoholisten tegen. C2H5OH-afhankelijk, zo schreven we vaak, de formule voor ethanol gebruikend. Als ze onder invloed waren, placht ik niet met ze in gesprek te gaan, maar te verwijzen naar de volgende morgen 9 uur. Dan verschenen ze echter meestal niet. Na een artikel van een journalist over het zwerversbestaan in Groningen gelezen te hebben, denk ik misschien een beetje anders over alcoholisten. Ze hadden zo hun eigen pressiemethodes, de alcoholisten. Wat ik als psychiatrisch hulpverlener niet ongemerkt kon laten passeren, was het dreigen met geweld naar derden of naar zichzelf. Want er werd wat gedreigd en gechanteerd. Tegenwoordig zullen de hulpverleners het druk hebben met de aangiftes die gedaan moeten worden. Deze patiënten waren vaak op zoek naar onderdak, bijvoorbeeld vanwege de kou. En ja, als het vroor dat het kraakte, dan moest er ook wel wat. Intramurale instellingen namen ze echter in principe niet op, tenzij er sprake was van bijvoorbeeld het Wernicke-Korsakovsyndroom. Wernicke of de encefalopathie van Wernicke is een ziekte van het zenuwstelsel, bij alcoholisten veroorzaakt door vitamine B1-tekort. (Hoe meer bier men drinkt, hoe groter de behoefte wordt aan vitamine B, vooral B1.) Symptomen van Wernicke zijn verlamming van de oogspieren, ataxie (coördinatiestoornis bij m.n. het lopen), verwardheid, indien onbehandeld gevolgd door delier, coma en de dood. Korsakov is een volgende fase. Het is een geheugenstoornis met desoriëntatie (in tijd), kortetermijngeheugenproblemen (inprentingsstoornis) en confabulaties (de geheugenstoornis wordt ingevuld met verzinsels waarin men zelf gelooft) met zelfoverschatting, als gevolg van hersenbeschadiging. Lichamelijk is er verder polyneuropathie (polyneuritis, ontstekinkjes in de zenuwuiteinden) en dikwijls ook leverbeschadiging en hart- en/of vaatproblemen. Dan is er nog het delirium tremens, een onthoudingsdelier bij de alcoholist die om wat voor reden dan ook het drinken een dag eerder stopte. Er zijn convulsies (stuipen), soms zelfs epileptische insulten, en gezichtshallucinaties, vaak angstig ingekleurd, geheugenverlies en desoriëntatie. Het delier verdwijnt indien de betrokkene weer alcohol gaat gebruiken. Medicatie bij alcoholonttrekking: vitamine B-complex en vooral vitamine B1 en verder een benzodiazepine (als anxiolyticum met spierverslappende werking) in hoge dosering. Tranxène (clorazepaat), diazepam en chloordiazepoxide worden veel gebruikt. Bij dit soort ernstige beelden is zelfs een gedwongen opname gerechtvaardigd middels inbewaringstelling (IBS) ingevolge de wet BOPZ (Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen). Op last van een beslissing van de burgemeester ter plaatse kan de betrokkene dan direct worden opgenomen, desnoods met (politie)geweld, waarbij de rechter achteraf de procedure toetst en soms ook niet bekrachtigt, met alle risico's van dien. (Vaker dan eens overleefden betrokkenen deze beslissing van de rechter niet.)

29-1: Alcoholisme (2)

Alcoholisten, maar niet alleen zij, kunnen manipuleren. Met oneigenlijke argumenten proberen ze dan te bereiken dat je doet wat ze willen dat je doet of juist niet doet wat je zou willen doen. En het zou niet juist zijn op die manipulaties in te gaan. Er wordt bijvoorbeeld gedreigd met geweld, tegen derden, of tegen zichzelf (suïcide). Hoe serieus neem je die dreiging? In elk geval zo serieus dat je op hetzelfde moment niet meer de mogelijkheid hebt de betrokkene zomaar zonder meer de deur te wijzen of zo nodig vanwege huisvredebreuk door de politie te laten verwijderen. Dreiging kun je niet zomaar voorbij laten gaan. Als dit soort chantage in het spel geraakte, placht ik uitgebreid verder uit te vragen betreffende het geweld waarmee gedreigd werd, totdat duidelijk werd hoe serieus de dreiging genomen moest worden. 'Als je dat dan doet, hoe zou je dat dan doen? Welke voorbereidingen heb je daartoe getroffen? Heb je wel eens vaker zoiets gedaan? Wat denk je met je daad te bereiken? Hoe zouden mensen om je heen die daad opvatten? Wat zou erdoor veranderen?' Als de dreiging zich inderdaad op de cliënt zelf richtte, vroeg ik ook naar het eventuele geloof van betrokkene, naar hoe hij of zij dacht over wat er zou gebeuren na de dood. Ik zei dikwijls ook dat ieder mens met ook maar een beetje intelligentie inderdaad éénmaal de mogelijkheid heeft om dit leven zelf te beëindigen en dat, als je het ook maar een klein beetje slim aan zou pakken, niemand je zou kunnen tegenhouden. Maar ook dat de beslissing wellicht uitgesteld zou kunnen worden, omdat die optie er later ook nog altijd zou zijn. Daarmee probeerde ik de verantwoordelijkheid die zo gemakkelijk bij hulpverleners gelegd wordt, een beetje terug te krijgen waar die thuishoorde. En ja, als de betrokkene niet op de vragen in wilde gaan of daarin ontwijkend was, compliceerde dat de beoordeling. Als ik gaande zo'n gesprek het gevoel ontwikkelde dat de dreiging niet te serieus was (dat is een soort Fingerspitzengefühl waar intuïtie en ervaring een rol in speelt) vroeg ik de betrokkene voorzorgsmaatregelen in acht te nemen, zodat niet onschuldige derden mede slachtoffer zouden kunnen worden van zo'n laatste daad en ik gaf aan dat ik hier heel erg zwaar aan tilde en graag wilde dat dat heel duidelijk was. Ik vroeg hoe de cliënt daar zelf naar keek. Uiteindelijk moesten sommige van deze cliënten tegen zichzelf in bescherming genomen worden, vrijwillig of onvrijwillig, maar bij de meeste was daartoe niet echt aanleiding. Stel je voor midden in de nacht wakker gebeld te worden door een huisarts met het verzoek zo'n cliënt op bijvoorbeeld 50 kilometer afstand te gaan zien. Soms moest dat, door weer en wind. Ik herinner me een rit waarbij op de autoweg door zeer dichte mist niet harder dan 30 gereden kon worden. Soms was het ook niet nodig en waren er telefonisch afspraken met de cliënt en/of de omgeving te maken. Maar altijd was het zo dat er iets echt ernstigs aan de hand moest zijn om de soms ook door de cliënt zelf gewenste opname te kunnen realiseren. Verslaafden neem je anders niet onder invloed op. Ook voor dit soort mensen rijden 's nachts hulpverleners, ambulances en politiemensen rond en bezoeken hulpverleners burgemeesters aan huis als een gedwongen opname nodig is. Als ik het zo allemaal onder elkaar zet, is het eigenlijk niet vreemd dat ik wel eens klappen kreeg, dat er een (bureau)telefoon naar m'n hoofd gegooid werd en dat ooit een hoeveelheid glaswerk uit een servieskast op me afgevuurd is. Dat hoorde erbij. Daar deed je niet moeilijk over, of het moest al zijn dat je de betrokkene daarom (vanwege toerekeningsvatbaarheid) de deur kon wijzen of door de politie kon laten verwijderen.

In mijn hulpverlenerstijd werd verslaving niet gezien als ziekte. Ik weet niet hoe dat nu is. Verslaving was vluchtgedrag, weglopen van je verantwoordelijkheid. Voor verslaving hoorde je niet opgenomen te worden, of het moest zijn na afspraken vooraf over een behandeling in een ontwenningskliniek. Dat werk werd gedaan door het CAD (Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs, het zal vast en zeker anders heten tegenwoordig). In het verlengde daarvan was gedwongen opname vanwege verslaving niet mogelijk. Bij gedwongen psychiatrische opname is altijd een psychiatrische stoornis nodig en als tweede gevaar, gevaar voor een derde of voor derden, voor de betrokkene zelf, of voor de openbare orde. De cliënt die ik 's middags thuis bezocht en die toen niet opgenomen kon worden omdat het gevaarscriterium niet hard gemaakt kon worden, kon dat dezelfde avond wel, nadat hij in zijn woonstraat de ruiten van alle auto's daar had ingeslagen. Terecht steekt het wettelijk heel nauw als het gaat om iemand tegen zijn wil op te nemen, dus van z'n vrijheid te beroven.

Ik maak me zorgen om groepen van de huidige jeugd, die vroegtijdig (te jong) beginnen met alcoholconsumptie en daar soms ook nauwelijks maat in weten te houden. Nieuwere inzichten leren ons dat het de hersenfuncties en dus ook de intelligentie belemmert om volledig uit te groeien. Ik vrees dat we daar nog veel vruchten van gaan plukken.

30-1: Kleine daling percentage rokers

Sedert 2004 rookte 28 procent van de Nederlandse bevolking. Nu is dat 27 procent. Dat berichtte de Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro) op basis van onderzoek door TNS Nipo. Van de 35 tot 44-jarigen daalde het percentage van 33 naar 30, de grootste winst. Van de mannen rookt nu 30 procent, van de vrouwen 24. Volgens het onderzoek zouden bijna anderhalf miljoen rokers dit jaar willen stoppen. Maar bij verslaving is willen iets heel anders dan doen, zo leert de ervaring. Bekend is toch hoezeer juist verslavingsproblemen de wilskracht afbreken.

WA-verzekering ook tussen partners

Iedereen heeft een aansprakelijkheidsverzekering (AVP). Bekend was dat bijvoorbeeld gezinsleden elkaar onderling niet aansprakelijk konden stellen. Mede-eigenaars, bijvoorbeeld partners in gemeenschap van goederen, kunnen dat vanaf nu wel.

In de zomer van 2005 lag de vrouw van een samenwonend stel in haar hangmat, opgehangen aan een gemetselde zuil in de tuin. Die brak echter af en viel op de vrouw die daardoor een dwarslaesie opliep. De verzekeraar weigerde te betalen omdat je jezelf niet aansprakelijk zou kunnen stellen. Advocaat Arvin Kolder van letselschadebureau Pals Groep in Emmen vocht dat aan.

De rechtbank bepaalde nu dat de partner van de vrouw als mede-eigenaar wél aansprakelijk gesteld kan worden voor de schade die daarmee dus voor rekening van de verzekering komt. Echter, de aansprakelijkheid is beperkt tot 50 procent, omdat de vrouw zelf voor de andere 50 procent eigenaar was van de vallende zuil.

Ook zorgverlener Meavita vrijwel failliet

Meavita (omzet 500 miljoen) zou nog voor twee weken geld hebben. Het gaat om zorgverlening aan zo'n 100.000 cliënten. Voor Wmo-hulp hebben 65 gemeentes een contract met de instelling. Staatssecretaris Jet Bussemaker (Volksgezondheid) vindt dat die gemeentes moeten zorgen dat de zorgverlening doorgaat en dat de zorgkantoren garant moeten staan voor de AWBZ-hulp van Meavita, zoals verpleging en verzorging.

Meavita heeft 20.000 werknemers, waaronder waarschijnlijk veel parttimers. De staatssecretaris acht zich vooralsnog niet verantwoordelijk voor het overeind houden van de instelling. Bestuursvoorzitter Charles Laurey vraagt inmiddels de betrokken gemeentes en zorgkantoren om voorschotten, maar gemeentes mogen dat niet zo maar doen.

Meavita is een fusie van Meavita, Sensire, Thuiszorg Groningen en Vitras. Er zijn inmiddels plannen om de fusie ongedaan te maken. Bussemaker zou erachter staan als Thuiszorg Groningen weer op eigen benen zou gaan. De structuur van Meavita is echter nogal complex en ontvlechting dan ook niet eenvoudig.

Misschien is de tijd rijp om goed draaiende kleinere instellingen niet meer zo nodig te moeten laten fuseren en opnieuw fuseren en nog eens fuseren, totdat het allemaal zoveel gekost heeft dat het uitvoerende werk op de tocht is komen te staan.

God en Jezus, wel of niet?

De campagne 'God bestaat waarschijnlijk niet' verovert de wereld als het aan de humanistische organisaties ligt. Floris van den Berg, initiatiefnemer voor Nederland: 'We willen duidelijk maken dat mensen vrij zijn en niet hoeven te leven volgens de wetten van een religie. Maak je eigen beslissingen en laat je niet leiden door regels die door een verzinsel tot stand zijn gekomen. Mensen die niet geloven zijn niet minder dan mensen die dat wel doen. Dat willen we graag duidelijk maken.' Inderdaad, alle religie is gebaseerd op verzinsels, namelijk op beelden die mensen zich van het hogere, het onbevattelijke, het goddelijke, het mysterie vormden. Dat zijn mensenbeelden en het staat mensen vrij om die voor waar of onwaar te houden. Geen God? Dan zijn onze wereld en het leven op slag wat ze altijd al waren: niet te bevatten, onverklaarbaar, één groot wonder. Ik zou zeggen: 'Als dit allemaal bestaat, dan is er kennelijk iets dat hoger is dan wij, een macht, een energie, laten we het gemakshalve maar een God noemen.'

In de gemeente Giessenlanden (Alblasserwaard) schilderde een bewoner in grote letters 'Jezus redt' op het dak van z'n huis. De tekst zou te groot en te wit zijn en moet daarom weer weg van de gemeente. De bewoner vindt dat het opschrift valt onder de vrijheid van godsdienst, levensovertuiging en meningsuiting. Het gaat lijkt me, om een uiting die vooral wil zeggen dat God waarschijnlijk wel bestaat. En voor de regio waarin de betrokkene woont, is dat niets nieuws.

Te zout

Met name kinderen krijgen te veel zout (natriumchloride, NaCl) binnen, zo publiceren drie kinderartsen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Gevolgen van die te hoge inname zijn na vijftien jaar nog meetbaar in de te hoge bloeddruk en eventuele riskante aandoeningen aan hart en bloedvaten. De Gezondheidsraad adviseert een maximum inname van 6 gram voor ouderen en kinderen. In Groot-Brittannië is het advies baby's tot zes maanden minder dan 1 gram per dag te geven tot maximaal 6 gram vanaf elf jaar. Slechts 30 procent van wat we aan zout binnenkrijgen voegen we overigens zelf toe, de rest zit al in ons voedsel.

Zes gram zout bevat 2,25 gram natrium. Dat is het mineraal dat de bloeddruk kan verhogen. Geadviseerd wordt kinderen in plaats van zout (natriumchloride) het wat bitterder mineraalzout (een mengsel van natriumchloride en kaliumchloride, KCl) te geven en verse groentes in plaats van kant-en-klaarproducten. Kalium zit in groentes, fruit en aardappelen.

Iets anders is drop. Daarin zit glycyrrhizinezuur dat uit het wortelsap van de zoethoutplant komt. De gemiddelde mens kan best wat drop eten, maar bij sommigen heeft al weinig drop (of hoestdrank) en dan met name de glycyrrhizine, effect op de hormoonhuishouding, waardoor de bloeddruk stijgt en het lichaam meer vocht vasthoudt. (Het Voedingscentrum adviseert niet meer dan 20 dropjes per dag te eten en maximaal zeven per dag als er 400 of meer mg. glycirrhyzine per 100 g. in zit. Geregeld dropgebruik kan ook leiden tot een kaliumtekort. Dat kan dan weer spierzwakte, hartproblemen, depressie en verwardheid veroorzaken.
PS 13-6-2015: De Consumentenbond onderzocht de samenstelling van drop. Per kilo drop ruwweg: 500 g. (bruine) suikers, 300 g. verdikkingsmiddel, 50 g. salmiakzout, 50 g. zoethoutextract, 10 g. zout en een beetje norit (E531) voor de zwarte kleur. Zoute drop krijgt de zoute smaak van salmiak (ammoniumchloride), een niet-bloeddrukverhogend zout. De glycyrrhizine uit het zoethout is 50 maal zo zoet als suiker. Het is het ingrediënt dat de dropsmaak geeft. Harde drop bevat meer suiker en meer verdikkingsmiddel (Arabische gom uit de Afrikaanse acaciaboom). Honingdrop bevat veel minder dan een half procent honing.

31-1: Sms-alarm bij hartfalen

Uit het AD (twee artikelen door Bart Ebish) van gisteren begreep ik dat er twee sms-alarmsystemen naast elkaar bestaan die bij hartfalen getrainde vrijwilligers met een defibrillator kunnen doen uitrukken om hulp te verlenen voordat de ambulance aanwezig is. De meldkamer zou de sms'jes versturen naar de vrijwilligers in de omgeving van het slachtoffer. Uit het artikel maak ik op dat het inmiddels om vele duizenden vrijwilligers gaat en dat de Nederlandse Reanimatie Raad (Hartstichting, Rode Kruis, Oranje Kruis en VVAA (Vereniging van Artsen Automobilisten, tegenwoordig een financiële dienstverlener)) één landelijke databank wil van deze vrijwilligers. Nu kan juist de hulpverlener om de hoek soms niet bereikt worden, terwijl die natuurlijk degene is om wie het gaat.

Er is een concurrentiestrijd tussen twee centrales in respectievelijk Stramproy en Son. Nederland heeft 25 meldkamers. Volgens het AD-bericht zouden er daarvan respectievelijk tien en vier een contract met één de centrales hebben. Ik begrijp daaruit dat elf meldkamers (nog) niet meedoen.

Een hartstilstand treedt volgens het bericht meestal thuis op en wel zo'n 14.500 keer per jaar, dat is gemiddeld 40 maal per dag. Slechts vijf tot tien procent van de slachtoffers zou de hartstilstand overleven en de Hartstichting wil dat percentage omhoog brengen naar 25 procent in 2012.

Bloedproef na dodelijk ongeval

Als een bestuurder bij een ongeval zelf omkomt, wordt bij hem of haar in Nederland geen bloedproef gedaan, zo las ik donderdag in DvhN (artikel van Rudi Buis), wel sporenonderzoek. In meerdere Europese landen is bloedonderzoek (en sectie) na een dodelijk ongeval heel normaal. Bij ons zou zulk post mortemonderzoek het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam aantasten. Reden waarom veel nabestaanden en overlevende slachtoffers van zo'n ongeluk met vragen achterblijven die zonder post mortemonderzoek niet beantwoord kunnen worden.

Crisisdienst

Ik had crisisdienst die dag. Een huisarts vroeg me een psychotische cliënt te gaan zien, die, toen ik doorvroeg, op hem wat bedreigend was overgekomen. Dus belde ik de plaatselijke politie. Normaal is zoiets geen probleem, maar nu bleef het opvallend lang stil op de lijn. Toen werd me meegedeeld dat er een probleem was en dat ik zo direct niet geholpen kon worden. Het moest even wat rustiger worden, want men mocht slechts met ten minste drie politiemensen op de betrokkene af. 'Hoezo dat?', vroeg ik. 'Vuurgevaarlijk', was het korte, maar duidelijke antwoord.

Op de afgesproken tijd trof ik op de afgesproken plek in de buurt twee politiewagens en drie politiemensen. Toen ik er ook was, trokken ze hun kogelvrije vesten aan. 'Gaat uw gang', werd me toen te verstaan gegeven. 'We zijn hier op uw verzoek.' En zo was ik degene die aanbelde met de drie agenten achter me. Was ik de eerste die binnenging, met drie agenten na me. Een kogelvrij vest was niet nodig om de psychose vast te kunnen stellen. Toch kun je als hulpverlener een heel enkele keer heel even jezelf de vraag stellen of je niet ook zoiets zou moeten hebben.

Frituur

In de Consumentengids van februari zijn snackbars onderzocht op of ze ongezond frituren in vast (hard) frituurvet of minder ongezond in vloeibaar vet. Enkele jaren geleden begon Koninklijke Horeca Nederland (KHN) de campagne 'Verantwoord frituren', waardoor nu de helft van de patatzaken gebruik maakt van goed vet (als het althans niet te lang doorgebruikt wordt!). Van de helft die niet meedoet aan de campagne, bakt nog 70 procent, dat zijn 2100 van de 3000 zaken (volgens telling 'de Telegraaf'), in het goedkopere, foute vet. (Bijna de helft van dat foute vet komt van Gouda's Glorie.) Vast vet is slecht voor de gezondheid doordat er veel verzadigd vet en het nog schadelijker transvet in zit.

De Consumentenbond onderzocht de patat van 75 zaken die niet meedoen aan de campagne 'Verantwoord frituren' op de aanwezigheid van onverzadigd vet en transvet. Twintig snackbars scoren zeer goed, waarbij de beste alle 100 te behalen punten kreeg. Dertig scoren slecht, waarbij de allerslechtste geen enkele van de 100 te behalen punten kreeg. Met één portie friet krijg je daar je maximale dosis transvet voor een hele week binnen. Amsterdam scoorde in het onderzoek slecht, Vlissingen vrij goed.

In dezelfde Gids een artikel over kroketten van Bram Ladage, McDonald's, Kwalitaria, Snackpoint, Febo en Smullers. Het zijn allemaal caloriebommen. Qua vet scoren die van McDonald's redelijk, die van Bram Ladage matig en de andere slecht. Op zout scoort juist McDonald's matig, de andere redelijk. De Consumentenbond noemt de resultaten van het krokettenonderzoek teleurstellend.

1-2: Weerstand en infectieziektes

Infectieziektes loop je op verschillende manieren op. Verkoudheid (luchtweginfectie) en griep bijvoorbeeld door aangehoest (of aangesproken) worden. Andere kanalen zijn via indirect contact, dus deurkrukken, trapleuningen, toetsenborden, bestek, e.a. Sommige micro-organismen worden overgebracht door dieren, bijvoorbeeld insecten, of door voedsel (salmonella, voedselvergiftiging) en weer andere door seksueel contact (geslachtsziekten). Bij veel infectieziektes ben je gedurende de incubatietijd, de tijd dat je de ziekte al onder de leden hebt, maar dat nog niet weet, al besmettelijk. Aan de andere kant zijn lang niet alle infectieziektes overdraagbaar. De zogenaamde ziekenhuisbacterie MRSA (Meticilline-Resistente Staphylococcus Aureus) kan bij iemand aanwezig zijn die er niet ziek van wordt en wel overgedragen worden op derden die er wel ziek van kunnen worden.

Voorbeelden van infectieziektes: Bacterieel zijn o.a. pest, cholera, sommige vormen van meningitis en longontsteking, steenpuisten, blaasontsteking, krentenbaard, erysipelas (wondroos), ziekte van Weil, gonorroe, syfilis, difterie, tetanus, kinkhoest, tuberculose en veteranenziekte. Viraal: HIV, pokken, waterpokken, mazelen, bof, rodehond, SARS, griep, verkoudheid, hepatitis, herpes, dengue (knokkelkoorts). Door een schimmel veroorzaakt: candida-vaginitis, spruw. Door een parasiet veroorzaakt: malaria, slaapziekte, kala-azar (zwarte koorts). Door een prion veroorzaakt: kuru en de ziekte van Creutzfeldt-Jakob (scrapie bij schaap en geit) en boviene (= van een rund afkomstige) spongiforme encefalopathie (BSE).

Met name kinderen maken veel infectieziekten door, nodig om het afweersysteem te activeren en op peil te brengen. Jongeren brengen o.a. via zoenen gemakkelijk Pfeiffer op elkaar over en worden ziek als ze de ziekte niet al (ongemerkt) als kind hebben doorgemaakt. Pfeiffer kan soms wat meer tijd vragen om goed uit te zieken. Het is belangrijk deze tijd dan ook te nemen. Over het geheel is bij infectieziektes een goede regel om het aantal dagen dat je koorts had te tellen en het hetzelfde aantal dagen na de koorts nog rustig aan te doen (bijvoorbeeld geen intensieve sport).

Besmetting is dikwijls te voorkomen door te zorgen voor een goede weerstand. Weerstand heeft te maken met je leefgedrag, met name met of je voldoende rust krijgt. Verder met een goede voeding en een goede conditie (dus met beweging en buitenlucht). Er zijn infectieziektes die je, als je ze eenmaal hebt doorgemaakt, nooit meer terug krijgt. Andere kunnen in verminderde mate terugkeren als het afweersysteem (tijdelijk) verzwakt is of de afweerstoffen niet meer voldoende aanwezig zijn. Verder zijn hygiëne en het beperken van stressfactoren van belang. Tegen een aantal infectieziektes is een afdoende vaccinatie mogelijk.

2-2: Vijfde en zesde (vlekjes)ziekte (na mazelen, rodehond, roodvonk en Filatov-Dukes)

De vijfde ziekte (erythema infectiosum) is een onschuldige besmettelijke virusinfectieziekte (parvovirus B19) die zich verspreidt door hoesten en niezen. Maar de kinderen die de ziekte krijgen, zijn besmettelijk voordat ze ziek worden en na het ziek worden niet meer. De ziekte komt vooral voor bij schoolkinderen, met een incubatietijd van vijf tot twaalf dagen. Er zijn rode vlekken die beginnen in het gezicht en zich verspreiden over armen en benen en eventueel de rest van het lichaam. Na een aantal dagen tot ruim een week trekken ze weg, maar ze kunnen onder invloed van inspanning of stress nog een paar keer terugkomen. Er is vaak lichte koorts en als een volwassene de ziekte krijgt, kunnen er gewrichtsklachten zijn. Zwangeren die de ziekte nog niet doormaakten, moeten proberen die te vermijden i.v.m. het risico van een miskraam of overlijden van de foetus.

De zesde ziekte (exanthema subitum) is eveneens een onschuldige besmettelijke virusinfectieziekte (veroorzaakt door het humane herpesvirus type 6, verwant aan o.a. de verwekker van de koortslip) met een incubatietijd van 10 tot 14 dagen, die zich verspreidt door hoesten en niezen en die vooral bij baby's en peuters voorkomt. Er zijn een paar dagen hoge koorts (soms met een koortsstuip!) en zo'n dag of vier na de koorts één dag kleine rode vlekjes op de romp. De ziekte is besmettelijk vanaf het opkomen van de koorts totdat de uitslag weg is.

3-2: Oud en Nieuw, vuurwerk en oogletsel

Een klein berichtje in de krant vandaag: Voorbije jaarwisseling hebben in Nederland 232 mensen oogletsel door vuurwerk opgelopen aan in totaal 269 ogen. Eén op de drie ogen met letsel is blijvend beschadigd, 23 ogen werden blind, waarvan er 14 verwijderd moesten worden, terwijl 45 ogen een permanent verminderd gezichtsvermogen opliepen. Zestig procent van de slachtoffers stak niet zelf vuurwerk af en meer dan de helft van de slachtoffers was jonger dan 18.

Elsevier berichtte inmiddels dat de rustig verlopen jaarwisseling voor evenveel oogletsel door vuurwerk zorgde als de Amerikaanse soldaten in de drieënhalf jaar die ze in Irak vochten daar opliepen. Indien consumentenvuurwerk toegestaan blijft, kan m.i. geen ander advies gelden dan tijdens de jaarwisseling niet naar buiten te gaan. Het is te gevaarlijk.

Pedagogische oplossingen in het basisonderwijs

Eén van de kinderen in de klas heeft wat uitgevreten, maar wil dat niet toegeven. Zoiets los je binnen schooltijd op, vind ik principieel. Wat ik zie gebeuren is dat de hele klas van zevenjarigen wordt vastgehouden na schooltijd en dat ouders en grootouders die de kinderen afhalen, staan te wachten, totdat dit ene kind toegeeft. Ik vind dat pedagogisch fout en principieel onjuist. Je straft geen kinderen die met wat gebeurde niets te maken hebben door ze na te houden en je houdt kinderen niet buiten schooltijd vast zonder expliciete toestemming van de betrokken ouders. Zo zit dat gewoon.

Een paar kinderen klieren steeds opnieuw in de klas. Het is een chronisch probleem. Juf vraagt, als ze het ook niet meer weet, de achtjarigen om met haar mee te denken over een oplossing. Daartoe wordt de taalles geschrapt. De kinderen worden geacht oplossingen te bedenken en op te schrijven. De vraag om mee te denken lijkt me op zich geen kwaad te kunnen. Wie weet heeft een kind spontaan een hele pedagogische inval die een volwassene niet zou kunnen bedenken. Maar het lijkt me niet juist als er zoveel gewicht aan gegeven wordt als hier het geval was. Huilend zat onze kleindochter tussen de middag aan tafel en alles wat haar over de klierkinderen, wellicht ook maar gewoon kinderen uit probleemgezinnen, dwars zat, kwam eruit. 'Schrijf het maar op in een brief voor de juf', stelden we voor. Uit wat ze opschreef het volgende: 'Andere kinderen deden vervelend. Ik had daar niks mee te maaken. Maar ik moest wel oplosien bedenken dat vind ik niet eerlijk. Ik zou het fijner vinden als juf probleemen oplost met de kinderen die het gedaan hebben ik was boos en verdrietig omdat het in de klas zo vaak over geklier van anderen moet gaan. Ik wil daar eigenlijk niks mee te maken hebben!' Mij lijkt deze wens terecht, al besef ik dat die enige eisen stelt aan de pedagogische kwaliteiten van de leerkracht. Maar die heeft daar dan ook voor geleerd.

Creutzfeldt-Jakob

De ziekte van Creutzfeldt-Jacob (CJD, Creutzfeldt-Jakob Disease) komt weinig voor. Het is een zogenoemde prionziekte (prion is een eiwitvorm) die zich in het lichaam verspreidt via het zenuwweefsel. Sedert de koppeling aan de gekkekoeienziekte (BSE, Bovine Spongiforme Encefalopathie) horen we er meer over. Koeien kregen in hun krachtvoer vermalen koeienrestafval, waaronder hersenen en ruggenmerg, binnen. Dat bleek BSE te kunnen veroorzaken. Eten van besmet vlees bleek vervolgens de ziektevariant van Creutzfeldt-Jakob (vCJD, variant Creutzfeldt-Jakob Disease) te kunnen veroorzaken. Onder de naam kuru was overigens bij mensen al een soortgelijk gezondheidsprobleem bekend sedert 1957. In een stam in Nieuw-Guinea bleek men de hersenen van overwonnen vijanden te eten. Achteraf bleken de patiënten daar hetzelfde syndroom te ontwikkelen. Nadat het kannibalisme was uitgebannen, verdween geleidelijkaan de ziekte weer.

CJD heeft een gemiddelde incubatietijd van tien jaar (er lijken grote verschillen te zijn) en begint met vage klachten als hoofdpijn, moeheid en depressie (waarbij neurologisch nog geen afwijkingen worden gevonden), snel verergerend, gevolgd door dementering en vervolgens ernstige neurologische verschijnselen. Hersencellen blijken in hoog tempo af te sterven. Binnen enkele weken tot een jaar kan de patiënt al overlijden.

Er zijn een paar verschillende vormen van CJD:
- De spontane vorm of de sporadische variant (80 procent van de gevallen, één op de miljoen mensen), waarbij schijnbaar spontaan een omschakeling van productie van normale eiwitten naar productie van abnormale prion-eiwitten plaatsvindt.
- De iatrogene vorm. In het verleden zijn mensen besmet bij medische ingrepen omdat normale sterilisatie van operatiegereedschap niet voldoende is. Verder is besmetting voorgekomen bij het spuiten van menselijke groeihormonen uit de hersenen van overledenen. (Dat gebeurt niet meer.) Ook is men bij bloeddonoren zeer kritisch geworden op de aanwezigheid van CJD in de nabije omgeving, omdat het vermoeden bestaat dat de ziekte ook via bloed zal kunnen worden overgedragen.
- Bij de erfelijke vorm leidt een afwijkend gen tot de productie van de ziekmakende prioneiwitten.
- vCJD (de menselijke variant van de gekkekoeienziekte) wordt dus overgebracht door het eten van besmet rundervlees.

4-2: Norovirus

Bij buikgriep spraken we vroeger over enteritis of gastro-enteritis of maagdarmcatarre. Nu hebben we het over een infectie met het norovirus (specifieker het norwalkvirus, naar de plaats Norwalk in Ohio, waar het virus in 1968 voor het eerst werd geïdentificeerd) of over winter vomiting disease. (Nederlanders willen i.t.t. bijvoorbeeld Vlamingen nu eenmaal zo snel mogelijk over op de Engelse taal.) Er is een ontsteking van het slijmvlies van (maag en/of) darmkanaal.

Het norovirus is erg besmettelijk. Een kwart van de bevolking krijgt elk jaar een keer buikgriep, vooral 's winters. De ziekte begint plotseling één of twee dagen na de besmetting. Besmetting komt door het via de mond binnen krijgen van het virus dat in de ontlasting en soms ook het braaksel van een zieke voorkomt. Besmetting kan plaats vinden in het zoutepindabakje (berucht!), aan de wc-bril, aan kranen, handdoeken, deurknoppen of lichtschakelaars, om maar wat te noemen. Het zal duidelijk zijn dat een zieke niet het eten voor anderen moet klaarmaken en dat strikte hygiëne erg belangrijk is. Het is echter soms zo dat iemand die zelf niet echt ziek wordt, toch besmettelijk is. Ook is men doorgaans al voor het ziek worden besmettelijk (tot enkele dagen na de ziekte). De ziekte begint soms met heftig braken, het zogenaamde projectielbraken (dat ook bij een hersenschudding op kan treden) en er is sprake van diarree met misselijkheid, buikkramp en dikwijls hoofdpijn en (lichte) koorts. De ziekte gaat na één tot vier dagen weer over. (Bij baby's kan het nog een dag langer aanhouden.)
Zie ook hier!

5-2: Relatiecursus

Bernd Otter schrijft in DvhN over Miriam Engels, die een relatiecursus aanbiedt voor trouwlustigen. Als personal coach presenteert ze zich aanstaande zondag op de bruidsbeurs in Leek. Als je van elkaar weet waarom je verliefd bent, voorkom je teleurstellingen, zo begrijp ik uit het interviewtje. En veel vrouwen willen alles in één man. Als je de noten die gekraakt moeten worden als je een relatie begint dan níét kraakt, moet je later wel heel hard kauwen. Engels vindt dat mensen op hun trouwdag erg veel geld aan uiterlijkheden besteden en ook dat ze zichzelf zouden moeten gunnen zo optimaal als mogelijk aan een relatie te beginnen. Ze is zelf gescheiden en opnieuw getrouwd. 'Als ik een relatiecursus had gedaan, was ik niet met mijn eerste man getrouwd.'

Rekenen leer je op school en aardrijkskunde ook. Het relationele is misschien nog wel altijd een stiefkindje in het onderwijs. Dat zou in dat geval te betreuren zijn. Om een auto te mogen besturen, leg je eerst een proeve van bekwaamheid af. Om een huwelijk te beginnen en kinderen te krijgen hoef je noch relationele vaardigheden, noch pedagogische kwaliteiten te bezitten. Op zich is dat vreemd. Als hulpverlener komt me het aanbod van Engels dan ook niet vreemd voor. Ik vrees echter dat ook de jongeren van nu leven met het gevoel het allemaal al wel te weten, beter nog dan ervaringsdeskundigen. Dat komt door de roze hormoonbril. En die is meestal pas na een paar jaar versleten.

Bedelaars

Kerkgangers storen zich aan professionele bedelaars, zo lees ik vandaag in DvhN (Gerton Albers). Het speelt in Coevorden. In groepsverband proberen Roemenen uit vakantieparken kerkgangers voor de kerkdeur geld af te troggelen. Aan alles zou te zien zijn dat het niet echt om bedelaars gaat, maar dat bedelen slechts hun beroep is. Enfin, de kerken hebben de politie ingeschakeld en die bevestigt de vermoedens. Als de bedelaars op verzoek niet weg willen gaan, kan men voortaan de politie bellen.

Met name bij supermarkten en winkelcentra zie ik bedelaars. Ik weet ook niet of ze echt van mijn boodschappen afhankelijk zijn. Ik vrees dat het gaat om geld en niet om brood of melk. Ik heb mijn pogingen met de betrokkenen te communiceren vanwege ernstige taalproblemen opgegeven. Als ze hier legaal zijn, konden ze immers beter een krantenwijk nemen? Verder is het een kwestie van keuze. Als we in Nederland, net als in veel grote steden overal ter wereld, bedelaars een verrijking van het straatbeeld vinden, moeten we ze vooral tegemoetkomen. Dan komen er ook vanzelf steeds meer. Dan zal het weldra zo zijn als in Rome, waar je tijdens een middagje winkelen zomaar tweehonderd munten nodig hebt om elke bedelaar wat te kunnen geven. Als we bedelaars geen verrijking vinden, moeten we aan deze vorm van inkomstenwerving niet meedoen.

Ik moet denken aan een Nederlandse kolonie in Brazilië, waar ik ooit verbleef. Bedelaars kregen volgens afspraak in het dorp werk aangeboden op de coöperatie, zodat ze hun eigen kost zouden kunnen verdienen. Daar was echter nagenoeg geen belangstelling voor. Ik moet denken aan twee jonge Zuid-Afrikanen, die me voor ons tijdelijke vakantiehuisje daar om geld vroegen omdat ze honger hadden en de hele dag nog niet gegeten zouden hebben. Ik stelde voor dat ik brood voor ze klaar zou maken, maar daarvoor hadden ze nu weer geen belangstelling. Kortom: ik vind het een moeilijk probleem, waarbij ik begrijp dat iedere passant het eigen hart zal volgen.

6-2: Private gezondheidszorg

Al op 1 maart opent een nieuw oogziekenhuis in Hoogeveen z'n deuren in de vroegere huisartsenpost. Er is voor Hoogeveen gekozen vanwege de lange wachtlijsten in de regio. Het gaat om inmiddels de vijfde vestiging in Nederland van oogziekenhuis Zonnestraal. De vestiging start met een polikliniek en zal al snel ook operatiefaciliteiten voor ongecompliceerde operaties hebben. Een staaroperatie moet er bijvoorbeeld binnen een week ingepland kunnen worden. Zonnestraal, met 10 oogartsen in dienst (vestigingen in Hilversum, Lelystad, Bilthoven, Doetinchem en binnenkort dus Hoogeveen), is inmiddels één van de grootste oogcentra in Nederland. In Hoogeveen zal de medische verantwoordelijkheid worden gedragen door oogarts dr. Majib Koch (55), die naast de algemene oogheelkunde is gespecialiseerd in de neuro-oogheelkunde.

Eveneens vandaag vind ik berichten over illegale tandartsen (van buiten de EU) en de zorgen die de NMT, de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde, zich maakt over commerciële tandartsketens die gebruikmaken van deze niet BIG-geregistreerde tandartsen, die soms de verplichte proeve van bekwaamheid niet eens hebben afgelegd.

Er is kortom volop werk aan de winkel voor inspectie en consumentenorganisaties om duidelijkheid te krijgen en te houden betreffende de geleverde kwaliteiten. Laten we hopen dat deze noodzakelijke controles ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden.

7-2: Rookproces café 'De Kachel', of 'Minachting voor de gezondheid'

Gisteren was het Groningse café 'De Kachel' het eerste waarvan de eigenaars voor de rechter stonden vanwege herhaalde schending van het rookverbod. Ze kregen nogal wat aanhang mee, zo lees ik. Het is duidelijk dat het gaat om mensen met minachting voor eigen en andermans gezondheid. We wachten af of overtreding van de wettelijke regels nog langer zal worden gedoogd. Dat de schade door gezondheidsproblemen die uit het roken voortkomt door de gemeenschap wordt betaald, lijkt vooralsnog nauwelijks een punt van discussie. In de verzekeringswereld is het verder over het algemeen niet gebruikelijk schade door eigen moedwil te vergoeden. Het is vreemd dat een volgens legio deskundigen de gezondheid schade berokkenende leefwijze daar dan geen enkele sanctie kent.

Het gaat om 27 procent van de Nederlanders. Dat is het percentage rokers, 30 procent van de mannen, 24 procent van de vrouwen. Ik zou me erin kunnen vinden als een evenredig deel van de horeca niet rookvrij zou behoeven te zijn, als ik in 73 procent van de gelegenheden dan niet meer geplaagd zou worden door gedwongen meeroken. Want daarmee is nog heel veel mis. Ik zie personeel roken in een open aangrenzend vertrek. Klanten roken pal voor de buitendeur, waardoor voortdurend rook naar binnen walmt. Mijn vrouw dronk een kop koffie in de nietrokerskamer van een plaatselijk café-restaurant, maar moest haar kleren toch in de was doen, omdat de doordringende rooklucht die ze daar opliep niet weg te luchten was. Als die problemen kunnen worden opgelost, zou ik het prima vinden om in 27 procent van de gelegenheden niet meer naar binnen te kunnen. Het zou in dat geval prettig zijn als de gelegenheden waar roken zou zijn toegestaan (rokers vormen de minderheid) dan verplicht zouden worden dat duidelijk en van enige afstand zichtbaar aan hun pand en in hun reclame-uitingen kenbaar te maken.

Halo-effect

De aanwezigheid van een bepaalde kwaliteit, vaardigheid of populariteit kan bij de (oppervlakkige) waarnemer de suggestie wekken dat ook andere kwaliteiten of vaardigheden bij de desbetreffende persoon of het desbetreffende product aanwezig zullen zijn. Dit verschijnsel heet het halo-effect en werd in 1920 geformuleerd door Edward Thorndike.

In de Volkskrant van vandaag schrijft Suzanne Weusten over de neuroloog van de foute diagnoses, eerder werkzaam bij MST, Medisch Spectrum Twente, in Enschede. Hij was medicijnverslaafd en schreef valse recepten uit. Hij gaf onjuiste ernstige diagnoses. Maar hij was ook vriendelijk, geduldig, toegewijd en meelevend. Hij werd beschouwd als grondlegger van de Parkinson Patiëntenvereniging. Het halo-effect maakte dat door deze positieve eigenschappen het gevoel ontstond dat het ook qua diagnose en behandeling wel goed zou zitten, terwijl dat dus beslist niet het geval behoeft te zijn, zelfs als de nodige deskundigheid en ervaring aanwezig zijn. Een lichamelijk mooi mens wordt nu eenmaal ook meer intelligentie en humor toegedicht. Weusten schrijft: 'We zijn geneigd mensen te beoordelen als een consistent geheel en niet als een vat vol tegenstrijdige eigenschappen.' Inderdaad, maar tegelijk neemt dat niet weg dat een detail (bijna) altijd iets zegt van het grotere geheel.

Een ander aspect dat Weusten aanhaalt is dat deze neuroloog na in de fout te zijn gegaan tot tweemaal toe de kans kreeg elders te herbeginnen, om ook daar in de fout te gaan. De medische wereld is kennelijk geneigd de missers van collega's in de doofpot te stoppen.

9-2: Legionella

De legionellabacterie (legionella pneumophila) kan de legionellagriep (Pontiac fever) en de veteranenziekte (legionairsziekte) veroorzaken. De bacterie komt voor in de grond en in water, maar is in normale concentratie niet schadelijk. Bij watertemperatuur tussen 25 en 55 graden en vooral tussen 35 en 46 graden kan de bacterie zich echter explosief vermenigvuldigen, wat in stilstaand water (waterleiding) een risico is. De bacterie wordt via de luchtwegen opgenomen, drinken ervan is zonder risico. Gelukkig worden de meeste mensen na besmetting niet ziek. De griepvariant geeft griepachtige klachten zonder longontsteking en heeft één tot drie dagen incubatietijd. Behandeling is niet nodig, rust volstaat. De veteranenziekte heeft een incubatietijd van enkele dagen tot bijna drie weken. Er treedt een (zeer) ernstige longontsteking op, die, indien niet tijdig juist ingeschat, dodelijk kan aflopen (overlijdensrisico ruim 15 procent). De patiënt is niet besmettelijk. Behandeling dient plaats te vinden met bepaalde antibiotica. Rokers en mensen met anderszins verminderde afweer lopen extra risico.

Legionella wordt opgelopen onder de douche, in bubbelbaden, whirlpools, therapiebaden, in gebouwen met airconditioning en overal waar men verder nog in contact komt met verneveld besmet water. Douches in hotelkamers of vakantiewoningen die een tijdje niet zijn gebruikt, zijn verdacht en eventueel evenzo in de eigen woning na thuiskomst van vakantie. Laat leidingen waarin leidingwater heeft stilgestaan eerst goed doorlopen. Spring vervolgens nooit als eerste zomaar onder de douche, maar draai met ingehouden adem de kraan open en laat de douche alvorens in de doucheruimte te verblijven goed doorstromen, of nog beter: leg de douchekop in bijvoorbeeld een volle emmer water om vervolgens de douche goed te laten doorstromen, zowel de warmwaterleiding als de koudwaterleiding. Let er in uw vakantiewoning of hotel op dat het water uit de warmwaterleiding na even door te hebben laten lopen minstens zo warm is dat u de rug van uw hand er (net) niet onder kunt blijven houden en trek aan de bel bij een te lage watertemperatuur.

De bacterie sterft in een paar minuten in leidingen met water vanaf 70 graden en in 20 minuten in leidingen met water vanaf 60 graden. Belangrijk is daarbij vanzelfsprekend dat het voorraadvat warm water op minimaal 60 graden wordt gehouden. Verder is van belang dat de koudwaterleiding niet te dicht is aangelegd naast de warmwaterleiding en vooral niet naast de leiding van de centrale verwarming. Een koudwaterkraan waar na opendraaien meteen of even later min of meer opgewarmd water uit komt, wijst op een foutief aangelegde leiding en verdient extra aandacht in verband met het regelmatig goed doorspoelen. Laat ten slotte bij verneveling van water uit de tuinslang deze ook altijd eerst goed door lopen!

10-2: Magere rookworst moddervet

De Consumentenbond onderzocht rookworsten. De gewone rookworsten bleken gemiddeld 26 procent vet te bevatten, de magere 20 procent. Volgens de Warenwet mogen vleesproducten zich mager noemen als er maximaal 20 procent vet in zit. De vetste rookworst was die van de Hema: ruim 28 procent. Rookworsten zijn vetter dan hamburgers, gehaktballen en karbonades.

De Consumentenbond stelde in haar publicatie onterecht dat alleen Albert Heijn de worsten nog echt rookt. De Hema en de Keurslagers zijn tegen deze bewering direct in het geweer gekomen. Slordig van de bond, naar het lijkt.

Geld als God

In onze westerse wereld is geld onze God en rendement onze religie. Dat wordt in deze tijd van economische teruggang steeds duidelijker. En het is goed dat onze keuzes zo duidelijk worden. Laten we deze realiteit dan ook voor onszelf accepteren.

Er wordt minder geconsumeerd. Dat is goed. Onze weggooimaatschappij deugde ook niet. Dat minder verbruiken betekent dat er ook minder geproduceerd hoeft te worden, voor onszelf. Dus wordt er minder verdiend en verliezen er mensen hun baan. Maar dat er in onze wereld werk in overvloed is, moet een ieder duidelijk zijn. Alleen al het plannen maken om de allerarmsten onder ons te stimuleren en te helpen om uit de goot te geraken, kan legertjes mensen werk verschaffen. Want voedsel wegbrengen is niet effectief. Kortetermijnprojecten evenmin. Als we iets met onze wereld zouden willen, zouden we heel wat mensen uit moeten sturen om onderontwikkelde volken wat verder te helpen, in hun gezondheidszorg bijvoorbeeld, of in het creëren van werk, zodat mensen naar meer onafhankelijkheid kunnen beginnen te groeien.

Maar laten we eerlijk zijn. De bovenstaande alinea heeft onze interesse niet. We zijn niet van plan echt iets te gaan ondernemen voor 'de minsten van onze broeders'. We vinden het te ingewikkeld, of nog waarschijnlijker, we willen ons geld niet investeren in dat soort doelen. Dat is vrije keuze, natuurlijk! Maar het is wel goed om ons bewust te zijn van dat er wat te kiezen is en van waar onze kennelijke prioriteiten liggen. Dat wordt in deze tijd duidelijker en dat juich ik toe. Voorheen konden we ons misschien nog verschuilen achter 'geen tijd', nu komt er langzaamaan alle tijd van de wereld vrij.

Let wel, ik zie niet veel in de grote gevestigde goede doelen die het geld dat ik ze stuur omzetten in steeds meer duurdrukwerkbedelbrieven aan mijn adres en die het geld dat over is beleggen om meer rendement te halen. Mijn geld nota bene, waarmee ik zelf de risico's die met beleggen genomen worden nooit zou nemen. Ik denk dat het voor een heel stuk niet moet zoals deze organisaties het doen. Maar het gegeven dat zij ons geld nu eenmaal anders besteden dan wij wellicht zouden willen, ontslaat ons niet van verantwoordelijkheden. Het lijkt me goed om daar in deze tijd nog eens bij stil te staan. Dat geeft een nieuw keuzemoment. Daar is onze zogenaamde recessie dan toch goed voor.

Meer kanker door vergrijzing

In 2006 steeg het aantal nieuwe kankerpatiënten met 2,5 procent ten opzichte van 2005. Bij 83.283 mensen werd kanker vastgesteld. Meest voorkomend successievelijk: borstkanker, darmkanker, longkanker, prostaatkanker en huidkanker. Aan longkanker stierven in 2006 de meeste mensen. Er leden in dat jaar 10.357 Nederlanders aan.

In 2008 was kanker de belangrijkste doodsoorzaak. Tot en met oktober stierven dat jaar 33.900 mensen aan kanker tegen 33.100 aan hart- en vaatziekten.

11-2: Australië: vuur, verlies en hoop

vuur, verlies en hoop vuur, verlies en hoop vuur, verlies en hoop vuur, verlies en hoop

Rijksvaccinatie baarmoederhalskanker

Dit jaar begint de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Er zijn twee goed werkende vaccins, Gardasil en Cervarix. De overheid koos het goedkoopste middel (Cervarix). In 2009 worden de meisjes geboren in de jaren 1993 t/m 1996 gevaccineerd en wordt een begin gemaakt met de twaalfjarigen, geboren in 1997. Het is de bedoeling dit jaar nog 380.000 meisjes te vaccineren. Na deze inhaalslag zullen de meisjes gevaccineerd worden op 12-jarige leeftijd, dus voordat ze seksueel actief zijn geworden en met name voordat ze besmet zijn geraakt. Het virus dat uiteindelijk de kanker kan veroorzaken, wordt overgebracht door huid-op-huidcontact, met name in de schaamstreek, waarbij het zo is dat naast seksueel verkeer ook met de hand friemelen door bijvoorbeeld een vriendje het virus al kan overbrengen. Aangenomen wordt dat meer dan 80 procent van de mensen die seksueel actief zijn wel eens een infectie heeft opgelopen. En ook jongens worden dus met het virus besmet. Zij krijgen er echter geen kanker van. Het virus komt bovendien het meest bij jonge mensen voor. De drie benodigde injecties kosten samen € 375,- per kind, maar worden uit het rijksvaccinatieprogramma betaald. De vaccinatie geeft minstens zes jaar bescherming, maar waarschijnlijk nog veel langer.

Waar gaat het om? Jaarlijks krijgen zo'n 600 vrouwen baarmoederhalskanker, waarvan er 200 aan de ziekte overlijden. Je kunt baarmoederhalskanker krijgen na een langdurige HPV-infectie (HPV staat voor humaan papillomavirus). Bekend is dat rooksters het eerder kunnen krijgen. De infectie veroorzaakt lang niet altijd kanker, maar kan soms wel langdurig blijven zitten. Na bijvoorbeeld 15 tot 20 jaar kan zich dan alsnog kanker ontwikkelen. Het vaccin beschermt tegen de twee belangrijkste HPV-typen, namelijk nummer 16 en 18. Dertig procent van de kankergevallen wordt veroorzaakt door HPV-typen waartegen het vaccin niet beschermt.

12-2: Handdrogers onhygiënisch

Wetenschappers aan de Universiteit van Westminster vonden dat het aantal bacteriën na gebruik van een handdroger (warmeluchtdroger) in een openbaar toilet op de vingertoppen met gemiddeld 186 procent toeneemt en op de handpalmen met 230 procent, zo bericht 'Spits' (12-2-2009). Het probleem is o.a. dat mensen hun handen maar half drogen en verder aan hun kleren afvegen. De drogers besmetten daarbuiten ook de lucht in de vertrekken waarin ze hangen. Op zich is het beter in dergelijke vertrekken de handen dan maar niet te wassen. Veel beter is het gebruik van papieren handdoekjes.

Bacteriedrankjes

Probiotica (bacteriedrankjes) activeren inderdaad het immuunsysteem in de darmen, zo vonden volgens een artikel in de Volkskrant van 7-2 jl. wetenschappers van het Topinstituut Voeding in Wageningen en van de universiteiten van Nijmegen en Maastricht. Als er een probioticadrankje is gedronken, verandert de genactiviteit in de darmwand, waardoor het afweersysteem in een hogere staat van paraatheid komt. Verder wordt de stoelgang vergemakkelijkt en lijkt het risico van darminfecties dus af te nemen. Er is nog niet aangetoond dat binnendringende ziekteverwekkers daadwerkelijk beter worden weggewerkt.

Whiplash

Whiplash (zweepslag, CAL of craniocervicaal acceleratieletsel, non-contact-acceleratie-deceleratie-hoofd-nektrauma) staat voor de snelle, heftige achter- en voorwaartse beweging van het hoofd t.o.v. de romp, optredend vooral bij kop-staartbotsingen. Er kunnen beschadigingen of kneuzingen in en rondom de wervelkolom optreden. Bekende klachten: hoofdpijn, nekpijn, schouderpijn, beperking beweeglijkheid, duizeligheid, slaapproblemen, evenwichtsproblemen, concentratieproblemen, gezichtsproblemen en vermoeidheidsklachten.

Probleem is dat het letsel meestal niet met scans of foto's is zichtbaar te maken. Vaak worden de klachten dan ook als psychogeen (van psychische oorsprong) of psychosomatisch gezien als ze langer dan de gebruikelijke paar dagen tot een aantal maanden voortduren.

CVS (Chronisch Vermoeidheids Syndroom)

CVS is een niet objectiveerbare ziekte die driemaal meer bij vrouwen dan bij mannen voorkomt. De diagnose is een diagnose bij uitsluiting. Er zijn veel verschillende inzichten en ook patiëntenverenigingen timmeren aan de weg. CVS lijkt een samenhang te hebben met het relatief hoge angstniveau, waarmee de zieken leven. Het lijkt er verder op dat infectieziektes als Pfeiffer in aanleg aanwezige CVS kunnen uitlokken. Soms wordt gedacht dat een overactieve levensstijl en/of vroegkinderlijke traumata de gevoeligheid voor CVS verhogen. Tegenwoordig spreken we vooral van CVS. Voorheen heette het syndroom myalgische encefalopathie (ME). Als pijnklachten op de voorgrond staan of pijn en uitputting invaliderend werken, wordt nog steeds wel gesproken van ME. Alhoewel het syndroom dikwijls als psychogeen (van psychische oorsprong) wordt geduid, moet rekening gehouden worden met een eventuele nog niet bekende aandoening van het zenuwstelsel, waarin het hormonale evenwicht een rol zou kunnen spelen.

Bij CVS is er sprake van inspanningsintolerantie, dus een relatief kleine inspanning kan al leiden tot uitputting, waarbij herstel langer dan 24 uur duurt. Er kunnen klachten zijn als algeheel gevoel van malaise, pijnen, duizeligheid en concentratieproblemen. Er is nog geen effectieve behandeling bekend. Pogingen met cognitieve gedragstherapie leverden onvoldoende op.

13-2: Fibromyalgie

Fibromyalgie (fibro=bindweefsel, myo=spier, algie=pijn) komt deels overeen met het CVS (Chronisch VermoeidheidsSyndroom) en wordt soms ook in het verlengde van Whiplash gezien. Het gaat ook hier om diagnose bij uitsluiting van andere wel objectiveerbare kwalen. Ook fibromyalgie komt veel meer bij vrouwen voor en wordt door velen gezien als psychogeen (uit de psyche voortkomend) of psychosomatisch. Wel lijkt er een wat verschillend doorbloedingspatroon in de hersenen van fibromyalgiepatiënten te zijn. Er is een verstoring van het diepeslaapstadium. Patiënten leven verder veelal relatief gespannen en (over)actief. Dikwijls heeft een infectieziekte of een zware bevalling de klachten uitgelokt. Behandeling wordt geprobeerd met pijnstillers als paracetamol of ibuprofen, met antidepressiva en met cognitieve gedragstherapie. Reumatologen geven ook wel Prednison.

Bij fibromyalgie is er sprake van spierpijn en drukpijnlijke punten (tenderpoints). Het gaat dikwijls om de nek, schouders, lendenstreek en heupen en de binnenkanten van ellebogen en knieën. De spierpijn verergert na inactiviteit en na koude. Verder zijn er vaak stijfheid ('s ochtends), slaapproblemen, chronische moeheid en hoofdpijn.

Familievertrouwenspersoon in de psychiatrische hulpverlening

Instellingen voor psychiatrische hulpverlening hebben dikwijls moeite met inbreng en vragen van familieleden van patiënten. Hulpverleners hebben expliciet toestemming van hun meerderjarige cliënten nodig om contact te mogen hebben met familieleden. Als de cliënt die toestemming niet geeft, kunnen ze niets met het contact en zullen velen dan ook geneigd zijn dat af te houden. Wat te doen met informatie die je van familie krijgt en waarover je niet met de cliënt in gesprek kunt gaan omdat die je contact met de familie niet heeft toegestaan?

Ik had altijd de gewoonte telefoontjes wel aan te nemen. Familieleden die wat wilden doorgeven of vertellen, kregen te horen dat ik graag van hen wilde dat ze de cliënt zelf zouden melden dat ze contact gezocht hadden en wat ze doorgegeven hadden, zodat ik daar bij de cliënt mee aan zou kunnen komen. Vaak werkte dat goed, alhoewel het natuurlijk ook voorkwam dat bellers niet de ruimte voelden om hun telefoontje bij de cliënt te melden. Ik moest ze dan zeggen dat ik wellicht niets met hun informatie zou kunnen en ik vroeg hen of het desondanks toch belangrijk kon zijn mij die door te geven. Zo kun je als hulpverlener inderdaad komen te zitten met informatie waar je niets mee kunt. Alhoewel, als het beeld dat de familie schetste afweek van het beeld dat de cliënt mij wilde laten zien, probeerde ik in die gevallen vaak toch ook meer van de cliënt zelf te weten te komen over hoe hij of zij dan dacht dat de familie naar het probleem keek. In mijn beleving maakten alle contacten met familieleden altijd iets meer duidelijk over de onderlinge relaties en de eventuele pathogene patronen daarin.

Een ander aspect is dat de psychiatrische hulpverlening vaak sowieso al moeizaam communiceert. Ik heb zelf nog altijd te maken met noodzakelijke communicatie met zowel een AWBZ-instelling in het verstandelijkgehandicaptencircuit als met zo'n instelling in het psychiatrische circuit. De communicatiebereidheid is er bij beide, maar het initiatief daartoe ontbreekt in het psychiatrische circuit ten enenmale, terwijl ik dat in het verstandelijkgehandicaptencircuit soms wat als overdone ervaar. Ik heb vanuit mijn hulpverlenerservaring de sterke indruk dat dit verschil in initiatiefname tekenend is voor het psychiatrische wereldje. Ik weet ook dat het risico levensgroot is hiermee relevante informatie te missen en uiteindelijk de cliënt te kort te doen.

Ik vermoed dat familieleden van psychiatrische patiënten nog altijd moeilijk met hun vragen en verhalen terechtkomen en daardoor ook de soms noodzakelijke ondersteuning mislopen. Daarom is het goed erop te wijzen dat steeds meer instellingen voor psychiatrische hulpverlening een familievertrouwenspersoon aanstellen, die in eerste instantie door familieleden benaderd kan worden als het contact met de reguliere hulpverlener niet lukt. Vraag dus naar die optie. Want, ook als zo'n vertrouwenspersoon er nog niet is, zal een repeterende vraag daarnaar op den duur zeker wat opleveren.

Winterdepressie

Sommige mensen neigen 's winters tot depressie, ook wel SAD genoemd. SAD (Seasonal Affective Disorder of Seizoens Afhankelijke Depressie) komt meer bij vrouwen dan bij mannen voor. De patiënt is somber, vermoeid, prikkelbaar, heeft het gevoel uit balans te zijn, heeft behoefte aan slaap, ook als meer dan normaal geslapen wordt, er treedt een verschuiving dag-nachtritme op, men neigt sterk tot het eten van meer koolhydraten en komt dikwijls ook (fors) aan, men zondert zich af.

Er wordt van uitgegaan dat mensen minstens twee uur per dag daglicht nodig hebben. Het licht zorgt via netvlies en pijnappelklier voor bepaalde chemische processen. Bij mensen met SAD zou volgens de gangbare theorie de aanmaak van melatonine te sterk zijn (melatonine wordt juist als het daglicht wegvalt aangemaakt), waardoor er een relatief tekort aan serotonine ontstaat. Het lichaam 'zoekt' daardoor naar koolhydraten, waaruit serotonine aangemaakt kan worden. Tegelijk wordt het door de opname van die extra koolhydraten vermoeider, terwijl het serotoninetekort niet echt goed wordt opgeheven.

Als therapie zijn lampen voor volspectrumlicht (daglicht) ontwikkeld. Dit licht is samengesteld als zonlicht en heeft ook dezelfde intensiteit (10.000 lux). Het elke ochtend een uurtje voor dit licht zitten, blijkt vaak enig succes te hebben. De lampen mogen niet te veel UV-licht uitstralen. UV-licht is slecht voor de ogen. Sommige patiënten varen echter juist meer wel bij het gebruik van een antidepressivum. Er wordt ten slotte wel gezegd dat ook het homeopathische Sint-Janskruid als een SSRI (specifieke serotonineheropnameremmer, een groep antidepressiva) werkt.

14-2: Burn-outsyndroom

Ten gevolge van (langdurige) stress en permanente prestatiedwang kan een toestand van uitputting ontstaan, gepaard met prikkelbaarheid, depressie, cynisme, slapeloosheid, lage eigendunk en neiging tot verslavingsproblemen. Met name idealistische, gewetensvolle, perfectionistische en prestatiegerichte mensen worden met burn-out geconfronteerd. Vermoed wordt dat een verlaagd serotonineniveau een rol speelt. Het is bekend dat bijvoorbeeld huisartsen en andere 'contactuele' medische beroepen risicogroepen voor burn-out zijn. Burn-out komt meer bij vrouwen dan bij mannen voor en over het geheel minder in tijden van economische crisis. Volgens sommigen is burn-out niets anders dan een geagiteerd depressief syndroom of overspannenheid. Burn-out is geen officiële diagnose. Er wordt diagnostisch nogal eens gekozen voor 'depressie NAO (niet anders omschreven)'.

Burn-out wordt veelal succesvol behandeld met cognitieve- (rationeel emotieve therapie, RET) of analytische psychotherapie. Er zijn aanwijzingen dat ook lichttherapie (zie hierboven bij winterdepressie) een gunstige uitwerking kan hebben op burn-out.

Zie ook bij Werkdruk.