15-2-2009: MRSA

MRSA of Meticilline (een in 1961 ontwikkeld antibioticum) Resistente Staphylococcus Aureus is een bacterie die vooral in ziekenhuizen voor problemen zorgt. (Ze is het broertje van de veel voorkomende Staphylococcus aureus oftewel de stafylokok, die steenpuisten en wondontstekingen kan veroorzaken, maar wel op antibiotica reageert.) Ze wordt dan ook wel ziekenhuisbacterie genoemd en is resistent voor de meeste antibiotica. Vandaar ook wel de naam multiresistente staphylococcus aureus. Gezonde mensen hebben van deze bacterie niet veel te vrezen. Huid en slijmvliezen kunnen geïrriteerd raken. Mensen met een tekortschietend afweersysteem kunnen ernstig ziek worden van de mrsa-bacterie. De bacterie reageert nog wel op het antibioticum Vancomycine, maar de vrees bestaat dat zij ook voor dit middel resistentie zal kunnen ontwikkelen. Het Farmacotherapeutisch Kompas schrijft dan ook: 'Toepassing van Vancomycine dient te worden gereserveerd voor de behandeling van infecties, veroorzaakt door meticillineresistente stafylokokken-(MRS-)stammen.' In bijvoorbeeld Zuid-Europese landen wordt Vancomycine helaas veel gemakkelijker ingezet.

De mrsa-bacterie komt veelvuldig voor op kalver- en varkenshouderijen. Via hun dieren zijn veel boerenfamilies besmet en ook besmettelijk (meestal zonder zelf ziek te worden).

Besmetting wordt opgelopen via huidschilfers, meestal via de handen, soms (bij inademing van schilfers na bijvoorbeeld niezen) via de luchtwegen. De schilfers komen echter overal voor, in stof, in beddengoed, gordijnen, kleding, op toetsenborden, afstandsbedieningen enzovoort.

MRSA wordt toenemend ook buiten ziekenhuizen gevonden, de zogenaamde CA-MRSA (Community Acquired). Het gaat om bacteriestammen die agressiever kunnen opereren doordat ze een bepaald gen (Panton-Valentine leukocidine, PVL) verworven hebben. Ze kunnen ook mensen met een gezonde weerstand ziek maken (furunkels of huidontstekingen en pneumonie of longontsteking). Gelukkig reageren sommige PVL-positieve stammen weer wel op de gebruikelijke antibiotica.

Euthanasie

We onderscheiden passieve en actieve euthanasie. Bij passieve euthanasie wordt een medische behandeling niet begonnen of gestaakt op verzoek van de patiënt. Artsen zijn verplicht dit soort wensen te respecteren. Er hoeft niet aan wettelijke eisen te worden voldaan.

Actieve euthanasie, dus levensbeëindigend handelen op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt zelf, is geregeld in de 'wet Toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding'. De wet dateert van 2001 en trad op 1 april 2002 in werking. Deze vorm van euthanasie moet door de arts gemeld worden en er moet aan een aantal zorgvuldigheidseisen worden voldaan. Zo moet de arts overtuigd zijn van het vrijwillige en weloverwogen karakter van het verzoek van de patiënt. Ook moet er sprake zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. De patiënt moet op de hoogte zijn van zijn of haar vooruitzichten en met de arts samen tot de overtuiging zijn gekomen dat er geen redelijke andere oplossing is. De arts moet overlegd hebben met minstens één andere, onafhankelijke arts die de patiënt ook gezien moet hebben en die een schriftelijke verklaring af moet leggen in verband met de hierboven genoemde zorgvuldigheidseisen. En uiteraard dient de levensbeëindiging medisch zorgvuldig te worden uitgevoerd.

Vaak is sprake van een toekomstgerichte euthanasiewens, voor het geval de betrokkene in een situatie komt die hij of zij op het moment van opmaken van de noodzakelijke schriftelijke euthanasieverklaring als ondraaglijk en uitzichtloos bestempelt. Voor het geval de betrokkene het verzoek in die situatie zelf niet meer duidelijk zou kunnen maken, wordt het vooraf dus alvast op schrift gesteld. Zo'n verklaring geldt voor de wet als legitiem verzoek om euthanasie, maar de huisarts moet zich er, mocht een in de verklaring omschreven situatie zich voordoen, nog wel van kunnen vergewissen dat het euthanasieverzoek voor de betrokkene zelf nog altijd geldt. Als de patiënt dat op geen enkele wijze meer kenbaar kan maken, heeft de wilsverklaring geen wettelijke waarde meer.

Artsen, verpleegkundigen en apothekers kunnen niet worden verplicht mee te werken aan een actieve euthanasie. Zij kunnen zich op gewetensbezwaren beroepen. Bij jongeren van 16 en 17 jaar moet(en) de ouder(s) in de besluitvorming worden betrokken, alhoewel deze jongeren het recht hebben zelfstandig te beslissen. Voor jongeren onder 16 jaar is instemming van ouder(s) of voogd vereist.

16-2: Gronings protocol

Het is duidelijk dat de euthanasiewet niet kan gelden voor pasgeborenen, omdat die niet hun wil kunnen bepalen. Niet langer levensverlengend handelen of het staken van behandeling omdat er geen levenskansen zijn of omdat de prognose uiterst somber is, is overigens een geaccepteerde vorm van passieve euthanasie. Actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen (stabiel, maar onbehandelbaar ziek met uitzichtloos en ondraaglijk lijden) moest echter altijd gemeld worden bij het Openbaar Ministerie, zodat getoetst kon worden of een rechtvaardiging voor het levensbeëindigend handelen aanwezig was geweest. Naar aanleiding van een specifiek geval stelden een paar artsen uit Groningen in 2001 het Gronings Protocol op. Daarin moeten in dit soort situaties diagnose en prognose vast staan, moet het lijden van het kind uitzichtloos en ondraaglijk zijn terwijl er geen redelijke oplossing is, moeten beide ouders hebben ingestemd met de levensbeëindiging, moet de arts ten minste één andere, onafhankelijke arts hebben geraadpleegd en dient uiteraard de levensbeëindiging zorgvuldig te worden uitgevoerd. In 2005 aanvaardde de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde het Gronings Protocol als landelijke richtlijn, waarna de ministeries van Justitie en Volksgezondheid bekendmaakten dat een deskundigencommissie, bestaande uit een jurist, drie artsen en een ethicus, zou worden geïnstalleerd voor toetsing van actieve levensbeëindigingen bij pasgeborenen. Sinds eind 2006 moeten alle gevallen bij deze commissie (commissie-Hubben) gemeld worden, maar in de praktijk gebeurt dat niet, mogelijk ook samenhangend met de opkomst van de twintigwekenecho. De toetsingscriteria van de commissie zijn geënt op het Gronings Protocol.

Uniforme gsm-opladers en headsets

Nog pas twee maanden geleden schreef ik over adapters. Europees commissaris Günther Verheugen (Industrie) wil dat gsm-fabrikanten komen met een standaard voor laderaansluitstekkertjes en die voor headsets. De bedrijven krijgen gelegenheid vrijwillig afspraken te maken. Lukt dat niet, dan volgt regelgeving. Terecht! Jammer alleen dat dit soort processen meestal jaren neemt alvorens iets op te leveren.

Resusantagonisme

Van de Nederlanders is 85 procent resuspositief. Als een moeder die de resusfactor niet in haar bloed heeft, dus resusnegatief is, een kind in zich draagt dat die factor geërfd heeft van de vader, ontstaat een resusantagonisme. Bij de bevalling (in een enkel geval al tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld bij een vruchtwaterpunctie) kunnen rode bloedcellen van het kindje in het bloed van de moeder komen. Als niet ingegrepen zou worden, zou in het bloed van de moeder een afweerreactie tegen de resusfactor van het kind op gang komen, waarbij antistoffen worden aangemaakt die bij een eventuele volgende zwangerschap van een resuspositief kind voor (ernstige) problemen zouden kunnen zorgen. Bij een ongeboren resuskind kunnen dan moederlijke resusantistoffen al via de moederkoek binnendringen in het bloed van het kind en daar massaal de rode bloedcellen afbreken met anemie (bloedarmoede) als gevolg. Het bij die afbraak geproduceerde giftige bilirubine kan gehoorproblemen, (ernstige) hersenafwijkingen of zelfs de dood van de baby veroorzaken. Daarom wordt bij een te hoog bilirubinegehalte de bevalling rond de 33ste week geforceerd. Als gevolg van de bloedafbraak vergroten lever en milt zich (hepatomegalie en splenomegalie) en kan direct na de geboorte geelzucht (icterus) en vochtophoping in het hele lijfje optreden. De bilirubine kan het centraal zenuwstelsel beïnvloeden (kernicterus), waardoor convulsies, spasmen, hypertonie, opisthotonus (krampachtige achteroverstrekking van het lichaam) en ademhalingsstilstand kunnen optreden. Ook ernstig hartfalen en vaatendotheelschade komen voor. Het in het moederlijke bloed aanmaken van deze resusantistoffen kan sedert 1969 worden voorkomen door een eenmalige injectie binnen 48 uur na de geboorte van het resuspositieve kind met Anti-D-immunoglobuline (ook anti-D-gammaglobuline of anti-resusimmunoglobuline (ARI)). (De aanwezigheid van de resusfactor wordt gecontroleerd aan bloed uit de navelstreng.) De injectie moet na elke geboorte van een resuspositieve baby herhaald worden. Bij een mogelijk resusantagonisme is van belang dat ook na een miskraam of abortus het middel wordt toegediend. Tegenwoordig wordt Anti-D steeds meer zo nodig ook gegeven in week 30 of zelfs al vroeger in de zwangerschap. In dat geval moet na de geboorte van een resuspositieve baby opnieuw gespoten worden.

De benodigde immunoglobuline wordt geproduceerd door vrijwilligers te immuniseren met de resusfactor. In het verleden is, om de beschikbaarheid van het middel te verbeteren, wel gepleit voor een actie 'Resusmoeders voor resusmoeders'.

P.S. Zie ook hier.

Salmonella

Salmonella is een darmbacterie, voorkomend bij mens en dier. Dieren worden doorgaans niet ziek. Als ze dat wel worden, lijkt het beeld op dat bij mensen. De bacterie verspreidt zich via uitwerpselen en vervolgens voedsel. Rauwe dierlijke levensmiddelen (pluimveevlees, varkensvlees, kalfsvlees, eieren, zuivelproducten) kunnen onze voeding, ook groenten en fruit, verontreinigen. Door voldoende verhitting sterft de bacterie. Risicovol zijn voedingsmiddelen die te lang ongekoeld of onvoldoende gekoeld bewaard en voor consumptie niet (meer) verhit worden en gerechten met rauwe eieren. Van de ziekmakende besmettingen komt 39 procent door besmette eieren (of producten waar besmet ei in zit), 25 procent door besmet varkensvlees, 21 procent door kippenvlees en 11 procent door rundvlees.

Je wordt ziek binnen enkele uren tot dagen na de besmetting, waarvoor wel relatief veel bacteriën nodig zijn. Voedselvergiftiging door besmet voedsel heet salmonellose. Mensen met een gezonde weerstand zullen overigens niet gauw ziek worden. Er is sprake van waterdunne diarree, gevolgd door een paar dagen brijachtige diarree met bloed en slijm. Er kan sprake zijn van buikkrampen, misselijkheid, overgeven, slaperigheid en lichte koorts. De ziekte houdt doorgaans enkele dagen tot een week aan. Het grootste risico is uitdroging, vooral bij jonge kinderen, ouderen en zwangeren. (Tegenwoordig zijn er zakjes ORS (orale rehydratie, oral rehydration solution) bij de drogist te koop, een oplossing met vooral zouten en glucose, die dikwijls beter wordt opgenomen en binnen blijft dan gewoon water. Men kan ook zelf een oplossing maken: op 1 liter water ¼ theelepel keukenzout (natriumchloride), ¼ theelepel kalizout (kaliumchloride, in mineraalzout zit dikwijls voor de kleinste helft natriumchloride en voor de grootste helft kaliumchloride), ¼ theelepel bakpoeder (gistvervanger), 40 gram suiker en vanillesuiker en/of citroensap naar smaak. In ontwikkelingslanden wordt (gewone) cola zonder prik gegeven. Qua samenstelling benadert het de ORS.) Bij ernstiger besmettingen kunnen ontstekingen in gewrichten, organen en botten voorkomen, o.a. ook longontsteking. Dan is behandeling met een antibioticum aangewezen.

Wie ziek geweest is, kan de bacterie nog maandenlang met zich meedragen en, bij onvoldoende hygiëne, anderen ermee besmetten.

Gilles de la Tourette

Het syndroom Gilles de la Tourette (GTS) is een neuro-psychiatrische aandoening met tics, abrupte, niet doelgerichte, ongecontroleerde en herhaalde bewegingen en geluiden. Het gaat om knipperen met de ogen, grimasseren, optrekken van de neus, schudden met het hoofd, tics in de extremiteiten, keelschrapen, kuchen, sisgeluiden, klakken met de tong, uiten van kreten, coprolalie (liederlijke kreten), echolalie. Tics kunnen enkelvoudig danwel meervoudig of complex zijn. We spreken ook van sensorische tics, als ze ten doel hebben onaangename gewaarwordingen op te heffen. Tourette-patiënten ervaren dikwijls veel drukte in hun hoofd. Het syndroom zou kunnen samenhangen met ontregeld gedrag van neurotransmitters (dopamine, serotonine). Er is sprake van erfelijke predispositie. GTS begint soms al rond het vijfde jaar, maar altijd voor het achttiende. Na de puberteit nemen de klachten soms af. GTS'ers zijn vaak sensitieve mensen die het het beste doen in een stabiele levenssituatie. GTS gaat vaak samen met bijvoorbeeld ADHD (concentratiestoornis met hyperactiviteit en impulsiviteit), OCS of OCD (Obsessive Compulsive Disorder, obsessief compulsieve persoonlijkheidsstoornis met dwanggedachten en dwanghandelingen), PDD-nos (Pervasive Developmental Disorder not otherwise specified, pervasieve ontwikkelingsstoornis, met contact- en relatieproblemen), ASS (Autistisch Spectrum Stoornis) of angststoornissen. Medicamenteus wordt geprobeerd met antipsychotica (bijvoorbeeld haloperidol, haldol), clonidine (Dixarit, een migrainemiddel), antidepressiva, cannabis en nicotine. In uitzonderlijke gevallen wordt geprobeerd met het plaatsen van elektroden in de hersenen.

18-2: Einde gloeilamp in zicht

De EU gaat de verkoop van gloeilampen, in gebruik sedert ±1910, verbieden, zo is gisteren besloten. Nog dit jaar verdwijnen de peertjes van 100 Watt uit de winkel. In 2012 moet de verkoop van alle gloeilampen gestopt zijn. Tijd dus om alternatieven voor de talloze kleinere toepassingen te zoeken.

Gloeilampen nemen veel minder dan een half procent van het nationale energieverbruik voor hun rekening. Het rendement van deze lampen ligt tussen 5 en 10 procent. Voor de (laagspannings)halogeenlamp is dit 20 à 30 procent, voor de spaarlamp 40 procent, voor de tl-buis 65 procent en voor de led-lamp (in ontwikkeling) tot 90 procent. De lichtstroom van een lamp wordt aangegeven in lumen (lm), de verlichtingssterkte in lux (lux=lm/m2). Voor 50 lm is een 1,2 Watt led-lamp nodig, of een 4 Watt spaarlamp, of een 20 Watt gloeilamp. Dat zijn ongeveer de verhoudingen.

Energiebesparing is een nobel streven. Het uitbannen van de gloeilamp zal het energieverbruik nauwelijks doen dalen. Er zullen dus andere redenen voor deze EU-beslissing zijn. Een paar hints: Het overdags uitschakelen van de verlichting bij autosnelwegen zou een aanvullende maatregel op het verbieden van de gloeilamp kunnen zijn. Zo zou ook de overheid zelf iets bijdragen. Op een groot knooppunt hier vlakbij branden bijvoorbeeld duizenden lampen al geruime tijd dag en nacht. Gedacht zou m.i. ook kunnen worden aan terrasverwarmers, als het uitbannen daarvan althans niet leidt tot het inzetten van de zeer vervuilende oude vuurkorven. En misschien kan er in grote kantoorgebouwen 's nachts wel een lampje meer uit of kan de aanschaf van openluchtjacuzzi's en sauna's wat ontmoedigd worden. Het wordt nog spannend wanneer er maatregelen die werkelijk hout zullen snijden, zullen worden afgekondigd. Over het (extra) belasten van autobrandstof in plaats van alle andere op dit soort vervoer betrekking hebbende belastingen hoor ik de EU bijvoorbeeld nog niet. Zou daar geen (milieu)winst te behalen zijn? En over het heilige vliegverkeer zullen we het maar even niet hebben.

Breath holding spell (BHS) en Reflex anoxic seizure

Breath holding spells (blue spells) zijn aanvallen waarbij jonge kinderen (tot 5 jaar) na schrik, pijn of heftige emotie de ademhaling bij huilen of gillen reflexmatig inhouden, blauw (cyanotisch) aanlopen en buiten bewustzijn raken. Als het bewustzijn weg is, zal de ademhaling binnen een aantal secondes weer beginnen. Kinderen die vaker een BHS hebben gehad, kunnen de aanvallen leren gebruiken als middel om aandacht te krijgen. Er lijkt een erfelijke component aanwezig bij BHS.

Reflex anoxic seizure (white spells) zijn soortgelijke aanvallen (die vooral tot tweejarige leeftijd, maar soms tot een jaar of 12 kunnen voorkomen), maar (vrijwel) zonder huilen, nu met bloeddrukdaling en vertraagde hartslag, door prikkeling van de nervus vagus als gevolg van schrik, pijn of heftige emotie. Je houdt zo'n lijkbleek kind voor dood in je armen. (N.B. Wel neerleggen: hoofd laag!) White spells komen veel minder voor dan blue spells. Het lichaam kan zich krampachtig (achterover) strekken, waarna het kind verslapt en bewusteloos raakt. De ademstilstand kan daarna nog tot een minuut aanhouden. Het kind kan vervolgens suffig zijn. Ook bij white spells is waarschijnlijk een erfelijke factor aanwezig.

Doet een soortgelijke aanval zich voor zonder duidelijke (emotionele) aanleiding, dan moet rekening met epilepsie gehouden worden. Bij de white spell is er soms ook sprake van een hartritmestoornis.

20-2: EPD per 2010

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de invoering van het EPD. Waarschijnlijk zullen artsen en andere zorgverleners per 2010 verplicht op het gegevensuitwisselingssysteem aangesloten moeten zijn.

Inmiddels las ik dat minister Klink hackers in de arm heeft genomen om het systeem op inbraakgevoeligheid te testen.

Zoals bekend krijgt de patiënt zelf via internet toegang om te controleren door wie zijn of haar gegevens zijn ingezien.

Slaap-apneu

Slaap-apneu, ook wel Centraal Slaap Apneu Syndroom (CSAS) veroorzaakt ademstilstanden tijdens de slaap. Bij CSAS berust het probleem op een verstoring in het ademhalingscentrum in de hersenen. Bij het Obstructief Slaap Apneu Syndroom (OSAS) wordt de ademstilstand veroorzaakt doordat de tong in de keelholte wordt gezogen. OSAS komt meer voor bij overgewicht, gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen, alcohol voor de nacht en roken. Er wordt bij apneu onvoldoende zuurstof opgenomen en ook evenzo koolzuur uitgeademd. De ademstilstanden variëren in tijdsduur van 15 seconden tot meer dan 1 minuut. De patiënt heeft meestal het gevoel van onrustig te slapen, niet uitgerust te ontwaken en overdags slaap te krijgen. Vaak lijkt apneu erfelijk te zijn. De diagnose wordt in een slaapcentrum (in veel ziekenhuizen) gesteld met behulp van diverse registraties (polysomnografie) tijdens de nacht. De behandeling bestaat o.a. uit mechanische ademhalingsondersteuning in de nacht (cpap, continous positive airway pressure) of een hulpmiddel dat voorkomt dat de tong in de keelholte zakt.

Door apneu gaat de zuurstofspanning in het bloed omlaag waardoor beschadiging van bloedvaten kan ontstaan, wat op den duur kan leiden tot beroertes en hartproblemen. Een aanzienlijke verkorting van de levensverwachting kan hiervan het gevolg zijn.

Cheyne-Stokes is een slaap-apneu die veel voorkomt bij stervenden, maar ook bij hartaandoeningen, uremie, zuurstoftekort in de hersenen (hersenanoxemie) en een verhoogde schedeldruk (bijvoorbeeld na een hersenbloeding).

PS 9-8-2017: Naast de mondbeugel en het zuurstofmasker kennen we inmiddels de tongzenuwstimulator, een implantaat onder de tong dat in verbinding staat met een soort pacemaker onder het sleutelbeen. Zodra de ademhaling stilvalt, krijgt de tongzenuw een pijnloos schokje waardoor de tong weer naar voren komt. Deze behandeling is in de basisverzekering voorhanden voor degenen bij wie de andere behandelingen niet voldoende helpen. Het systeem kost 25.000 euro.

22-2: Hyperventilatie

Hyperventilatie is het relatief te snel en/of te diep ademhalen, waardoor er te veel zuurstof in het bloed wordt opgenomen (meer dan er door het lichaam verbruikt wordt) en het CO2-gehalte (koolzuurgas, koolstofdioxide of kooldioxide, een afvalproduct van de verbrandingsprocessen in ons lichaam) in het bloed te veel daalt (hypocapnie, hypocarbie, respiratoire alkalose). De klachten zijn het happen naar lucht, het gevoel te stikken, paniek, duizeligheid, misselijkheid, klachten die lijken op een hartinfarct en verkramping van spieren in onderarmen, vingers en kuiten.

Lijders aan hyperventilatie hebben eerst dus het gevoel te weinig zuurstof te krijgen, maar ze nemen juist te veel. Een beproefde methode om het probleem binnen één à twee minuten op te heffen is het uit- en inademen in een plastic boterhamzakje dat om de neus en de mond gesloten wordt. Het koolzuurgasgehalte stijgt daardoor snel en de symptomen verdwijnen even snel. Mensen die hyperventileren zijn bang flauw te vallen, maar doen dat vrijwel nooit. Wil je weten of je klachten voortkomen uit hyperventileren, probeer dan een paar minuten niet vaker dan 12 keer per minuut te ademen. Bij lijders aan hyperventilatie zal het hyperventileren dan waarschijnlijk beginnen. Coupeer de aanval met het boterhamzakje.

Het zal duidelijk zijn dat hyperventilatie op z'n plaats is bij tijdelijke grote krachtsinspanning, of in situaties van gevaar en opwinding als het lichaam zich voorbereidt op zelfbehoud. Ook in de ijle lucht hoog in de bergen kan hyperventilatie op z'n plaats zijn. Hyperventilatielijders zijn vaak gewetensvolle mensen, perfectionistisch en met een relatief hoog angstniveau en een tekort aan zelfwaardering. Stress, relatieproblemen, problemen op het werk en onverwachte gebeurtenissen kunnen een aanval uitlokken. Ook zijn er mensen die chronisch hyperventileren. Langdurig wordt er dan net iets te diep of te snel geademd. Alhoewel de problemen daarbij dikwijls niet zo ernstig worden als in een aanval, verdient ook de chronische vorm van hyperventilatie behandeling. Ontspannings- en ademhalingsoefeningen zijn op z'n plaats. En natuurlijk een analyse van de stress veroorzakende factoren.

De lucht om ons heen bevat 78 procent stikstofgas, 21 procent zuurstofgas en 1 procent overige gassen, waaronder edelgassen (Argon), waterdamp en CO2. We ademen 21 procent zuurstof in en ongeveer 17 procent uit. In onze uitgeademde lucht zit 4 procent CO2. Alle natuurlijke en onnatuurlijke (verbrandingsmotoren, industrie, verwarming) verbrandingsprocessen halen zuurstof uit de lucht en brengen er CO2 in terug. De laatste 10.000 jaar zou de lucht om ons heen 275 ppm (part per million) CO2 hebben bevat. De laatste eeuw stijgt het gehalte CO2 steeds sneller. Het is inmiddels elk jaar weer hoger en staat momenteel op 385 ppm. CO2 wordt ook wel broeikasgas genoemd. Als een 'schil' om de aarde zou het verantwoordelijk zijn voor de opwarming en vervolgens het smelten van het poolijs. Planten met groene bladeren (chlorofyl) varen wel bij een hoog CO2-gehalte. Uit water en CO2 maken ze onder invloed van licht koolhydraten, suikers en zuurstof (koolzuurassimilatie, fotosynthese). Van de zuurstof wordt een gedeelte aan de lucht teruggegeven. Oerbossen heten daarom de longen van de aarde. Overigens geeft ook het 'leven' in de bovenste laag van water (zeeën, oceanen) onder invloed van licht zuurstof terug aan de atmosfeer.

23-2: Koortslip

De koortslip of herpes labialis komt voort uit een besmetting met het herpes simplexvirus. Op of binnen een paar centimeter nabij de lippen ontstaan pijnlijke blaasjes die na een paar dagen veranderen in door een korstje bedekte zweertjes. Genezing duurt 7 tot 10 dagen. De koortslip is erg besmettelijk, overigens waarschijnlijk al van voordat de symptomen zichtbaar zijn. Je raakt, eenmaal besmet, het herpes simplexvirus niet meer kwijt, zodat, zodra de weerstand tekortschiet, de koortslip opnieuw kan optreden. Bij sommigen is dit maar een paar keer in het leven, bij anderen maandelijks. De infectie wordt opgelopen door huid- of slijmvliescontact (zoenen!), een enkele keer kennelijk ook via voorwerpen (drinken uit hetzelfde glas). Door aan de koortslip te voelen, kan de besmetting via de handen naar andere delen van het lichaam worden gebracht, door strelen of zoenen door een partner kan het bijvoorbeeld overgebracht worden naar ogen en geslachtsorganen. Breng een eventueel zalfje dus aan met behulp van een wattenstokje. Vermijd bij wassen elk contact met washandje of handdoek.Voor pasgeboren baby's kan een infectie levensgevaarlijk zijn. Niet knuffelen dus! Een koortslip-kus heet bij baby's ook wel 'kiss of death'.

Bij opkomen van de koortslip helpt het regelmatig met een blokje ijs erover wrijven sommigen goed, de eerste uren elk uur vijf minuten met een herhaling op de volgende dag. Een crème die claimt koortslippen te kunnen voorkomen door een fysisch UV-filter (zinkoxide en titaandioxide) in combinatie met zinkzout (zinksulfaat) zou de herpescellen omkapselen, zodat ze geen gezonde cellen aantasten. De meeste mensen gebruiken zinksulfaatcrème, zinkoxidepasta of een antivirusmiddel als aciclovir en penciclovir.

Cholera

Cholera is een infectieziekte met ernstige diarree en gevaar voor uitdroging. De incubatietijd is tussen 6 uur en een paar dagen. De ziekte wordt veroorzaakt door de Vibrio cholerae bacterie die wordt overgebracht door besmet water of in zulk water gewassen voedsel en door ontlasting en braaksel van de patiënt. De ziekte komt veelal epidemisch voor, daar waar besmet water gebruikt wordt. Hygiëne is dus geboden en oppassen met rauw eten, ijs en water. De meeste mensen krijgen geen klachten van de ziekte, maar voor wie wel ziek wordt, kan dat ernstige gevolgen hebben. Een cholerapatiënt kan binnen een etmaal uitgedroogd zijn. De sterftekans onder de lokale bevolking is, indien niet behandeld, 50 procent. Reizigers worden doorgaans veel minder of helemaal niet ziek (betere hygiëne, betere weerstand). Naast vocht (ORS of zo nodig een infuus) kunnen antibiotica (doxycycline, co-trimoxazol, ciprofloxacine) gegeven worden. Vaccinatie tegen cholera is nog niet effectief mogelijk.

24-2: Tyfus en paratyfus

(Buik)tyfus (tyfoïd) en paratyfus kunnen erg op elkaar lijken. Buiktyfus heeft een incubatietijd van 1 tot 3 weken, paratyfus vaak korter. Het gaat om darminfecties met respectievelijk de Salmonella typhi en Salmonella paratyphi bacterie.

Buiktyfus infecteert na de darm via de bloedbaan ook de rest van het lichaam. Je loopt de bacterie op door eten of drinken van door ontlastingsresten van een drager van de bacterie besmet voedsel of water. Er zijn asymptomatische dragers: ze worden zelf niet ziek, maar zijn wel besmettelijk. Buiktyfus houdt een paar weken aan. Er is dan algeheel gevoel van malaise, buikpijn, hoofdpijn, hoge koorts en soms diarree of juist verstopping. De preventie is het in niet-westerse landen alleen drinken van water uit nog verzegelde flessen. Echter, ook met besmet water bereid voedsel is besmettelijk. In sommige tropische landen is kraanwater bijna altijd besmet en heeft de lokale bevolking extra weerstand opgebouwd. Behandeling met antibiotica.

Ook paratyfus infecteert dikwijls na de darm de rest van het lichaam. Je loopt de bacterie op door eten of drinken van door ontlastings- of urineresten van een drager besmet voedsel of water. Symptomen: algeheel gevoel van malaise, buikpijn, hoofdpijn, hoge koorts, soms diarree, soms verstopping. Een drager van de bacterie is al besmettelijk voordat hij of zij ziek is tot enkele weken na de ziekte. Preventie: flessenwater, hygiëne. Behandeling: zo nodig antibiotica.

25-2: Claim bij WA-verzekering dader geweldsmisdrijf

Het gerechtshof Amsterdam bepaalde dat de WA-verzekering van een dader van seksueel geweld de schade van het slachtoffer moet betalen. Het slachtoffer kan nu claimen bij de verzekeraar. Bij de uitspraak is nog geen rekening gehouden met de post aantasting verdiencapaciteit. De advocaat van het slachtoffer, Liesbeth Poortman, gaat ervan uit dat de verzekeringsmaatschappij in cassatie zal gaan en dat de uitkomsten daarvan nog jaren op zich kunnen laten wachten. Volgens Poortman kunnen verzekeraars tot die tijd aan deze uitspraak worden gehouden.

Sinds enige tijd bestaat ook de mogelijkheid dat de staat de schade aan een slachtoffer betaalt en vervolgens probeert die bij de dader te verhalen.

(bron: DvhN, Rob Zijlstra)

28-2: Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding

De wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding wordt morgen, 1 maart, van kracht. Ouders die willen scheiden of hun geregistreerd partnerschap of samenwoning met gemeenschappelijk ouderlijk gezag willen beëindigen, zijn verplicht een ouderschapsplan (zorgplan, zorgmodel) op te stellen. Dat kan inmiddels ook online. Zonder die afspraken op papier zal de rechter geen scheiding meer goedkeuren. (Er zijn jaarlijks meer dan 35.000 minderjarige kinderen betrokken bij een echtscheiding. Onderzoek van de Universiteit van Utrecht wijst uit dat kinderen van gescheiden ouders bijna twee keer zoveel problemen hebben als kinderen uit intacte gezinnen.) In het plan moeten duidelijke afspraken staan. Het gaat dan om de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de omgangsregeling, de onderlinge informatieverschaffing en raadpleging bij belangrijke zaken, waaronder het eventuele financiële vermogen van de kinderen en een regeling inzake de kosten van verzorging en opvoeding (kosten van levensonderhoud, ook wel kinderalimentatie genoemd). Er kunnen afspraken worden toegevoegd over wie wanneer de kinderen van school haalt of naar sport brengt, wie het contact met de school onderhoudt, hoe de vakanties en de verjaardagen geregeld zullen worden en bijvoorbeeld of de kinderen bij opa en oma mogen logeren. Over eventuele nieuwe partners zou kunnen worden opgenomen dat zo'n relatie eerst samen besproken wordt, voordat de kinderen ervan op de hoogte worden gebracht. De wet schrijft voor dat de verzorgende ouder de band van de kinderen met de andere ouder zal bevorderen en uitgangspunt is dat beide ouders na de scheiding samen verantwoordelijk blijven. Het omgangsrecht kan ontzegd worden als de omgang ernstig nadeel op kan leveren voor de ontwikkeling van het kind, de ouder niet geschikt of in staat is tot de omgang, het kind vanaf de leeftijd van 12 jaar zelf ernstig bezwaar heeft tegen de omgang of die omgang om andere redenen in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Overigens hebben nog anderen dan de ouders recht op een omgangsregeling. Dat zijn bijvoorbeeld de verwekker die zijn kind niet formeel erkend heeft, de ex van de ouder die samen met de ouder het gezag heeft uitgeoefend, ex-pleeg- en stiefouders en grootouders. Komen de ouders er wat betreft de noodzakelijke en de gewenste afspraken in het ouderschapsplan samen niet uit, dan beslist uiteindelijk de rechter. Eveneens m.i.v. 1 maart is het niet meer mogelijk een huwelijk via de burgerlijke stand om te zetten in geregistreerd partnerschap. Daarmee behoort de zogenaamde flitsscheiding tot het verleden.

Hepatitis

Hepatitis is een ontsteking aan de lever, doorgaans ontstaan door een virusinfectie, chemische stoffen (medicijnen, toxische hepatitis) of alcohol (alcoholhepatitis). Virale hepatitis is besmettelijk. Lang niet iedereen met hepatitis heeft klachten (koorts, moeheid, misselijkheid, geen eetlust, donkere urine, geelzucht, spier- en gewrichtspijnen, buikpijn). We kennen acute en chronische hepatitis. Acute hepatitis neemt na een paar maanden af, chronische kan leiden tot levercirrose (schrompeling) en dus tot beschadiging.

Hepatitis A (hepatitis infectiosa, hepatitis epidemica) komt van het hepatitis-A-virus (HAV) dat vanuit de ontlasting van besmette personen in het voedsel of het drinken komt. De ziekte breekt twee tot zes weken na de infectie uit, maar verloopt soms ook ongemerkt, vooral bij kinderen. Het is een goedaardige hepatitis met geelzucht, meest voorkomend bij kinderen, en bij jongvolwassenen die naar gebieden met slechte hygiënische omstandigheden reizen. Na zes tot acht weken gaat de ziekte over, bij volwassenen na twee tot vier maanden. Bij volwassenen gaat hepatitis A meestal gepaard met geelzucht, het geel kleuren van huid en oogwit, het donker worden van urine (colakleurig) en het ontkleuren van ontlasting (stopverfkleurig). Je bent besmettelijk tijdens het laatste deel van de incubatieperiode, maar meestal niet meer als de geelzucht begint te verdwijnen, omdat het virus dan overwonnen is. Advies is weinig vet en veel eiwitten en koolhydraten te eten. Preventie: vaccinatie (Havrix 1440).

Hepatitis B (serumhepatitis) wordt veroorzaakt door het HBV(irus). Besmetting via bloed (vuile injectienaalden) of seksueel contact (sperma, voorvocht, vaginaal vocht), mogelijk ook door speeksel. De moeder kan de ziekte overdragen op de nog ongeboren baby. Incubatietijd twee tot zes maanden! Sommigen lopen tientallen jaren met het virus rond zonder het te merken. De ziekte kan enkele weken tot maanden duren. Ook na genezing kan de drager van het virus nog anderen besmetten. Preventie: vaccinatie. Behandeling zo nodig: PEG-interferon p.i. gedurende 48 weken of andere antivirale middelen (lamivudine, abacavir, totdat er geen virus meer in het bloed aantoonbaar is).

Hepatitis C wordt overgebracht door het HCV(irus). Vroeger heette hepatitis C hepatitis non-A, non-B (NANB). Het virus wordt overgebracht door bloed en kan jaren in het lichaam sluimeren zonder klachten te veroorzaken. Het kan dan alsnog leverontsteking en kanker veroorzaken. Hepatitis C leidt veel tot chronische hepatitis en wordt het meest gezien bij drugsgebruikers. Meestal geen overdracht van moeder op ongeboren baby (en bij borstvoeding). Geen vaccinatie mogelijk. Behandeling: ribavirine gecombineerd met PEG-interferon (om de afweer te versterken). Geen alcoholgebruik.

De andere hepatitissoorten D, E, F en G komen minder voor. E komt voor in Noord-Afrika en India, besmetting weer via menselijke uitwerpselen, geen vaccinatie mogelijk.

3-3: Rookverslaving bij adolescenten

Op 26 februari promoveerde Marloes Kleinjan, werkzaam aan het Instituut voor Verslavingsonderzoek (IVO) in Rotterdam, op haar onderzoek 'Determinanten van stoppen met roken bij adolescenten, de rol van psycho-fysiologische, psychosociale en gewoontefactoren'. Jongeren van 13 tot 17 op 33 willekeurig geselecteerde middelbare scholen werden maximaal vijf jaar gevolgd.

Conclusie is dat beginnende rokers veel sneller verslaafd raken dan je zou denken: 30 procent heeft na twee maanden al onthoudingsverschijnselen. De mate van verslaving bepaalt of het de jonge roker lukt te stoppen als hij of zij dat wil. Dat hangt dus niet primair van de motivatie af. Van 90 tot 95 procent van de tieners mislukt de eerste stoppoging. Jongeren met rokende ouders en rokende vrienden hebben minder kans om te stoppen, zijn verslaafder en hebben ook minder motivatie om te stoppen.

In het onderzoek vind ik niets terug over de eventuele verschillen in persoonlijkheidskenmerken van rokers en niet-rokers in de doelgroep. Als hulpverlener kreeg ik door de jaren heen de sterke indruk dat het de mensen met afhankelijke persoonlijkheidskenmerken (of breder: de mensen met cluster C persoonlijkheidsproblemen) zijn die het meest neigen tot verslaving. Verslaving breekt bovendien veelal de wilskracht langzaam maar zeker verder af. Als mijn indrukken juist zouden zijn, ware het goed de pijlen te richten op het ondersteunen van de onafhankelijkheidsontwikkeling bij deze jongeren. Daarbij horen assertiviteit, omgaan met angsten en vermijding, en zelfstandigheid. Het lijkt me een onderzoeksgebied dat boeiende resultaten zou kunnen opleveren.

6-3: Vetzucht ook financiële ramp

Obesitas wordt een economische ramp, zo begrijp ik uit het artikel van Ap van den Berg in DvhN. De schade i.v.m. ziektekosten, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zal het komende decennium minstens verdubbelen van 2 miljard tot 4 à 5 miljard euro. De cijfers zijn gebaseerd op onderzoek van Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de VU Amsterdam. In tien jaar zal het aantal behandelingen voor kanker, hartinfarcten, beroertes, vaatziekten, artrose, jicht en diabetes verdubbelen.

Op dit moment is ongeveer de helft van de Nederlanders min of meer te zwaar. Het aantal ernstig dikke volwassenen steeg van 5,1 procent in 1987 naar 11,2 procent in 2007. In het volgende decennium kan dit percentage op 25 uitkomen, omdat steeds meer kinderen al kampen met overgewicht.

Artsen en politiek hebben in mijn visie nog onvoldoende aandacht voor het probleem. De medici gaan uit van de persoonlijke verantwoordelijkheid van hun klanten en de politiek doet niets. Terwijl het vrij eenvoudig is: drie maaltijden per dag en weinig of geen calorierijke tussendoortjes met regelmatig voldoende beweging en inspanning zijn afdoende.

Incassobureaus

Het bedrijfsleven schijnt momenteel snel incassobureaus in de arm te nemen. Je kunt ook onterecht met zo'n bureau te maken krijgen. Als je er bijvoorbeeld voor kiest niet te communiceren met wie kennelijk niet communiceren wil, kies je in feite voor het incassobureau. Ik heb daar meer ervaringen mee. Daarin werden problemen met leveranciers die hun zaakjes zelf niet op orde hadden meestal soepel opgelost.

In DvhN lees ik een artikel van Jon van Schilt over intimiderende sportschooltypes die de vermeende schulden aan de deur komen incasseren. Echter: iedereen kan een incassobureau beginnen en zo'n bureau heeft geen andere rechten dan een particulier. Je bent dan ook niet verplicht iemand van een incassobureau binnen te laten en al helemaal niet om ze spullen uit je huis mee te laten nemen. Want dat zijn de wettelijke bevoegdheden van de gerechtsdeurwaarder, nadat de zaak na twee aanmaningen bij de kantonrechter aanhangig is gemaakt, een dagvaarding is bezorgd, de rechter heeft bepaald dat er moet worden betaald en vervolgens een kopie van het vonnis is bezorgd.

Punt is verder dat betalen via een incassobureau de klant zomaar een veelvoud kost van betalen na vonnis van de kantonrechter. Die procedure is uit kostenoverwegingen voor de klant dan ook te prefereren.

7-3: Frozen shoulder

Frozen shoulder is een probleem van verlies aan bewegingsruimte van de schouder. Het probleem wordt dikwijls voorafgegaan door een slijmbeursontsteking of een ontstoken gewrichtskapsel. Het lukt niet goed de arm boven het hoofd, voor het lichaam langs of achter de rug te bewegen. Onderliggend is er waarschijnlijk een ontstekingsproces. Het kapsel wordt dikker, trekt samen en beperkt ook zo de bewegingsruimte.

Het probleem kan ontstaan na lange immobilisatie (na bijvoorbeeld een botbreuk), na trauma's en na repeterende eenzijdig bovenhandse belasting. Het komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen, meer bij diabetici, hart- en vaatziekten, Parkinson en een te snel werkende schildklier en begint doorgaans tussen het 40ste en 65ste levensjaar.

Eerst wordt de pijn meer en neemt de bewegingsvrijheid af. Dit proces kan tot een maand of negen duren. Dan begint de pijn te verminderen, maar de bewegingsruimte is beperkt. Dit kan wel een jaar zo blijven. Daarna begint de bewegingsruimte terug te komen. Dit herstel kan wel twee jaar voortduren.

Er zijn medicijnen om de ontsteking te remmen en de pijn te verminderen. Soms helpen spierontspanners of injecties in het schoudergewricht met corticosteroïden. Sommigen hebben baat bij fysiotherapeutische oefeningen. Soms ook wordt het gewricht onder narcose los gemaakt, waarna fysiotherapie nodig is. Er zijn diverse eenvoudige oefeningen waarmee men, indien geïndiceerd, thuis het gewricht in beweging kan houden.

8-3: Runningtherapie

Runningtherapie wordt als ondersteunend therapeuticum gebruikt bij met name depressieve problemen en angstklachten, maar hier en daar ook bij somatoforme stoornissen, schizofrenie en andere psychotische stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, hypochondrie, hyperactiviteit en slaapproblemen. Het gaat om een soort rustige duurloop, waarbij de praktijk heeft geleerd dat de lopers trouwer en beter lopen als ze in groepsverband gaan.

Hardlopen is gezond, zoveel is wel duidelijk. Het werkt positief op de geest in. Endorfine (een morfineachtige stof) en serotonine worden aangemaakt en komen vrij, alsmede volgens sommigen het 'gelukshormoon' DHEA (dehydroepiandrosteron). Hardlopen brengt zo in balans en helpt spanningen de baas te worden. Er zou in de gezondheidszorg veel meer gebruik van gemaakt kunnen worden, ware het niet dat velen liever een medicijntje van buitenaf krijgen aangereikt dan zelf verantwoordelijk te worden voor het eigen welbevinden.

21-3: Rokersterreur

Deze maand hield ik vakantie in een groot hotel in Spanje, zogenaamd geheel rookvrij. M'n kussen stonk tot het laatst toe naar de tabaksrook van de vorige gasten. In een rookvrij hotel wordt op de balkons kennelijk wel gerookt, want het was op ons balkon en door de wind ook in onze kamer niet rookvrij te houden. Soms kon ik door de rook gewoon niet in onze kamer zijn. Ook de eetzaal was geheel rookvrij. De deuren stonden wagenwijd open - het was daar al zomers warm - en vlak voor die deuren was een groot terras, en ja, u raadt het al: daar werd gerookt en de rook woei doorgaans naar binnen.

Ik concludeerde dat een rookvrij hotel niet bestaat en dat wie om gezondheidsredenen geen tabaksrook mag inademen ook daar dus niet moet zijn. Wellicht kan een nietrokershotel uitkomst bieden? Een gat in de markt?

22-3: Uitbuiting aio's

Opnieuw wordt aan de bel getrokken voor een oud onderwerp: de uitbuiting van aio's (artsen in opleiding, dus afgestudeerd als basisarts en in vervolgopleiding). Volgens de arbeidsinspectie worden in 85 procent van de ziekenhuizen de werk- en rusttijdregels overtreden. (In 2004 voldeed 60 procent van de ziekenhuizen niet aan de regels.) Veel gezondheidsklachten bij de artsen zijn te relateren aan de te hoge werkdruk. De inspectie constateerde werktijden tot 21 uur aaneen. Aangetekend moet worden dat die 31 ziekenhuizen werden onderzocht bij wie al eerder overtredingen waren geconstateerd.

Ik ken het probleem van de werktijden in de gezondheidszorg uit eigen ervaring: na een dag werken en een kwartier slaap in het begin van de nacht er alweer uit voor de crisisdienst en niet meer terug in bed, maar wel de volgende dag gewoon weer werken. Eigenlijk is dat helemaal niet gewoon. Nu mag het althans niet meer, waar ik werkte. Een klacht van een cliënt over een hulpverlener in dezelfde situatie die zijn hoofd er niet meer bij had, was voldoende om het hele systeem op de schop te krijgen. En maar goed ook. Deze collega was er niet meer bij. Ik kende het maniakale gevoel dat zich na meer dan 30 uren aaneen werken van me meester maakte. Ik was er door die manier van beleven wellicht wel bij, maar of mijn onderscheidend vermogen optimaal functioneerde, waag ik achteraf minstens te betwijfelen. Jammer overigens dat zo weinig cliënten zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid die ze door niet te klagen expliciet dan ook niet nemen.

23-3: Kinkhoest komt terug

Kinderen worden in Nederland vanaf de vijftiger jaren ingeënt tegen kinkhoest (een prik met 2, 3, 4 en 11 maanden en sinds 2001 nog één rond 5 jaar). De bacterie heeft zich echter veranderd en het vaccin is niet aan de veranderingen aangepast. Dat leidt tot een toenemend aantal ziektegevallen, ook onder tieners en volwassenen. Er gaan stemmen op om ouders van jonge kinderen en bijvoorbeeld crèchepersoneel nog eens extra te vaccineren. Anderen menen dat de vaccinatie sowieso elke vier jaar moet worden herhaald.

Kinkhoest is erg besmettelijk en de infectie wordt overgebracht door middel van druppeltjes die bij het hoesten verspreid worden.. Het gaat om de Bordetella pertussis bacterie (bacil Bordet-Gengou). De incubatietijd is één à twee weken. De ziekte begint als een gewone verkoudheid. Daardoor wordt doorgaans te laat gestart met antibiotica (Erytromycine, Azitromycine of Claritromycine). Als de diagnose eenmaal is gesteld, kunnen kwetsbare personen in de omgeving wel preventief een antibioticum krijgen. Na dit meest besmettelijke catarrale stadium wordt een droge hoest ontwikkeld met hoestbuien waarin de patiënt tot stikkens toe benauwd kan zijn, het paroxismale stadium dat één tot zes weken aanhoudt. Dikwijls wordt er na een hoestbui ook gebraakt. Daarna begint het convalescentiestadium (het geleidelijke herstel). Het doormaken van kinkhoest bouwt een vrij goede immuniteit op.

Als complicatie kennen we longontstekingen en middenoorontsteking. Hersencomplicaties worden doorgaans toegedicht aan de anoxie (zuurstoftekort) door het hoesten en de bijbehorende benauwdheid. Zuigelingen met kinkhoest zullen in het ziekenhuis worden opgenomen.

24-3: Samenwerking tussen verschillende specialisten faalt

Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) schiet de samenwerking tussen verschillende specialismen bij de behandeling van kankerpatiënten tekort. In het rapport 'Zorgketen voor kankerpatiënten moet verbeteren' komt naar voren dat met name bij prostaat- en longkanker de communicatie faalt. Patiënten hebben bijvoorbeeld te maken met een specialistencombinatie uit de groep van chirurg, internist, uroloog, radiotherapeut en radioloog. Binnen hun eigen vakgebied doen die het op zichzelf allemaal goed, maar het tekort aan onderling overleg kan te gemakkelijk in het nadeel van de patiënt uitwerken. Wim Schellekens, hoofdinspecteur curatieve gezondheidszorg, vindt als ieder weldenkend mens dat betrokken specialisten gezamenlijk tot een behandelplan moeten komen. Dus moet dan maar een coördinator ten behoeve van de communicatie worden aangesteld. Let wel, anno 2009 hebben we het over het tekort aan communicatieve vaardigheden van medisch specialisten. En de Inspectie wil daar een nieuwe functionaris voor verantwoordelijk maken in plaats van de specialisten te verbieden nog langer oogkleppen te dragen. Wat zijn dat dan voor mensen, die zulk relevant overleg uit de weg gaan zolang ze daar niet aan hun haren bijgesleept worden? Of moet je gewoon qua persoonlijkheid in het autismespectrum zitten om specialist te kunnen zijn?

25-3: Nepoperaties bij chronische rugpijn

Volgens neurochirurg Maarten Coppes van het UMCG zijn veel rugspecialisten door onvoldoende kennis niet in staat chronische rugklachten goed te behandelen. Rugpijn is een complex iets en in 80 procent van de gevallen wordt geen medische oorzaak gevonden. Specialisten werken bovendien te weinig samen. Patiënten gaan shoppen en laten zich met fantasieoperaties of experimentele ingrepen helpen, vaak ook in het buitenland. Coppes heeft het dan bijvoorbeeld over laseroperaties bij stenoses (vernauwingen) en whiplash en over het vastzetten van wervels en het plaatsen van kunsttussenwervelschijven.

26-3: Vermijdende politiek

Nu er aan het huishoudboekje van de staat moet worden gesleuteld, valt op hoezeer vermijdend de politiek in ons land geworden is. De regering in beraad weet niet beter te doen dan journalisten aan het lijntje houden, te ontwijken tot het uiterste. Wat voor indruk maakt dit op de burger? Ik weet niet hoe het u vergaat; ik ben mijn vertrouwen kwijt. Dat speelt overigens al een paar jaar langer dan sedert het begin van wat de huidige recessie heet. Ik stoor me aan de ontwijkende persoonlijkheid van onze premier die volstaat met op vragen te reageren met de eigen statements en daarmee een kennelijke doorslag vindt in het hele regeringsoptreden. Het zal niet makkelijk zijn om politiek op één lijn te komen, zoveel kan ik wel begrijpen. Maar om dat zo uitgebreid uit te spelen en in dat hele proces zo weinig duidelijkheid te geven, dat deugt voor mij gewoon niet. Ik merk dat het hele gebeuren me achterdochtig maakt. Pensioenleeftijd omhoog naar 67? Is dat gemeend? Of is het niet meer dan een aanzetje om Jongerius van de FNV met het zogenaamde H-woord te laten komen? We weten dat afschaffing van de hypotheekrenteaftrek op jaarbasis zo'n 10 miljard zal opleveren. Niet dat ik vind dat het zo rigoureus moet, maar een aanzienlijke aftopping van de hoogte van de aftrek lijkt me wel op z'n plaats. Overigens, zou aftopping of afschaffing van die aftrekmogelijkheid ook niet nog invloed hebben op de in ons land buiten proportie gestegen huizenprijzen? En waarom spreekt de regering niet over de zelfverrijking aan de top? Wat is dat voor systeem dat zo nodig in stand moet worden gehouden?

Het is een beetje hardop denken, meer niet. Ik vertrouw deze regering niet meer, totaal niet, zoveel mag uit mijn gemijmer blijken. Ik verbeeld me daarbij dat ik niet de enige ben. Maar die regering lijkt blind en doof, steekt haar energie in onderling gekissebis, schuift de problemen voor zich uit en verliest gaandeweg steeds meer steun.

Schurft

Schurft of scabiës is een huidinfectie (vaak vooral in de huidplooien, tussen de vingers, oksels, billen) veroorzaakt door de schurftmijt (Sarcoptes scabiei). Het is een allergische reactie op in de opperhuid gegraven gangetjes, waarin door de schurftmijtvrouwtjes eitjes worden gelegd. Nadat deze zijn uitgekomen en de mijten 'uitwerpselen' gaan produceren, ontstaan de klachten. Er ontstaan jeuk, roodheid, schilfers, bultjes en blaasjes. Bij Noorse schurft (scabiës norvegica) is het allemaal wat erger doordat er niet gekrabd wordt en/of de afweer tekortschiet. De incubatietijd van schurft is bij een eerste besmetting één tot zes weken, bij een volgende een paar dagen.

Besmetting vindt plaats door huid-huidcontact dat wat langer duurt (meer dan een hand geven) of door middel van besmet beddengoed of handdoek. Schurft is dus ook een seksueel overdraagbare ziekte, al wordt het daarnaast anders dan door seksueel contact overgedragen. Het krabben i.v.m. de jeuk dringt het aantal mijten terug, maar beschadigt de huid.

Als behandeling kenden we vroeger een lindaanmiddel (bijvoorbeeld ook gebruikt als insecticide tegen houtworm). Om milieuredenen is Lindaan sedert 2008 in de EU verboden. Loxazol (permetrine, crème of lotion) is het middel dat nu gebruikt wordt, maar het wordt (nog) niet door de basisverzekering vergoed. Bij een behandeling moet in elk geval een bedgenoot (eventueel alle huisgenoten) meedoen. Zorg voor korte nagels, de crème 8 tot 12 uur op de huid laten zitten, daarna douchen, schone kleren aantrekken en bed verschonen. Zo nodig na een week herhalen. De jeukklachten kunnen door de huidbeschadigingen en de mijtresten nog enkele weken aanhouden. In dat geval kan een antihistaminicum geslikt worden. Een andere behandeloptie is een dosis Avermectine (Stromectol) oraal, zo nodig na twee weken te herhalen. Dit middel is niet zonder risico's.

Kloof tussen directies en personeel in de zorg

Het is een repeterende klacht onder gezondheidswerkers: de hoge heren die het beleid bepalen hebben van zorg geen kaas gegeten. Daardoor worden zomaar beslissingen genomen die noch de patiënt, noch de zorgverlener ten goede komen en groeit de onvrede bij beiden. Het is een probleem waarover ik steeds vaker hoor. Het is ook risicovol, omdat de motivatie bij zorgverleners terugloopt en goede krachten afhaken. Waarom hoge heren zich zo weinig gelegen laten liggen aan hun personeel is me volstrekt niet duidelijk. In elk geval hebben ze kennelijk heel andere dingen voor ogen dan het leveren van optimale zorg.

In Engeland kennen we sinds zestig jaar de NHS, de National Health Service, die gratis zorg biedt aan elke Brit. Maar deze staatsgezondheidszorg kan de vraag allang niet meer aan. Steeds nieuwe commerciële zorgbedrijven worden toegelaten en de rijkeren kiezen voor deze zelf te betalen alternatieven. Intussen stapelen in de staatszorg de schandalen van mismanagement zicht op. In ziekenhuis Mid Staffordshire bij Birmingham blijken tussen 2005 en 2008 vierhonderd patiënten te zijn overleden door tekortschietende zorg. Familieleden spreken van derdewereldtoestanden. De directie bleef doof voor kritiek van personeel en patiënten en was kennelijk vooral bezig de status van 'Foundation Hospital' te verkrijgen, goed voor meer financiële onafhankelijkheid. Er werd dan ook op personeel bezuinigd om de organisatie er op papier beter uit te laten zien.

Zover is het in Nederland nog niet, alhoewel het er soms heel dichtbij lijkt te komen. Ook hier spannen instellingen zich in om keurmerken te verkrijgen die niets met de feitelijke zorgverlening van doen hebben en zelfs in het nadeel van een goede zorg kunnen werken. Laten we de ogen open houden en de ontwikkelingen kritisch volgen. Voor zover dat in het straatje van de hoge heren nog mogelijk is.

28-3: 0900-ellende

Vandaag een paginagroot krantenartikel over onze 0900-onservicenummers. Ergernis over de hoge kosten, ondoorzichtige keuzemenu's, lange wachttijden, incompetente medewerkers, kortom: door bedrijven, overheden en dienstverlenende instellingen die kennelijk liever geen telefoon van hun klanten krijgen opgedrongen bezigheidstherapie.

Punt is dat veel mensen hun gesprekken, zowel van vast als van mobiel, tegenwoordig vooraf betalen middels belbundels. De truc is dat deze 0900-nummers daar doorgaans nu net buiten vallen. Bovendien rekenen ze vaak ook nog een extra hoog tarief. Bel je met je mobiel, dan wordt de rekening sowieso nog eens extra verhoogd. Houders van 0900-nummers konden dan ook wel eens een deal hebben met de telecomproviders, die ook wel varen bij het gebruik van deze nummers.

Veel consumenten haalt het schijnbaar niet uit. Ze hebben kennelijk niet meer de energie om zich ergens tegen te verzetten. Juist dat gegeven speelt de 0900-houders in de kaart. Terwijl protest aantekenen heel goed kan. Want het is niet normaal dat je voor service bij een bedrijf waar je klant bent extra betalen moet en het hoort gewoon zo te zijn dat je netjes en vlot geholpen wordt. Ik heb mijn elektriciteit en gas van Greenchoice. Dat bedrijf wilde een paar jaar geleden ook over op een 0900-nummer, dat zogenaamd professioneler zou overkomen. Ik belde toen ik een brief daarover kreeg met de directeur, legde mijn bezwaren voor en het hele 0900-nummer werd teruggedraaid. Dat kan het effect van individuele actie zijn.

Ik heb de gewoonte geen klant te zijn als ik voor service 0900 moet bellen. Dat betekent dat ik nogal wat van aanbieders heb moeten wisselen. Het is een soort principekwestie geworden. En op de enkele plek waar het echt niet anders kan, kies ik voor een ander communicatiekanaal of meld ik me gewoon persoonlijk ter plaatse. Bij een overheidsinstelling vertaalde ik juist deze week mijn vraag in een klacht die ik middels een online-formulier indiende. Een dag later werd ik netjes op mijn 06 teruggebeld en werd mijn vraag zonder keuzemenu, wachttijd en extra kosten geduldig en uitgebreid beantwoord. Vaak is het ook mogelijk een fax naar een gewoon telefoonnummer te sturen, soms is er een mailadres beschikbaar, alhoewel allerlei bedrijven en instanties niet meer het fatsoen hebben via die kanalen binnengekomen post ook daadwerkelijk te behandelen. Dan zijn er nog vraagalex.nl en 0900alternatieven.nl, waar soms met succes een gewoon telefoonnummer als gelijkwaardig alternatief voor het 0900-nummer kan worden gevonden. Apart moet nog het algemene politienummer vermeld worden. Ik had daarvoor een alternatief (centrale KLPD in Driebergen, waar men naar elk bureau kan doorverbinden), maar werd bij gebruik ervan op de vingers getikt omdat het alleen voor bellers uit het buitenland zou zijn. Mijn binnenlands gebruik zou strafbaar zijn, werd me te verstaan gegeven. Bovendien werd de verbinding verbroken zonder dat ik had kunnen melden waarvoor ik belde. Sindsdien heb ik de politie nog slechts gebeld als ik 112 kon gebruiken omdat elke seconde telde. Overigens, toentertijd had ik een mijns inziens gevaarlijke verkeerssituatie door willen geven waar ik bijna slachtoffer van geworden was en waar een uur later een jonge man dodelijk door verongelukte. Nu zou ik in dezelfde situatie toch 112 proberen. Wie weet wordt dat wel geaccepteerd.

In noodopvang

Vandaag vond ik een knipsel uit 'Trouw' van 29-12-1997 van mijn hand terug. Ik neem het hier over (pdf-bestand).

31-3: Glaucoom en oogdruk

Het oog vangt de beelden van buiten op op het netvlies. Ze worden vervolgens via de oogzenuw doorgestuurd naar de hersenen. Bij glaucoom (voorheen ook wel 'groene staar' genoemd) ontstaat er door schade aan de oogzenuw (uitholling, splinterbloedingen) uitval van gezichtsveld en zelfs blindheid. Schade aan de oogzenuw kan niet meer worden hersteld. Bij tijdige diagnose kan de verdere aantasting wel beperkt of zelfs gestopt worden. Verhoogde oogdruk (de inwendige druk in een oog, vergelijk met een voetbal) is de belangrijkste risicofactor voor glaucoom. Verder is het vaak een familiaire aandoening, waarbij vaatproblemen een extra risico vormen. De oogdruk houdt hoornvlies, lens en netvlies op constante afstand van elkaar. In het oog wordt vocht aangemaakt voor de voeding van hoornvlies en lens. (Dit is iets anders dan traanvocht!) De aanmaak en afvoer van dit zogenoemde 'kamerwater' moet in evenwicht zijn voor een goede oogdruk. Die moet normaal tussen 12 en 22 mm Hg (millimeter kwikkolom) liggen.

De gezichtsscherpte (de visus of het centrale zien) wordt onderscheiden van het gezichtsveld of het omgevingszien. Bij glaucoom raakt eerst het gezichtsveld aangetast, met gezichtsvelddefecten (scotomen, uitval) als gevolg. Overigens vangt het ene oog eerst de defecten van het andere nog op, zodat die defecten soms niet eens worden opgemerkt. Uiteindelijk ontwikkelt zich het zogenoemde 'kokerzien' en eventuele nachtblindheid en raakt ook de visus aangetast.

Bij de behandeling moet de productie van kamerwater verminderd worden (Timolol, Betagan, Diamox e.a.) en/of de afvoer van kamerwater bevorderd worden (Xalatan, Lumigan, Travatan). Combinatiepreparaten zijn Cosopt, Xalacom, DuoTrav, Combigan e.a. Probleem is dat de therapietrouw bij deze oogdruppelbehandelingen vaak tekortschiet omdat patiënten het effect van de behandeling zelf niet opmerken. Soms wordt met een laserbehandeling de afvoer van het oogvocht bevorderd. Soms wordt ook operatief een soort ventiel gemaakt (trabeculotomie) of een glaucoomimplant gedaan.

Voorkruipzorg onwettig

Patiënten tegen extra betaling aan snellere zorg helpen is verboden, zo concludeert de NZa, de Nederlandse Zorgautoriteit. Zowel het Haarlemse Kennemer Gasthuis als de bemiddelaar zijn op de vingers getikt door de zorgautoriteit, die vindt dat het aan de minister is om te bezien of dit soort spoedbemiddeling in de toekomst ingevoerd kan worden. De NZa denkt dat wachtlijsten kunnen afnemen door de capaciteit beter te benutten, bijvoorbeeld buiten de gewone werkuren. Het ministerie laat vooralsnog weten de bemiddeling bij het Kennemer Gasthuis niet toe te willen staan.

Papegaaienziekte

Papegaaienziekte of psittacosis is een vorm van bij mensen voorkomende longontsteking veroorzaakt door de bacterie Chalmydophila psittaci (of chlamydia psittaci) die bij allerlei vogels, o.a. uit de groep papegaaiachtigen, voorkomt, ook zonder dat ze ziekteverschijnselen hebben. De bacterie wordt in alle lichaamsvochten uitgescheiden. Volièrezand kan zo bijvoorbeeld een bron van besmetting zijn. De bacterie wordt via stofdeeltjes in de lucht ingeademd.

Bij de mens is de incubatieperiode meestal één à drie weken. De één wordt niet eens ziek, de ander wordt verkouden of grieperig of krijgt een longontsteking, leverproblemen of een ontsteking aan de hartspier. Het advies is ziekte of plotselinge sterfte onder kooivogels door een dierenarts te laten diagnosticeren, zodat een eventuele papegaaienziekte bij de mens snel herkend kan worden.

1-4: Maculadegeneratie

Bij maculadegeneratie (md, maculaire degeneratie) neemt de gezichtsscherpte af t.g.v. het afsterven van kegeltjes in de macula lutea of gele vlek centraal in het netvlies (de retina). De macula maakt het kunnen waarnemen van kleine details mogelijk door de aanwezigheid van de grootste concentratie aan contrast- en kleurziencellen (de kegeltjes). Het perifere zien (omgevingszien) blijft doorgaans bestaan, het centrale zien valt weg. Er ontstaat in het centrale gezichtsveld a.h.w. een blinde vlek. Md kan op jonge leeftijd optreden (juveniele md), maar meestal ontstaat het na het 50ste levensjaar, de leeftijdsgebonden md (LMD of AMD, Age-related md). Er is een droge (85 procent van de patiënten) en een natte (15 procent) vorm van LMD. Bij de droge zijn de eerste klachten: minder contrast zien, minder kleuren onderscheiden en een algemene achteruitgang van het zien. De aandoening leidt na 10 tot 15 jaar tot slechtziendheid. Bij natte LMD (neovasculaire md, Junius-Kuhnt) sterven ook kegeltjes af en er groeien, mede veroorzaakt door lichaamseigen eiwit (VEGF), kleine bloedvaatjes onder het netvlies, waarbij vocht of bloed in of onder het netvlies terechtkomt. Dit beschadigt de lichtgevoelige cellen in het netvlies. Er treden vervormingen op in het beeld, tekst lijkt te golven, rechte lijnen lijken krom en het gezichtsvermogen vermindert. (Dit wordt getest met de zogenoemde Amslertest.) De natte vorm leidt in weken tot maximaal 2 jaar tot slechtziendheid.

Risicofactoren zijn roken (vijfmaal zo groot risico bij straffe rokers), familiaire belasting (md bij een ouder, broer of zus geeft een viermaal zo groot risico) en hogere leeftijd. Vrouwen lopen meer (tweemaal zo groot) risico dan mannen. Volgens sommige deskundigen dragen ook atherosclerose (vernauwing van slagaders door verkalking) en tekorten aan vitamines, mineralen en vooral anti-oxidanten (groentes en fruit) een steentje bij aan het ontstaan van LMD. In dat geval kan ook alcoholgebruik negatief uitpakken, omdat het anti-oxidanten aan het lichaam onttrekt. Mogelijk zijn ook hoge bloeddruk en veelvuldige blootstelling aan zonlicht van invloed op het ontstaan. De diagnose moet van de oogarts komen. Soms zal daartoe fluorescentie-angiografie gedaan worden. Er wordt dan contrastvloeistof in de bloedbaan gespoten, waarna foto's van het netvlies van beide ogen worden gemaakt. De OCT (Optical Coherence Tomography) is een techniek die hogeresolutiebeelden van bijvoorbeeld macula, netvlies en oogzenuw geeft. Contrastvloeistof is hierbij niet nodig. Behandeling is mogelijk bij de natte vorm van LMD. Te denken valt aan thermische lasertherapie bij lekkende bloedvaten net buiten de macula, aan fotodynamische therapie (PDT) met verteporfin (Visudyne). De stof hoopt zich op in de macula. Als die van buitenaf met licht wordt bestraald, worden de bloedvaten a.h.w. dichtgeplakt. Ook zijn er middelen die de werking van VEGF afremmen. Ze worden intravitreaal (in het glasachtig lichaam van de oogbol) ingespoten: pegaptanib (Macugen), ranibizumab (Lucentis) en het goedkope bevacizumab (Avastin).

Zie ook hier.

Hepatitis B-vaccinatie voor baby's

De Gezondheidsraad adviseert de minister van Volksgezondheid baby's en nog niet-ingeënte twaalfjarigen te vaccineren tegen hepatitis B. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft dit advies al jarenlang gegeven. Tot nu toe werden in Nederland echter alleen verpleegkundigen, politiemensen, drugsgebruikers en homoseksuele mannen ingeënt. Na vijftig jaar moet het aantal besmettingen door de vaccinatie met 90 procent gedaald zijn. Het via bloed, speeksel en seksueel contact overdraagbare virus veroorzaakt leverontsteking en leverkanker. Baby's zijn extra gevoelig voor het virus. Het vaccin kan in de DKTP-Hib-cocktail samen met de vaccinaties tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio en Hib (Haemophilus influenzae type b) gegeven worden.

P.S. 8-8-2011: Alle vanaf 1 augustus 2011 geboren baby's krijgen de vaccinatie tegen hepatitis-B.

2-4: Rijksvaccinatieprogramma en HPV

De helft van de in aanmerking komende meisjes blijkt geen belangstelling te hebben voor het sinds kort in het rijksvaccinatieprogramma opgenomen HPV-vaccin tegen baarmoederhalskanker. Dat is een onverwachte trendbreuk, omdat van de andere aangeboden vaccinaties tot nu toe meestal wel gebruik werd gemaakt. De HPV-vaccinatie is aanbevolen door de Gezondheidsraad. Dezer dagen bleek uit een enquête van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) dat 98 procent van de huisartsen pal achter de vaccinatie staat.

De doelgroep is kennelijk zeer ontvankelijk voor de indianenverhalen die sedert het begin van de campagne op internet circuleren. Het lage opkomstpercentage maakt in één klap duidelijk hoezeer internet de burger mondiger kan maken.

Rijksvaccinatieprogramma

In het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), dat sedert 1957 bestaat, zijn een elftal ernstige infectieziektes opgenomen. Het gaat om de Bof (ziekte van de speekselklieren die tot encefalitis (hersenontsteking), ontsteking van de alvleesklier, eenzijdige doofheid en reuma kan leiden), Difterie (infectie waarbij de keelslijmvliezen enorm kunnen zwellen met verstikking tot gevolg en waardoor hart en zenuwstelsel beschadigd kunnen raken), Hepatitis B, Hib-ziekten (waarbij meningitis (hersenvliesontsteking), bloedvergiftiging en strotklepontsteking kunnen optreden), Kinkhoest, Mazelen (met complicaties als oor-, long- en hersenontsteking), Meningokokken C (met mogelijk meningitis, bloedvergiftiging, noodzakelijke amputaties, doofheid en gedragsproblemen als gevolg), Pneumokokken (met meningitis, bloedvergiftiging, longontsteking, doofheid, epilepsie en groeistoornissen als gevolg), Poliomyelitis (kinderverlamming, overgedragen door een virus dat in de ontlasting van besmette personen voorkomt, een maag-darminfectie die tot verlammingen kan leiden), Rodehond (gevaarlijk voor nog ongeboren kinderen: als de moeder Rodehond krijgt, kan het kind doof, blind of met geestelijke achterstand geboren worden) en Tetanus (overgedragen door aarde en straatvuil via een verwonding aan het lichaam, kan leiden tot verkramping van de kaakspieren, slik- en ademhalingsproblemen, botbreuken, hoge bloeddruk en hartritmestoornissen). Sinds kort is als twaalfde de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker voor jonge meisjes ingevoerd.

3-4: Q-koorts

Q-koorts komt naar de mens overwaaien van schapen, geiten, koeien, katten, honden en knaagdieren. Besmetting vindt meestal plaats door inademing van met de Coxiella burneti-bacterie besmet stof, soms ook door het drinken van besmette rauwe melk of het nuttigen van onvoldoende verhit besmet vlees. Besmette dieren hoeven zelf overigens geen ziekteverschijnselen te hebben. Eén enkele bacterie is al voldoende voor besmetting. Incubatietijd 1 tot 5 weken. Er treden griepverschijnselen op, vaak heel mild, soms ernstiger. Kenmerkend is dan de heftige hoofdpijn. Er kan longontsteking en leverontsteking bij komen en de ziekteverschijnselen kunnen chronisch worden en dan jaren aanhouden. Bij mensen met hartklepproblemen, kan Q-koorts leiden tot ontsteking van hartkleppen. Er zijn aanwijzingen dat ongeboren kinderen ook risico lopen bij besmetting van de moeder. Behandeling van acute besmetting vindt meestal plaats met antibiotica. Vaccinatie is mogelijk.

Dezer dagen is in het nieuws dat verwacht wordt dat de Q-koorts ook dit jaar uit zal breken (vorig jaar was de eerste grotere uitbraak in ons land, met name in Brabant), al is er sinds januari een vaccinatieplicht voor professionele geiten- en schapenhouderijen en kinderboerderijen in Midden- en Zuid-Nederland. Mogelijk komt de ziekte dit jaar ook verder naar het noorden. Het risico van uitbraak is een aantal weken na een warme en droge periode tussen maart en mei het grootst.

4-4: Soa's in Amsterdam

De Amsterdamse GGD meldt een sterk gestegen aantal soa-infecties (seksueel overdraagbare aandoeningen). Er lijkt sprake van een piek als in de tachtiger jaren, toen aids doorbrak. Bij homoseksuele mannen komt steeds meer hiv en hepatitis C voor, bij jongeren meer chlamydia (veroorzaakt door een bacterie die zich in de slijmvliezen van de geslachtsdelen nestelt, waardoor een ontsteking van urinebuis, anus en/of baarmoedermond kan ontstaan, maar die ook gemakkelijk onopgemerkt kan blijven en dan bij vrouwen kan leiden tot onvruchtbaarheid en buitenbaarmoederlijke zwangerschappen). Hepatitis C, overdraagbaar door bloedcontact, lijkt daarbij nu ook overgebracht te worden door seks tussen homoseksuele mannen met hiv. Het zou kunnen wijzen op dat mensen weer meer kiezen voor onbeschermde seks.

De Amsterdamse GGD testte vorig jaar 28.000 personen en vond 178 nieuwe hiv-infecties, bijna de helft van alle infecties in Nederland, en 3.377 chlamydia-infecties.

Staar

Staar (cataract, soms nog 'grauwe staar' genoemd i.t.t. 'groene staar' of glaucoom) ontstaat meestal door veroudering, sommige stofwisselingsziekten (diabetes), medicatiegebruik (prednison langdurig), te veel blootstelling aan zonlicht, slechte voeding, roken en alcoholgebruik. Het komt meer bij vrouwen voor. Iemand met staar ziet slechter, vooral waziger, ook op afstand, ziet minder kleur, ziet soms met één oog een dubbelbeeld of een schaduwbeeld, heeft last van verblinding en lichtschittering, ziet minder in het donker en heeft een soms wisselende brilsterkte nodig. Het beeld kan te vergelijken zijn met kijken door een zonnebril zonder dat de zon schijnt of door een licht beslagen ruit. Staar is een vertroebeling van de ooglens die zich in het oog direct achter de pupil bevindt. Die vertroebeling begint doorgaans aan de buitenrand en groeit langzaam naar binnen door. Soms echter ontstaat staar vanuit het midden van de lens en dit is veel sneller hinderlijk. De lens bestaat uit lenseiwit, omgeven door een kapsel. De afbraak van dit eiwit veroorzaakt de vertroebeling. De troebele lens kan (poliklinisch en onder plaatselijke verdoving) operatief vervangen worden door een kunststoflens, eventueel ook op sterkte 0, waardoor dan een vertebril voor het desbetreffende oog overbodig wordt. (In 2008 werd dit in Nederland 140.000 keer gedaan). Een paar maanden tot een paar jaar na de operatie kan zogenoemde nastaar optreden (verslechtering na aanvankelijke verbetering), waarvoor behandeling met laserlicht uitkomst bieden kan, de nastaarbehandeling. Een staaroperatie verhoogt het risico van loslatend netvlies aanzienlijk (het risico wordt driemaal zo groot).

5-4: Huidkanker en zonnebaden

De laatste weken is er steeds weer nieuws in verband met de zon en huidkanker. Dermatoloog Ellen de Haas vindt dat zonaanbidders hun gedrag snel moeten aanpassen, omdat anders over tien jaar 25 procent van de Nederlanders te maken krijgt met huidkanker. De toename zou samenhangen met de veranderende levensstijl, waarin meer tijd in de zon (zonvakanties) wordt doorgebracht.

De Belgische dermatoloog Rik Roelandts meldt dat het aantal jongeren met huidkanker sterk toeneemt. Ook hij wijst op de gevaren van de zon.

In Duitsland is een wetsvoorstel aangenomen dat jongeren onder de 18 verbiedt een zonnebank (in Duitsland) te bezoeken om hen tegen huidkanker te beschermen. Ook in Duitsland zou een sterke toename van huidkanker spelen.

Een ander onderzoek geeft aan dat we in de winter een grotere kans op trombose hebben dan in de zomer omdat er dan door minder blootstelling aan zonlicht minder vitamine D door de huid wordt opgenomen. Professor Pelle Lindqvist uit Zweden adviseert daarom midden op de dag van de zon te genieten en daarmee het tromboserisico met 30 procent te verminderen.

Natuurlijk zit in alle berichten een kern van waarheid. Waarschijnlijk zijn zonvakanties en mooiweerdagen gevaarlijk zodra er te veel gezond wordt en de huid begint te verbranden. Naar alle waarschijnlijkheid is het naarmate je jonger bent meer van belang om dat te voorkomen.

6-4: Paragnosten en misdaad

In programma's als 'Het zesde zintuig' lijkt allerlei informatie over oude misdaden los te komen. De politie doet aan de uitzendingen mee, omdat zij blij is met de media-aandacht voor deze onopgeloste zaken en steevast ook nieuwe tips van kijkers binnenkrijgt. De hocus pocus van de paragnosten zelf leverde tot nu toe echter geen bruikbare tips en geen enkele Nederlandse misdaadzaak werd door de paragnosten opgelost, zo meldt ook het Openbaar Ministerie. Het is dus slechts in ruil voor de aandacht dat de politie het wil doen voorkomen achter de uitzendingen te staan. Waarvan akte.

Straling

Voor de verandering: 50 Nederlandse artsen ondertekenden een appel van het Nationaal Platform Stralingsrisico's omtrent vermeende gezondheidsrisico's van o.a. mobiele telefoons. Volgens hen is er sprake van een algemene toename van chronische aandoeningen als hoofdpijn, moeheid en slaapstoornissen.

De Gezondheidsraad meent dat niet de straling, maar de veronderstelling eraan blootgesteld te zijn leidt tot deze klachten. Die visie lijkt te worden ondersteund door het gegeven dat na plaatsing van nieuwe zendmasten de klachten veelal reeds optreden nog voordat de zenders zijn ingeschakeld.

BRCA1/2-gen: predispositie voor borst- en eierstokkanker

Enkele tienduizenden Nederlandse vrouwen zijn drager van een mutatie in het zogenoemde borstkankergen BRCA1 of in BRCA2. Zij lopen een vergrote kans borst- (zo'n 70 procent kans) en eierstokkanker (zo'n 40 procent kans) te krijgen. Sommigen kiezen uit voorzorg voor het verwijderen van hun eierstokken, ook al omdat screening op eierstokkanker zinloos is gebleken (onderzoek gynaecologisch oncoloog prof. Marian Mourits van het UMCG). Ook mannen kunnen drager zijn van het gemuteerde gen, maar bij henzelf zal het geen kanker veroorzaken. Ze geven het gen echter eventueel wel door aan hun kinderen.

Vrouwen besluiten dikwijls al vrij jong hun borsten te laten weghalen, alhoewel de overlevingskans bij borstkanker 80 procent is. De kans op eierstokkanker loopt op na het 35ste jaar, reden waarom de mutatiegendraagsters geadviseerd wordt voor die tijd de eventuele kinderwens aan bod te laten komen. Zwangerschap verlaagt het risico bovendien ook nog wat, net als enige jaren pilgebruik. Bij eierstokkanker ligt het overlevingspercentage op slechts 20 procent. Het enige alternatief om de eventuele ziekte te ontlopen, is de operatieve verwijdering van de eierstokken, waarna de vrouw plotseling in de overgang zit.

Patiënt met dementie thuis observeren

Promotieonderzoek (neuropsycholoog Sharon Bouwens) heeft aangetoond wat in de hulpverlening algemeen bekend is en daadwerkelijk gepraktiseerd wordt: patiënten met dementie of niet-aangeboren hersenletsel functioneren thuis vaak heel anders dan elders (in de testomgeving) en moeten daarom thuis geobserveerd worden om te kunnen beoordelen wat ze nog kunnen. Beoordelingen daarvan op basis van tests blijken voor bijna de helft onjuist.

7-4: Hete dranken en slokdarmkanker

De meeste tumoren in de slokdarm zijn kwaadaardig. Slokdarmkanker (oesophaguscarcinoom) komt steeds meer voor. De prognose ervan is vrij slecht.

De meeste patiënten zijn 60+. Slokdarmkanker komt meer bij mannen voor. Alcoholgebruik en roken zijn risicofactoren, vooral de combinatie van beide. Ook obesitas (vetzucht) verhoogt het risico erg. Opboeren (gastro-oesofagale reflux of brandend maagzuur) doet dat ook als het het slijmvlies steeds opnieuw irriteert. Er kan dan een slokdarmontsteking ontstaan en langzaamaan kan het weefsel blijvend veranderen, waarbij een verhoogde kans ontstaat op slokdarmkanker (Barrett-slokdarm). Ook het HPV-virus zou een risicofactor zijn, evenals het doorslikken van bijvoorbeeld loog. Dezer dagen in het nieuws: Heet en snel drinken van thee, koffie of soep verhoogt de kans op slokdarmkanker volgens Iraanse, Chinese en Wageningse onderzoekers ook. Beschermend daarentegen zou het gebruik van aspirine zijn, alsmede het nuttigen van groenten en fruit. Ook een laag koffiegebruik wordt in samenhang gezien met een verlaagd risico.

Kenmerkend zijn de slikstoornis, het eventuele braken, de brandende pijn die van het maagkuiltje uit kan stralen naar de keel en het gewichtsverlies.

Soms kan er geopereerd worden (als de tumor niet is ingegroeid in weefsel rondom en er geen uitzaaiingen zijn). De slokdarm wordt dan meestal verwijderd. Van de maag wordt een soort nieuwe slokdarm gemaakt. Soms zal een stent geplaatst worden om de verbinding open te maken. Ook komen bestraling (radiotherapie) en chemotherapie in aanmerking.

Astma

Astma is in feite een chronische aandoening van de luchtwegen waardoor ontstekingen en astma-aanvallen kunnen optreden, niet te verwarren met COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease, waaronder chronische bronchitis en longemfyseem vallen, doorgaans veroorzaakt door roken). De aanleg voor astma is erfelijk. Astma komt meer bij vrouwen voor. Astma-patiënten zijn meestal allergisch (uitwerpselen van de huisstofmijt en/of pollen, stuifmeel, huidschilfers van huisdieren e.a.) of overgevoelig voor bijvoorbeeld tabaksrook (allergische astma). Astma remt bij kinderen de groei. Als de allergische reactie of het benauwd worden specifiek optreedt na inspanning, is er sprake van inspanningsastma. Van intrinsieke astma wordt wel gesproken bij reactie op stoffen als benzine, parfum, schoonmaakmiddelen, vocht en mist. Als mogelijke medicijnen kennen we ontstekingsremmers en luchtwegverwijders. Gebruik de pufjes voor het tanden poetsen; ze zouden niet goed zijn voor het gebit! De zogenoemde 'ernstige astma' is soms moeilijk met medicijnen te controleren.

Professor Eric Duiverman van het UMCG deed onderzoek naar kinderen met astma-achtige klachten. Zijn eerste tip voor alle astma-patiënten: Blijf uit de buurt van sigarettenrook! Hij stelt dat de helft van de kinderen met astma tussen hun tiende en twintigste klachtenvrij is. Als het kind op kamers gaat en misschien ook wel gaat roken, komen de klachten meestal terug. Immunoloog Professor Antoon van Oosterhout bericht dat er hard wordt gewerkt aan een astmavaccin, waarvan men binnen 15 jaar goede resultaten verwacht.

Seroquel

Seroquel is een middel dat geïndiceerd kan zijn bij de behandeling van schizofrenie en manie. In het nieuws is vandaag dat het ook voorgeschreven is voor slaapproblemen bij patiënten zonder psychoses. Mijn spontane reactie: Ik zou verwachten dat het bij zulke patiënten psychotische verschijnselen kan veroorzaken. Daar blijkt het vandaag echter niet om te gaan. Het middel blijkt diabetes, ik begrijp type 1, te kunnen veroorzaken. En dat zou door de fabrikant (AstraZeneca) weggemoffeld zijn. Ik sla er het online Farmacotherapeutisch Kompas op na: ik vind slaapproblemen niet als indicatie voor het middel en diabetes wel als mogelijke bijwerking (Zeer zelden: < 0,01 procent). Er wordt expliciet gewaarschuwd voor het gebruik bij (predisponerende factoren voor) diabetes mellitus.

In Nederland zouden 36.000 mensen het middel gebruiken. Dit soort middelen heeft per definitie allerlei vervelende en risicovolle bijwerkingen en is dan ook slechts geïndiceerd bij ernstige (psychiatrische) gezondheidsproblemen. Volgens 'EO's Netwerk' van vanavond heeft Seroquel het diabetesrisico buiten het dossier van de Nederlandse geneesmiddelenautoriteit gehouden en zou de fabrikant deze bijwerking ontkennen. Vreemd dat die in het F.K. wel wordt genoemd.

8-4: Waterpokken

Waterpokken (Varicella) is een infectieziekte, veroorzaakt door het varicella zostervirus (VZV). Het is een kinderziekte (90 procent van de kinderen maakt hem door, meestal tussen 1- en 8-jarige leeftijd), die, eenmaal doorgemaakt op een leeftijd ouder dan een halfjaar, niet terugkomt. Volwassenen, die de ziekte dus pas op latere leeftijd krijgen, kunnen goed ziek van waterpokken worden. Zwangere vrouwen (< 20 weken) kunnen complicaties krijgen als longontsteking en lopen het risico de infectie over te dragen op de ongeboren baby, die daardoor ernstige afwijkingen kan ontwikkelen of dood geboren kan worden (congenitaal varicellasyndroom). Bij besmetting van de moeder vlak voor de bevalling (< 6 dagen) kan de baby bij geboorte ook besmet zijn (neonatale varicella), terwijl hij/zij niet wordt beschermd door antistoffen van de moeder. De sterfte daarbij ligt op 25 procent.

Besmetting (de patiënt is al 3 dagen voor uitbraak van de ziekte besmettelijk) gebeurt door aanhoesten of lichamelijk contact, met een incubatietijd van 2 tot 3 weken. Dan verschijnen de rode plekjes (die een beetje op muggenbulten lijken), die na een dag overgaan in kleine (1 mm.) met vocht gevulde blaasjes op rode ondergrond, vaak eerst in de nek. Kenmerkend is dat de blaasjes ook 'in' het haar zitten. Na een week zijn alle blaasjes weer weg. Gebruik mentholtalkpoeder tegen de jeuk. Soms wordt het antivirale middel Aciclovir gebruikt. Zwangere vrouwen (zie boven) die in contact gekomen zijn met waterpokken en zelf als kind geen waterpokken hebben gehad, kunnen preventief behandeld worden met varicella zosterimmunoglobuline (VZIG). Vaccinatie kan, maar zit niet in het rijksvaccinatieprogramma.

Gordelroos (Herpes Zoster) is een soort secundaire infectie van hetzelfde virus dat overigens familie is van het herpes simplexvirus (koortslip).

Faillissementsgolf en aanbetalingen

We zitten in een aanzwellende faillissementsgolf. Vandaag in de krant (DvhN door William Pomp) het verhaal van een jonge gescheiden moeder die langzaamaan de boel weer op de rails krijgt.Vorige week hadden ze hun nieuwe auto, een Dacia, op zullen halen. Ze hadden de oude auto voor honderd euro kunnen verkopen en daarvoor een autoradio gekocht. Die hadden ze bij de garage gebracht, die hem al in de nieuwe auto had ingebouwd. Ze wilden straks met de auto op vakantie. Daags voor het afhalen werd er betaald, 9.500 euro. Toen kwam de dag waarop de moeder en haar kinderen zich zo hadden verheugd. Ze werd gebeld: Of ze haar rijbewijs wilde ophalen. En dat de aflevering door faillissement niet door kon gaan. Op de foto bij het artikel staat ze voor de gesloten showroom naar 'haar' auto te kijken, die toch de hare niet is. Hij is door de garage niet betaald aan de importeur. Mevrouw lijkt naar haar geld te kunnen fluiten. Het is gewoon verdwenen in een faillissement.

Het is geen tijd voor aanbetalingen. Dat is de les die uit zo'n triest verhaal, één van de acht bij het bewuste bedrijf, geleerd kan worden.

9-4: Mailetiquette

In een regionale krant vandaag een bericht over het sturen van mail naar bijvoorbeeld een totale klantenkring, in dit geval door een plaatselijke horecaonderneming. Ieder kreeg er een paar honderd mailadressen van andere klanten gratis bij. De schrijver van het artikel heeft die adressen uitgeplozen en geeft een hele reeks van namen van bekende plaatsgenoten in zijn stuk door. Ook heeft hij uitgevonden wie er dus geen klant zijn bij het bedrijf. Zo blijkt de naam van de burgemeester bijvoorbeeld te ontbreken.

Het is bekend dat een groepje Nederlanders zich zorgen maakt om hun privacy. Negen van de tien malen daar echter niet om. Hen zou het niet uithalen als hun gegevens op elke computer ter wereld voorhanden zouden zijn. Dat is althans mijn indruk, nadat ik jarenlang geprobeerd heb het doorgeven van mijn mailadressen naar derden te voorkomen door ieder, waarvan ik merkte dat hij of zij dat wel deed, daarover aan te schrijven. Ik heb heel wat reacties daarop gehad, tot en met de melding dat mijn adres uit het adresboek verwijderd was en dat ik van de betrokkene nooit meer mail zou krijgen toe. Kortom, ik vond weinig begrip voor mijn actie, die ik dan ook opgegeven heb. Bijna ieder die mijn huidige mailadres heeft, stuurt dat tegenwoordig vrolijk in de Cc-optie mee naar wie dan ook. En als ik weer eens een hoax-mail binnenkrijg (die dingen blijven jarenlang rondwaren), maak ik van de gelegenheid gebruik om aan iedere geadresseerde een reactie te sturen betreffende de onzin van dit soort waarschuwingen. Alleen achteraf op mijn site heb ik nog altijd de oude oproep staan om niet zomaar mijn en ieder anders mailadres rond te sturen. Ik stel het artikel van vandaag op prijs, maar ik verbeeld me niet dat het bij meer dan een paar mensen enig effect zal sorteren.

Voorzitter Raad van State: verhouding tussen staat, markt en burger uit het lood

De Raad van State is adviseur van de regering, alsmede hoogste bestuursrechter. Formeel is de Koningin voorzitter, praktisch is Herman Tjeenk Willink dat, al is hij formeel vicevoorzitter. Remco Meijer interviewde hem in de Volkskrant van vandaag. Tjeenk Willink hekelt al jaren de bureaucratisch-bedrijfsmatige logica van de overheid en vindt nu dat evenwichten binnen de democratische rechtsstaat zijn verstoord. De verhoudingen staat, markt en burger hangen uit het lood. De voorbije jaren was er te veel markt en te weinig staat en de burger had onvoldoende invloed. Het falen van de financiële markten is volgens Tjeenk Willink ook het falen van staten. De staat identificeerde zich met de markt en samen drukten ze de burger weg. Als je overheidstaken overlaat aan de markt, staat niet langer het publieke belang, maar staan winst en groei voorop. Het is politieke keuze wat je aan de overheid overlaat en wat aan de markt, maar kwaliteit en algemeen belang moeten altijd voorop staan. Onduidelijk geregelde verantwoordelijkheden leiden tot van het kastje naar de muur gestuurde burgers en in de concurrentiestrijd van politieke partijen raken wezenlijke doelen gemakkelijk op de achtergrond.

Autisme

Autisme verwijst naar een groep aandoeningen in het autismespectrum. ASS staat voor AutismeSpectrumStoornis. Het gaat dan om autisme, Asperger, PDD-NOS, het RETT-syndroom en de desintegratietoestand van de kinderleeftijd. Autisme wordt niet in samenhang met intelligentie gezien. Evenmin met (ernstige) verwaarlozing en mishandeling, die dezelfde symptomen kunnen opleveren. Er zijn beperkingen in sociale interactie en (expressieve en receptieve) communicatie en vooral bij jonge kinderen een zich steeds herhalend (stereotiep) gedrag, soms ook 'verbeelding' genoemd. Meestal wordt autisme gezien als een ontwikkelingsstoornis met een neurologische oorzaak, waarin verschillende genen een rol zouden spelen. Het is dan ook een erfelijke aandoening, die overigens meer bij mannen voorkomt. De hersenen van autisten functioneren anders. De rechter hersenhelft (creativiteit) is meer dan gemiddeld ontwikkeld, de linker (taalbegrip) minder. Waarnemingen zijn bij hen losse fragmenten met vaak weinig samenhang. Niet zinsbouw en woordenschat vormen het probleem, maar het sociale aspect van de communicatie. Autisten kunnen goed omgaan met concrete taal die letterlijk kan worden genomen, maar hebben problemen met alle 'spelen met taal'. Ze blijven makkelijk hangen in de eigen interesses en neigen tot herhalen van woorden of zinnen van anderen (echolalie). Er zijn problemen met het inlevingsvermogen. Eigenlijk is het in het hoofd van een autist een chaos en drukte en (plotselinge) veranderingen vormen dan ook een zware belasting. Ze kunnen onvoldoende hun eigen structuur aanbrengen en zijn daarin van anderen afhankelijk. Door het ontbreken van vaste regels in sociale interactie functioneren autisten hierin stroef. Omdat gevoelens te abstract zijn, weten ze deze nauwelijks te verwoorden. Ook anderen voelen ze dus slecht aan.

PDD-NOS

Pervasive Developmental Disorder, Not Otherwise Specified is de Engelse benaming voor onze pervasieve ontwikkelingsstoornis, niet anders omschreven (POS-NAO). Het gaat om een restgroep van aan autisme verwante contactstoornissen, niet om Asperger, Rett of de desintegratiestoornis. Er is een ernstige achterstand of beperking in de sociale interactie, er zijn beperkingen in de communicatieve vaardigheden en stereotiepe interesses en/of gedragingen. Patiënten hebben veel structuur en overzicht nodig en weten moeilijk in te spelen op ongeplande gebeurtenissen. Er kan niet adequaat gepland worden. Motorisch schieten ze vaak tekort en veelal kunnen ze zich niet in anderen inleven. Fantasie en werkelijkheid kunnen gemakkelijk in elkaar overlopen. Woordspelingen (gezegdes) worden zo maar letterlijk genomen. Concentratieproblemen en hyperactiviteit doen soms denken aan ADHD. Het gaat bij PDD-NOS waarschijnlijk om een stoornis in de ontwikkeling van de hersenen. PDD-NOS kan samengaan met hoogbegaafdheid en blokkeert in dat geval in feite een deel van de hersencapaciteit.

Syndroom van Rett

Het Rettsyndroom is een zeldzame aangeboren aandoening (een X-gebonden dominante stoornis waarbij jongetjes al voor de geboorte overlijden) bij meisjes die leidt tot ernstige geestelijke en lichamelijke invaliditeit. DSM-IV ziet het syndroom als een pervasieve ontwikkelingsstoornis. Het wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een niet goed functionerend gen op het X-chromosoom (het MeCP2-gen, dat als functie heeft een aantal andere genen aan en uit te schakelen en dat bij 80 procent van de patiënten aangetoond kan worden).

Het syndroom bestaat uit neurologische problemen. Er is een normale prenatale ontwikkeling en ook een normale ontwikkeling tot de leeftijd van 6 à 18 maanden, waarna de ontwikkeling stagneert. De ontwikkeling van de hersenen vertraagt, de vaardighedenontwikkeling stopt. Deze duidelijke knik in de ontwikkeling is kenmerkend voor het Rettsyndroom. Na de stilstand in de ontwikkeling is er achteruitgang van al verworven vaardigheden als spraak, lopen en het gebruik van de handen. Het kind vertoont autistisch gedrag en er is sprake van mentale retardatie. Kenmerkend is het op borsthoogte handenwringen. Dan treedt epilepsie op en soms een vreemd ademhalingspatroon. Obstipatie komt veel voor. Het kind is moeilijk handelbaar en heeft huil-, gil- en lachbuien. Tussen de leeftijd van 2 en 10 jaar verbetert het gedrag en wordt er wat vooruitgang geboekt. Voor veel patiënten is dit het eindstadium, waarbij aangetekend dat de levensverwachting normaal is. Bij andere patiënten treedt na het 10de levensjaar nieuwe achteruitgang op, vooral motorisch. Verder zien we scoliose (verkromming van de wervelkolom), afname van de epilepsie en verbetering van het oogcontact.

De behandeling is slechts symptoomgericht en preventief in verband met mogelijke complicaties. De kans op opnieuw voorkomen van het syndroom bij een volgende geboorte is klein. Het lijkt te gaan om een toevallige eenmalige mutatie.

Syndroom van Heller

Ook het Hellersyndroom of de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd (vroeger ook dementia infantilis) is volgens DSM-IV een pervasieve ontwikkelingsstoornis, in dit geval met een ongestoorde ontwikkeling van het kind gedurende minstens de eerste twee levensjaren, waarna voor het tiende levensjaar stoornissen in de taal-, motorische- en sociale vaardigheden, incontinentie en toenemende hulpbehoevendheid ontstaan, alsmede stereotiep gedrag. Aan de aandoening gaat soms een fase vooraf van prikkelbaarheid, angst en hyperactiviteit. Vaak stabiliseert de aandoening en kan zelfs enig herstel optreden. Er blijft echter sprake van mentale retardatie en de prognose is slecht.

10-4: Syndroom van Asperger

Asperger is een aan autisme verwante contactstoornis. Sommigen maken geen onderscheid tussen het Aspergersyndroom en hoogfunctionerend autisme (waarbij geen mentale retardatie optreedt). Kinderarts en psychiater Hans Asperger noemde in zijn proefschrift (1944) zijn patiëntjes 'kleine professors' in verband met hun intense belangstellingen en hun formele en barokke taalgebruik. (Aspergers kunnen uitblinken in correcte spelling.) We vinden Asperger vooral bij mannen. Ze zijn sterk gericht op technische details en op resultaten en weinig op samenwerking en contact. Ze hebben een onhandige motoriek, een tekort aan empathie, moeite met veranderingen en voorkeur voor bezigheden met repeterende elementen. Ze gaan gemakkelijk op in een fantasiewereld en kunnen behept zijn met verzamelwoede van ongebruikelijke soorten objecten. Kenmerkend is de intensiteit waarmee een Asperger zich bezighoudt met z'n interesses, die meestal in de technische, wetenschappelijke of bèta-vakgerelateerde hoek liggen. (Bijvoorbeeld van Albert Einstein, Isaac Newton en Bill Gates is gezegd dat ze Aspergers waren/zijn.) Er is een normale taalontwikkeling, maar het letterlijke en figuurlijke element ervan onderscheiden ze slecht. De intelligentie is normaal tot hoog, het EQ (emotionele intelligentiequotiënt) ligt onder normaal, alhoewel ze vaak emotioneler zijn dan anderen. Aspergers zijn vaak wat excentriek, wereldvreemd en Einzelgänger. Sommigen zijn extreem gevoelig voor harde geluiden, fel licht en houden er niet van aangeraakt te worden. In de kindertijd spelen Aspergers veel alleen, creëren zich soms een gefantaseerd vriendje (bijvoorbeeld een knuffel) en zijn het dikwijls studiebollen en voorbeeldleerlingen die zich exact aan de regels houden. Veel Aspergers komen nooit tot een partnerrelatie, vaak tegen hun wil in.

11-4: Marktwerking in de zorg

In de krant (DvhN) vandaag een artikel over de marktwerking in de zorg. Jan van Loenen, directeur Zorgbelang Drenthe, vindt dat die is mislukt en dat de overheid weer de baas moet worden. Het gaat immers niet om het logistieke zorgproces, maar om de klant. Van Loenen betoogt dat kostenbeheersing en kwaliteitsverbetering de motieven waren om marktwerking in de zorg in te voeren, maar de kosten stijgen slechts en de kwaliteit verbetert niet, maar verslechtert hier en daar (psychiatrie, verstandelijkgehandicaptenzorg). Die kwaliteit echter, gezien vanuit het perspectief van de klant, moet volgens hem leidend zijn. Voor kwaliteit is samenwerking tussen zorgprofessionals noodzakelijk en samenwerking staat haaks op concurrentie. De marktwerking leidde ook tot verzakelijking, met verschralende zorg als gevolg, reden waarom goede medewerkers gedesillusioneerd het vak verlaten. Van Loenen pleit voor terugkeer van de menselijke maat in de zorg in plaats van de bureaucratische uitwassen van het logistieke zorgproces, met zaken als 'stopwatchzorg' als gevolg. De verantwoordelijkheid voor de ontstane situatie ligt volgens hem, nu de klantervaringen bewijzen dat de marktwerking de kwaliteit juist niet bevordert, bij de overheid.

Chorea van Huntington

De ziekte van Huntington is een dominant erfelijke aandoening. Indien een ouder het afwijkende gen heeft, heeft ieder kind 50 procent kans dat te erven. Het gaat om een gen op het vierde chromosoom, dat in 1993 kon worden aangetoond. (DNA onderzoek van het bloed kan bij Huntington voorspellend gebruikt worden, prenataal kunnen chorionvlokken uit de baarmoeder afgenomen worden.) Bij wie het gen heeft, zal de ziekte zich openbaren, als hij of zij voldoende lang leeft. Wie het gen niet heeft geërfd, kan de ziekte niet verder doorgeven. Huntington tast de hersenen aan, meest beginnend tussen het 35ste en 45ste jaar, in de juveniele vorm in de tienerjaren. Er ontstaan eerst kleine, later grotere onwillekeurige (choreatische) bewegingen van het lichaam en de verstandelijke vermogens gaan achteruit. In de juveniele vorm is er in plaats van de chorea spierstijfheid. Er is geen andere dan symptomatische behandeling voor de ziekte. Enkele verpleeghuizen hebben zich in Huntington gespecialiseerd.

Psychiatrie en een goede dood

In de Volkskrant vandaag een artikel van Malou van Hintum naar aanleiding van een workshop van de NVVE (de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, de E in de afkorting is een overblijfsel van de vroegere naam Nederlandse Vereniging Vrijwillige Euthanasie) op het jaarlijkse congres van de NVvP, de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Een paar cijfers (Fons Tholen, directeur patiëntenzorg Universitair Centrum Psychiatrie in Groningen) vooraf: In Nederland zijn er jaarlijks zo'n 1.500 geslaagde en geregistreerde zelfdodingen, waarvan de kleinste helft bekend was in de ggz. Slechts 50 van hen hebben nadrukkelijk en tevergeefs de psychiater om hulp bij het een einde aan het leven maken gevraagd. In totaal vragen zo'n 300 patiënten per jaar daarom. Van de jaarlijkse 7.000 inbewaringstellingen (acute gedwongen psychiatrische opnames) gebeurt eenderde omdat de patiënt het eigen leven in gevaar dreigt te brengen. De psychiatrie maakt erg weinig gebruik van de mogelijkheden van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, die ruim zeven jaar geleden van kracht is geworden. De regionale toetsingscommissies euthanasie kregen tot nu toe slechts drie meldingen van psychiaters, twee in 2008 en één in 2009.

Psychiaters hebben er moeite mee, zoveel is wel duidelijk. In de psychiatrie verkeer je als hulpverlener bijna dagelijks op het scherp van de snede van leven en dood. Er zijn tienmaal meer pogingen tot zelfdoding dan er slagen en er wordt door patiënten te gemakkelijk gechanteerd met suïcide, ook om doelen die niet met het levenseinde te maken hebben te bereiken. Dat krijg je allemaal over je heen, soms elke dag weer. Ik zie de patiënt voor me die de politieman die me begeleidde dringend vroeg hem ter plekke dood te schieten en toen die zich afwendde mij vroeg hem dan alsjeblieft ter plekke dood te spuiten. In een psychose voel je je soms totaal vastgelopen en doodangstig en altijd weer breng je de hulpverlener op het scherp van de snede van de dood terug. Misschien is het niet vreemd dat psychiaters meer moeite hebben met hulp bij zelfdoding dan andere artsen.

Terug naar het congres. Om wie gaat het? Om mensen met chronische onbehandelbare psychiatrische stoornissen als depressies of psychoses, om mensen die een aankomende dementie voor willen blijven en om oude mensen die door de dood lijken te worden vergeten. Wat als zo'n patiënt een weloverwogen en duurzame doodswens heeft? Niet negeren en niet stimuleren, lijkt een grootste gemene deler. En erover praten, iemand helpen zijn of haar overwegingen te toetsen, want de uitkomst kan zijn dat de dood best kan worden uitgesteld. Zo'n gesprek dwingt tot nadenken en tot onder woorden brengen en tot het samen nalopen van alternatieven. Uit mijn eigen ervaring: Het gesprek is goed en nodig, maar als iemand echt besloten heeft, houd je hem of haar niet tegen. Op een zondagmiddag liet ik een mij bekende patiënt opnemen in het psychiatrisch ziekenhuis en binnen een week daarna vroeg de politie mij hem te identificeren nadat hij zich in zijn huis verhangen had. Hij had toestemming gevraagd en gekregen om even thuis iets op te halen. Het is niet het enige voorbeeld dat ik heb.

Het is goed ook in de psychiatrie stil te staan bij een goede dood. Tegelijk is het ongelooflijk moeilijk. Elke hulpverlener kent van nabij de voorbeelden van patiënten die er niet meer zouden zijn geweest als niet (acuut) was ingegrepen en die achteraf dankbaar zijn dat het leven door mag gaan. Maar er is een schemergebied, ik ken het, waar een iets meer toeschietelijke houding op z'n plaats zou kunnen zijn, met alle pijn en moeite (ook voor de hulpverlener) van dien. Misschien wordt dat gebied te veel uit de weg gegaan.

12-4: Ménière

De ziekte van Ménière ontstaat meestal tussen 40- en 50-jarige leeftijd. De oorzaak van de ziekte is nog niet definitief duidelijk. Er wordt gedacht aan hydrops (ophoping) van endolymfe, de vloeistof binnenin het slakkenhuis. Er zijn aanvallen van (draai)duizelingen gepaard met misselijkheid en braken, oorsuizen (brommen, fluiten of dreunen) en (blijvend) gehoorverlies. Bij sommigen gaat een verstopt gevoel in het oor aan een aanval vooraf. De patiënt krijgt met enige regelmaat zo'n aanval, die urenlang kan aanhouden, over zich heen. De doorsnee Ménière-patiënt krijgt een steeds slechter gehoor, dat afneemt per aanval, eerst van één oor, later van beide. Bij veel patiënten dooft de ziekte op den duur uit, meestal na een jaar of twee, maar soms pas na tien tot twintig jaar. Het gehoorverlies is blijvend en stabiliseert zich veelal op 50-60 decibel. Betahistine is het meest voorgeschreven middel, al ontbreekt hard bewijs van werkzaamheid. Gentamicinetherapie (dit antibioticum wordt dan één of een paar maal in het middenoor gespoten) wordt gedaan als de ziekte in maar één oor zit. Het evenwichtsorgaan in dat oor wordt daarmee uitgeschakeld. In de meeste gevallen stoppen de aanvallen daarna. Rust en regelmaat zijn belangrijk, omdat stress en overbelasting een aanval kunnen uitlokken. Patiënten zijn vaak perfectionistisch en vol plichtsbesef en staan vaak bloot aan veel drukte.