20-5-2009: Psychotische stoornissen (overzicht)

In een psychose is de patiënt (een deel van) het contact met de werkelijkheid kwijt. We zien de volgende positieve symptomen: wanen, hallucinaties, verwardheid en soms de 'stokkende gedachtegang', vreemd spreken en soms ook vreemd schrijven (vreemd qua woordkeuze, neologismen (nieuwe woorden), echolalie (herhalen wat een ander zegt), palilalie (eigen woorden herhalen), glossolalie (klanktaal, ook wel tongentaal genoemd)) en verstoorde emoties. Negatieve symptomen zijn: zwijgzaamheid, in zichzelf gekeerdheid, gebrek aan initiatief, verstoord dag-nachtritme, vlakke mimiek, isolement. Bij patiënten die bekend zijn met psychoses wijzen negatieve symptomen vaak het eerst op een naderend recidief. Omdat psychoses veelal schadelijk zijn voor de hersenen, is het zaak de antipsychotische medicatie dan snel te hervatten of te verhogen.

We onderscheiden:
- Schizofrenie
- Schizofreniforme stoornis: kenmerken van schizofrenie, maar korter van duur qua verminderd sociaal functioneren
- Schizoaffectieve stoornis: Heeft zowel kenmerken van schizofrenie als van een stemmingsstoornis. Er komt dus ook manie en/of depressie voor. Komt vaker bij vrouwen voor. We onderscheiden het bipolaire type en het depressieve type.
- Waanstoornis: Een niet bizarre waan (of waanideeën) staat op de voorgrond. Die waan zou zich dus echt kúnnen voordoen. Verder zijn er geen symptomen en de patiënt functioneert sociaal gezien goed.
- Acute psychotische stoornis: De psychose duurt kort, maximaal een maand. Soms is er een aanwijsbare oorzaak. We spreken dan van (acute) reactieve psychose.
- Gedeelde psychotische stoornis: Heet ook wel inductiepsychose of folie à deux. Als één van twee sterk op elkaar betrokken mensen psychotisch wordt (de inductor, vaak de dominante persoon in de relatie), kan het zijn dat de ander in die psychose meegaat.
- Psychotische stoornis door een somatische aandoening, bijvoorbeeld een tumor in de hersenen
- Psychotische stoornis door middelengebruik: Het betreft alcohol, drugs, geneesmiddelen, paddo's, LSD, amfetamine, cannabis e.a.
- Psychotische stoornis NAO (Niet Anders Omschreven)

26-5: Postpartumdepressie en postpartumpsychose

De postpartum (= na de partus of bevalling, soms in de praktijk echter al voor de bevalling) depressie wordt soms ook postnatale depressie genoemd. Vaak beginnend tussen de 4de en de 10de dag na de bevalling zijn er bij zeker de helft van de vrouwen een paar dagen met labiliteit, huilbuien en angsten, de zogenoemde baby blues. Verdwijnen de klachten niet voor de 14de dag spontaan, dan kan er sprake zijn van zo'n postpartumdepressie, die maanden tot een paar jaar kan aanhouden. Er treedt verlies van gevoel van eigenwaarde op en er zijn schuldgevoelens, er is geen energie en geen interesse. Als daar ook nog psychotische kenmerken als hallucinaties, wanen of andere denkstoornissen bij komen, spreken we van postpartumpsychose of kraambedpsychose. Deze moeders kunnen een gevaar voor zichzelf en/of hun kind worden en soms is psychiatrische opname niet te vermijden. De binding aan het kind kan niet goed tot stand komen, de moeder kan het gevoel hebben dat het kind niet haar kind is, ze kan achterdochtig worden of erg angstig.

Bij en na de bevalling verschuiven verschillende hormoonspiegels. Ook kan er sprake zijn van slaaptekort. Een zware bevalling is op zichzelf ook een risicofactor. Verder speelt pijn een rol: er komen bij pijn endorfines vrij om die pijn te dempen en de moeder emotioneel voor te bereiden op het moederschap. Kan de vrouw zich goed ontspannen, dan krijgt ze meer endorfines en dus minder pijn. Het bij stress vrijkomende adrenaline vertraagt de bevalling (op het laatst echter versnelt het de bevalling) en remt de afgifte van endorfines. Een snelle daling van het progesteron na de bevalling kan effect hebben op de dopamine, waarvan een teveel waarschijnlijk mede verantwoordelijk is voor de problemen. Ook tekort aan vitamine B6 en/of B12 en tekort aan ijzer en/of zink worden gezien als mogelijke aanleiding voor de klachten. Depressieve klachten voor de bevalling, PMS (of premenstrueel syndroom) en depressies in de familie zijn evenzo risicofactoren en relatieproblemen en het gevoel er alleen voor te staan alsmede schildklier- of bloedsuikerproblemen kunnen ook een oorzakelijke rol spelen. Bekend is dat veel vrouwen met deze problematiek gewend zijn hoge eisen aan zichzelf te stellen.

Het is van belang een gesprekspartner te hebben, bij wie men zich vertrouwd voelt en zich volledig durft te uiten. Verder kunnen antidepressiva en in geval van psychose antipsychotica gegeven worden. Deze middelen zullen dikwijls meerdere maanden lang gebruikt moeten worden. Veel van deze middelen hebben een inwerktijd tot een paar weken, in welke tijd benzodiazepines kunnen worden gegeven.

27-5: Whiplash (2) (1)

Jan Buitenhuis van Universitair Medisch Centrum Groningen deed onderzoek onder 1971 whiplashslachtoffers die bij verzekeraar Univé een letselschadeprocedure startten. Hij concludeert dat mensen die hun klachten na een ongeluk toeschrijven aan whiplash, minder snel herstellen dan mensen die deze term niet gebruiken, onafhankelijk van de ernst van de klachten. Wie denkt een whiplash te hebben, heeft een grotere kans een jaar na het ongeval nog klachten te hebben, omdat whiplash kennelijk geassocieerd wordt met chronische klachten. Whiplash staat voor een complex van medisch onverklaarbare symptomen na ongevallen, waaronder in elk geval nekpijn. Tot 40 procent van de patiënten houdt chronische klachten over, als concentratieproblemen, waarvoor geen lichamelijke oorzaak gevonden wordt. Whiplash is daarnaast cultuurgebonden en alleen bekend in West-Europa, Verenigde Staten en Australië. Het beloop van de 'aandoening' is ook anders in de verschillende landen.

Het onderzoek van Buitenhuis doet me denken aan het gegeven dat mensen die klachten krijgen na plaatsing van een gsm-mast in hun omgeving die klachten ontwikkelen op basis van de aanwezigheid van de mast en niet op basis van straling. Een niet werkende mast blijkt evenzeer dezelfde klachten te veroorzaken. (Zie sites Gezondheidsraad, Kennisplatform Elektro Magnetische Velden en Agentschap Telecom.)

Rooibosthee en bloeddruk

Aan rooibosthee worden talloze heilzame en zuiverende werkingen toegedacht. Bekend zijn de aanwezige anti-oxidanten die kunnen helpen onder andere kanker te voorkomen. Het geregeld gebruik van rooibosthee (een soort kruidenthee, cafeïnevrij) kan echter gemakkelijk bloeddrukverhogend werken. Er zijn mensen die acute en vrij heftige bloeddrukstijgingen melden. Soms zit in rooibosthee ook kaneel. Zwangeren doen er verstandig aan het gebruik van coumarine (smaakstof in kaneel) te beperken, omdat die stof schadelijk kan zijn voor de ongeboren baby.

Oppassen tijdens de zwangerschap

Er worden veel voedingsadviezen gegeven voor tijdens de zwangerschap. Hier wil ik een paar voorzorgsmaatregelen noemen:
- De toxoplasmoseparasiet kan voor volwassenen niet echt kwaad. Voor het ongeboren kind is een besmetting wel gevaarlijk (abortus, afwijkingen aan ogen en zenuwstelsel). Besmetting via kattenpoep (maak geen kattenbakken schoon, voorzichtig met tuinieren, was rauwe groeten extra goed, eet geen niet goed doorgebakken vlees, omdat ook weidedieren besmet kunnen zijn).
- De listeriabacterie kan ernstige schade aan vitale organen van het ongeboren kind toebrengen. Besmetting via besmette rauwe melk of melkproducten die uit rauwe melk (au lait cru) worden gemaakt, zoals sommige Franse kazen. Verder via vacuümverpakte vis als zalm, paling, forel, makreel en haring en via vacuümverpakte vleeswaren waarvan de datum is verstreken.
- Eet in verband met kwik en dioxines niet te veel (max. 300 gr. per week) roofvis als zwaardvis, snoekbaars, koningsmakreel en verse tonijn.
- Gebruik niet te veel lever(producten) als paté e.d. (max. 1 boterham), omdat een teveel aan vitamine A afwijkingen bij het kind kan veroorzaken.
- Het risico op een doodgeboorte is verhoogd als tijdens de zwangerschap veel cafeïne wordt gebruikt (koffie, thee, cola). Beperk het gebruik.
- Drop bevat bloeddrukverhogende stoffen. Ook rooibosthee werkt bloeddrukverhogend.
- In kaneel zit de smaakstof coumarine. Coumarine is in dierproeven kankerverwekkend. Kaneel zit in kaneelthee, appeltaart, ontbijtkoek, kruidkoek, stroopwafels, kaneelkoekjes, pepernoten en speculaas. Gebruik hiervan niet te veel. Ook in sommige rooibostheesoorten zit kaneel.

28-5: Meer kanker

Een paar cijfers over kanker: in 2006 is het aantal nieuwe kankergevallen met 2,5 procent gestegen ten opzichte van 2005. Uit de gegevens van de 'Nederlandse Kankerregistratie' blijkt dat in 2006 bij 83.283 mensen kanker werd vastgesteld, dat is 2050 meer dan in 2005. Kanker komt het meest voor bij ouderen: 57 procent van de nieuwe patiënten was ouder dan 64 jaar. Tweederde van de stijging ten opzichte van 2005 staat ook op conto van de 64-plussers. De grootste groepen patiënten hadden:
- borstkanker, 12.416 keer
- darmkanker, 11.231 keer
- longkanker, 10.357 keer
- prostaatkanker, 9.516 keer
- huidkanker, 8.896 keer

Ostendum-detector of virusscanner

Ostendum, spin-off-bedrijf van Universiteit Twente, ontwikkelde een zeer gevoelige detector voor het aantonen en herkennen van virussen, bacteriën, eiwitten en DNA-moleculen. De scanner is in de testfase en kan wellicht eind volgend jaar in productie genomen worden. Binnen een paar minuten worden virussen herkend als beschikt kan worden over het bij het virus behorende antilichaam.

30-5: Roodvonk

Roodvonk (scarlatina, scarlet fever) is een infectieziekte, veroorzaakt door de bètahemolytische streptokok groep A, die vooral bij kinderen van 3 tot 8 en wat minder van 9 tot 12 wordt gezien. De bacterie wordt aangehoest. Preventie is moeilijk omdat een aantal mensen de bacterie bij zich heeft zonder zelf ziek te worden. De incubatietijd is tussen 1 en 7 dagen. Daarna is er een algeheel gevoel van malaise, keelpijn, koorts en soms hoofdpijn en braken. Binnen een dag ontstaat de aardbeientong, soms ook frambozentong genoemd, gezwollen, eerst wit met rode speldenknopgrote spikkeltjes, na een paar dagen felrood met de spikkeltjes, hetgeen aan een aardbei doet denken. Dan wordt de gelaatshuid felrood en gezwollen, maar rond neus en mond blijft de kleur vaak normaal. De rest van de huid wordt roze tot rood en voelt stroef, het eerst de oksels en de liezen. Ook hier verschijnen de speldenknopgrote puntjes. De huiduitslag verbleekt door erop te drukken. Als de ziekte na een paar dagen afneemt, begint de aangedane huid te vervellen.

In verband met mogelijke complicaties als acuut reuma, nierfunctieproblemen, sepsis (bloedvergiftiging), meningitis (hersenvliesontsteking), longontsteking en ontstoken hartkleppen wordt een antibioticumkuur van 7 of 10 dagen gegeven. Zonder die kuur blijft het kind zeker twee weken besmettelijk, met de kuur is de besmettelijkheid na twee dagen weg. Roodvonk bij de moeder is niet schadelijk voor het ongeboren kind.

Zorg ervoor dat het kind voldoende drinkt. Eten hoeft niet per se (dat wordt snel genoeg ingehaald), geef eventueel paracetamol en/of anti-jeuklotion.

Meningitis en sepsis

Acute meningitis of hersenvliesontsteking, ook wel nekkramp (een symptoom) genoemd, is een ontsteking van de om de hersenen gelegen hersenvliezen. Meest voorkomend is de virale meningitis, maar veel gevaarlijker is de bacteriële vorm, die wordt behandeld met antibiotica. De diagnose moet snel gesteld worden, omdat invaliditeit, doofheid en de dood het gevolg kunnen zijn van de aandoening. (Soms wordt meningitis verder door een schimmel, parasiet of TBC veroorzaakt.)

De bacterie of virus wordt aangehoest. De incubatietijd is 5 tot 7 dagen. Risicogroepen zijn kinderen van 0 tot 5 en jongeren van 14 tot 21 jaar.
- Volwassenen worden plotseling erg ziek, hoge koorts, suf, hevige hoofdpijn, soms lichtschuwheid en overgeven, de kin niet op de borst kunnen brengen (zonder pijn), meestal stijve nek.
- Kinderen ontwikkelen sneller de ernstiger (in 20 procent van de gevallen dodelijke, in 20 procent van de gevallen handicaps als doofheid, gedragsproblemen, leer- en coördinatieproblemen achterlatende) sepsis (bloedvergiftiging): snelle omslag van gezond naar ziek, hoge koorts, koude handen en voeten, pijn in de benen (moeilijk staan en lopen), ongewoon bleek.
- Baby's willen niet meer drinken, zijn lusteloos, bleek, apathische blik, kreunen, pijn bij verluieren, strak staande huid op de fontanellen (gezwollen), epileptische verschijnselen, soms koorts, soms ook niet(!) en later huidbloedinkjes.
- Als moeder drager is van streptokokken groep B (10 procent van de vrouwen!) en de baby wordt pas lange tijd na het breken van de vliezen geboren, dat is er risico van neonatale meningitis bij de baby.

Meningitis kan zelfstandig voorkomen, maar ook als complicatie bij mazelen, bof, waterpokken (virale meningitis) of
bij longontsteking, middenoorontsteking en schedelbasisfractuur (bacteriële vorm).
Algemene ziekteverschijnselen bij meningitis: hoge koorts, hoofdpijn, overgeven, verwardheid en/of sufheid, overgevoeligheid voor licht en geluid, vaak nekstijfheid en het niet zonder pijn de kin op de borst kunnen buigen. Bij sepsis komen daar iets later de puntbloedinkjes (paarse vlekjes) bij, die snel groter kunnen worden (bloeduitstortingen) en niet weggedrukt kunnen worden. Verder forse spierpijn, vaak geen nekstijfheid(!).

We kennen de meningokokken-meningitis (keelontstekingbacteriën), de pneumokokken-meningitis (longontsteking- en oorontstekingbacteriën) en de neonatale meningitis tot 2 maanden na de geboorte (Escherichia colibacterie, streptokokken groep B, soms Listeria). Bij kinderen was de Hib-bacterie voorheen een grote boosdoener. Sinds 1993 worden kinderen hiervoor gevaccineerd en komt deze oorzakelijk nauwelijks meer voor. De diverse bacteriën kunnen bij allerlei mensen achter in de keelholte voorkomen, zonder dat betrokkenen er zelf ziek van worden. Besmetting is dan ook nauwelijks te vermijden. Sommigen worden ook nauwelijks ziek na besmetting. Er wordt gedacht dat wél ziek worden te maken kan hebben met verminderde weerstand, rokerige omgeving, foutje in het immuunsysteem.

ING, door staatssteun gered, smijt met geld

Nog maar kort geleden stak de Nederlandse staat 10 miljard in ING. Met twee girorekeningen, voorheen bij de Postbank, zit ik bij die ING. Mijn creditkaart was al van ING. Ik ben bezorgd over hoe ING met de staatssteun omgaat. Ik kreeg als klant nogal wat onnodige post, onder andere duur drukwerk, omtrent de overgang van de Postbank naar ING en, zo schreef de bank me, 'bij een nieuwe bank hoort een nieuwe pas'. Dus werden onze giropassen, nog geruime tijd geldig, vervangen door ING-passen. Maar ook mijn creditcard, toch al van ING, bleek onder hetzelfde motto 'bij een nieuwe bank hoort een nieuwe pas' vervangen te moeten worden, ter gelegenheid waarvan het jaartarief van de creditkaart overigens werd verdubbeld. En nu krijg ik weer brieven onder het motto 'bij een nieuwe bank horen natuurlijk ook nieuwe kantoren' en wordt het adres van het plaatselijke nieuwe bankkantoor genoemd.

Ik heb mijn bedenkingen bij de in mijn ogen onnodige kosten die de bank maakt met het vervangen van passen waarvan de geldigheidstermijn nog lang niet verlopen is en nu weer met nieuwe kantoren. Volgens mij had de politiek moeten kiezen de bank om te laten vallen. Ik vermoed dat het beter is onder de banken de sterkere te laten overleven. Maar ik moet toegeven dat ik niet echt kan overzien of dat voor de staat in verband met de bankgaranties niet duurder zou zijn uitgevallen.

Lujo-virus

In Afrika is het 'Lujo-virus' ontdekt dat net als het ebolavirus dodelijke bloedingen veroorzaakt. In Zambia (Lusaka) en Zuid-Afrika (Johannesburg) raakten eind 2008 vijf mensen besmet, waarvan er vier overleden. Het virus behoort tot een familie die veel bij knaagdieren wordt aangetroffen, zegt epidemioloog Ian Lipkin van de Columbia-universiteit. Het vermoeden is dat het virus via lichaamsvloeistoffen wordt overgedragen.

31-5: Diabetes

Diabetes mellitus of suikerziekte is een stofwisselingsziekte waarbij het bloedsuiker (bloedglucose) te snel oploopt, wat schadelijk is voor het lichaam. Een normale glucosespiegel ligt tussen 4 en 8 mmol/liter. Glucose komt uit koolhydraten in de voeding. Het lichaam zet de koolhydraten om in glucose. De alvleesklier (pancreas) zorgt voor insulineproductie, nodig om bloedsuikerspiegel binnen bepaalde grenzen te houden. Bij diabetes type 1 (jeugddiabetes, insulineafhankelijke diabetes, een auto-immuunziekte) wordt er geen of onvoldoende insuline door de alvleesklier aangemaakt. Bij diabetes type 2 (welvaartsdiabetes, ouderdomsdiabetes, insuline-onafhankelijke diabetes) wordt de aangemaakte insuline in het lichaam niet goed verwerkt. (Dan is er nog de zwangerschapsdiabetes, bij sommige vrouwen voorkomend in de tweede helft van de zwangerschap. Kenmerkend zijn de polyurie (veel plassen), polydipsie (veel drinken) en de aanwezigheid van veel vruchtwater. De baby zal extra gewicht ontwikkelen. De moeder moet doorgaans kleine porties eten, oppassen met koolhydraten en snelle suikers (snoep, chocolade, koek, frisdrank) laten staan.)

De hyperglykemie bij diabetes kan bij een spiegel vanaf 17 mmol/liter gemakkelijk leiden tot ketoacidose, verzuring van weefsels en organen met mogelijk misselijkheid en braken als gevolg. Vanaf 13 mmol/liter treden al polyurie en polydipsie op (veel plassen en veel drinken). Op den duur versnelt door hyperglykemie de arteriosclerose en vergroot het risico op hart- en vaatziektes. Bij diabetische retinopathie beschadigt het netvlies met mogelijke blindheid als gevolg. Bij nefropathie werken de nieren niet goed meer. Ook gaan de gevoelszenuwen minder goed werken en gaat dus de tastzin achteruit. Wonden zullen moeizamer genezen, er treedt makkelijker blaasontsteking op, of steenpuisten. Impotentie kan optreden, alsmede polyfagie (versterkt hongergevoel). Volop reden dus om zoveel als mogelijk te zorgen voor een goed bloedsuikergehalte.

Type 2 wordt doorgaans behandeld met medicamenten die de verwerking van de insuline reguleren, eventueel aangevuld met een dieet. Sporten is goed. Kamillethee zou heilzaam zijn en bovendien een preventieve werking hebben. Type 1 wordt behandeld met insuline. We kennen hyperglykemie, te hoog bloedsuiker, en hypoglykemie, te laag bloedsuiker. In het eerste geval is insuline nodig (of een type 2-medicament), in het laatste geval is suiker nodig. Bij een (dreigend) hyperglykemisch coma is er dus te veel bloedsuiker en moet insuline gespoten worden. We zien een snelle, diepe ademhaling, ruiken aceton, de patiënt klaagt tevoren over buikpijn en misselijkheid en kan gaan braken. Bij coma: leg de patiënt in stabiele zijligging en bel 112. Veel vaker komt het hypoglykemisch coma (ook wel hypo genoemd) voor, waarbij de bewusteloosheid in enkele minuten tijds kan optreden. We zien tevoren verwijde pupillen, normale tot oppervlakkige ademhaling, nervositeit, angst, spiertrillingen, transpiratie, concentratieproblemen, prikkelbaarheid, hartkloppingen, versnelde hartslag, misselijkheid. De betrokkene zal meestal zelf weten snel iets te moeten eten en/of drinken om suiker binnen te krijgen. Bij coma, zie hierboven.

Type 2 komt negen maal meer voor dan type 1. Het aantal gevallen van type 1 bij kinderen tot 5 jaar zal in Europa tot 2020 naar verwachting verdubbelen. Diabetes bij kinderen tot 15 jaar zal naar verwachting met 70 procent toenemen. Met name in de vroegere communistische landen wordt een grote instroom van nieuwe patiënten verwacht. Volgens wetenschappers kan de stijging niet alleen aan genetische factoren worden toegeschreven, maar moeten moderne levensstijl en milieufactoren de boosdoeners zijn. (The Lancet 28-5-2009)

1-6: Bevallen in het ziekenhuis

Meer dan de helft van de vrouwen die bevallen komen voor of tijdens de bevalling in het ziekenhuis terecht. Twintig jaar geleden was dat ruim een derde. Onderzoeksbureau TNO analyseerde twee miljoen zwangerschappen.

Vrouwen die voor het eerst bevallen, vragen vaker om pijnstillers, waardoor ze bij de specialist terechtkomen. Volgens Simone Buitendijk, bijzonder hoogleraar verloskunde van het AMC, kunnen thuisbevallingen, als de trend doorzet, in gevaar komen. Gemiddeld zijn vrouwen die thuis bevallen meer tevreden dan vrouwen die in het ziekenhuis bevallen.

Polypil tegen hart- en vaatziekten

Het was een soort vooronderzoek, in India, waar senioren (55+) preventief dagelijks één pilletje (Polycap) slikten tegen hart- en vaatziekten. Verwacht was dat het aantal ziekten (hartaanvallen en beroertes) met 80 procent zou verminderen, maar dat blijkt vooralsnog zo'n 55 procent te zijn, zo liet 'The Lancet' weten.

Twee Britse hoogleraren preventieve geneeskunde, Nicholas Wald en Malcolm Law, bedachten de combinatiepil, waarin een cholesterolverlager (een statine), een plaspil, een bètablokker en een ACE-remmer als bloeddrukverlagers, foliumzuur en aspirine bij elkaar gebracht werden, alle in lage dosering. Uiteindelijk deed foliumzuur niet mee omdat het de risico's niet zou verlagen. De statine in de combinatiepil verlaagde het cholesterolgehalte minder goed dan wanneer niet de combinatiepil, maar alleen dezelfde dosering statine geslikt werd. Hetzelfde gold voor de bloedverdunner aspirine.

Zulk soort gezondheidseffecten zou ook verkregen kunnen worden met een gezonde leefstijl en dus zonder de preventieve medicalisering van de polypil. Want naast de 55-plussers zijn er natuurlijk meer groepen die voor medicalisering in aanmerking komen. Te denken valt aan mensen met overgewicht, mensen met een zittend beroep, rokers, drinkers, zwangeren, kinderen in de groei. De 55-plussers zouden misschien ook kunnen kiezen voor gezond eten, groenten en fruit, vis, wat chocolade, elke dag een wandeling en 's avonds een glas rode wijn.

3-6: Privé-oogklinieken

Hier en daar lopen in de ziekenhuizen de wachttijden voor een oogartsconsult op tot een halfjaar. Er is een samenhang met de vergrijzing. En dus komen de privé-klinieken als paddestoelen uit de grond. Het OMC (Oogheelkundig Medisch Centrum) in Groningen is een grote, die al wat langer speler in de markt is (zes oogartsen, 1300 staaroperaties per jaar). Het UMCG heeft als privékliniek Hanze Vision. Eyescan is een nieuwe speler in het veld (Emmen, volgend jaar Beilen, nauwe samenwerking met optometristen en huisartsen) en Zonnestraal heeft poliklinieken verspreid over het land.

De prijzen die de privé-klinieken berekenen, zijn door minder overhead en meer flexibiliteit lager dan in de ziekenhuizen gebruikelijk en de kwaliteit zou even hoog zijn. Naast de door de zorgverzekeringen vergoede staarbehandelingen doen de privé-klinieken voor eigen rekening van de patiënt bijvoorbeeld ook operaties om van een bril af te komen (laserbehandeling en implanteerbare lensjes).

Zie verder maculadegeneratie en glaucoom

4-6: Wiegendood, rugligging en scheve babyhoofdjes

In de jaren 70 werd duidelijk dat buikligging een belangrijke oorzaak was van wiegendood. Er waren tot 300 gevallen per jaar. Sinds weer gekozen wordt voor rugligging is dit aantal tot onder de 20 gedaald. Bijeffect van rugligging is vervorming van het hoofdje (plagiocefalie) met latere kaak- en/of gehoorproblemen of scheel zien als gevolg. Zo'n 20.000 kinderen hebben hier jaarlijks last van, waarvan 5.000 met blijvende scheefgroei.

Belangrijk is dat de baby niet steeds op de rug (op het achterhoofd) ligt en zeker niet in steeds dezelfde houding. Leg het kind als u in de buurt bent op de buik in de box. Probeer uw kind, als het een voorkeurshouding heeft in bed, als u in de buurt bent, zoveel mogelijk toch op de buik te leggen. Voed het kind afwisselend op de linker en de rechter arm. Alle afwisseling helpt de vervorming te voorkomen. Momenteel loopt er onderzoek naar de zogenoemde helmredressietherapie, waarbij het kind een helmpje op krijgt. In een vroeg stadium toegepast lijkt de methode effectief, maar over eventuele nadelen is nog niets bekend.

Zie ook hier.

5-6: Maagklachten en helicobacter pylori

Maagklachten komen veel voor. Als de balans tussen slijm- en maagzuurproductie is verstoord, kunnen maag, twaalfvingerige darm (duodenum) en/of slokdarm (oesofagus) aangetast worden. Vervolgens kan een maagzweer (ulcus pepticum) of een zweer in het duodenum (ulcus duodeni) ontstaan. De problemen worden vaak veroorzaakt door de helicobacterbacterie, die in staat is het maagzuur te overleven. De bacterie wordt wel in verband gebracht met junkfood en stress. Aan de andere kant komt de bacterie in West-Europa steeds minder voor, bij zo'n 15 procent van de bevolking tegen bij 75 procent in derdewereldlanden. De bacterie geeft lang niet bij iedereen klachten, is niet erg besmettelijk en kan aangetoond worden in een ademtest en een fecestest. Met een boedserumtest kunnen eventuele antistoffen tegen de bacterie worden aangetoond. De WHO verklaarde de bacterie in 1994 als carcinogeen (kankerverwekkend). Bekend is dat het menselijk afweersysteem onvoldoende in staat is de bacterie effectief te bestrijden. Gebruik van aspirine en andere NSAID-pijnstillers (Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs, ook wel prostaglandinesynthetaseremmers) als diclofenac, ibuprofen en naproxen kunnen een rol spelen in het ontstaan van de klachten. Gecombineerd met bloedverdunners of prednisolon is het risico nog groter. Neem de NSAID's daarom altijd pas na het eten. Verder werken roken en alcoholgebruik risicoverhogend. Ook mensen met bloedgroep 0 lopen om onbekende reden een verhoogd risico.

De klachten kunnen na het eten toenemen en verminderen bij het gebruik van zuurremmende middelen (protonpompremmers) als omeprazol (Losec). De helicobacter pylori wordt (meestal blijvend) uitgeroeid door een combinatie van een zuurremmer en antibiotica (tripeltherapie) gedurende een week (bijvoorbeeld 2 x daags 20 mg. omeprazol plus 1.000 mg. amoxicilline plus 500 mg. claritromycine). Bij een (chronische) maagzweer, het meest voorkomend bij mannen tussen 30 en 50, kan sprake zijn van een knagende branderige pijn, vaak halverwege de ochtend beginnend en ook 's nachts optredend, zuurbranden, oprispingen, misselijkheid en braken en gebrek aan eetlust en obstipatie. Patiënten verdragen koffie, alcohol en scherpe kruiden vaak slecht. Bij een slepende bloeding kan anemie (bloedarmoede) ontstaan. Het meest komen zweren in het duodenum voor, ook weer vooral bij mannen. Zweren in de slokdarm zijn zeldzaam. Onderzoek gebeurt door endoscopie, het kijken in de inwendige organen als de maag (gastroscopie). Een maagzweer behoeft met de moderne middelen vrijwel nooit meer geopereerd te worden. Bij verdenking op maagkanker zal er verder onderzoek door bijvoorbeeld echografie en/of ct-scan plaatsvinden.

Zie ook hier.

Dengue (knokkelkoorts)

Dengue is een virale infectie, overgebracht van mens op mens door de vrouwelijke Aedes aegypti (denguemug of zebramug (zwart-wit gestreepte pootjes en wat kleiner van formaat dan onze eigen huismug)) die ruwweg in de malariagebieden voorkomt en daar vooral in stedelijke gebieden met veel CO2. Deze mug is overdag actief en dan vooral de eerste uren na zonsopkomst en de uren voor zonsondergang, bij bewolking echter en binnenshuis de hele dag door. Er zijn vier verwante virussen die hetzelfde ziektebeeld kunnen geven. Het doormaken van één van de vier soorten geeft een levenslange immuniteit voor die soort (kruisimmuniteit), maar er zijn aanwijzingen dat de gevoeligheid voor de andere drie soorten daarmee toeneemt. Dengue is sterk in opkomst.

Dengue wordt soms ook overgebracht door de vrouwelijke Aedes albopictus, de tijgermug, met witte en zwarte contouren op lichaam en poten. (Ook overdag actief en in 2005 in Nederland geïmporteerd vanuit China met de Lucky Bamboo of Dracaena sanderiana, die inmiddels ook hier in kassen wordt gekweekt. Sinds 2013 is algemeen bekend dat deze mug ook in (tweedehands) autobanden vanuit de tropen Nederland binnen komt.) De Aedes albopictus kan ook andere ernstige ziektes als de West-Nijlziekte, Japanse encefalitis, chikungunya en gele koorts overbrengen. De beet van de Aedes albopictus is pijnlijk en geeft een roodpaarse vlek op de huid.

Dengue geeft na een incubatieperiode van enkele dagen tot ruim een week plotselinge zeer hoge koorts, zware hoofdpijn, pijn achter de ogen, pijn in spieren, botten en vooral gewrichten, vooral onder in de rug, soms uitslag, beginnend op onderbenen en borst, soms maagdarmontsteking. Patiënten zijn besmettelijk zolang ze koorts hebben. De ziekte duurt een week, met een nieuwe koortspiek op het eind. Tegen het einde van de koorts komen de huidafwijkingen opzetten en de hoeveelheid bloedplaatjes blijft dalen (trombocytopenie), zolang de temperatuur nog niet normaal is. Bij de ernstiger dengue hemorragische koorts (DHK) zien we verder na een paar dagen bloedingsneiging (huid, tandvlees, bloedneus, darmen) door de trombocytopenie (<100.000/mm3), hyperpermeabiliteit (vergrote doordringbaarheid) van de vaatwanden en indikking van het bloed. DSS staat voor het dengue shocksyndroom met aandoeningen van het zenuwstelsel, zoals epileptische verschijnselen. Belangrijk is dat de patiënt veel drinkt (eventueel ORS) en zo nodig een infuus krijgt en veel rust. Tegen de koorts kan paracetamol gebruikt worden, geen acetylsalicylzuur, aspirine, diclofenac, ibuprofen of naproxen (hebben een bloedverdunnend effect). Tegen braken eventueel domperidon. Een vaccinatie of geneesmiddel is er niet. Preventief zijn het ter plekke verwijderen van stilstaand schoon water waarin de eitjes gelegd worden, het dragen van bedekkende kleding in niet-felle kleuren en gebruik van antimuggenmiddelen met 20 tot 50 procent DEET (diethyltoluamide, een hoger percentage werkt niet beter, wel langer). Zorg ervoor de DEET niet in mond of ogen te krijgen en smeer het bij kinderen dus niet op de handen. Gebruik het middel i.v.m. mogelijke bijwerkingen spaarzaam, vooral bij kinderen. Spuit permetrine op de kleding om muggen er niet doorheen te laten prikken en spuit het in de slaapkamer voor het slapen gaan. Muggen houden niet van door een ventilator in beweging gehouden lucht, evenmin van airco. Er wordt wel gezegd dat gebruik voor en tijdens een vakantie in een Dengue-gebied van vitamine B1 (thiamine, 25-50 mg. driemaal daags) en/of knoflook onaangenaam is voor muggen, maar bewezen is het niet.

Zie ook hier.

6-6: Gele koorts

Gele koorts is een virusinfectieziekte die door muggen vanaf de besmette aap en de besmette mens wordt overgebracht. De ziekte komt voor in Afrika beneden de Sahara (vooral West-Afrika) en (veel minder) in Zuid- en Midden-Amerika (vooral het Amazonegebied). Net als Dengue wordt gele koorts in Afrika overgebracht door de Aedes aegypti-mug, maar ook door de Aedes africanus. In Zuid-Amerika door het muggengeslacht Haemagogus. Deze muggen prikken vooral in de eerste uren na zonsopkomst en de uren voor zonsondergang. Een mug die een geïnfecteerde aap of mens prikt, wordt na twee tot drie weken besmettelijk. De meeste besmettingen vinden plaats in of kort na het regenseizoen.

De incubatietijd van gele koorts is drie tot zes dagen. Twintig procent van de besmette mensen wordt daadwerkelijk ziek. De symptomen kunnen lijken op een acuut griepje, maar ook ernstiger zijn: acuut hoge koorts, malaise, spierpijn, misselijkheid, braken, geelzucht. De pols is vaak langzaam. Na een paar dagen gaat het beter, de ziekte is in remissie. De meeste patiënten genezen nu, maar bij twintig procent evolueert de ziekte naar de intoxicatiefase. Er treedt verslechtering op met (inwendige) bloedingen, ernstige hepatitis en neurologische afwijkingen. Eenderde van deze patiënten zal uiteindelijk zo'n zeven tot tien dagen na de eerste klachten aan de ziekte overlijden.

Er is geen (antivirale) behandeling voor gele koorts, zodat alleen op de symptomen gereageerd kan worden. Er is wel een vaccin (het 17D-vaccin), een eenmalige injectie met verzwakte virussen, dat na maximaal tien dagen minstens tien jaar bescherming tegen besmetting geeft. Dat wordt vanwege het risico op encefalitis (hersenontsteking) echter niet gegeven aan kinderen onder een half jaar en aan ouderen.

Schistosomiasis of Bilharzia

Schistosomiasis of Bilharzia is een infectie met een parasitaire worm (schistosomaworm) die voorkomt in stilstaand zoet water in de (sub)tropen, met name in heel Afrika, in Brazilië, China, India, Indonesië en delen van het Midden-Oosten. De larven van de zoetwaterslakken kunnen in de intacte huid doordringen en zich in het lichaam ontwikkelen tot wormen die in de bloedvaten van blaas of darm leven.

Een paar uur tot een paar dagen na besmetting kan er wat jeuk of huiduitslag zijn op de plek waar een wormpje is binnengedrongen. Sommigen zullen verder niet ziek worden. Eén tot twee maanden na besmetting kunnen griepachtige verschijnselen met eventueel bloed in de urine optreden (Katayamasyndroom), die na enkele tot een aantal weken weer overgaan. In de chronische fase ontstaat een ontsteking in de blaas of de darmen. Het kan jaren duren voor voordat de patiënt te maken krijgt met bloed in de urine of de ontlasting. Ook longen, milt, lever, ruggenmerg en hersenen kunnen aangetast raken. Een relatie tussen schistosomiasis en blaaskanker wordt vermoed.

Mijd dus stilstaand water in genoemde gebieden, ook om de handen af te spoelen! In gechloreerd water overleven de larven niet. Moet toch oppervlaktewater gebruikt worden (om te douchen bijvoorbeeld), verwarm het ten minste 5 minuten tot ten minste 50 graden C. Of laat het water twee dagen staan. De larven overleven zonder gastheer slechts ongeveer 24 uur.

Het stellen van de diagnose kan in Nederland problematisch zijn. Bedenk dus zelf of u besmet zou kunnen zijn. Bij twijfel: in uw urine en/of feces zullen de eitjes bij besmetting aan te tonen zijn. Biltricide (praziquantel) is effectief als behandeling.

8-6: Pfeiffer, mononucleosis infectiosa, klierkoorts, kissing disease

Pfeiffer, mononucleosis infectiosa, klierkoorts en kissing disease (kusziekte) zijn de namen voor een virale infectie door het Epstein-Barrvirus (EBV, humaan herpesvirus 4, HHV-4). Pfeiffer treedt meestal op bij jonge kinderen, zonder dat ze echt ziek worden. Op vijfjarige leeftijd heeft de helft van de kinderen, gezien de in het bloed aanwezige antistoffen, de ziekte doorgemaakt. Van de volwassenen heeft 85 procent de antistoffen. Wie de ziekte heeft gehad, krijgt deze niet opnieuw, of het afweersysteem zou al sterk verzwakt moeten raken. (Het virus blijft latent in het lichaam aanwezig.) De diagnose kan door bloedonderzoek met vrij grote zekerheid worden gesteld. De besmetting gaat via speeksel. Het virus overleeft slecht buiten het lichaam en het risico het aangehoest te krijgen is niet groot. Zoenen of ander mond-op-mondcontact is de grote boosdoener bij de besmetting. Ook personen die de ziekte al gehad hebben, kunnen bij reactivering van het latent aanwezige virus, zonder klachten besmettelijk zijn. De incubatietijd is tussen een week en drie maanden.

Het ziektebeeld wordt vooral gezien bij tieners en adolescenten. Het kan nogal lijken op cytomegalie (zie hieronder), toxoplasmose (zie hieronder), hepatitis B, rubella (rodehond) en een primaire hiv-infectie. De ziekte lijkt eerst veel op griep door de koorts, keelpijn en hoofdpijn. Er zijn gezwollen lymfklieren, met name van de keel, soms ook van oksels en liezen, keelontsteking en vaak vermoeidheid. Er kan huiduitslag zijn die lijkt op rodehond en er kan geelzucht (leverontsteking) optreden en pijn in de borstkas. De milt en de lever kunnen vergroot zijn en soms wordt er vocht vastgehouden rond de ogen. Zelden treden gevaarlijke complicaties als miltruptuur (gescheurde milt), encefalitis (hersenontsteking), hemolytische anemie (een abnormale immuunreactie waarbij rode bloedcellen worden afgebroken), trombo(cyto)penie (tekort aan bloedplaatjes) en myocarditis (hartspierontsteking) op. De acute fase duurt meestal twee tot drie weken, maar sommigen zijn er veel eerder doorheen, terwijl één procent van de patiënten (veel) langer vermoeidheidsklachten houdt (chronisch mononucleosissyndroom, chronische vermoeidheid na Pfeiffer). Over het geheel kunnen de dagelijkse bezigheden al snel normaal gecontinueerd worden, maar bij vermoeidheidsklachten is het goed extra te rusten.

Er is geen behandeling voor deze virusinfectie. Zorg voor rust en gezonde voeding om het afweersysteem te ondersteunen. Als Pfeiffer is aangezien voor keelontsteking en behandeld wordt (als een streptokokkeninfectie) met amoxicilline zal wellicht huiduitslag optreden en de onterechte conclusie post vatten dat de patiënt allergisch reageert op het middel. Tijdens de acute fase is men extra vatbaar voor andere infecties. Soms worden om die reden antibiotica voorgeschreven. In verband met de leverontsteking bij Pfeiffer wordt afgeraden in de acute fase alcohol te gebruiken. Een enkele keer 'valt' ook paracetamol niet goed. Een vaccin tegen Pfeiffer is in voorbereiding.

Cytomegalie

Cytomegalie is een infectieziekte door het cytomegalovirus (CMV, een herpesvirus) dat wordt overgebracht door intensief contact via speeksel, urine, sperma, cervixslijm, moedermelk of bloed. Het virus zou eventueel ook aangehoest kunnen worden. De meeste mensen lopen ooit een besmetting op en worden er niet ziek van. Mensen met verminderde weerstand kunnen longontsteking en ontsteking van het netvlies (retinitis) als complicatie krijgen en sommige pubers en adolescenten (15-25 jaar) krijgen koorts, malaise, keelpijn, (soms) braken en diarree, lymfkliervergroting, lymfocytose (een toenemende hoeveelheid lymfocyten (soort witte bloedcellen) in het bloed), leverfunctieproblemen en soms het zogenaamde chronische mononucleosissyndroom (chronische vermoeidheid na Pfeiffer). Het virus kan ernstige schade (doofheid, geelzucht, bloedafwijkingen) toebrengen aan het ongeboren kind als de moeder in de (eerste helft van de) zwangerschap geïnfecteerd raakt. Aangeboren (congenitale) infecties kunnen verder oogproblemen, encefalitis (hersenontsteking), micro-encefalie (geringe hersenomvang) en cerebrale calcificatie (kalkafzetting in de hersenen) veroorzaken.

Er is geen behandeling voor de infectie. Mensen met verminderde weerstand (hiv-patiënten en na ontvangen orgaandonatie) krijgen een antiviraal middel om het virus te remmen.

9-6: Toxoplasmose

Toxoplasmose wordt veroorzaakt door een eencellige parasiet die in katachtigen een seksuele voortplantingscyclus heeft. Katten raken besmet door het eten van besmet vlees. De parasiet komt vervolgens met de ontlasting naar buiten en kan makkelijk maandenlang infectueus blijven. Ook in de uitwerpselen van besmette varkens, geiten en schapen kunnen de parasieten voorkomen. Besmetting van de mens gebeurt meestal van de kattenbak, vooral als daar jonge katten in hebben gepoept, naar de mond en (bijvoorbeeld via wroeten in de grond) bij tuinieren. Verder door het eten van onvoldoende verhit besmet vlees (van koeien, schapen of varkens) of ongewassen groente.

De meesten worden niet of slechts weinig (grieperig) ziek na besmetting. Mensen met verminderde weerstand kunnen na besmetting schade aan de hersenen en het netvlies overhouden. Mensen die besmet zijn geweest, blijken vertraagd in hun reactiesnelheid en hebben tweemaal zoveel kans op ongelukken in het verkeer. Ook lijkt het erop dat mensen met schizofrenie relatief vaak met toxoplasmose besmet zijn. Zwangeren moeten extra opletten. Een abortus, een waterhoofd of oogafwijkingen bij het kind kunnen het gevolg van een besmetting zijn. Van de zwangeren heeft 45 procent (nog) geen antistoffen tegen toxoplasmose.

10-6: HSV-1 en Alzheimer

Wetenschappers van de universiteiten van Manchester (Ruth Itzhaki) en Californië (Frank Laferla) denken dat er verband is tussen het HSV-1-virus (herpes simplex-1), dat de koortslip veroorzaakt, en Alzheimer. Bij koortslippatiënten, maar niet alleen bij hen, is het herpesvirus latent aanwezig en kan bij verminderde weerstand de kop opsteken. Bij een niet actieve aanwezigheid van dat virus in de hersenen, zou een bepaalde genmutatie (APOE-4 allel), bij afnemende weerstand op hogere leeftijd het virus kunnen activeren en daarmee het neerslaan van het bèta-amyloïd (onoplosbaar eiwit dat zich ophoopt in de hersenen van Alzheimer-patiënten en hersencellen doodt, de plaques).

Vooralsnog wordt de theorie in de medische wetenschap niet breed gedragen.

Herpes en gordelroos

Het herpes simplexvirus-1 (HSV-1) geeft de koortslip of herpes labialis.
Het herpes simplexvirus-2 (HSV-2) geeft herpes genitalis, een soa (seksueel overdraagbare aandoening).

In enkele gevallen, bij verminderde weerstand, kan een herpesinfectie zich uitbreiden naar de hersenen: herpes simplex encefalitis. Het is een snel en ernstig verlopend ziektebeeld, met hoofdpijn, gedragsveranderingen, slikproblemen, epilepsie, verlammingen en coma. Antivirale behandeling is vereist. Antivirale middelen kunnen ook bij ernstige herpesinfecties elders ingezet worden, maar men moet wel binnen een paar dagen na aanvang van de klachten beginnen.

Herpes zoster (gordelroos) komt soms voor na contact met een kind met waterpokken. Het geeft eerst jeuk, pijn en tintelingen op een plek op de huid, vaak rond buik of taille. Na een paar dagen komen rode huidplekken en met vocht gevulde blaasjes voor, die na een paar weken overgaan in korstjes en weer verdwijnen. In feite is het hetzelfde virus dat bij kinderen waterpokken veroorzaakt, het Varicella zostervirus. Gordelroos treedt meest op bij verlaagde weerstand na het 60ste levensjaar. Gordelroos is besmettelijk. Veel sterke brandnetelthee drinken kan de klachten sterk verminderen.

Pas op met gordelroos in het gezicht en vooral bij de ogen. Het virus kan het gezichtsvermogen aantasten. Na een aanval van gordelroos blijkt het risico een beroerte (herseninfarct of hersenbloeding) te krijgen bijna eenderde hoger en na gordelroos bij het oog is de kans op een beroerte gedurende een jaar ruim viermaal zo groot. Taiwanese onderzoekers denken dat het virus de bloedvaten in de hersenen beschadigt. Tegenwoordig worden bij gordelroos in het gezicht virusremmers gegeven.

11-6: Alzheimer

Alzheimer is naast vasculaire dementie (multi-infarctdementie), Pick (een frontotemporale dementie), Lewy body (een combinatie van dementering en latere Parkinson), Parkinsondementie, organisch psychosyndroom (OPS of schildersziekte), Creutzfeldt-Jacob en Korsakov één van de soorten van dementie, zij het de meest voorkomende. Tweederde van de dementiepatiënten heeft Alzheimer, gevolgd door de 15 procent die vasculaire dementie heeft (waaraan doorgaans chronische hoge bloeddruk, suikerziekte, vaataandoeningen en herseninfarcten en/of tia's zijn voorafgegaan). Bij het ontstaan van Alzheimer kan een genetische predispositie bestaan in het erfelijk materiaal, het ApoE4-allel en/of het ApoE3-allel (10 procent van de gevallen). De rol van kwik en aluminium (in amalgaamvullingen) is niet duidelijk. Dementie-achtige symptomen kunnen bij sommige ouderen ook bij een depressie voorkomen. Een depressie kan behandeld worden en genezen. Ook enkele lichamelijke aandoeningen en medicijnvergiftiging kunnen op dementie lijkende verschijnselen geven.

Alzheimer kenmerkt zich door een voortgaande achteruitgang van geheugen- en denkfuncties. De patiënt raakt gedesoriënteerd (in tijd, plaats en ten slotte persoon). Bepaalde eiwitten worden onjuist afgebroken, waardoor concentraties (plaques, tangles) daarvan zich in de hersenzenuwen en rond de bloedvaten in de hersenen ophopen, met afsterving van hersencellen als gevolg. Eerst is vooral de inprenting gestoord, maar later ook het langetermijngeheugen. Daar kunnen woordvindstoornissen (afasie), confabulaties (het invullen van geheugengaten met fantasie), visueel-ruimtelijke stoornissen, apraxie (het niet meer kunnen uitvoeren van vertrouwde handelingen), karakterveranderingen, initiatiefloosheid, decorumverlies (gebrek aan aandacht voor uiterlijk en gedrag) en verstoring dag- en nachtritme bij komen. De snelheid van het ziekteproces kan door vereenzaming en tekort aan activering worden versneld en zou in sommige gevallen door bepaalde medicatie (bijvoorbeeld Exelon, rivastigmine, een acetyl- en butyrylcholinesteraseremmer) kunnen worden vertraagd. Er is geen genezing voor Alzheimer.

De primaire oorzaak van Alzheimer is niet bekend. De belangrijkste bekende risicofactor voor het krijgen van de ziekte is de leeftijd. Vervolgens het hebben van een familielid in de eerste graad met Alzheimer. Bij oudere vrouwen komt de ziekte veel meer voor dan bij oudere mannen.

12-6: Vasculaire dementie

Vasculaire dementie (multi-infarctdementie, MID, arteriosclerotische dementie) komt na Alzheimer (tweederde van de dementiegevallen) met 15 procent het meest voor. De doorbloeding in de hersenen is bij deze vorm van dementie verstoord geraakt met zuurstoftekorten als gevolg, meestal na chronische hoge bloeddruk en/of hart- en vaatlijden als tia's en/of infarct(en) in de hersenen. Ook diabetes kan hierbij een factor zijn. Vasculaire dementie kent vaak een acuut begin, in tegenstelling tot Alzheimer, dat veel meer sluipend begint. Plotseling wegvallende functies kunnen wijzen op vasculaire problemen. Bij nieuwe infarctjes doen zich steeds weer plotselinge verslechteringen voor. Tussendoor is het beeld stabiel of kan zich zelfs iets verbeteren. De vasculaire vorm van dementie komt wat meer bij mannen dan bij vrouwen voor. Als eerste wordt vaak een vertraging in het denken, spreken en bewegen opgemerkt en zijn de geheugen- en oriëntatieproblemen daarbij minder opvallend dan bij Alzheimer. Lichamelijke verschijnselen als verlammingen, verstijvingen en gevoelsverlies zullen zich gemakkelijk voordoen, net als problemen met praten, slikken en plassen. Vaak zien we ook pijn op de borst, kortademigheid en vochtophopingen (oedemen). Doordat patiënten zich lang bewust blijven van de achteruitgang, veranderen de emoties. Soms zien we neerslachtigheid of sterk wisselende stemmingen. Er ontstaan gaten in het geheugen en lacunes in het denken. Ook doen zich gemakkelijk problemen met evenwicht en gezichtsvermogen voor. Bepaalde spiergroepen kunnen aan kracht inboeten. In tegenstelling tot Alzheimer zien we geen seniele plaques en neurofibrillaire kluwens (tangles).

21-6: Andere vormen van dementie

Ziekte van Pick
De ziekte van Pick of frontotemporale dementie (ook wel frontaalkwabdementie) is een ziekte van het voorste deel van de hersenen, waarbij de opgezwollen ballonvormige zenuwcellen (cellen van Pick) vaak opvallen. De ziekte begint sluipend, meest tussen 40 en 60 jaar, een enkele keer al op 25-jarige leeftijd. Er is een belangrijke erfelijke component (1 op 3 gevallen blijkt erfelijk). Eerst vallen dikwijls gedrags- en persoonlijkheidsveranderingen op en stereotiepe trekkingen in het gezicht. We zien dwangmatige gedragingen en kinderlijke vrolijkheid. Het organisatievermogen en complexe handelingen verslechteren en er kan impulsiviteit, onverschilligheid, roekeloosheid en decorumverlies optreden. Het beeld kan antisociaal aandoen. Ook zijn er vaak taalproblemen (o.a. echolalie). Geheugen en oriëntatie blijven lang intact, reden waarom vaak eerst aan een psychiatrische stoornis wordt gedacht.

Korsakowsyndroom
Vooral door alcoholmisbruik (veelal samen met slechte voeding) kan een ernstig tekort van vitamine B1 (thiamine) ontstaan. Daaruit kan (meer bij mannen dan vrouwen) Korsakow of alcoholdementie voortkomen. De ziekte wordt soms voorafgegaan door Wernicke (met neurologische problemen als loopstoornissen en verlammingen van de oogspieren). Er ontstaat bij Korsakow geheugenverlies dat wordt opgevuld met confabulaties (gefantaseerde verhalen om de geheugengaten op te vullen). Er is onvoldoende ziekte-inzicht. Als de oorzaak van het probleem wordt weggenomen (stoppen van het alcoholgebruik) of als vitamine B1 wordt toegediend, kan in een aantal gevallen het beeld aanzienlijk verbeteren.

Creutzfeldt-Jakob
Bij het ongeneeslijke Creutzfeldt-Jakob sterven hersencellen in hoog tempo af en ontstaat dementie die in de helft van de gevallen binnen een half jaar tot de dood leidt, vaak als gevolg van longontsteking. De ziekte wordt veroorzaakt door een prion (eiwit) dat gaat veranderen van vorm. Dat leidt tot spongiforme encefalopathie (sponsachtig hersenweefsel). Creutzfeldt-Jakob komt voor bij schapen (scrapie) en koeien (BSE, gekkekoeienziekte). Het eten van besmette producten kan Creutzfeldt-Jakob op mensen overbrengen.
De ziekte openbaart zich meest bij mensen tussen de 50 en 60. De eerste symptomen zijn vaak vaag: psychische veranderingen, overspannenheid en/of depressie. Al snel volgen ernstige geheugendefecten en neurologische problemen. Er treden epilepsie-achtige verschijnselen op, de patiënt wordt incontinent, kan niet meer spreken en niet meer bewegen. Waarschijnlijk is dan ook het bewustzijn te leven verloren.

Ziekte van Parkinson en Lewy body dementie
De ziekte van Parkinson geeft problemen bij het bewegen. De vingers en handen trillen of beven, de bewegingen worden trager, er kan hypokinesie (bewegingsarmoede) ontstaan, de gezichtsuitdrukking wordt vlak en star, de stem monotoon en moeilijker te verstaan en de lichaamshouding voorovergebogen stijf. Het schrijven wordt bemoeilijkt. Er kunnen depressieve gevoelens optreden. Parkinson is een vrij zeldzame aandoening, waarvan het risico de ziekte te krijgen toeneemt met de leeftijd. De ziekte verloopt langzaam. Door celafbraak in de hersenen ontstaat een tekort aan dopamine. Toediening van dopamine kan verwardheid en psychose veroorzaken en kan het probleem bovendien niet echt opheffen. Bij de kleinste helft van de patiënten ontwikkelt zich ook dementie (Parkinson-dementie) en vindt men in de hersenen Lewy bodies. We spreken van de ziekte van Lewy body als de dementie het gevolg is van deze typische abnormale eiwitinkapselingen in de hersencellen. Er wordt wel gedacht dat vooral ubiquitine wordt afgezet in de cellen als die gevaar lopen, bijvoorbeeld door intoxicatie. Bij Lewy body zien we al vroeg visuele hallucinaties, een sterk wisselende mate van problemen in geheugen en oriëntatie en geregelde periodes van verwardheid, gecombineerd met Parkinson. De Lewy body dementie kan sterk op Alzheimer lijken, bij anderen echter meer op Parkinson. Parkinson-dementiepatiënten worden tegenwoordig behandeld met bijvoorbeeld Exelon (rivastigmine), dat het proces lijkt te remmen.

OPS (Organisch PsychoSyndroom, schildersziekte, schildersgekte)
OPS kan een op dementie gelijkend beeld geven. Het wordt doorgaans veroorzaakt door gevoeligheid voor gecombineerd met blootstelling aan organische oplosmiddelen (drukkerijen, bepaalde verven) en door hersenaandoeningen en (ernstig) hersenletsel.

24-6: Minder allergieën?

In 'Spits' van 16 juni stond een artikeltje van Annette Karimi, waarin immunoloog en hoogleraar (Wageningen) Huub Savelkoul stelt dat allergie in ons land op z'n retour is. In de jaren 60 had 5 tot 10 procent van de bevolking last van allergieën, inmiddels ongeveer de helft. De aandoening ontstaat door een combinatie van factoren als aanleg, roken, luchtverontreiniging, hygiëne, voeding en leefwijze. Door veranderingen in leefwijze en leefomgeving (meer aandacht voor gezonde voeding, minder roken, meer hygiënische huizen) is inmiddels een stagnatie in de opmars van allergieën ingezet.

Savelkoul gelooft in een meervoudige aanpak. Hij doelt op gezond en gevarieerd eten, goede beweging, goede darmflora, minder stress, een gezonde huisinrichting en werkomgeving en frisse lucht, zaken dus die het immuunsysteem, dat bij allergie overdreven reageert op iets onschuldigs in de leefomgeving, zo gezond en krachtig mogelijk houdt. Volgens hem wordt tot nu toe te veel nadruk gelegd op medicatie, maar zou de aandacht meer gericht moeten worden op preventie.

Chronische ontsteking tandvlees gevaarlijk

In DvhN van 18 juni stond een artikel van Arend van Wijngaarden over tandvleesontsteking. Zo'n ontsteking blijkt volgens hoogleraren Frank Abbas en Arie Jan van Winkelhoff (UMCG) het risico van hartklachten, reuma, diabetes en vroeggeboortes te vergroten. Het probleem zou bij een kwart van de mensen voorkomen.

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat moeders van te vroeg geboren kinderen vaker last hebben van ontstoken tandvlees. UMCG-onderzoek toonde aan dat zwangerschapskoorts meer voorkomt bij vrouwen met een tandvleesontsteking. Verder is verband aangetoond met diabetes, hart- en vaatziekten en reumatoïde artritis. De algehele weerstand lijdt onder de ontsteking. De bacteriën in het bloed brengen het immuunsysteem in een constante alarmfase, volgens Winkelhoff. Een goed gebit komt kennelijk de algehele conditie ten goede.

25-6: Erectiestoornis

In AD van 13 juni een artikel van Miranda Megens over erectiestoornissen. Aan het woord komt Cobi Reisman, uroloog in ziekenhuis Amstelland in Amstelveen. Reisman meent dat veel mannen zich schamen en daarom rommelen met onbetrouwbare en soms gevaarlijke erectiepillen via internet. Artsen zouden volgens Reisman vaker naar het probleem moeten vragen. Bijvoorbeeld: 'Veel mannen met suikerziekte hebben een erectieprobleem, u misschien ook?' Hart- en vaatziekten zouden de belangrijkste oorzaak van erectiestoornissen zijn. De bijbehorende risicofactoren als te hoog cholesterol, hoge bloeddruk, overgewicht, roken en weinig bewegen spelen ook mee. Verder zijn leeftijd, tekort aan het mannelijke hormoon testosteron en zenuwaandoeningen als Parkinson en ms van belang. Ook na bepaalde operaties en bestralingen is er een verhoogde kans op erectieproblemen. Daarnaast kunnen depressies, stress, relatieproblemen en faalangst causaal meedoen.

Blowen

In AD 13 juni een artikel van Hanny Roskamp over psychoses ten gevolge van blowen. Langzaam komt er meer aandacht voor het probleem, waarin sommige jongeren zelfs schizofrenie ontwikkelen na softdrugsgebruik. Er wordt een aantal verschijnselen opgesomd om een psychose bij jongeren te herkennen: terugtrekgedrag, geen contacten meer aangaan, achtervolgingswanen of het idee dat anderen de betrokkene kwaad willen doen, niet kloppende verhalen, sombere stemming, trager gedrag, geheugenverlies, omkering dag- nachtritme.

Meestal gaat het om jongens tussen 16 en 27 jaar. Zo'n 363.000 Nederlanders gebruiken geregeld cannabis, een kwart van hen dagelijks. In de steden wordt driemaal meer geblowd dan op het platteland.

Zie ook hier.

Hypothyreoïdie

Bij hypothyreoïdie werkt de schildklier, onder de adamsappel, te traag. De schildklier reguleert de verbrandingsprocessen van het lichaam door middel van het schildklierhormoon (T4), dat onder controle staat van het hormoon TSH dat de hypofyse produceert. Hoe meer schildklierhormoon, hoe meer verbranding. Bijvoorbeeld na een virusinfectie kan de hormoonproductie terugvallen. Men voelt zich dan kouwelijk en moe, kan overgewicht ontwikkelen en de pols is relatief traag. Het hormoon kan echter als medicament worden toegediend, zodat de stofwisseling gereguleerd kan worden. Controle van het hormoonevenwicht blijft veelal nodig. Hypothyreoïdie komt meer bij vrouwen voor.

30-6: Keizersnee

In AD vandaag een stuk van Melchior Meijer over de sectio caesarea of keizersnede (genoemd naar Julius Caesar, die na de dood van zijn moeder door een keizersnede zou zijn geboren). De ingreep wordt populairder: in Nederland wordt 14 procent van de kinderen door een keizersnee geboren, in Groot-Brittannië 26 procent, in Italië 40 procent! Onder andere onderzoekers van het Karolinska Instituut Stockholm vonden dat deze wijze van geboren worden de kans op latere astma, allergiën, diabetes en kanker vergroot. De stress bij een gewone bevalling zou bepalen welke genen moeten worden uitgeschakeld respectievelijk geactiveerd, waardoor het immuunsysteem op z'n taak berekend raakt. Bij een keizersnede komt die stress wel zeer plotseling, wat nadelen kan hebben voor doeltreffende inschakeling van het immuunsysteem. Het dna in de leukocyten (witte bloedlichaampjes) blijkt zich in de eerste dagen na een gewone geboorte anders te ontwikkelen dan na geboorte door een keizersnede.

2-7: Oorontsteking door antibiotica

Onderzoekers van het UMC Utrecht (onder leiding van epidemioloog Maroeska Rovers) bepleiten voorzichtigheid met het voorschrijven van antibiotica aan kinderen met een oorontsteking. Zo'n behandeling zou de kans dat de infectie terugkomt met 20 procent vergroten. Het lijkt erop dat antibiotica het immuunsysteem beïnvloeden, waardoor grotere vatbaarheid ontstaat.

Cannabis verslaaft

Steeds meer gebruikers van cannabis (hennep, hasjiesj, marihuana, wiet) moeten behandeld worden in afkickcentra. VNN (Verslavingszorg Noord Nederland) stelt dat bij nieuwe cliënten onder de 23 de hasj de grootste verslaving is geworden. Velen gebruiken de hele dag, spijbelen veel, presteren minder en komen sociale verplichtingen niet meer na. Ze zijn in feite bijna niet meer aanspreekbaar. Er wordt meer en sterkere wiet in de joints (stickies) gestopt. Naast het blowen wordt de hasj verwerkt in taart of zogenoemde space-cake.

Zoals bekend leidt cannabisgebruik bij daarvoor gevoelige jongeren gemakkelijk tot schizofrenie.

Zie ook hier.

Aspartaam

Aspartaam (ook E951, Nutrasweet, Canderel, Equal) is een kunstmatige zoetstof, qua smaak op suiker lijkend, echter ongeveer 180 maal zoeter en met een lage energetische waarde. Het wordt vaak gebruikt in zoete lightproducten als frisdranken en voedingsmiddelen die koud bereid kunnen worden. Aspartaam valt bij temperaturen boven kamertemperatuur uit elkaar, verliest z'n zoete smaak en is dus ook niet geschikt voor voedingsmiddelen die verhit moeten worden. De stof is niet stabiel en verliest z'n zoetheid na enige tijd. In cola en koolzuurhoudende en zure frisdranken is de stof maximaal een halfjaar houdbaar. Bij het verval ontstaan stoffen die van invloed kunnen zijn op het metabolisme (de grondstofwisseling). Aspartaam is een dipeptide. Het molecuul bestaat dus uit twee aminozuren. Het wordt in de spijsvertering als andere eiwitten afgebroken. Het wordt daarbij omgezet in de aminozuren asparaginezuur en fenylalanine. Deze stoffen komen ook in ander dagelijks voedsel voor. Bij de afbraak komt methanol (CH3OH) vrij, dat is in feite het giftige spiritus, dat vervolgens wordt geoxideerd tot mierenzuur. Methanol komt bijvoorbeeld ook vrij na het drinken van vruchtensappen. Als Aspartaam in de gebruikelijke hoeveelheid wordt ingenomen (4 tot 10 mg./kg. lichaamsgewicht), raakt de normale concentratie methanol in het bloed niet verhoogd. De Aspartaam in bijvoorbeeld frisdrank breekt zichzelf door de tijd en onder invloed van te hoge temperatuur af tot aspartylfenylalanine, diketopiperazin (DKP) en fenylalanine. DKP kan in de darmen worden omgezet in nitrosamine, dat kankerverwekkend kan zijn. Het gebruik van Aspartaam neemt toe met 5 procent per jaar en stond in 2007 op 18.000 ton. De Amerikaanse FDA (Food and Drug Administration) stelt de ADI (Aanvaardbare Dagelijkse Inname) op 50 mg./kg. lichaamsgewicht. Dat is 5 à 7 liter frisdrank! In Amerika is Aspartaam één van de meest geteste stoffen die zijn toegelaten. In de Europese Unie is de ADI op 40 mg./kg. lichaamsgewicht gesteld. Fanatieke (paranoïde?) tegenstanders menen echter dat de onderzoeken vervalst zijn en vol fouten zitten. Gesteld wordt dat Aspartaam het hongergevoel bevordert, de bloeddruk verhoogt, de pijngevoeligheid beïnvloedt en slapeloosheid veroorzaakt. Ook zou het oogziekten en psychiatrische stoornissen veroorzaken. Het zou de concentraties van de neurotransmitters (geleidende stoffen voor de signaaloverdracht) dopamine, serotonine en noradrenaline in de hersenen veranderen. Ook tumoren, epilepsie en hoofdpijn worden aan gebruik van Aspartaam toegeschreven. Dan worden door tegenstanders nog gemeld: kanker, migraine, smaakverlies, oorsuizingen, duizelingen, misselijkheid en het katalyseren van een sluimerende Lyme-infectie. Dat Aspartaam kankerverwekkend zou zijn, wordt door het Koningin Wilhelminafonds tegengesproken. De EFSA (European Food Safety Authority, de wetenschappelijke adviesraad van de EU) ziet geen reden de ADI te verlagen. Het Voedingscentrum en soortgelijke instanties elders in Europa beschouwen Aspartaam als veilig.

Alleen voor fenylketonuriepatiënten (ernstige stofwisselingsstoornis, voorkomend bij 1 op de 18.000 kinderen, waarbij zenuwcellen en vervolgens de hersenen beschadigd raken met een (verstandelijke) handicap als gevolg) moet Aspartaam afgeraden worden. Het afbraakproduct fenylalanine is gevaarlijk voor hen.
Voor cyclamaat (E952, een andere zoetstof) werd overigens gevonden dat kinderen tot 4 jaar niet meer dan 1 à 2 glazen per dag moeten drinken en van 4 tot 8 jaar niet meer dan 3 glazen. Volwassenen moeten zich beperken tot 7 glazen. In De Verenigde Staten is cyclamaat verboden na een onderzoek waarin ratten er blaaskanker van leken te krijgen. Cyclamaat is wel thermostabiel: er kan mee gebakken en gekookt worden. Als zoetstof wordt het echter weinig meer gebruikt.

3-7: Q-koorts (3) (zie ook (2))

De Q-koorts slaat inderdaad om zich heen. Geiten zijn de belangrijkste overbrengers. De ziekte wordt opnieuw het meest in Brabant gesignaleerd. Aan zwangeren en mensen met problemen aan een hartklep wordt door longarts Kees Groot (ziekenhuis Bernhoven, Oss) geadviseerd Brabant als recreatiegebied te mijden, omdat met name zij ernstige problemen van een besmetting kunnen ondervinden. Overigens zou de verspreiding van de ziekte voor dit jaar inmiddels over z'n hoogtepunt heen zijn. In Helmond werden de meeste slachtoffers gemeld.

Volgens Roel Coutinho van het RIVM is de huidige uitbraak de grootste ooit in Nederland, met tot nu toe zo'n 1500 geregistreerde slachtoffers.

Mexicaanse griep (5, zie ook hier)

We hebben de Mexicaanse pandemie dus toch gekregen, al doet het zich allemaal nog steeds meest mild voor. Minister Klink heeft voor elke Nederlander twee vaccinatieprikken besteld, à raison van € 17,50 p.p. Zonder dat zouden dit najaar 5 miljoen Nederlanders ziek kunnen worden, vijfmaal meer dan bij een gewone seizoensgriep. Daarbij komt dat het Mexicaanse virus dieper in de longen door zou dringen en dus ook relatief meer mensen zouden kunnen sterven. (Bij een gewone seizoensgriep sterven in Nederland zo'n 800 mensen. Aan de Mexicaanse griep bezweken wereldwijd tot nu toe ruim 300 mensen.) Duidelijker werd inmiddels dat het Mexicaanse griepvirus zich hecht aan minuscule druppeltjes in de lucht, zodat luchtverversingssystemen een risicofactor van belang kunnen worden. Het virus lijkt zich nog niet te muteren, al zou het bij een Deens meisje resistent gebleken zijn tegen de huidige virusremmer.

De kritische arts Jannes Koetsier vindt de vaccinatie tegen Mexicaanse griep riskanter dan de griep zelf. Hij berekent dat zonder vaccinatie dit najaar drie tot zes mensen per 100.000 kans lopen aan de complicaties van deze griep (longontsteking) te overlijden. Hij voert aan dat het vaccin nog in ontwikkeling is en niet grootschalig getest op werking en veiligheid zal zijn. Bij een vergelijkbare varkensgriepgolf in 1975/1976 en ook bij latere reguliere griepvaccinaties in de V.S. moesten gevaccineerde kinderen drie keer vaker wegens complicaties opgenomen worden dan niet gevaccineerde en liepen kinderen met allergie en astma na vaccinatie nog meer risico. In de maanden na de griepvaccinatie 1978/1979 deden zich voorts onverwachts 575 gevallen voor van ernstige ongeneeslijke verlammingen (Guillain-Barré-Syndroom of polyradiculoneuropathie), gerapporteerd in relatie tot de vaccinatie. Koetsier kiest ervoor te zorgen voor voldoende rust en goede voeding en neemt het risico van 30 procent om de griep te krijgen en vervolgens van 0,001 procent om daaraan te overlijden voor lief. Overigens schat hij het risico van vaccinatie in als zeer klein.

4-7: Vakantiestress

Het vakantieseizoen is weer begonnen. Mensen hebben hard gewerkt en misschien nog extra hard om de boel op orde te hebben voor ze op vakantie gaan. Vaak wachten ze niet tot ze wat zijn uitgerust alvorens te vertrekken, maar gaan doodmoe op reis. Zeker met jongere kinderen erbij kan dat een groot probleem worden. Er wordt 's nachts gereden en vaak de volgende dag ook nog. Er blijken toch files te staan, ook was alles zo goed uitgekiend. Het is niet voor niets dat relaties vaak in vakanties stukgaan, dat hartaanvallen juist in vakanties optreden, dat mensen voor het eerst of opnieuw te maken krijgen met angstaanvallen en hyperventilatie. Paniekaanvallen noemen we die ook wel. Als Riagg-hulpverlener heb ik heel wat mensen in de vakantie te veel van zichzelf zien vragen, zodat ze doodmoe, depressief en soms psychotisch naar huis terugkwamen.

Waarom vragen mensen zoveel van zichzelf? Waarom verlangen ze zoveel rust van hun vakantie, terwijl ze de mislukking al in de planning inbouwen? Gaat het om mensen die zichzelf in het dagelijkse leven ook overbelasten? Ontvluchten ze het normale bestaan zonder de confrontatie met zichzelf aan te durven? En zou het niet beter zijn een leven te leven dat wat in evenwicht is, dat niet te veel energie vraagt, zodat daar als het dan vakantie wordt ook de energie en rust voor is? Jutten mensen elkaar op om vooral ver weg te moeten? Wat moet er dikwijls niet allemaal binnen twee of drie weken worden klaar gemaakt? Geen wonder dus dat veel vakanties uiteindelijk niet kunnen brengen wat ervan verwacht werd. Als hulpverlener zei ik vaak: 'Als je in je gewone dagelijkse leven niet in evenwicht en gelukkig kunt zijn, verwacht dan vooral niet dat dat in je vakantie wel gaat lukken.' Inderdaad: de verwachtingen zijn veelal te hoog gespannen. En de eerste tegenslag komt al binnen Nederland, als het, om maar wat te noemen, bij Eindhoven totaal vast blijkt te staan.

Is wat we allemaal willen in onze vakantie iets anders dan de eisen die we in het dagelijkse leven allemaal aan onszelf stellen? Het lijkt me niet. Het lijkt me dat we wat te veel op de vlucht zijn voor onszelf, tot en met de thuisreis na de vakantie. Kent u dat, als u rond het weekend op een avond naar huis terugrijdt en er is veel terugkerend vakantieverkeer op de weg? Wees maar extra voorzichtig, want velen nemen onverantwoord grote risico's als het gaat om invoegen, inhalen en snelheid. Hoe anders zou dat gaan als onderweg een extra overnachting was ingepland en de vakantie daarmee een dag langer was gemaakt?

Mensen van vandaag zijn geneigd de signalen van hun eigen lichaam, het voertuig van hun leven hier, te negeren. Altijd gespannen, maar stug doorgaan! Overwerken om er daarna een paar weken op uit te kunnen. En dan, als de vakantie net begonnen is, geeft het lichaam het op, krijgen ze een hartaanval, een beroerte of in meer gunstige gevallen een paniekaanval, waarin ze overigens net zo goed het gevoel hebben dood te gaan. De abrupte overgang van overbelasting naar vrijheid is kennelijk niet goed. Ik heb het zelf ook gekend, ook als hulpverlener. Ik heb op m'n werk wel tegen m'n leidinggevende gezegd liever helemaal niet op vakantie te gaan en gewoon het hele jaar door te werken, áls er dan althans 'normaal' gewerkt zou kunnen worden. Het valt niet mee te moeten werken met een agenda die aan het begin van de dag vol is en waar gaande de dag nog eenzelfde hoeveelheid werk bij gepropt moet worden. Je zult daarbij als hulpverlener maar begiftigd zijn met hart voor je mensen, dan ben je goed de klos!

Mijn advies is om niet op vakantie te gaan zolang je daar niet aan toe bent. Geniet van je vrijheid en de ruimte die er is als het werk even wegvalt. Negeer de eisen die je collega's na de vakantie stellen aan de verhalen die ze kennelijk graag horen. Als je in de vakantie je rust gevonden hebt, op adem gekomen bent, misschien een voorlopige balans van je leven hebt opgemaakt, een beetje weet wat je voortaan anders wilt en wat voor jou van wezenlijk belang is, dan heb je een goede vakantie gehad, ook al was je hoofdzakelijk in je eigen huis en tuin.

Bètablokkers

Bètablokkers zijn medicamenten die de receptoren die zorgen voor de zenuwprikkeloverdracht naar hart, bloedvaten, luchtwegen en skeletspieren blokkeren. Er zijn talloze middelen, waarvan de namen op enkele merknamen na veelal eindigen op lol (Carteolol, Nadolol, Penbutolol, Pindolol, Propranolol, Sotalol, Timolol, Acebutolol, Atenolol, Betaxolol, Bisoprolol, Celiprolol, Esmolol, Metoprolol, Nevibolol, Bucindolol, Carvedilol en Labetolol). De natuurlijke stoffen die invloed hebben op bètareceptoren zijn adrenaline en noradrenaline. Ze hebben effecten op bijvoorbeeld bloeddruk, hartritme en luchtwegen. Door ze te blokkeren, treden allerlei veranderen op in hersenen, longen, spieren, hart, bloedvaten en ogen. Er zijn receptoren die vooral op het hart inwerken en er zijn er die vooral longen en luchtwegen beïnvloeden. Bètablokkers verwijden de bloedvaten in de hersenen, wat migraine kan helpen voorkomen. Ze doen de oogdruk afnemen (belangrijk bij glaucoom). Ze vertragen de hartslag, goed ter preventie van of genezing na hartinfarcten. Ze verlagen de bloeddruk. Ook op spiertrillingen ten gevolge van angst en op schildklierafwijkingen kunnen ze een gunstige invloed hebben. Ze worden dan ook wel voorgeschreven voor bijvoorbeeld rijexamens en plankenkoorts (Propranolol). Ook scherpschutters en musici gebruiken soms zo'n bètablokker. Vanwege de kalmerende invloed op taken die een beheerste motoriek vereisen, worden ze als doping gebruikt. Sommige bètablokkers vernauwen de luchtwegen en kunnen astma-aanvallen uitlokken. Ook kan men koude handen en voeten, duizeligheid, maag- en darmklachten, erectiestoornissen, sufheid, visuele hallucinaties en depressie als bijverschijnsel krijgen. Met name bij hartproblemen wegen de voordelen van deze middelen meestal duidelijk tegen de nadelen op. Zwangeren moeten alleen in uiterste noodzaak bètablokkers gebruiken in verband met de risico's voor het kind.

Zie ook hier.

6-7: Cerebrale visuele inperking

Bij oculaire visuele inperking (OVI, slechtziendheid) zit het probleem in de ogen. Cerebrale visuele inperking (CVI, cerebral visual impairment) echter is geen slechtziendheid, maar een tekort aan beeldverwerkingscapaciteit in de hersenen. Er zijn twee hoofdstromen in de beeldverwerking in de hersenen, die van 'wat' iets is (de ventrale stroom), herkenning dus, bijvoorbeeld van gezichten, en die van 'waar' iets is (de dorsale stroom), de inschatting van bijvoorbeeld afstanden, hoogte van traptreden e.d. Bij kinderen kan CVI veroorzaakt zijn door zuurstoftekort tijdens of vlak na de geboorte of door vroeggeboorte, bij volwassenen door hersenletsel en neurologische problemen als een herseninfarct. Bij CVI is de visuele prestatie vaak wisselend en minder goed bij vermoeidheid en als er veel visuele informatie tegelijk is.

7-7: Buikkrampjes en venkelthee

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom een baby huilt. Eén ervan is dat baby's soms buikkrampjes hebben, bij borstvoeding bijvoorbeeld nadat moeder kool of te gekruid gegeten heeft. Er wordt wel gezegd dat lauwe venkelthee geven in een flesje kan helpen en ook, als het kindje niet uit een flesje drinkt, dat het kan helpen als de moeder venkelthee drinkt. Ik ben benieuwd te horen van moeders (en vaders) die hiermee ervaring hebben. Mail.

Andere beproefde methodes zijn het zachtjes in een met de klok meedraaiende beweging masseren van de buik, het zachtjes met de vingertoppen trommelen op de buik of het kindje tegen je aangedrukt ritmisch op en neer bewegen. Deze methodes bedoelen de doorgang van de lucht in de darmen te stimuleren. Sommigen adviseren de baby bij krampjes toch op de buik te leggen.

9-7: Te zwaar?

In het AD van 3 juli stond een artikel waarin Paul Rosenmöller, die voorzitter is van het 'Convenant Overgewicht', een groep partijen die erop uit is de trend dat mensen steeds dikker worden te keren, aangeeft dat 13½ procent van de jongens en 16,7 procent van de meisjes onder de 15 overgewicht heeft, terwijl 51 procent van de volwassen mannen en 40 procent van de volwassen vrouwen te dik is. Als het zo doorgaat, zou in 2015 20 procent van de volwassenen aan vetzucht kunnen lijden.

Rosenmöller vindt dat een schrikbeeld, ook omdat dikke mensen meer chronische ziektes ontwikkelen, meer diabetes en hart-en vaatziektes. Ze zitten ook slechter in hun vel, volgens Rosenmöller en zijn minder gelukkig. (Zoeken ze daarom troost in eten? GH) En ze zijn op de werkvloer minder productief en vaker ziek. Zie verder http://www.convenantovergewicht.nl/.

Ziekte van Parkinson

De ziekte van Parkinson is een hersenaandoening waarbij hersencellen in het midden van de hersenen, de zwarte stof, vooral cellen die de taak hebben dopamine (neurotransmitter, nodig voor de prikkelgeleiding in de zenuwen) aan te maken, afsterven.

Parkinson begint vaak op de leeftijd rond 60 jaar en vaak eenzijdig. Gebruik van drugs of alcohol en een doorgemaakte encefalitis (hersenontsteking) spelen soms een rol in het ontstaan van de ziekte. Aangenomen wordt dat genetische zowel als omgevingsfactoren van invloed zijn. Bepaalde toxinen staan bekend als verdacht in verband met Parkinson, bijvoorbeeld mangaan. In de afstervende zenuwcellen worden zogenoemde 'Lewy bodies' gevonden, een soort abnormale eiwitinkapselingen. Een vroeg verschijnsel van Parkinson is dikwijls de afname van de reukfunctie. Het gevolg van Parkinson is rigiditeit (stijfheid) van de ledematen, hypokinesie (bewegingsarmoede), rusttremor (trillen in rusttoestand, maar niet tijdens het slapen), voorovergebogen lichaamshouding, micrografie (kriebelig schrijven), maskergelaat (uitdrukkingsloos gezicht), speekselvloed en veel transpiratie, moeilijk spreken en slikken, verslechterend evenwicht, looppatroon met kleine pasjes, steeds sneller en voorovergebogen, veel talgproductie, obstipatie, aandrang te plassen, orthostatische hypotensie (bloeddrukdaling bij het overeind komen), depressie, slaapproblemen, vermoeidheid, concentratieproblemen, dementie (bij het vorderen van de leeftijd steeds vaker, tot bij 81 procent van de patiënten boven de leeftijd van 85 jaar) en/of psychose.

Medicamenteus wordt bij dementie bij Parkinson Exelon (Rivastigmine) gegeven. Het middel heeft een gunstige invloed op executieve functies, attentie en geheugen. Voor het dopaminetekort worden o.a. levodopa met carbidopa of benserazide (Sinemet, Madopar) gegeven. DBS (Deep Brain Stimulation) is een methode waarbij een elektrode in de hersenen wordt geplaatst (vergelijk met een pacemaker).

10-7: Epidermolysis Bullosa

Epidermolysis Bullosa (EB, vlinderziekte) is een erfelijke en vooralsnog ongeneeslijke huidziekte met defecten in de eiwitten die de opperhuid (epidermis) aan de lederhuid (dermis) bevestigen. De opperhuid raakt te snel verhit en laat vervolgens met blaarvorming los door het ontbreken van bepaalde hechtingseiwitten. De wonden moeten als tweedegraads brandwonden worden behandeld. Veelal is er sprake van constante pijn. Het continue genezingsproces veroorzaakt jeuk. Kinderen met EB hebben een te korte tong, oogklachten, een verstopte neus en krijgen gemakkelijker huidkanker. De vingers, handen en voeten vergroeien langzaamaan. Ongeveer 1 op 50.000 kinderen wordt met een vorm van Epidermolysis Bullosa geboren. Ze worden ook wel vlinderkinderen genoemd, vanwege de huid die teer is als die van een vlinder. Er zijn drie hoofdvormen van EB, steeds ernstiger van aard. EB Simplex geeft vooral bij lente- en zomerweer blaren op handen en voeten. Bij de dystrofische vorm van EB ontstaan ook elders blaren en wonden, bijvoorbeeld op het slijmvlies van ogen, mond, keel en slokdarm. De problemen kunnen ook in de nieren en urinewegen optreden. De ernstigste vorm is de junctionele EB Herlitz-type. Deze EB wordt van de ouders geërfd, die overigens veelal niet weten dat ze drager zijn van de afwijking (recessieve overdracht). Deze kinderen overlijden doorgaans binnen de eerste twee levensjaren aan de gevolgen van luchtpijpvernauwing. Op de wonden vormt zich wild vlees, meestal het eerst rond de nagels zichtbaar.

Nederland kent momenteel zo'n 700 patiënten. Dermatoloog professor Marcel Jonkman (UMCG) ontdekte dat EB soms op een paar plekken spontaan geneest. Hij doet onderzoek naar het kweken van die huidstukjes om ze daarna te transplanteren. Het onderzoek beperkt zich nu nog tot muizen. In Amerika zou men met beenmergtransplantaties experimenteren en elders met het inspuiten van bindweefselcellen.

Zie ook hier.

Ziekte van Weil

De ziekte van Weil (rattenziekte, vroeger tyfus hepaticus) is een leptospirose, een infectie door een leptospira-bacterie. De incubatietijd is 1 tot 2 weken. De infectie ontstaat door contact met rattenurine in besmet (zwem)water. De bacterie weet zich vooral in lauw, niet stromend water te vermenigvuldigen. Nederland kent jaarlijks zo'n 30 ziektegevallen, vooral vanaf augustus.

Sommigen worden niet of nauwelijks ziek na besmetting, maar het beeld kan ook dodelijk zijn. We zien hoge koorts (koude rillingen), nefritis (nierontsteking), geelzucht door acute leverontsteking, bloedingen (uit neus, mond, ogen en huid, bloed uit de nieren in de urine), spierpijn in de kuiten, rode ogen, vergrote lever en milt, misselijkheid en braken, hoofdpijn, bloeddrukdaling. De sterftekans is 5 tot 10 procent. Behandeling met een antibioticum is aangewezen. Soms is nierdialyse noodzakelijk.

11-7: 'De pil' lustremmend

In het AD van 7 maart stond een artikel van Arwen Kleyngeld over 'de pil'. Van de 4 miljoen vruchtbare Nederlandse vrouwen gebruikt 1,6 miljoen die. Eén op de drie gebruiksters zou merken dat de seksuele gevoelens door het pilgebruik veranderen. Vijf tot tien procent heeft minder zin in seks door het pilgebruik.

Aan het woord komt arts-seksuoloog Rik van Lunsen van het AMC Amsterdam. Het lustdodende effect komt volgens hem doordat de gevoelsmatige ups en downs voor seksuele prikkels tijdens de cyclus door de pil verdwijnen. Dit geldt in extra hoge mate voor de Diane-35 en de Minerva-pil (cyproteronacetaat 2 mg. en ethinylestradiol 35 microg.). Zonder pil reageren vrouwen halverwege de cyclus, rond de eisprong, gevoeliger. De pil echter schakelt het testosteron in het lichaam als het ware uit, waardoor 'vervlakking' in het seksuele gevoel ontstaat. De pieken en dalen van de cyclus worden een soort rechte streep. Tijdens de stopweek kan de begeerte toenemen, terwijl die in de cyclus zonder pil juist dan op een dieptepunt komt.

Palliatieve (thuis)zorg

Palliatie (pallatio) is verzachting van het lijden. Een palliatief is een middel dat een ziekteverschijnsel verzacht, zonder de ziekte weg te nemen. Palliatieve zorg staat voor pijn en leed verzachtende zorg. Als er niets meer gedaan kan worden in de richting van genezing, is palliatieve zorg in de dagen, weken of maanden van het sterven wat voor de hulpverlening en/of de familie overblijft, waarbij het samenspel van professionals, familie en betrokkene van vitaal belang is. Talloze professionele organisaties houden zich bezig met palliatieve thuiszorg, waarbij het meestal mogelijk is zo nodig voor dag en nacht een hulpverlener in huis te krijgen. De zoekterm 'palliatieve zorg' levert de benodigde links zonder mankeren op.

De Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization, WHO) heeft in 2002 de volgende definitie vastgesteld: 'Palliatieve zorg is een benadering die de kwaliteit van het leven verbetert van patiënten en hun naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en verlichten van lijden d.m.v. vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van pijn en andere problemen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard.'

14-7: Anorexia, orthorexia en boulimia

Anorexia nervosa (lijnziekte, magerzucht) en boulimia nervosa (boulimie, boulemie, eetverslaving) komen op zichzelf staand voor, maar ook in diverse mengvormen. Anorexia is een eetstoornis met een vertekend beeld van het eigen lichaam (soms op psychotische basis), een obsessieve angst dik te worden en de impliciete weigering een normaal lichaamsgewicht na te streven. Afwijking van het eigen strikte eetregime roept paniekgevoelens op. Patiënten verheimelijken of ontkennen hun probleem en worden, als bij iedere verslaving, daarin dikwijls leugenachtig. Minstens driekwart van de patiënten zijn jonge vrouwen rond de puberteit. Anorexia bij jongens en mannen wordt soms ook 'manorexia' genoemd. Vooral bij mannen uit de hogere sociale klasse komt het probleem soms ook voor. Er is bij anorexia lichamelijke volwassenheid, maar een innerlijk conflict of een identiteitsprobleem veroorzaakt dat de gevoelsmatige volwassenheid niet van de grond komt. De patiënt wil de lichamelijke volwassenheid in feite om zeep helpen en raakt veelal totaal verstrikt in die obsessie. Bij vrouwen kan de menstruatiecyclus van slag geraken en tot stilstand komen (amenorroe). Er kunnen obstipatie en hartproblemen ontstaan. De spiermassa zal inslinken. Het haar kan uitvallen. Nierstenen en osteoporose (botontkalking) kunnen voorkomen. De bloedsomloop vertraagt (langzamer hartslag en lagere bloeddruk) met koudeklachten als gevolg. Donsbeharing op gezicht, armen, borst en rug kan ontstaan. Er kunnen slaapproblemen zijn. De mortaliteit (sterftecijfer) voor anorexia is 18 procent. Een deel van de patiënten suïcideert zich uiteindelijk. Bij orthorexia nervosa is er een ziekelijke fixatie op gezond eten, lijkend op veganisme, waarin meestal eerst vlees, vis, graan en zuivel uit het dieet verbannen worden en vervolgens gekookte groentes en boter op het brood (vitamine A en D). Deze patiënten eten doorgaans met hun bergen rauwe groentes en fruit veel te eenzijdig en ontwikkelen dezelfde problemen als anorexia-patiënten. Op het eerste gezicht is er bij hen echter dikwijls geen tekort aan gevoel van eigenwaarde, eerder voelt de patiënt zich superieur. Er is desondanks, net als bij anorexia en boulimia, een grote angst om de grip op de eigen wereld rondom te verliezen.

Boulimia is een eetstoornis met terugkerende (tweemaal of meer per week) vreetbuien, gecombineerd met braken, laxeren, bovenmatige lichamelijke inspanningen of vasten. De betrokkene kan zichzelf bij het eten niet controleren en voelt dat zelf ook zo. Naar de buitenwereld doet de patiënt het vaak voorkomen alsof zij weinig eet, maar 's avonds en/of 's nachts ziet het plaatje er in een vreetbui totaal anders uit. Je zou kunnen spreken van een dubbelleven. Soms wordt er zelfs zolang doorgegeten dat de maag scheurt. Er kunnen concentratieproblemen optreden en ook andere dwanghandelingen (compulsies). Keel, slokdarm en gebit raken geïrriteerd en aangedaan door het braken, de elektrolytenbalans raakt verstoord door een tekort aan kalium, hormonale veranderingen kunnen leiden tot onvruchtbaarheid. Ook hartritmestoornissen zijn een bekend fenomeen bij deze patiënten. De mortaliteit (sterftecijfer) voor boulimia is 10 procent. Meestal gaat het om vrouwen tussen 10 en 30 jaar oud. Net als bij anorexia gaat het om perfectionistische vrouwen die hoge eisen aan zichzelf stellen, dus in wezen niet tevreden met zichzelf zijn. De eetbuien roepen steeds nieuwe schuldgevoelens op. In wezen walgen patiënten dikwijls van zichzelf. Ze hebben onvoldoende geleerd gevoelens te uiten en conflicten op te lossen. Soms waren ze slachtoffer van seksueel misbruik of andere traumata. Maar ze zijn vooral gevoelig en dus kwetsbaar.

Over het geheel genomen wordt psychotherapie als noodzakelijk gezien, maar patiënten doen er vaak heel lang over om zulke hulp te kunnen accepteren. Bij boulimia worden soms ook antidepressiva voorgeschreven.

Zweedse onderzoekers hebben in 2002 gesuggereerd dat anorexia en boulimia mogelijk veroorzaakt worden door een verstoord immuunsysteem dat zou reageren op bepaalde lichaamseigen stoffen. Er zou daarbij een probleem ontstaan in de productie van neuropeptiden in de hersenen (hypothalamus en hypofyse). Het zou echter niet zo kunnen zijn dat de desbetreffende antistoffen rechtstreeks de oorzaak van het probleem zijn, aangezien die ook bij sommige gezonde vrouwen werden aangetroffen. Gesuggereerd is dat stressgebonden factoren ook een rol moeten meespelen. Er is daarnaast ook wel eens geopperd dat een tekort aan zink het probleem zou kunnen helpen ontstaan.

15-7: Adipositas en Mexicaanse griep

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) meldt dat dikke mensen een duidelijk hoger risico lopen ernstig ziek van de Mexicaanse griep te worden en daaraan te overlijden. Ze concludeert dit na onderzoek onder grieppatiënten. Daarnaast lopen ook zwangeren en astmapatiënten een verhoogd risico.

Meer opnames huidkanker

Tussen 2003 en 2007 is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) het aantal opnames van patiënten met huidkanker meer dan verdubbeld, van 6900 in 2003 tot 17.900 in 2007.

16-7: Kinderkanker en kerncentrales

Kinderen onder de vijf krijgen vaker kanker naarmate ze dichter bij een kerncentrale wonen. Voor kanker was het aantal zieken in Duitsland anderhalf keer zo hoog dan statistisch verwacht, voor leukemie dubbel zo hoog. De belasting door straling is volgens Duitse deskundigen (de federale instantie voor stralingsbescherming) te klein om het verhoogde risico te kunnen verklaren.

Blauwalg

Blauwalg ziet eruit als blauwgroen of roodbruin wier. Het ontstaat bij warm weer in zoet oppervlaktewater. Drijvende blauwalg ziet eruit als een laag olie op het water. Als de laag dikker wordt, wordt het een groene stinkende brij. Sommige blauwalgen produceren giftige stoffen, schadelijk voor mens en dier. Die komen via de mond het lichaam binnen. Na een uur of twaalf krijgt men dan hoofdpijn, huiduitslag op armen of benen, maagkramp, misselijkheid, braken, diarree, koorts, keelpijn, oorpijn, oogirritaties, lopende neus, gezwollen lippen. De klachten duren tot een dag of vijf en gaan vanzelf over.

Blauwalg wordt binnen twee dagen succesvol afgebroken als het verontreinigde water in de juiste verhouding wordt gemengd met waterstofperoxide. Daar is maar weinig van nodig. Het is echter symptoombestrijding, omdat fosfaten in het water de oorzaak zijn van de verontreiniging.

17-7: Botulisme

Botulisme is vergiftiging door botuline (gifstof die vrijkomt bij het vermenigvuldigingsproces van de bacterie Clostridium botulinum), waaraan vooral watervogels en vissen sterven. Kenmerkend voor botulisme is de spierverlamming door blokkade van de signaaloverdracht van het zenuwstelsel. De bacterie gedijt goed in een eiwitrijk, zuurstofarm milieu, bijvoorbeeld als er dode vogels of vissen in het water liggen en het water 20 graden of nog warmer is.

Besmetting van de mens vindt plaats door eten van bedorven voedsel (voedselbotulisme), vooral vlees en worst, uit bijvoorbeeld veel eerder lek geprikte blikken, luchtarm verpakte vis of vlees, zelf ingemaakte jams. Proef niet van bedorven voedsel! (Het gif wordt overigens vernietigd bij kooktemperatuur.) Het kan een paar dagen duren voor het volledige ziektebeeld van voedselbotulisme ontstaat, maar de eerste klachten treden meestal binnen een etmaal na een besmette maaltijd op. Er zijn een droge mond, heftige diarree (of verstopping), misselijkheid, braken en rond de ogen beginnende toenemende slappe verlammingen. Als de ademhalingsspieren worden aangetast, loopt de patiënt ernstig risico te overlijden. Koorts is er niet! Er is tegengif, dat de patiënt zo snel mogelijk (binnen 3 dagen na besmetting) moet worden toegediend. Aangerichte schade aan de zenuwen wordt hiermee niet ongedaan gemaakt, maar wel wordt verdere uitbreiding voorkomen. Antibiotica werken hier niet.

Soms ook besmetting doordat besmette grond in een wond komt (wondbotulisme, incubatietijd dan 4 tot 18 dagen).

Wees ook voorzichtig met zwemmen in water waarin dode dieren liggen. Meld dode dieren altijd bij de gemeente!

Bij zuigelingen kennen we Infant botulism of zuigelingenbotulisme, eigenlijk altijd veroorzaakt door honing. Geef kinderen tot één jaar daarom geen honing! Verschijnselen: verstopping, lethargie, slechte eetlust, vervolgens moeite met zuigen en slikken, minder beweging. Behandeling: beademing en sondevoeding. Geen tegengif.

Een andere optie is dat botulisme bij terroristische aanslagen (bioterrorisme) wordt verspreid via de lucht. Het werkt dan als een zenuwgas en de verschijnselen beginnen al na 15 minuten.

Hulpeloze drenkelingen

Volgens het CBS daalt vanaf de jaren negentig het aantal kinderen dat verdrinkt. Alleen onder allochtone kinderen nam het verdrinkingsrisico nog toe. Hun kans te verdrinken is drie maal zo groot als die van autochtone kinderen.

Antrax of miltvuur

Antrax of miltvuur is een door de bacterie Bacillus anthracis veroorzaakte infectie, die ook bij de mens kan voorkomen. In 2001 werden in de VS een aantal brieven met miltvuursporen aan mensen en instanties gestuurd, die 22 besmettingen en vijf doden eisten. Het is duidelijk dat miltvuur ingezet kan worden bij biologische oorlogsvoering en terroristische aanslagen. Miltvuurbacteriën vormen sporen die decennialang overleven. In Nederland was een uitbraak na graafwerkzaamheden langs de IJssel, waar in het verleden dieren met miltvuur waren begraven.

Na ontkieming van de sporen in de lymfklieren begint de productie van twee exotoxines. De milt kan de vernietiging van de bacillen al snel niet meer aan. Miltvuur komt normaal voor bij plantenetende dieren. In Nederland is de ziekte tegenwoordig zeldzaam, maar in ontwikkelingslanden komt hij meer voor. Kamelen en antilopen kunnen er ook aan lijden. De mens kan besmet worden na contact met geïnfecteerde dieren, geïnfecteerde kadavers of (oude) weefsels daarvan (wol, huiden, (kwast)haren, borstels, beendermeel) die miltvuursporen bevatten. De incubatietijd bedraagt een halve dag tot vijf dagen na huidbesmetting of ingestie (besmetting via het spijsverteringskanaal, gastro-intestinale antrax, anthrax intestinalis, darmmiltvuur) en twee tot 60 dagen na inhalatie (inademing van sporen, respiratoire antrax, longmiltvuur, anthrax pulmonalis, wolsorteerdersziekte). Huidbesmetting gebeurt via de (licht) beschadigde huid (cutaan miltvuur, via schaafwond, insectenbeet). Er ontstaat een zwarte, pijnloze, steenpuistachtige ontsteking, de pustula maligna. Deze moet behandeld worden. Na inhalatie kan longontsteking ontstaan, gevolgd door sepsis, die snelle behandeling vereist. Miltvuur via het maag-darmkanaal kan worden opgelopen indien het besmette vlees onvoldoende verhit wordt. Het beeld kan dan sterk verschillen: braken (hematemesis, bloed in het braaksel), koorts, buikpijn en bloederige diarree, of dysfagie (slikstoornis), koorts, lymfklierzwelling in de nek en sepsis. Meningitis (hersenvliesontsteking) kan bij elke vorm als complicatie optreden.

Bij de mens gaat 95 procent van de infecties via de huid. Niet duidelijk is tot nu toe of het doorgemaakt hebben van een infectie tot immuniteit leidt.

Mobiel bellen en hersentumoren

De Universiteit van Utrecht doet mee aan een internationaal onderzoek in dertien landen om te kijken of er verband is tussen mobiel bellen en hersenkanker. Naast leukemie is een kwaadaardige hersentumor de meest voorkomende kanker bij kinderen. Bij jongeren onder de twintig komen deze tumoren steeds meer voor. Naar de risicofactoren van hersentumoren is weinig onderzoek gedaan, al is wel bekend dat erfelijkheid een rol kan spelen. Daarnaast is het gebruik van mobiele telefoons de laatste tien jaar sterk toegenomen, vooral bij jongeren. Het effect daarvan op de hersenen die nog in ontwikkeling zijn, is niet eerder onderzocht. Vijf jaar lang worden 2.000 jongeren met hersentumoren tussen de 10 en de 24 vergeleken met leeftijdgenoten die niet ziek zijn, waarbij ook het gebruik van mobieltjes aan bod zal komen.

Münchhausensyndroom en Münchhausen by proxy

Het Münchhausensyndroom (nagebootste stoornis) is een psychiatrische stoornis waarin de patiënt steeds weer met verzonnen klachten of zelf toegebrachte verwondingen de hulp van medische hulpverleners zoekt, dikwijls zodanig dat zij (meestal gaat het om vrouwen) met diverse hulpverleners in contact komt. Er is sprake van bewuste misleiding. Niet zelden leidt die tot onnodige operatieve ingrepen. Vaak werken de patiënten zelf in de zorg en kunnen ze daarom goed nabootsen. Duidelijk moet zijn dat het echte probleem in deze gevallen in de emotionele sfeer ligt.

Bij Münchhausen by proxy (syndroom van Meadow) wordt hulp gezocht voor gefingeerde stoornissen of ziektes bij een derde, meestal een baby of klein kind, soms een huisdier. Het kind worden letterlijk kenmerken van ziektes of verwondingen toegebracht, waarna het steeds weer voor hulp wordt aangeboden. In wezen wordt het kind ziek gemaakt en dus (chronisch) mishandeld. Er is een geval bekend van een moeder die met een verborgen camera betrapt werd op het met een kussen bijna verstikken van haar kind. Ook uithongering en toediening van drugs of geneesmiddelen komen voor. Aangenomen wordt dat de moeder niet echt van het kind kan houden, al zal ze zich altijd begaan en meelevend voordoen. Ze doet het kind bewust kwaad en gebruikt het om controle te krijgen of te houden op het eigen leven. Het lijkt erop dat ziekte haar enige communicatiekanaal is. Duidelijk moet zijn dat kinderen ernstig getraumatiseerd kunnen raken en hieraan soms ook overlijden. Kenmerkend is opnieuw het gefragmenteerde dossier, omdat steeds andere hulpverleners worden geconsulteerd. Verder valt op dat deze moeders hun kind te gewillig ter beschikking stellen voor belastende of pijnlijke medische verrichtingen.

Voor beide syndromen geldt dat de stoornis doorgaans samengaat met een ernstige persoonlijkheidsstoornis.

Internetbankieren

We heten tegenwoordig allemaal bankiers. Opnieuw vandaag in het nieuws hoe de site van banken wordt nagemaakt om klanten inloggegevens en codes te ontfutselen. Eén ding komt weinig in de aandacht, terwijl het mijns inziens zo vanzelfsprekend is. Begin met het niet langer handmatig ingeven van het (inlog)adres van de bank, want exact dat kan een tikfout opleveren die u naar een nepsite brengt. Waarom het correcte adres niet opslaan op uw computer, bij favorieten, op het bureaublad, in uw mailbox of nog anders? Voer het adres vervolgens altijd van hieraf in of roep het van hieruit aan. (En dan natuurlijk het https- in plaats van het http-protocol en het slotje, waaronder de gegevens van de bank. Een nieuwer protocol kleurt inmiddels de adresinvoerregel lichtgroen als het adres juist is. Maar daar wijst de bank u allemaal wel op.)

19-7: Cocaïne en crack

Cocaïne (coke, sos, wit) is een alkaloïde dat wordt gewonnen uit de bladeren van de cocaplant. Meer dan de helft van de cocaïne komt uit Colombia. Na cannabis is het de populairste drug. Een gram kost zo'n € 50,-. In de geneeskunde wordt het gebruikt als lokaal anestheticum (verdovingsmiddel), bijvoorbeeld in de KNO-heelkunde. Als (niet toegestaan) genotsmiddel wordt het via de neus geïnhaleerd ('snuiven'). Het wordt ook gebruikt als doping voor het leveren van kortdurende grote prestaties die mogelijk worden doordat de sporter zich beter en creatiever voelt. Het versnelt de hartslag, vernauwt de bloedvaten en verhoogt de bloeddruk (in combinatie met alcohol gebeurt dit dubbelop!), met hart- en vaatziekten als gevolg. Vaak zijn er hartkloppingen, soms ook onrust en angst. Een hartinfarct kan al na een minuut na gebruik optreden, maar ook nog na vier dagen. Het eerste uur na gebruik is het risico op een hartinfarct 24 maal zo groot als normaal.

Cocaïne stimuleert het centrale zenuwstelsel. Het onderdrukt het hongergevoel. Je hebt tijdelijk meer energie en het gevoel de wereld aan te kunnen. Het remt de afbraak van dopamine (genotsgevoel), norepinefrine (noradrenaline, NE, extra energie en dus activiteit) en serotonine (stemming), waardoor de bloedspiegels verhogen. (Na afloop van het gebruik ontstaan tekorten van deze stoffen en het lichaam heeft tot een paar dagen nodig die aan te vullen.) Gesnoven cocaïne werkt binnen een paar minuten. Langdurig gebruik geeft ernstige schade aan neus en voorhoofdsholten, vergrote gevoeligheid voor allerlei ontstekingen, schade aan het gebit en het zenuwstelsel. Op lange termijn treedt bij gebruikers verder gewichtsverlies op, angst, slapeloosheid, waanvoorstellingen, achterdocht, agressiviteit, depressie. Geregeld gebruik verandert de persoonlijkheid. Veel gebruikers worden extreem egocentrisch en zijn nauwelijks nog in staat tot normale communicatie.

Crack (basecoke) is met ammonium geschoonde (gekookte) cocaïne. Het wordt gerookt met een basepijp of waterpijp (basen) of op aluminiumfolie gebased (chinezen), net als heroïne. Het gebruik geeft een flasheffect, maar is binnen een kwartier tot maximaal een uur ook weer uitgewerkt, compleet met de aandrang het effect te herhalen. Het uithoudingsvermogen is korte tijd groter, het hongergevoel weg, de pijngrens verhoogd. Maar na deze 'upper' komt de 'downer' met precies de tegengestelde effecten, die ongeveer even lang duurt als de upper.

Net als bij alle andere verslavingen zijn mensen met een afhankelijke persoonlijkheid (half Nederland?) het meest kwetsbaar. In opvoeding en onderwijs zou wellicht meer gedaan kunnen worden aan stimulering van independentie om alsmaar meer verslavingsslachtoffers te voorkomen.

Zie ook hier.