Van Sera Anstadt herlas ik 'Je bent maar een mens'. Het is een indrukwekkende en naar mij lijkt autobiografische roman over drie mensen in en na de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Alle drie hebben ze beschadigingen opgelopen, maar de één weet beter te verwerken dan de ander. Liesl is veerkrachtig en vindt steeds weer een weg. Rudi, getrouwd met Hanna, is een soort stille kracht in het leven van zowel zijn vrouw als van Liesl. Hanna heeft misschien wel de meeste schade opgelopen. Zij weet althans in de decennia waarin het verhaal speelt niet in evenwicht met zichzelf te komen en blijft afhankelijk van de anderen, ook van haar zoon Misja. Dat gegeven stelt onmogelijke eisen aan die anderen en werkt traumatiserend op hen in. Zo komt uit het ene tekort het volgende voort.
De kracht van het boek zit in de manier waarop met name de onmacht van Hanna naar voren komt. Ik merk dat ik me afvraag of het primair haar afhankelijke persoonlijkheid is die haar zo klein en kwetsbaar houdt of dat we haar stoornis meer moeten zien in het licht van de opgelopen trauma's, al vanaf jonge leeftijd. De schrijfster geeft daarin geen duidelijkheid en juist die oordeelloosheid hield mijn aandacht gevangen. Maar wat een impact, zo'n oorlog, op alledrie. En dus ook nog op de volgende generatie. Wat dat betreft doet het boek me huiveren bij het besef van alle schade die ook vandaag nog door oorlogen wordt toegebracht. Schade die in sommige gevallen ook weer decennia en zelfs generaties kan woekeren.
Pagina geschreven 6-4-2026