Neonicotinoïden preventief gebruikt

Neonicotinoïden zijn overal sinds ze in de 90-er jaren als insecticiden (pesticiden) werden toegelaten, ook in de sla, andijvie en aardappelen op je bord. De stoffen worden al als coating om de zaadjes aangebracht en later opgenomen in de plant zelf. Ook worden ze gebruikt in vlooiendruppels, mierenlokdozen en vliegenstickers. Bedoeld om insectenplagen in de landbouw tegen te gaan, blijkt het preventieve gebruik dat er thans van wordt gemaakt ook honingbijen, kevers, hommels, vliegen en insecten etende vogels als spreeuw, boerenzwaluw en ringmus qua populatie terug te doen lopen. Neonicotinoïden werken subtiel: ze verstoren de prikkeloverdracht in zenuwcellen van insecten. Dat vogelpopulaties teruglopen wordt geweten aan een tekort aan insecten waarvan ze moeten leven.

Het hoogste wetenschapsorgaan van Europa, de koepel van wetenschapsacademies van 29 landen EASAC, adviseert de Europese Commissie en meldt dat meer dan 100 recente studies duidelijk wetenschappelijk bewijs geven dat ook zeer lage doses neonicotinoïden schadelijk zijn voor soorten waartegen ze niet zijn bedoeld en dus niet slechts voor de honingbij.

Alleen in Nederland gaat het jaarlijks om zeker 20.000 kilo neonicotinoïden als imidacloprid, clothianidine en thiamethoxam. De EU-afspraak is het gebruik van pesticiden zo laag mogelijk te houden. Dat lukt niet nu neonicotinoïden preventief worden gebruikt.

Pagina geschreven 26-4-2015.

- -