- -

28-2-2006

Nabijheid

Hoe is het leven eigenlijk bedoeld? Ik stel deze vraag omdat ik vandaag weer geconfronteerd werd met heel wat medemensen die zozeer in zichzelf verzonken waren dat ze mij, terwijl we op elkaars pad kwamen, niet opmerkten. Ik ken dan manco ook bij mezelf wel. Ook ik ben iemand die graag van alles wil, met allerlei tegelijk bezig is, een doener zogezegd. Toch vraag ik me af of het goed is zo te leven dat slechts de eigen doelen tellen en niet bijvoorbeeld de toevallige ontmoetingen.

Hoe is het bedoeld? Ik heb een paar prachtige kleindochters met wie ik heel regelmatig optrek. Vijf en drie zijn ze, mooie leeftijden. Ook een wereld van verschil op deze leeftijd, die twee jaar. Als ik naar hen kijk, zie ik dat er ook bij hen heel wat langszij schiet. Ook zij zijn bezig in hun eigen wereldje. Daarop zijn ze gericht. En dikwijls laten ze zich door onvoorziene zaken niet van de wijs brengen en blijven ze gericht op wat hen bezighoudt, for the time being. Het heeft dus iets natuurlijks, iets zoals het bedoeld is, als mensen zich niet van de wijs laten brengen en buitensluiten wat in hun doelen van het moment niet past.

Natuurlijk besef ik dat mensen zich steeds verder ontwikkelen en dat dus juist ouderen de ruimte zouden kunnen hebben verworven om open te staan voor wat het leven op welk moment dan ook aanreikt. Veel ouderen hebben die ruimte niet en veel jongeren weer wel. Een kwestie van leeftijd lijkt het niet. Heeft het dan te maken met de mate van sociale ruimte die iemand in aanleg meekreeg? Het lijkt me een voor de hand liggende optie. De één heeft meer wiskundig inzicht, de ander een talenknobbel. De één doorziet allerlei psychische mechanismen van nature, de ander is dit soort logica niet bij te brengen. De één is sociaal intelligent, de ander heeft iets geheel anders, maar dat juist niet!

De vraag is ook hoe je als mens in het leven staat, wat je wezenlijk belangrijk vindt. Maar het is niet de enige factor. Je kunt het heel belangrijk vinden om ruimte te hebben voor toevallige ontmoetingen, maar tegelijk zoveel ruimte inruimen voor andere zaken dat de ruimte voor dat wat je echt belangrijk vindt eenvoudig niet meer gevonden wordt. Het zou kunnen dat je die andere zaken wezenlijk minder belangrijk vindt, maar er toch voor kiest. Waarom kies je tegen jezelf? Wie bepaalt de route van je levensweg, jijzelf, of anderen, of een tegenstrevende kracht in jezelf? Is het dan een tekort aan verworven vrijheid dat je kiest voor andere zaken dan die waar je eigenlijk voor zou willen gaan?

Natuurlijk, anderen kiezen bewust voor een doelgericht leven. Misschien is daar ook niets mis mee. Misschien volgen deze mensen wel het meest hun eigen natuur, doen juist zij zichzelf het meeste recht. Toch lijkt het mij een verschraling als je doelen je ruimte zozeer inperken dat je niet meer buiten de gebaande paden of juist niet gebaande paden treden kunt. Ik zou niet graag leven zonder de verrassingseffecten die het leven steeds opnieuw voor mij in petto heeft, alhoewel er natuurlijk ook minder plezierige verrassingen zijn.

Wie zijn wij eigenlijk? Wie is de mens? Wat zijn we anders dan geestelijke wezens die zich tijdelijk belichamen? Want is ons lichaam wie we zijn? Of is het het voertuig waarmee we op weg kunnen om te worden die we zijn? Is dat misschien het uiteindelijke doel waartoe we hier zijn, om meer te worden wie we zijn? Als dat zo is, helpen onze doelen waar we al onze ruimte aan geven ons dan onszelf te vinden? Is dat een criterium? En is het eerst nodig jezelf te vinden voor je anderen kunt vinden, voor je daartoe ruimte vindt? Precies weet ik het niet, maar er moet, lijkt mij, een samenhang zijn tussen ruimte hebben voor jezelf en ruimte voor de anderen.

Ruimte, is dat niet vooral luisteren, jezelf leegmaken en luisteren naar je eigen diepe verlangens en angsten en vervolgens ook naar die van de ander? Er zijn, er bij zijn, deelgenoot worden? Ruimte, is dat niet een aanraking, een hand, een gevoelsvonk die overspringt? Voor dat alles is natuurlijk ruimte nodig bij mens en medemens beide. Er wordt zoveel gesproken om dingen niet te zeggen ... Zoveel woorden staan nabijheid in de weg.

22-2-2006

Door schade en schande

Niemand leeft slechts in duisternis, bij niemand ontbreekt het goede. In onze rechtsstaat doen we weliswaar alsof, maar ik geloof niet dat er één mens is waarin de goddelijke vonk in beginsel niet aanwezig is. Natuurlijk, misdaad moet bestraft. Natuurlijk? Ik las eens het verhaal van een oude stam. Eén van de stamleden was vermoord door een buitenstaander en die dader was gepakt. Hij stond terecht voor de oudsten van de stam. 'Hij moet dood!', zo was de mening van velen. Maar één van de oudsten dacht er anders over. 'We moeten hier goed over nadenken', verzuchtte hij. 'Krijgen we ons stamlid terug als we de dader doden? En krijgt de dader dan voldoende kans om iets goed te maken?' Uiteindelijk werd de dader de hut toegewezen van het slachtoffer en ook diens job. Hij werd in de stam opgenomen. En toen hij na vele jaren stierf, was er geen mens in de gemeenschap die zoveel voor de stam betekend had als hij.

Zo is het in onze rechtsstaat niet. Er moet geboet worden. We sluiten daders buiten, ook als ze hun straf hebben uitgezeten. We zijn in staat hen als het ware vast te pinnen op hun vergrijp en ze zo te stigmatiseren dat ze vrijwel geen andere keus hebben dan op hun weg van duisternis door te gaan of terug te keren. Zo doen wij dat. Dat is betreurenswaardig. Natuurlijk, niet elke dader kan zomaar in de getroffen gemeenschap worden opgenomen. Maar aan de effectiviteit van ons rechtssysteem twijfel ik wel.

Wij allen leren lessen, ons leven lang. Gelukkig maakt niet ieder daarin fouten die als misdrijf gezien worden, maar toch: bij het leren van lessen zijn foute keuzes onontkoombaar, zelfs onontbeerlijk. Vaak leren juist onze fouten ons onze meest belangrijke lessen. Tegelijk sluiten we mensen uit zonder dat we nagaan of weten wat hun fout hen geleerd heeft. Is het de ontkenning van het kwaad in onszelf dat ons de ogen doet sluiten voor de ander? Soms ben ik bang dat we er ons te gemakkelijk van afmaken. Dat we de ander kansen onthouden vanuit een rechtsgevoel dat is gebaseerd op angst voor het eigen kwaad. Zoals we die angst de kop indrukken, trachten we onze angst voor daders ook te controleren. Alsof kwade krachten, noodzakelijk als ze zijn om levenslessen te leren, zich zouden laten blokkeren. Ik denk dat er maar één manier is om te leren tot goede keuzes te komen. Dat is ervaren hoe het is om kwade keuzes te maken, voelen hoe dat voelt en zien wat de effecten ervan zijn, voor jezelf en voor de ander.

Het christendom, waar toch een belangrijk deel van onze rechtsstaat nog op gegrondvest is, leert ons een niet bestaand onderscheid, dat tussen go(e)d en kwaad. We wenden ons van het laatste af, blokkeren het gewoon, maar het effect van dit mechanisme is zomaar dat ook het goede in ons niet meer tot zijn recht kan komen. Dat gebeurt altijd als iets geblokkeerd wordt: het werkt door op het hele continuüm. Zoals ik bij sommige mensen met een homoseksuele geaardheid die zij niet van zichzelf konden accepteren vond dat ze met het blokkeren van hun seksuele verlangens waren begonnen alle verlangens uit de weg te gaan. Zo eenvoudig is het dus niet. Blokkeren van wat je in jezelf niet aanstaat, zal zich op den duur zeker tegen je keren. Hoe belangrijk is het dat mensen om je heen dit mechanisme (her)kennen en er met je over in contact treden. Want in plaats van ze te blokkeren, zul je met je gevoelens moeten leven, zul je aan het kwaad in jezelf moeten ruiken, met dat kwaad wellicht moeten experimenteren. Wat kan het helpend zijn om op die weg een medemens te hebben die je in vertrouwen nemen kunt, die je helpt zoeken naar wegen waarop je noch anderen, noch jezelf tekort doet.

Zet twee mensen samen op een onbewoond eiland en biedt ze alle ruimte, alle vrijheid. Geef er slechts één verbod bij: een boom waarvan niet gegeten mag worden of een verbod op seksuele omgang met elkaar. De mens is zo door God geschapen dat hij of zij uiteindelijk die kwade keuze móét onderzoeken, desnoods door schade en schande wijs moet worden. Daar is niets mis mee. Dat is van den beginne zo geweest. Alleen de mens die zichzelf weet te robotiseren, zal standhouden, maar hij of zij is dan ook geen volledig mens, want niet vrij.

We leren onze lessen met vallen en opstaan, letterlijk vaak. Dat vallen is heel heilzaam. Het leert je waar je op letten moet. Laten we van onszelf en van elk ander accepteren dat er gevallen wordt. Laten we steun zoeken in ons eigen vallen en hulp bieden wanneer de ander valt.

21-2-2006

Van goddelijke komaf

We zijn hier om lessen te leren. De belangrijkste les is misschien wel die van het aanvaarden. Het aanvaarden van het leven en de dood, van alles wat een begin heeft ook een einde vindt. Aanvaarden heeft met loslaten te maken, met het weten dus dat alles, goed en kwaad, goed is, en God is.

Als je van licht houdt, waardeer je contrasten, scherp tekenend of vervagend. Licht is er op een glijdende schaal van goddelijk, dus niet met een menselijk oog waar te nemen qua intensiteit, zeg van 100 op een honderdpuntsschaal, tot nul, tot volledig donker dus. Duisternis is daarom geen op zichzelf staande grootheid, het is slechts het ontbreken van licht. Vroeger had ik een fototoestel waarvan je het diafragma, zeg de pupil, handmatig moest instellen. Evenzo had ik een vergrotingsapparaat, waarvan ik bij het maken van fotoafdrukken de lichtintensiteit die door het negatief werd doorgelaten intuïtief beoordeelde en op basis daarvan, eveneens intuïtief, een diafragma en een belichtingstijd koos. Beide, het beoordelen van het te fotograferen beeld en van het op film vastgelegde beeld, leerden me dat alles licht is en dat duisternis een uiterste is op de schaal van licht. Bij dat afdrukken van foto's speelt nog iets anders een rol. Je gaat uit van negatief: wat licht is in het oorspronkelijke beeld, wordt donker en wat donker is, blijft licht. Want oorspronkelijk is elke film, als je hem zou ontwikkelen zonder een foto genomen te hebben, puur licht. Pas het gefotografeerde licht kleurt het negatief donker.

Teruggaand naar het menselijke: in termen van licht kunnen we slechts spreken van meer, minder of geen. Volgens mij is het met goed en kwaad net zo: er is meer of minder goed, of alle goeds ontbreekt. Kwaad bestaat niet, hoogstens kun je zeggen dat iemand van alle goeds verstoken is. Daarom geloof ik niet in een duivel als een tweede goddelijke macht, die het opneemt tegen het goede. Wat er speelt is dat het licht ontbreekt, of dat er in het geheel geen goeds is. Het licht en het goede zijn de krachtenvelden die in ons leven actief zijn, meer of minder. Duisternis of kwaad spelen geen rol.

Wij zijn van goddelijke komaf. Dat geloof ik. We zijn deel van het goddelijke. Het goddelijke is goed en puur licht en wij herbergen die eigenschappen in ons. De vraag is slechts of we deze goddelijke krachten tot hun recht laten komen, of we het diafragma openzetten of sluiten. Een leven lang leren we lessen, krijgen we kansen om het licht te zien en het goede te zoeken. Een leven lang keren onze lessen altijd op ons levenspad terug, zolang we ze niet door en door geleerd hebben. Als we nu maar niet ontevreden worden met onszelf. Als we maar niet te hoge eisen stellen. Als kind van God hebben we het licht, het goede in ons, ieder in eigen intensiteit en gradatie. Als we daar nu maar tevreden mee zijn. Als we ons maar niet beginnen te vergapen aan licht en goedheid van anderen. Want dan gaat het mis. Als onze mogelijkheden maar niet door opvoeders gekleineerd worden of in de grond geboord. Als we nu maar leren onszelf te waarderen, in innerlijke harmonie te komen, met ons licht en met het ontbreken van licht, met onze goedheid en het gemis daarvan. Als we de grenzen van ons kunnen nu maar respecteren, als we maar alleen durven worden die we zijn. Want daar gaat het mis. Mensen die niet tot hun recht komen, draaien hun diafragma dicht, zodat er geen licht meer binnenkomt. Ze wenden zich af van het goede in zichzelf om doelen buiten zichzelf te dienen. Als het licht dat je ontvangt niet meer positief onthaald wordt, of als je geen licht meer wenst te ontvangen, als je je in ontrouw aan jezelf afwendt van het goede, dan dooft de vlam en ben je jezelf kwijtgeraakt. Het licht is er nog altijd, maar het vindt geen weg meer. Het goede raakt gevangen in boeien van gehechtheid, twijfels, wanhoop of pijn. Dat is geen leven, dat is pas dood!

20-2-2006

Boven jezelf uitstijgen

Vele jaren lang heb ik assertiviteitstrainingen geleid. Ik vind het mooi werk dat ik met plezier doe. Het is, zo stel ik me voor, anders dan in het onderwijs, waar lang niet altijd de juiste motivatie voorhanden is. Groepsleden in zo'n training zijn per definitie gemotiveerd, willen er iets van maken en hopen te leren boven zichzelf uit te stijgen.

Ik gebruik deze term expres: boven zichzelf uitstijgen. Want vaak ook moeten groepsleden, gaande de training, achterblijven bij anderen, redden ze het niet of komen ze in contact met conflicterende belangen die hen verlammen. Wat opvalt is dat in een succesvolle groep groepsleden elkaar als het ware meenemen in de vaart van het grotere geheel en dat het in minder succesvolle groepen voor de 'sterkeren' relatief moeilijker is hun vorderingen te bevechten. Persoonlijke motivatie hangt zo samen met de spankracht van het groepsgeheel.

Veel mensen die hulp zoeken om beter voor zichzelf op te leren komen, hebben van huis uit geleerd dat juist niet te doen, of het is ze afgeleerd door blokkerende opvoeders. 'Kinderen die willen, krijgen voor de billen.' Die opvoeders zullen gedaan hebben wat ze konden, ze zullen gewoon niet meer in huis gehad hebben of ze zullen vastgezeten hebben in eigen onzekerheden of (twee)strijd. Hun beperkingen lijken helaas vaak over te gaan op die 'kinderen die willen' of dus juist niet willen. Veel van deze mensen verlangen een leven met meer gevoel van eigenwaarde, met een vrijere sociale omgang, maar brengen het uiteindelijk niet op om wezenlijk te veranderen. Ze kunnen het niet aan omdat ze zich niet van ouders of familie willen of durven onderscheiden. Soms bedreigt een meer assertieve opstelling rechtstreeks hun relatie en daarmee hun gezin. Ze voegen zich, kiezen ervoor aangepast te blijven en behalen in een training zo niet het gewenste resultaat.

Anderen gaan wel op pad op hun persoonlijke weg van verandering en boeken wel succes na succes. Ze krijgen er plezier in, overwinnen knagende schuldgevoelens en gaan tot lang na de training door in hun eigen ontwikkeling hierin.

Ik zie een factor die ik als grote vijand herken: het ontbreken van mogelijkheden voor persoonlijke groei. 'Het zit er gewoon niet in', moet regelmatig de conclusie zijn. En toch: ook deze mensen willen graag, vragen om nog eens mee te mogen doen, zetten zich in. Ik zou ze zo graag een wat meer veranderingsgerichte instelling gunnen, wat meer wilskracht en durf en een wat helderder begrip. Van mij mogen ze ook altijd op herkansing, alhoewel sommigen bij herhaling vastlopen op de discrepantie tussen verlangen en eigen kunnen.

Eén ding is duidelijk: zij allen zijn aimabele mensen, zijn om van te houden. Soms denk ik dat juist daarin het manco aan de basis ligt, dat er niet of te weinig van ze gehouden is of wordt. Mensen willen zo gemakkelijk dat 'de ander' anders is dan hij of zij is, accepteren zo moeizaam het eigene of het andere. 'Je bent uniek', zeg ik dikwijls, 'je mag er zijn zoals je bent en je mag willen en niet willen wat je (niet) wilt.' Maar zolang iemand zelf niet aan dit beleven toe is, is het niet echt over te dragen. De verdrukking van het verleden of de angsten van het heden blijven dan blokkeren en perken de vrijheid van het eigene danig in.

19-2-2006

Kuddedieren?

Ik dacht dat godsdienstoorlogen bij het verleden hoorden, maar ik heb mijn idee daarover de voorbije tijd helaas moeten bijstellen. Voor velen heeft geloof kennelijk andere waardes en andere implicaties dan voor mij. We hebben de vruchten daarvan in eigen land al eerder geproefd, bijvoorbeeld in de moord op Theo van Gogh en de reacties die die moord teweegbracht. Inmiddels kent de hele wereld, dankzij de agressie die ze opriepen, de spotprenten uit een Deense krant. Het psychologische en pedagogische mechanisme waarin negeren het krachtigste middel is om welk gedrag dan ook te bestrijden, wordt naar het schijnt niet meer gekend. Tijden veranderen ... Natuurlijk, ik zie ook wel dat veel journalisten het liefst olie op elk vuurtje sprenkelen, maar ook voor dat gedrag geldt volgens mij nog altijd het aloude principe dat gedrag dat niet bekrachtigd wordt, zal uitdoven. Veranderen de mensen? Is het het alziend oog van de televisie dat maakt dat mensen graag precies doen wat er van ze verwacht wordt? Zijn mensen zozeer vooral meelopers en kuddedieren?

Ik weet heel goed dat de meeste blanken en de meeste christenen niet achter nodeloze kwetsing van groepen medemensen staan. Datzelfde zal vast en zeker ook voor de meeste moslims gelden. Want publiekelijk de spot drijven met iets wat voor een ander heilig is, staat heel ver van de intenties van het geloof van zowel christenen en humanisten als van dat van moslims. Noch de spotters, noch allen die vervolgens te hoop lopen, hebben iets van die intenties in zich en dat is betreurenswaardig. Zij allen demonstreren slechts hoe het niet de bedoeling is in een samenleving die zich bewust is van er samen voor te staan, elkaar nodig te hebben, niemand te kunnen missen bij het ineenslaan van de handen. Zij allen houden zich onledig met waar we ons als mensheid slechts mee omlaaghalen en, naar ik vrees, zij allen komen niet toe aan de opdracht waar we als mens en als mensheid voor gesteld zijn.

18-2-2006

Ik bid dat haar dagen bekort worden

Langzaam sterft ze weg. Ik ken haar vanaf eind zeventiger jaren, 66 is ze nu. Ze kreeg kanker, inoperabel. Ze teert weg, langzaam maar zeker. Nog maar een paar jaar geleden waren mijn vrouw en ik met haar op audiëntie bij de paus. Het was haar eerste buitenlandervaring en haar eerste vliegreis.

Ze was een eigenzinnig mens, vaak viel er geen land met haar te bezeilen. In onze gezamenlijke begintijd heeft ze me eens achternagezeten met een hooivork. Ze bezorgde me grijze haren. Ik hield van haar. Liefde hoeft niets met seks te maken te hebben, kan er volledig los van staan. Liefde is iets hebben met elkaar, de ander graag gelukkig zien en daar een steentje aan willen bijdragen, zoiets. Dat hoeft niet op gelijk niveau, niveau heeft er evenmin iets mee te maken.

Nu ontglipt ze me. Ik had eergisteren het gevoel dat het de laatste keer was geweest, dat ze aan haar eind was. Maar ze is een taaie! Toch, ergens was ze al weg. Ik sprak met haar over de pastoor, die de ziekenzalving zou willen doen. Hij liet me een aantal weken geleden weten dat ze die had geweigerd. Of ik de pastoor zou vragen nog eens langs te komen, vroeg ik. 'Doe maar niet', zei ze, 'ik heb er geen zin in.' Ik sprak met haar over haar begrafenis, vroeg of ze wensen had. Die had ze niet. Ze noemde alleen de naam van de begraafplaats waar ook haar ouders liggen en waar ik af en toe met haar kwam. Daar wil ze liggen, maar dat wist ik allang.

Ik hield van haar, ondanks haar onrustige geest. Beelden spookten jarenlang bij haar rond en ook met haar medicatie, die ze ten slotte accepteerde, werd ze er nooit vrij van. Ze zag mij als 'van de maatschappij', om haar in de gaten te houden en voor haar te zorgen. Zo is ons contact inderdaad begonnen, ik als functionaris, zij als cliënte. Maar zoiets verandert soms. Tussen ons veranderde het. Over de situaties waarin ik haar door de jaren heen aantrof, zou ik een boek kunnen schrijven. Een bijzonder mens.

Ze was als de dood voor de dood. Enkele jaren geleden, toen de tante naar wie ze vernoemd is stervende was, kon ik haar voor het eerst met de dood in contact brengen. Eerder was het me bij het overlijden van haar moeder en de begrafenis daarna niet gelukt. Ze ontkende gewoon, wilde er niet aan en ik ging voor haar, terwijl ik met haar had willen gaan. Daarom, toen tante stierf, vond ik dat ze eraan moest geloven, al was het alleen maar omdat ze zelf ooit ook zou moeten sterven. Na het ziekenbezoek, lopend door de gang van het ziekenhuis, zag ik haar huilen, de enige keer dat ik dat heb gezien. Op de begrafenis was ze erbij, samen met mij. En na de koffietafel wilde ze terug naar het graf, waar we, het was inmiddels gaan stortregenen, een tijdje gearmd roerloos hebben gestaan, tot het genoeg was, tot het goed was. Nu heeft ze geen angst. Of ze vertrouwen heeft, kan ik niet peilen, ik heb het gevoel van wel. Het is goed nu, alles is goed. Bijna is haar cirkel rond en keert ze terug naar vanwaar ze kwam. Dat is altijd goed!

Ik bid dat haar dagen nu bekort mogen worden.

15-2-2006

Levensautootje

Hoe komt het toch dat zoveel mensen niet worden die ze eigenlijk zijn? Een paar gesprekken vandaag bepalen me bij die vraag. Ieder mens is uniek, daar ga ik vanuit. Eveneens uniek is ieders levenspad. Ik kan niet en nooit het pad van een willekeurige lezer van deze pagina gaan, evenmin als hij of zij het mijne volgen kan. Niemand zal tot doel of bestemming komen als niet het unieke persoonlijke pad gevonden wordt. Daar ligt, denk ik, het manco, als mensen niet worden die ze ten diepste zijn, die ze behoren te zijn willen ze zichzelf recht kunnen doen. Kan het zijn dat mensen het eigen pad niet vinden als ze niet geleerd hebben zichzelf serieus te nemen, als ze waardering en respect hebben moeten ontberen, als hun opvoeding niet stimulerend was, maar blokkerend? Mensen schieten soms zeer tekort in zelfrespect, gevoel van eigenwaarde. Hoe zal een mensenkind deze zelfwaardering ontwikkelen als er geen opvoeders waren die zulke gevoelens voor zichzelf hadden en ook aan hun kind wisten door te geven? En zo zie je generaties lang mensen hun pad niet vinden, dwalen op andermans wegen, verdoold raken in de woestijn van een niet passend klimaat.

Eerder schreef ik over de man die een zwartkijker ontmoette. De zwartkijker, Z., ervaart onze wereld als uitgewoond, want hij kijkt vooral naar alle duisternis. Hij ziet geen toekomst voor zichzelf en geen voor zijn kinderen. Wat hij ziet is onrecht, bureaucratie, vervuiling, onverschilligheid, geldzucht en corruptie. Hij wendt zich af en poogt anderen met zich mee te sleuren. De man, P., die hij ontmoet, legt hem uit dat duisternis nodig is om ruimte te hebben voor het Licht. Hij stelt hem voor om te beginnen met het zelf allemaal anders te doen, niet langer gericht op duisternis, wel op Licht. Twee dagen later treffen P. en Z. elkaar opnieuw, nu in de rust en het Licht van Gods vrije natuur. Z. komt naar P. toe en klaagt dat hij zich machtig machteloos voelt in alle duisternis rondom. P. kijkt demonstratief in het rond en vraagt waar Z. dan toch duisternis ontwaart. Z. noemt P. dan een struisvogel, waarop P. zegt dat hij Z. ook een struisvogel vindt. 'Van de andere kant', vult Z. voor zichzelf aan ... Is het in zaken van Licht en duisternis niet zo dat je zelf wordt waarop je je richt?

'Verkoop me het beste stuk grond dat je hebt', zei de man tegen de makelaar. 'Ieder stuk hier is het beste stuk', was de reactie. Het één is dus niet meer dan het ander, het is anders, dat wel. Het stuk dat het best bij je past, is het beste stuk voor jou. De keuze kun je alleen zelf maken, dat kan niemand voor je doen, zelfs geen vader of moeder. Tekort aan zelfwaardering groeit, langzaam maar zeker, als anderen je keuzes voor je maken. Als je ouders dat te lang voor je gedaan hebben, is het risico dat je een strategie ontwikkelde waarin je altijd opnieuw anderen uitlokt om voor jou te kiezen. Dat is lastig voor die anderen en het is fataal voor jezelf. Anderen, aan wie je jezelf uitlevert, die je voor jou laat beslissen, komen aan je tekort, want leren je niet kennen als wie je ten diepste bent. Dat kan ook niet, want je durft jezelf niet eens te zijn. Misschien weet je zelfs niet eens of niet meer wie je zelf bent! Voor jezelf is zo'n strategie, als je niet oppast, fataal, want als je je eigen weg niet vindt, zul je niet gelukkig kunnen zijn, zul je in duisternis blijven. Als je opvoeders je niet gaven waar je recht op had, of als ze dat niet konden geven, kun je daar een leven lang mee rondzeulen, blijven mokken, het aangeleerde patroon van afhankelijkheid eindeloos continueren. Je kunt het ook doorbreken en concluderen dat je een en ander hebt gemist, bent tekortgekomen. Vervolgens zou je het heft in eigen handen kunnen nemen, zelf verantwoordelijk kunnen worden. Dat kan knap beangstigend zijn, maar het is de enige weg. Jij rijdt jouw levensautootje, het kan door niemand anders bestuurd worden. Maar misschien sta je anderen, die een stukje met je meerijden, te vanzelfsprekend toe dat ze aan je stuur beginnen te trekken. Dat is levensgevaarlijk! Dat brengt je zomaar naast je eigen weg en als je niet oppast knal je ergens tegenaan of verdrink je in de diepte. Gewoon omdat de weg van wie anders dan ook nooit jouw weg kan zijn! Zelf verantwoordelijkheid nemen is over je opvoeding, met z'n plussen en z'n minnen, heenstappen en je leven voor eigen rekening nemen, vader en moeder worden voor jezelf. Als je leert van jezelf uit te gaan, kun je op weg om jezelf te leren kennen. Je gevoelens, je intuïtie, wijzen je de weg. 'Gevoel is gevaarlijk', leerde mijn moeder me. Zonder gevoel word je nooit jezelf, is mijn reactie. Je gevoel is een zintuig, zeg het zesde, en wijst je je weg. Stem wel precies af op de goede frequentie, want oude patronen blijven lang hun toontje meezingen in de gevoelsether. Soms zal dat oude vertrouwder lijken en veiliger, soms zul je struikelen en opnieuw jezelf tekort of onrecht doen. Sta op als een kind dat lopen leert. Het gaat om jou, om jou alleen. Pas als dat heel duidelijk geworden is, komt de tijd dat je misschien iets kunt worden voor een ander, hier of daar.

12-2-2006

Je moet het maar eens proberen

Een donkere en later ook nog druilerige zondag vandaag. Vrielink is er in de kerk en het is Maaltijd van de Heer. Na een aarzeling besluit ik toch te gaan, ook om Trix, mijn vrouw, een plezier te doen. Ik houd niet van uitlopende diensten en dit is er één die welhaast is voorbestemd om net teveel aan woord en ritueel te moeten dragen. Weniger wäre mehr, zo voel ik dat fenomeen meestal. Het is natuurlijk ook het het net te goed willen doen, dat zo'n dienst te ver uit doet lopen. Het is op angst gebaseerd, angst om tekort te schieten.

Vrielink zegt veel dingen niet. De geestelijke groei van een prediker is vooral af te meten aan de dingen die hij niet (meer) zegt, zo voel ik het vaak. Ik voel hem een eind weegs als geestverwant en dat doet me besluiten de Maaltijd van de Heer voor lief te nemen. Ik hoop dat er geen woorden zullen zijn die me weerhouden van deelname. En ik weet: bijna altijd is er wel iets in zo'n viering dat me aanraakt. Ik weet ook dat de tv op zondag dikwijls veel meer heeft dat me beroert dan zo'n viering. Ik ben niet zo consumptief, ik heb maar weinig nodig om weer verder te kunnen. Kleine dingen, een enkel woord kan me tot tranen toe roeren. Ik vind dat niet erg. Tranen zuiveren de ziel, nietwaar?

Poëtische taal in de lezingen, uit de Naardense vertaling. Het komt niet echt dichtbij. Daarvoor zou er uitgebreider voor gaan zitten, er meer tijd voor nemen voor mij nodig zijn. Wel is daar Vrielink die minstens tot tweemaal toe tot tranen geroerd is in wat hij brengt. Deze man is er bij, is geen preekmachine, is in zijn hele persoonlijkheid het instrument van zijn woorden. Zo moet het zijn. Hij bidt voor wie misschien wel de mogelijkheid tot welke menselijke communicatie dan ook missen. Hij bidt zo voor mij voor geweldenaars, mensen die zich op hun driften laten drijven, antisocialen. Zij hebben ons gebed het hardste nodig en niet alleen ons gebed. Juist zij verdienen onze aandacht. Of toch niet? Of is zulke aandacht paarlen voor de zwijnen werpen? Ik heb slechts een antwoord voor mezelf, dat ook nog van persoon tot persoon en van situatie tot situatie wisselt. Ik ken het bedreigd te worden, ik ben geslagen terwijl ik naar eer en geweten mijn werk deed. Ik heb ook geleerd te vergeven, te begrijpen, achter me te laten. Agressie heeft een eigen tegenpool. Wie ik zo raak dat hij of zij agressief wordt, kan juist door mij uiteindelijk ook zo geraakt worden dat er misschien ruimte komt voor verandering, gericht op het Licht. Dit bidden bepaalt me bij mijn eigen verantwoordelijkheid.

Maaltijd van de Heer. Jammer dat de weinige woorden, gelezen uit de liturgie, voor mij te veel nadruk leggen op Jezus, op lichaam en bloed. Ik kan niet meedoen. Ben ik de enige die buiten staat? Waar is nu die eigen verantwoordelijkheid? Wordt van ons allen niet gevraagd om in ons leven onszelf recht te doen en zover mogelijk te worden die we in wezen zijn? Juist geen Jezus dus ... De tijd ligt achter me dat ik vond dat ik het bij het rechte eind heb, dat heb ik vast en zeker niet. Maar ik wil mezelf volgen, dat ten minste. Ik kan het niet meer zo ervaren dat er om het kwaad in ons doodgemarteld moest worden, dat er bloed moest vloeien om vergeving te kunnen krijgen. Menig menselijk vader ziet dat toch geheel anders.

Er wordt gecollecteerd voor het pastoraat. De folder heeft als titel 'De luister van het luisteren'. Judith Herzberg wordt erin geciteerd:
Ziekenbezoek
Mijn vader had een lang uur zitten
zwijgen bij mijn bed.
Toen hij zijn hoed had opgezet
zei ik, nou, dit gesprek
is makkelijk te resumeren.
Nee, zei hij, nee toch niet,
je moet het maar eens proberen.
Het luisteren van het hart dus, het samenvloeien, het mede lijden. Die geheel andere dimensie van samenzijn.

- -