Jongelui op vakantie

We waren er even uit, naar de zon, op Tenerife. Tien nachten. En we reden meer dan duizend kilometer om plekjes van vier jaar eerder opnieuw te bezoeken en andere voor 't eerst te vinden. We hadden een appartement gehuurd in een rustige omgeving, net een kilometer of vijf uit de kust bij Los Christianos. Ik houd van een rustige leefomgeving en met name 's nachts is rust een voorwaarde voor me. Liefst gebruik ik geen paraffinedopjes in de oren om me af te schermen en heb ik het raam 's nachts open.

De eerste zes nachten hadden we geen buren. Misschien in verband met de recessie staan er veel appartementen leeg momenteel. Naar ik hoorde is het toerisme ter plaatste voor eenderde ingezakt. De zevende nacht waren onze buren ter rechterzijde er ook, leeftijdgenoten, mensen die je niet hoorde. Op de ochtend daarna zag ik ze komen, een achttal jeugdige rugzakkers, allemaal jongens van rond de achttien zo te zien. Ze trokken in het huis naast ons appartementencomplex en werden daarmee onze buren ter linkerzijde. Ik gaf er geen aandacht aan en de hele dag waren we als gewoonlijk van huis.

's Avonds om een uur of acht begon het, gejoel vanuit hun tuin, iets lager gelegen op een meter of tien afstand. We hoorden het aan en constateerden dat het om jongens moest gaan die van huis uit nooit correctie op hun volume gehad hebben. Ze communiceerden vrijwel uitsluitend schreeuwend met elkaar en konden dat kennelijk langdurig volhouden. Mijn stem zou het na een paar minuten echt begeven hebben, maar dat probleem kenden zij niet. Om negen uur besloot ik er eens op af te gaan in de hoop dat er nog niet zoveel drank genuttigd zou zijn dat zinvolle communicatie onmogelijk zou zijn geworden. Dat leek het geval. Ik kreeg bevestigd wat ik al gehoord had: ze kwamen uit Engeland, vandaag aangekomen. Ik vroeg vriendelijk of ze ons, hun buren, ook hoorden, maar dat deden ze niet. Toen legde ik uit dat wij hen wel hoorden en nogal allesoverheersend ook. Ik vroeg of het zo zou kunnen dat wij hen ook niet zouden horen en dat bevestigden ze te grif: 'Yes, Sir!' Er werd sorry gezegd en 'We apologize!' en er werd me verzekerd dat het niet meer zou gebeuren. De afspraak werd bezegeld met een handdruk. Dit ging té gemakkelijk. In huis terug moest ik dan ook constateren dat er niets veranderd was en dat het geschreeuw gewoon doorging, boven onze Nederlandse tv-zender uit. Wij waren hele dagen op pad en door alle buitenlucht beviel het ons om om tien uur te gaan slapen. Ditmaal deden we dat tegen onze zin in met de enkelglasramen dicht. Voor het eerst deed ik de paraffinedopjes in en mijn vrouw, die daarvan helemaal niet houdt, koos er tot mijn verbazing voor er ook een paar in te doen. Dat verhinderde niet dat we, na een halfuur of iets langer geslapen te hebben, allebei wakker werden van het geschreeuw van de jongens. Ik belde, het was iets na elven, de beheerder van ons complex, die op enige afstand woont en zelf het geluid niet kon horen en ook al bleek te slapen, en vroeg hem wat we konden doen. Ik stelde voor de politie te bellen, maar hij zei me er zelf aan te komen. Dat deed hij ook en twintig minuten later waren we samen bij de jongens in huis. Opnieuw apologizeerden ze zich uitgebreid en verzekerden dat het lawaai over zou zijn, wat ik niet meer geloofde, maar de beheerder wel. Hij liet zich dan ook de hand drukken die ik nu weigerde, terwijl ik zei dat ik de volgende dag terug zou komen om die hand te drukken als ze zich aan hun belofte zouden hebben gehouden. De beheerder gaf nog even aan dat hij de receptie van het 'park' waartoe het huis behoort en aan de rand waarvan de jongens hun huis hadden, zou inlichten over de overlast als die toch nog door zou gaan. Ik had niet het gevoel dat dat echt indruk maakte.

Ik nam voor 't eerst in mijn vakantie een slaaptablet en deed de oordoppen weer in. Het geluid was niet weg en na een uur stonden de boys voor ons appartement te schreeuwen, totdat ze kennelijk met taxi's vertrokken. Dat leverde een tweetal stille uren op. Om drie uur kwam de eerste taxi terug en meteen zaten wij weer rechtop in bed. Deze jongens hadden werkelijk stemmen met oerkracht: nog steeds schreeuwden ze tegen elkaar. Maar nu hoorden we er ook gegil bij: meisjes! Na een minuut of vijf verdwenen ze in huis, maar het lawaai duurde voort. Ik kleedde me aan en wilde opnieuw de beheerder bellen. Ik besloot dat vóór onze voordeur te doen, zodat hij meteen zelf het gegil uit de open ramen zou kunnen horen en ik weinig zou hoeven uit te leggen. Maar eerst werd ik even afgeleid. Op tien of twaalf meter afstand zag ik door de geopende balkondeuren in het felle licht van het huis in twee verschillende kamers meisjes zich uitkleden, allebei even vlot en even totaal, allebei even slank. Mooie meiden, stevige borsten, allebei het schaamhaar opgeschoren tot een smal strookje op de venusheuvel. Ik stond daar met de telefoon in de hand, onder invloed van een slaaptablet en ik keek naar een schouwspel zoals ik dat nog nooit had gezien. De meisjes bleken ook Engelssprekend en er waren er nog meer dan de twee die ik in volle naaktheid aanschouwde. En ook in de taxi die op dat moment aankwam, bevonden zich meisjes. Die knapen weten wat ze willen, dacht ik even en ze doen zich niet tekort. Zo hoort dat tegenwoordig zeker bij meisjes, dacht ik, je schaamhaar opscheren tot een smal snorretje en ik zocht steun omdat de slaaptablet me ondanks alles wat in z'n macht bleek te hebben. Toen belde ik de beheerder voor de tweede maal wakker en opnieuw kwam hij 'omhoog'. De toegangspoort van het buurhuis was nu op slot, maar we spraken nog met een jongen en een meisje die in de tuin flikflooiden. De jongen zou persoonlijk zorgen voor stilte, zo begrepen we. En ook waren de verontschuldigingen wederom niet van de lucht. Ik vertelde de beheerder dat ik er niets meer van geloofde en dat dit mijn laatste nacht was in deze asociale bende, dat ik de volgende dag ander onderdak zou regelen. Toen bood hij me ter plekke een ander appartement, lager gelegen en totaal in de geluidsluwte van andere gebouwen, waar de herrie niet te horen was. 'Haal je spullen maar op', zei hij, 'als je terugkomt is het bed opgemaakt.' En zo sliepen we ook de laatste twee nachten met de ramen lekker open. Slechts een krolse kat liet er even van zich horen, maar die was alleszins beter te verdragen dan de Engelse jongeren. Zelden heb ik me letterlijk zo bedonderd gevoeld als door hen.

Pagina geschreven 23 maart 2010.

- -