Een dagje weg met de trein

Het is altijd boeiend, een dagje weg met de trein. Jammer dat het zoveel stress oplevert om alles wat er onderweg fout kan gaan, waardoor de bestemming niet op tijd bereikt zal kunnen worden. 'Dames en heren ...', die woorden uit de omroepinstallatie hoor ik liever niet. 'We zijn mooi op tijd', roept de conducteur vlak voor Utrecht rond, 'nog even wachten op een plekje aan het perron'. En ik weet dat ik m'n aansluiting zal missen. Maar vandaag reis ik noordwaarts, naar Bedum. Vanaf Groningen is dat niet met NS, maar met Arriva. Voor het eerst dat ik met ze reis ... Dus vraag ik de conducteur of ik met mijn keuzedag ook met Arriva kan reizen. 'Goeie vraag', meent de conducteur, 'maar ik kan het u echt niet zeggen.' Dus waag ik het erop. In Arriva zie ik, zowel heen als terug, geen conducteur, dus ik heb nog geen antwoord op mijn vraag. Wel valt in beide treinen op hoe duidelijk de omroepinstallatie is en hoe goed die wordt gebruikt. Elektronisch waarschijnlijk, maar alles is beter dan het zo dikwijls oorverdovende lawaai of het onhoorbare gefluister bij NS. Over Arriva ben ik vooralsnog tevreden en dat kan ik van NS niet zeggen. In Groningen terug moet ik op zoek naar de trein voor Zwolle. Dus ga ik op de gele vertrektijdenborden af, maar die geven slechts de Arrivabestemmingen aan. Aan de overkant staat een trein klaar, zou die het zijn? Omhoog maar, over het spoor heen. Maar nee, zo is de klaarstaande trein niet te bereiken in elk geval. Terug, dwalen over het station. Ik zoek de vertrektijdenborden tevergeefs in de grote stationshal. Ik zie in een gebouwtje op een volgend perron een NS'er in een reflecterend jack en ga naar hem toe. Het blijkt een nepmannetje te zijn, een plat bord in de vorm en de kleur van een NS-mannetje. Uiteindelijk vind ik de vertrektijdenborden, niet meer geel, maar blauw! En zo vind ik de trein naar Schiphol, die ook over Zwolle rijdt. Op de trein zelf staat echter Roosendaal, dus vergewis ik me extra van de borden buiten de trein, die echt allemaal Schiphol aangeven. Enfin, Roosendaal zal ook wel over Zwolle komen, zo stel ik mezelf gerust. Ook binnen in de trein staat Roosendaal als eindbestemming aangeven. Daarom let ik op de stations waar we stoppen op de borden: allemaal Schiphol. Geen conducteur, geen omroepinstallatie, geen uitsluitsel over de verwarring, waar ik niet als enige 'slachtoffer' van ben. Dit is NS, zo ken ik ze weer!

Direct in mijn zicht begint een meisje van zo'n jaar of vijftien een langdurig telefoongesprek dat ik verplicht ben te volgen, als ik althans niet naar ergens verderop verkas. Dus maak ik maar wat aantekeningen om het gesprek goed te kunnen weergeven. Het meisje belt met een vriendin, Esther. Van Shirley heeft ze zojuist geen afscheid kunnen nemen, want Shirley was zwaar ongesteld en flauwgevallen op de wc. Ze was al eerder ook flauwgevallen toen ze een bloedneus had. Enfin, met een schroevendraaier hebben ze de wc opengekregen en haar naar de bank gesleept. En toen moest onze jongedame weg, zodat ze geen 'doei' heeft kunnen zeggen dus. Het gesprek vervolgt over jongens en de liefde. 'Trouwens', hoor ik, 'ik heb ook met (naam versta ik niet) gezoend.' En vanmorgen heeft ze nog met Niels gebeld en die had een stem joh, 'het leek wel een ouwe kerel van 25 of zo!' En over een Lennard gaat het en over het zwemmen van dit weekend. Van één tot tot negen heeft ze gezwommen, begrijp ik. 'Acht uur lang gezwommen' en toen was ze als dood geweest. Dan komt Shirley opnieuw aan de orde. Shirley krijgt maar liefst 25 euro zakgeld per week plus geld voor kleren plus geld voor cadeautjes voor vrienden. Shirley heeft het goed, dat is wel duidelijk. En Esther moet woensdag maar mee de stad in, want deze kant van de lijn heeft weinig geld, ook al is Niek haar beste maatje. Dan komt er een eind aan het gesprek en Esther, aan de andere kant, gaat douchen, zo begrijp ik. 'Doei, tot morgen', is het laatste wat mijn reisgenote zegt. Dan wordt ze stil en ik pak de krant die ik meeheb. Nu kan ik me ten minste daarop concentreren.

Tja, dat alles is gewoon dus. Van willekeurige passanten op de levensweg mag ik van alles weten en niet alleen ik, nee iedereen mag alles weten. Dan mag het ook wel opgeschreven toch?

Pagina geschreven 27 april 2011.

- -