NOS-journaal en jounalistiek

Het zesuurjournaal. Vaak mijd ik de journaals, omdat alle reclamedrukte vooraf me enorm tegenstaat. Ik houd er niet van als een debiel benaderd te worden. Vandaag, nog moe van hulp bij verhuizen, kijk ik het zesuurjournaal.

Wat vooral opvalt, is het theater van de inwoners van Libië. Het zal hun natuur wel zijn, maar ik word onpasselijk als ik zie welk theater zij opvoeren temidden van de lijken van hun oorlog. Het lijkt dat de kans om, in de lucht schietend en om Allah roepend, de tv te halen, voorgaat op het betreuren van de doden.

Nog iets anders valt op. Een geldtransportwagen verloor vandaag op de autoweg een geldcassette. Daar werd door een andere auto overheen gereden, zodat het geld vrijkwam en overgegeven was aan de wind. Ik krijg beelden voorgeschoteld van diverse mensen die het tegen de vangrail gewaaide geld verzamelen. Dat is mooi natuurlijk. Maar de journalistiek in nu net weer niet zó kritisch dat ze de bij mij eerst opkomende vraag stellen: Hoe kan zo'n cassette uit een geldtransportauto vallen, zo'n auto die hermetisch is afgesloten en waarvan de chauffeur zelfs niet even een raampje mag openen om de weg te vragen. Bijzonder dat juist zo'n auto een geldcassette verliezen kan. De bodem van de wagen moet wel rot geweest zijn, zo stel ik me voor. Nog bijzonderder dat de vraag naar hoe het kon gebeuren niet eens gesteld wordt. De beelden van de biljetten verzamelende mensen moeten kennelijk maar voldoende zijn.

Journalistiek: praat me er niet van!

Pagina geschreven 29 augustus 2011.

- -