Hoe vaccins werken

We kennen dode en levende vaccins. Het principe is dat het lichaam wordt geïnfecteerd om onder gecontroleerde omstandigheden afweer(stoffen) te maken tegen een bacterie of virus. Door de afweerreactie van het lichaam tegen de besmetting ontstaat immuniteit.

Bij dode vaccins (tetanus, polio, difterie, kinkhoest) zijn de gebruikte ziekteverwekkers dood en je wordt er niet echt ziek van. Er wordt wel afweer aangemaakt. Bij levende vaccins (bof, mazelen, rode hond) worden verzwakte ziekteverwekkers gebruikt, waarvan je een beetje de ziekte waartegen het vaccin bedoeld is kunt krijgen. De ziekteverschijnselen gaan gepaard met aanmaak van afweer.

Deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma geeft 95 procent bescherming tegen de ziektes waartegen gevaccineerd wordt.

Pagina geschreven 16-8-2015.

- - -