Meer Parkinson

Het aantal Parkinsonpatiënten stijgt fors. Er zijn er in ons land inmiddels 45.000. Bij Parkinson sterven hersencellen af als gevolg van foutjes in bepaalde eiwitten, die normaal in de hersenen aanwezig zijn, waardoor deze gaan plakken of klonteren of stapelen, vergelijkbaar met Alzheimer. Parkinson ontstaat vaak tussen het 50ste en 60ste levensjaar en de patiënt gaat vaak in de loop van 20 tot 30 jaar langzaam maar zeker achteruit. Oorzakelijk wordt gedacht aan erfelijkheid (5 procent) en contact met pesticiden en andere gifstoffen. We zien spierstijfheid, vooral aan één kant, traagheid, een voorovergebogen houding, evenwichtsproblemen en bij 70 procent van de patiënten ook beven (trillen). Later in het proces kunnen depressie, geheugenproblemen, slapeloosheid en vaak moeten plassen ontstaan. Er zijn medicamenten die het ziekteproces kunnen vertragen. Sommige patiënten komen in aanmerking voor een operatie, waarbij in beide hersenhelften een elektrode wordt geplaatst met een soort van pacemaker onder de huid. Patiënten mogen dan echter nog niet depressief zijn of geheugenproblemen hebben.

Pagina geschreven 12 april 2010.

- - -