Nierstenen en cystinurie

Nierstenen (nefrolithiasis) zijn neergeslagen kristalklonteringen, vaak klein, soms zo groot als een kastanje. Grote nierstenen geven vaak relatief weinig klachten, maar kunnen wel urineweginfecties veroorzaken. Als nierstenen uit de nier loslaten, veroorzaken ze dikwijls heftige koliekpijnen in rug (lendenpijn), buik en/of lies, vaak met uitstraling in het verdere urinekanaal. Bij sommigen kan braken of diarree optreden. Er is bewegingsdrang. (Bij bijvoorbeeld blindedarmontsteking is er juist geneigdheid roerloos te blijven.) Er is bijna altijd hematurie (bloed in de urine). De meeste nierstenen verdwijnen al dan niet opgemerkt met de urine. Zo niet, dan wordt vaak gewerkt met vergruizing (lithotripsie) met een niersteenvergruizer (lithotriptor) of met chemolyse (oplossing). Met name nierstenen die grotendeels uit urinezuur bestaan, lossen op door de pH van de urine te verhogen (de urine dus minder zuur te maken) naar circa 6,5. Soms is operatie nodig.

Mensen met neiging tot aanmaak van nierstenen moeten veel drinken, liefst dranken zonder suiker, dus ook veel plassen. Soms worden aanzurende medicamenten gegeven. Het gebruik van zuivelproducten is daarnaast meestal aan te bevelen.

Een specifieke oorzaak van nierstenen is cystinurie. Cystinurie is een overervende aandoening die voorkomt bij 0,1 promille van de mensen en wordt meestal pas op een leeftijd tussen 20 en 40 jaar geconstateerd, omdat dan de eerste nierstenen ontstaan. Bij deze ziekte worden nierstenen gemaakt uit cystine (een aminozuur). Eventuele schade en infecties aan nieren en urinewegen zijn gevolgen van de nierstenen en niet van de cystinurie op zich.

Pagina geschreven 16 december 2011.

- - -