Reanimeren: pas op wat je doet!

In West-Europa krijgt jaarlijks 1 op de 1.000 mensen een hartstilstand. In Nederland zo'n 16.000 per jaar of meer dan 40 per dag. Zo'n zestien procent van de gereanimeerden herstelt volledig, zo'n vier procent redelijk. Een half tot één procent herstelt te weinig om weer zelfredzaam te kunnen worden. Ongeveer tachtig procent van de reanimatiepogingen is niet succesvol.

Je hebt een reanimatiecursus gehad. Heb je dan het recht om bovenop iemand die levenloos op de grond ligt te springen? Bekend is dat onder normale omstandigheden (patiënt komt niet uit koud water o.i.d.) het starten van een reanimatiepoging niet op z'n plaats is als de hartstilstand zes minuten of langer heeft geduurd. De schade aan de hersenen is dan onherstelbaar. Die zes minuten zijn bovendien al erg ruim genomen! Begin dus niet als niet duidelijk is dat de hartstilstand minder dan een minuut of vijf oud is. Check, zeker bij ouderen en zieken, of er misschien een niet-reanimatiepenning om de hals gedragen wordt. Er zijn er zeker 7.500 in ons land in omloop. Wees je bewust dat de betrokkene, ook zonder penning, je achteraf je reanimatiepoging kwalijk kan nemen. Het tijdig gebruik van een AED verdubbelt de overlevingskans van het slachtoffer (van 20 naar 40 procent kans dus). De eerste ambulance zal gemiddeld pas achtenhalve minuut na melding van de reanimatie arriveren, in dat geval in principe te laat om dan nog te beginnen, alhoewel ambulanceverpleegkundigen zo'n late start onterecht soms toch nog als hun plicht zien.

Pagina geschreven 19 maart 2012.

- - -