Sarcoïdose en Syndroom van Löfgren

Sarcoïdose (Ziekte van Besnier-Boeck of Besnier-Boeck-Schaumann) kent een acute en een chronische vorm. Van chronisch spreken we als de klachten meer dan één à twee jaar voortduren en als vitale organen (longen, hart, lever, nieren) worden aangedaan. De acute vorm, het syndroom van Löfgren geneest doorgaans spontaan zonder dat behandeling nodig is. Bij Löfgren zien we koorts, gevoel van malaise en pijnlijke gezwollen gewrichten, vooral in de enkels.

De ziekte komt het meest voor bij negroïde vrouwen en verloopt bij negroïde en Aziatische patiënten ernstiger. Vooral mensen tussen de 20 en de 40 worden aangedaan. Er ontstaan ontstekingen aan meerdere organen, waarbij ter plaatse granulomen (kluwens witte bloedcellen) ontstaan. De ziekte ontstaat meestal in de longen en/of de lymfklieren, maar ook ogen, huid, lever en nieren kunnen worden aangedaan. De patiënt heeft klachten van vermoeidheid, gevoel van malaise, is kortademig, heeft gewrichtsklachten en verhoging, kan gewicht verliezen en huidklachten krijgen (erythema nodosum: rood-paarse vlekken op de huid).

Meestal is geen behandeling nodig en verdwijnen de klachten binnen twee jaar. Zo nodig kunnen pijnstillers gegeven worden. Als vitale organen worden aangedaan wordt prednison gegeven.

Pagina geschreven 5 sept. 2013.

- - -