Auto-immuunziekten en depressie kunnen samenhangen

Stoffen die immuuncellen in het lichaam aanzetten tot actie, doen in de hersenen het tegenovergestelde: ze onderdrukken het beloningssysteem. Dat is een korte samenvatting van het proefschrift van Floor van Heesch, waarop ze morgen promoveert aan de Universiteit van Utrecht. Als een virus of bacterie het lichaam binnendringt, wordt die herkend door cellen van het afweersysteem. Die cellen gaan dan cytokines aanmaken. In de hersenen versterken die stoffen de afvoer van dopamine, serotonine en noradrenaline, de (boodschapper)stoffen die helpen plezier te voelen. Bij tekort aan deze stoffen, verstoort de communicatie tussen zenuwcellen en veranderen gedrag en gemoedstoestand. Mensen met auto-immuunziekten zijn dan ook vaker depressief door een teveel aan cytokines.

Volgens Van Heesch is het altijd goed om mensen met een (auto)immuunstoornis te onderzoeken op depressie. Haar onderzoek bevestigt samenhang tussen psychiatrische ziekten en immuunstoornissen. Rotterdamse wetenschappers ontdekten eerder het verband tussen een overactief immuunsysteem en bipolaire stoornissen en kraambedpsychosen. De hoeveelheid aanwezige cytokines is in het bloed afleesbaar.

De huidige antidepressiva (ssri's) remmen de heropname van serotonine, wat grofweg impliceert dat de serotonine langer actief kan blijven. Door cytokines worden echter ook noradrenaline en dopamine versneld afgevoerd. Er zijn middelen die dit proces kunnen remmen.

Pagina geschreven 14-1-2014.

- - -