Goed en kwaad

Gibran ziet het kwaad als het goede dat door eigen dorst en honger wordt gekweld. Ook het goede moet gevoed worden. Anders zal het zelf zijn voedsel zoeken in donkere holen of het zal drinken van dode wateren.

Alles heeft voeding nodig. Ook het goede. Aan de basis leeft het goede vanuit het goede: de goede mens heeft een bodem van liefde nodig. Liefde van ouders, van medemensen, van zichzelf. Ontbreekt de liefde, vooral als dat in het opgroeien het geval is, dan is de mens in nood. Of in angst, opgejaagd door de eigen duisternis. Is er geen liefde, dan wordt naar dat gemis gezocht en die zoektocht leidt gemakkelijk over donkere paden. Wat gezocht wordt, is erkenning, waardering, vrijheid, ruimte, kortom liefde. Het gemis daaraan leidt tot verharding, egoïsme, narcisme, het miskennen van het belang van de ander, overheersing en agressie. En wie geen liefde weet te brengen, zal die ook niet vinden.

Gij zijt goed wanneer ge in harmonie zijt met uzelf. Maar ook al zijt ge niet in harmonie met uzelf, zijt ge nog niet kwaad. (...) Gij zijt goed wanneer ge van uzelf tracht te geven. Toch zijt ge niet kwaad als ge eigen voordeel zoekt. Want wanneer ge op eigen voordeel uit zijt, zijt ge alleen een wortel die zich aan de aarde vastklampt en zoogt aan haar borst. Waarlijk, de vrucht kan niet tegen de wortel zeggen: 'Wees als ik, rijp en vol en steeds gevend van uw overvloed.' Want geven is voor de vrucht een behoefte, zoals ontvangen een noodzaak is voor de wortel.

Bernard van Clairvaux zegt het zo:
Liefde vloeit over.
Ze houdt voor zichzelf
wat ze nodig heeft.
En wát ze heeft
wil ze in overvloed hebben
- om rijk te kunnen zijn
ook voor anderen.

Geen mens is alleen maar goed en geen mens alleen maar kwaad of slecht. Ieder mens heeft te dealen met datgene wat hij of zij aan de basis heeft meegekregen. Goed is bovendien niet mogelijk zonder kwaad, net als andersom. Een goed mens word je ook pas door kwade keuzes heen. En ook een goed mens kent kwade impulsen, neemt beslissingen die anderen of zichzelf (kunnen) schaden en weet diep vanbinnen dat er meer is dan alleen dat goede, weet dat ook de donkerte een rol blijft spelen, in beslissingen, gedrag en zeker in de eigen verborgen fantasie.

Nog eens Gibran: Gij zijt goed op talloze wijzen, en ge zijt niet kwaad wanneer ge niet goed zijt. (...)


Index chronol. en op trefw.

Pagina geschreven 26-2-2026